Het getuigenis van ooggetuigen

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 01 March 17:25

     Bij de dood van Jezus werden zijn apostelen en discipelen met wanhoop vervuld. Ze hadden bijna drie jaar steun van Hem ontvangen en nu was Hij weg. Alleen, ontmoedigd, met een wankel geloof en wellicht bevreesd, keerden zij tot hun vroegere werkzaamheden terug. Wanneer u bedenkt dat dit ook maar gewone mensen waren en dat hun mistroostigheid een natuurlijke en menselijke reactie was onder die omstandigheden, dan zult u ook door een ander indrukwekkender feit getroffen worden, namelijk dat deze zelfde mannen veertig dagen later een vurig getuigenis gaven dat Jezus leefde,                

dat zij Hem gezien hadden en dat Hij werkelijk uit de doden was opgestaan, zoals Hij gezegd had dat zou gebeuren. Toen zij hiervan getuigde moesten zij heel wat laster, mishandelingen en tegenspoed verdragen. Ze reisden land en zee af en tenslotte stierven de meesten van hen de marteldood. Waarom? Hoe verklaart u een dergelijke verandering in hun leven? Waarom is Paulus de ene dag een vurig vervolger van christenen en dan plotseling een klokmoedig getuige voor Christus? Hun getuigenis is niet gebaseerd op twijfel of wanhoop.

                                             

     Petrus zei: Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jezus, de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet, deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld en gedood. God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden. (Handelingen 2:22-24.) Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn. (Handelingen 2:32.)

                                         

     Paulus zei: Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen. Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen; maar het aller laatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene. (1 Korintiërs 15:3-8.)                                          

                                             

     Johannes schreef: In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. (Johannes 1:1.)

     Hoe verklaart men hun stoutmoedigheid, hun verandering, hun verzekerdheid. Het werkelijke antwoord is te vinden in de verklaring zoals deze door David O. Mckay werd gegeven: “Het is zeker dat de opstanding uit het graf werkelijkheid was voor de discipelen die Christus zeer goed kenden. In hun gedachten was niet de minste twijfel meer. Ze waren getuigen van het feit. Ze wisten, omdat hun ogen aanschouwd, hun oren gehoord en hun handen de lichamelijke aanwezigheid van de opgestane Verlosser gevoeld hadden”. (CR van april 1939, blz. 112.)

                                      

     Indien Christus na de dood leefde dan zal dat ook met de mensen het geval zijn waarbij ieder in de komende wereld de plaats zal innemen waar hij of zij het meest voor geschikt is en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Lees mijn artikel op PLAZILLA 'Wie was Jezus?!'door Co Meijer.