Goed en kwaad

Door Andrehagedoorn gepubliceerd op Monday 16 February 10:57

Ik liep op straat, mijn gedachten probeerde ik leeg te maken. Ik dacht aan geld, werk, vriendschap en liefde. Ik dacht aan de toekomst en mijn geloof, in beide twijfel en aanvulling op de toekomst. Want beide zijn niet zeker totdat ze bewezen zijn, dat moment zal niet op dat moment plaatsvinden. Vrijdagmiddag, het weekend is daar.

Rechtsafslaand ging ik een stille steeg in, die mijn weg naar huis een stuk korter maakt. Plotseling hoorde ik gefluister, een man wenkt me toe. Keurig in pak, vriendelijk en open vraagt hij aan mij wat ik vind van God. Ik antwoord dat ik het wil geloven en dat ik ermee ben opgegroeid, maar dat ik in de wereld zoveel ellende zie en dat het bewijs daardoor minder duidelijk is. De man keek warm en vriendelijk, hij had iets bijzonders over zich. Een onverklaarbaar iets.

"Geloof je in goed en kwaad", vroeg de man. Ik zei dat goed en kwaad duidelijk aanwezig was. Hij vroeg toen hoe ik het kwaad zag. Ik zei dat kwaad het tegenovergestelde is van liefde. Hij vroeg mij wat liefde was. Ik dacht na en antwoordde: De vrije wil om te geven om andermans lot, het niet willen dat die ander gekwetst wordt en dat je het kunt terugzien in eenheid tussen mensen."

Op dat moment waren alle dagelijkse gedachten verdwenen, ik dacht alleen nog maar na over wat de betekenis van "goed zijn" inhoudt. De man keek me vriendelijk en doordringender aan, zijn stem werd zachter en hij vroeg of hijzelf goed was in mijn ogen. Ik wist niet hoe ik moest antwoorden, ik kende de man niet. Ik dacht aan zijn vriendelijke uitstraling, zijn nette kleren, zijn open interesse in mijn persoon en ik antwoordde dat hij vriendelijk overkwam. Vriendelijk voor zover ik dat zou kunnen zeggen.

De man lachte en bedankte me voor mijn compliment. Hij zei vervolgens dat hij uit de diepten van het kwaad is geboren, dat mensen hem al eeuwen lang als demon benoemd zouden hebben. Hij en zijn leger zijn verantwoordelijk voor al het leed en ellende tussen mensen, toch heeft niemand ooit een demon gezien. Hij zei dat zonder hem ik me nooit af zou vragen of er goed en kwaad bestond.

Het antwoord was zo dubbelzinnig. Hij was de persoon die mijn dagelijkse gedachten veranderde door me deze vraag had gesteld, deed hij het niet dan had ik het me nooit afgevraagd. Daarnaast hij benoemt zichzelf als een tegenstrijdigheid van hoe ik hem al die tijd had gezien. Ik wilde weglopen, want mensen in een stille steeg die niet "normaal" overkomen, kun je beter vermijden.

Ik keerde mijn rug en hij vroeg mij waarvoor ik weg wilde rennen. Ik zei heel eerlijk dat ik voor hem wegliep, ik werd bang. De man vroeg waarom ik bang was. Ik zag alleen een vriendelijke nette man, die een gesprek met me aan wilde knopen. "De inhoud van het gesprek maakte me bang", zei ik. Ik was bang dat hij me wat aan wilde doen, dus met dat antwoord vervolgde ik mijn pad.

Ik knipperde mijn ogen en plotseling stond hij voor me, ik begreep het niet. Zo snel kan niemand zijn. Mijn angsten werden groter, de realiteit vormde een groter bewijs voor zijn woorden. Ik vroeg aan hem of hij me wilde gaan. Hij lachte hard en stelde me niet gerust. Stil bleef hij me aankijken, zijn gezicht was niet meer zo vriendelijk als dat ik hem herinnerde.

Hij bleef me aankijken en zei dat hij mij al een tijd in de gaten had, mijn ziel behoorde tot hem. Hij begon te spreken over mijn vorige relaties, mijn verloren vrienden, mijn gestorven dierbaren, mijn traumatische herinneringen en mijn verloren banen. Hij keek vol trots naar mijn ellende en zei dat ik het ook verdiend had. Ik voelde boosheid, verdriet, angst en verbazing. "Hoe wist hij al deze dingen tot in detail, zelfs mijn gedachten?"

Hij gaf al sprekend een antwoord op mijn gedachten, hij wist exact wat ik dacht. Hij zei daarop dat hij verantwoordelijk was voor alle slechte gedachten in mijn hoofd, het enige dat ik hoefde te doen was daarin te geloven. Ik zei toen dat ik ook veel goeds gedaan had. Hij lachte weer en vroeg hardop: "wie neemt jou serieus?"

Iets in mijn werd boos en bang, maar ook dapper. Ik zei hardop: "IKZELF!" Hij keek mij aan en vroeg: "En wie ben jij?" Ik zei daarop dat ik de persoon was die zijn werk al die tijd heeft toegelaten en bijzonder genoeg was voor hem om te beïnvloeden. Want als ik niet bijzonder genoeg was, had hij de moeite niet genomen. Op dat moment voelde ik zijn zwakte en mijzelf sterker worden, simpelweg deze gedachten van polarisatie zorgde ervoor dat hij begon te lachen en zei: "Jij bent niets dan een ziel die ik zal verzamelen, zoals alle anderen die ik al verzameld heb."

Ik zei toen tegen hem: "Ik ben de persoon die bepaald of ik jou toelaat of niet, jouw verschijning aan mij geeft mij kracht om jouw werk te overwinnen." Ik zei toen: "Jouw methoden heb je nu verteld, ik weet wat ik moet doen en jouw verschijning bewijst ook het goede. Want als jij bestaat als demon, bestaan engelen ook!" Ik vraag hen om bescherming!

De demon vroeg lachend of ik ooit een engel gezien had en ik bekende dat ik nooit een engel heb gezien. De demon vroeg toen: "waar ben je dan met je theorie, nu jij mij wel ziet en de engel niet?" Ik dacht na en antwoordde: "Ik heb nog altijd zelf de keuze om te kiezen voor het goede of het slechte en jouw verschijning laat mij nog meer kiezen voor het goede!" Wederom nam hij mij niet serieus en vroeg: "Wat is jouw macht, ik kan jou doden door het simpelweg te denken."

Alsof de gedachte toen in mijn hoofd gegeven was, zei ik: "Als jij dat had gewild, waarom zeg jij het dan? Als jij het had gewild, had jij het toch al gedaan? Dan had jij mijn ziel toch al gehad?" Ik zei hem toen dat ik nooit zou kiezen voor hem. Ik zei hem: "Mijn lichaam kun jij bezitten en alle gedachten kun jij beïnvloeden, maar jij zult nooit bezit overnemen van mijn ziel! Ik laat me niet beïnvloeden door jou, hoe zwak ik ook kan zijn!"

De Demon antwoordde: "Als ik jou niet meeneem, dan neem ik jouw naasten mee. Als ik jou niet kan doden, dan dood ik jouw naasten wel. Ik kan jouw vrienden beïnvloeden en ze zullen je haten en ik zal er alles aan doen om jouw leven tot een hel te maken. Ik zal jou je baan laten verliezen en jouw geluk zal teneinde komen, als je dat al had. Ik zal je verbitterd achterlaten, niet meer in staat dan de wereld te haten om haar onrechtvaardigheid. Waar blijf je dan met jouw geloof in het kiezen voor het goede?"

Ik realiseerde me dat het leven wordt beïnvloed door hoe je je voelt, dat niet alles in dit leven een simpele kwestie van "controle" is. Maar voor zover ik deze controle had over mijn leven, was ik de persoon die bepaald welke richting ik op ga. Ik ben de persoon die de keuzes maakt, hetzij goed hetzij slecht.

De demon kende mijn gedachten en zei: "je spreek over goed en kwaad en de keuze die jij maakt, maar wat is goed en wat is kwaad?" Ik voelde me als een kleine kleuter in een speeltuin, waarbij een grote volwassen man tegenover hem stond. Ik zei toen: "Ik kies voor de liefde, voor het goede." De demon antwoordde: "hoe kun jij kiezen voor het goede, als jij niet weet wat het is? Het enige goede dat jij kent, is het tegenovergestelde van wat ik in jouw ogen ben. Heb jij ooit een engel gezien?"

Op dat moment stopte mijn twijfel en zei ik tegen hem: "Jij zult mij niet laten twijfelen aan mijn goed en kwaad, die invulling geef ik. Jij kunt mijn leven beïnvloeden met de macht die jij hebt, ik zal het toch niet kunnen begrijpen. Jij kunt mij dingen vertellen die ik niet weet en jij zult mij keuzes kunnen laten maken. Ik ben de persoon die de keuze maakt en aan mij is dat oordeel gegeven, niet aan jou. Jij kunt mijn situatie veranderen, maar dan zou je voor hetzelfde vraagstuk komen te staan. Ieder mens heeft de macht tot de keuze die hij of zij maakt, dat maakt jouw machteloos. Ieder mens heeft een vrije wil en daar kun jij niet aankomen, ik vertrouw op mezelf en op de mensen van wie ik houd."

Ik keek hem aan en zei toen: "Ik vergeef jou wat jij mij wilt aandoen, ondanks jouw keuze. Ik vergeef jou alles dat jij mij hebt aangedaan en zal jou niet haten. Ik wil je begrijpen en ik wil van je houden, ook al ben jij puur kwaad. Zoals je zelf al vroeg: wat is goed en wat is kwaad?"

"Ik kies voor vergeving en voor de liefde, dat is mijn goed voor zover ik het kan zien. Ik kies ervoor om niet te bepalen wat goed en kwaad is noch het zo te zien. In al jouw alwetendheid die mijn kennis overtroeft, is jouw onwetendheid groter dan mijn kennis over de liefde. Waarom zou jij handelen naar iets dat jij niet krijgt, je zou alleen maar hopen. Hopen doe ik ook, net als jij. Al hopen we niet hetzelfde doel. Ik zal kwaad niet met kwaad bestrijden. Dat laat jou machteloos hopen, smachtend naar je doel. Daarin staan wij gelijk."

 

Ik vervolgde: "Als kwaad niet gecreëerd wordt in de geest, zal goed nooit bestaan. Als ik in goed geloof, hoef ik geen kwaad ertegenover te zetten om de goedheid te bevestigen. Ik zou dan duidelijkheid in onzekerheid willen creëren, daarmee ook een illusie. Misschien is het moeilijkste voor mij wel om de onzekerheid te accepteren en te accepteren wie ik ben. Ik heb goede en slechte kanten. Ik kan ook zeggen: ik heb goede en minder goede kanten, zodat het weer anders overkomt. Ik kan ook niets zeggen en niets vinden, dan zou het niet bestaan. Wat is duidelijker, denk je? De illusie of de waarheid: ik ben wie ik ben."

De demon antwoordde: "Je leeft in een wereld vol tegenstellingen, je kunt jouw gedachten daarover niet bannen. Je wordt gedwongen om keuzes te maken. Als ik niet kan zorgen voor tegenstellingen in jouw gedachten, dan zal ik ervoor zorgen dat de personen van wie jij houdt jou die tegenstellingen brengen. Kiezen zul je en kiezen moet je, ik bepaal wat jij moet kiezen!"

Ik vroeg hem: "Is God niet sterker dan jou? Kan God jouw krachten niet teniet doen, Hij is Almachtig staat er geschreven." De demon antwoordde: "God kan jou niet helpen, Hij heeft de keuze bij jou gelaten. Jij hebt de vrije wil, weet je nog?" Op dat moment zei ik: "In dat geval, mijn goede vriend die mij goed kent, zou hetzelfde voor jou gelden als voor Hem."

Ineens was er niemand meer, het was al donker. Ik ging naar huis met mijn hoofd vol gedachten. Het hield me erg bezig en ik vroeg me af: "was dit echt of was het slechts mijn verbeelding?" Ik ging al tobbend naar mijn bed en viel als een blok in slaap. De volgende ochtend werd ik wakker en straalde de zon op mijn gezicht. Ik keek door het raam en voelde de warmte van de zon. Ik genoot van het moment en ik dacht:"Ik ben!"

Wat zouden Adam en Eva gedacht hebben toen ze de appel aten en dachten: "Ik ben en nu?"

 

André Hagedoorn

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.