Schriftstudie

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 14 December 18:45

    De Heer is geen aannemer des persoons want aan allen, die bereid zijn om met voorbereiding, werk en het verlangen in hun hart, naar geestelijk licht en begrip te zoeken, zal Hij zonder verwijt overvloedig schenken. De belofte dat zij zullen ontvangen wordt alleen gegeven aan hen die vragen en ernaar zoeken want alleen zij zullen vinden. Het is geen wijsheid dat wij alle kennis in een keer krijgen aangeboden maar dat wij telkens een beetje krijgen want dan zullen wij het ook stapje voor stapje gaan begrijpen.

                             

     Niet wat u eet is u tot nut maar wat u verteert. Wat u vandaag hoort heeft totaal geen nut tenzij u het in praktijk brengt. Ik ken een gezegde dat luidt: "Kennis zonder praktische ervaring is gelijk aan een glazen oog want het is alleen voor de show en heeft verder totaal geen nut." Al het onderricht over de volledige waarheid zal niet de geest van het goede in zich dragen als er niet naar wordt geleefd want in dat geval heeft het ook geen invloed en beroerd het niet de harten die ernaar luisteren.

                     

     Zo is het ook met de leden van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen' want een zendeling kan onmogelijk volledig zijn als hij niet vertrouwd is met de herstelde Schriften want de Schriften moeten gelezen en weer herlezen worden en kruisverwijzingen moeten worden aangebracht en er moet over worden nagedacht, er moet over worden gebeden en het moet worden opgenomen in het geheugen. Sommige teksten zullen uit het hoofd geleerd moeten worden niet alleen om de geest te vullen maar om de onderzoeker inzicht en zekerheid te geven.

                                        

     Ik geloof dat 'heiligen der laatste dagen' die de herstelde schriften bestuderen een dimensie aan hun leven toevoegen die niemand anders kan krijgen want het verlangen om goed te doen neemt toe. Onze Vader in de hemel heeft door de eeuwen heen speciale mannen en vrouwen geïnspireerd om, door leiding van de Heilige Geest, oplossingen te vinden voor de meest verbijsterende levensproblemen. Hij heeft die bevoegde dienstknechten geïnspireerd om die oplossingen in een soort handboek vast te leggen voor zijn kinderen die geloof hebben in zijn plan van geluk en in zijn geliefde Zoon, Jezus Christus. Wij hebben gemakkelijk toegang tot die leiding door middel van de schat die we de standaardwerken noemen, dat wil zeggen het Oude en Nieuwe Testament, het Boek van Mormon, de Leer en Verbonden, de Parel van grote waarde en het maandelijkse tijdschrift "De Liahona".

                                    

     Omdat Schriften tot stand komen via geïnspireerde communicatie door de Heilige Geest, zijn zij de zuivere waarheid. Wij, als leden van 'De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen', hoeven ons geen zorgen te maken over het waarheidsgehalte van de ideeën die in deze standaardwerken te vinden zijn, omdat de Heilige Geest het werktuig was wat de mensen, die de Schriften hebben geschreven, inspireerde.

                                       

     U als lezer van deze zilla. Ik hoop dat u hebt begrepen dat deze Schriften van God getuigen en dat zij de woorden van het eeuwige celestiale leven bevatten. Ik hoop dat het u nieuwsgierig heeft gemaakt en u het geloof geeft dat ook voor u een oplossing geboden wordt voor de meest verbijsterende levensproblemen en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen. 

Reacties (12) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dag Sophia,

Bij het lezen van je inzichten loop ik al reeds bij de eerste regels spaak. Je schrijft namelijk: "Er is geen reden om te concluderen dat de boeken die jij opnoemt onder inspiratie werden geschreven en later verloren zijn gegaan". Ik wil niet hard maar liefdevol overkomen maar als ik schrijf dat dit echt 'te kort door de bocht' is dan ben ik bang dat ik je misschien hiermee tegen de borst stuit en dat vind ik jammer, ik hoop dat je mij vergeeft.

De geschriften die ik heb opgenoemd komen voor in geschriften van profeten die door God geroepen waren en door zulke profeten is de hele Bijbel ontstaan. Daarom zijn het voor mij geïnspireerde geschriften. Alleen het "Boek des Oprechten" schijnt boven water te zijn gekomen en is door Ada Hill opnieuw vertaald en uitgebracht. Daarin wordt 'onder andere' duidelijk dat Izaak de leeftijd van tussen de 33 en 39 jaar gehad moet hebben toen hij door zijn vader geofferd moest worden, wat een hele nieuwe dimensie geeft aan wat daarover in de Bijbel te vinden is. Ik heb dat boek goed bestudeerd en ben tot de conclusie gekomen dat het niet zomaar een romannetje is. Omdat de andere geschriften nergens meer te vinden zijn moet ik ze toch echt als verloren beschouwen. Het had voor mij dus eigenlijk geen zin meer om verder te lezen en dat heb ik dus ook niet meer gedaan.
Dag Sophia24,

Het is altijd goed om alles goed uit te zoeken en het goede te behouden. Toch? Alleen is het erg onverstandig om in deze Goddelijke materie advies van mensen er op los te laten. Overweeg het Boek van Mormon in je hart en vraag aan "God!" of het boek waar is. Hij is de enige die jou daarover wijsheid kan verschaffen.

Het priesterschap krijgt namelijk naar mijn gevoel in dat boek een betere plaats. De meeste mensen die zich Christen noemen vinden dat de Bijbel het onfeilbare woord van God is en dat vinden ook de leden van ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’. Als we gaan praten over het feit dat de Bijbel het volledige woord van God is dan komen vanzelf grote meningsverschillen tot stand. Toch geeft de Bijbel zelf op vele plaatsen aan dat erg veel schriftuur verloren is gegaan. Laten wij er eens een aantal opnoemen zoals:
Het boek des verbonds. Ex. 24:7
Het boek van de oorlogen des Heren. Num. 21: 14
Het boek des oprechten. Josua 10: 13
Het boek over het recht des koninkrijks. 1 Sam. 10:25
Het boek der geschiedenis van Salomo. 1 Kon. 11:41
De geschiedenis van Nathan en van God. 1 Kron. 29:29
Profetie van Ahia en de gezichten van Jedi. 2 kron. 9:29
De woorden van Semaja. 2 kron. 12:15
De geschiedenis van Jehu. 2 kron. 20:34
De geschiedenis van Uzzia. 2 kron 26:22
De woorden der zieners. 2 kron. 33:19
Slechts een gedeelte van wat Jezus gezegd heeft staat in de Bijbel. Joh. 21:25
Een vroegere bief van Paulus aan de Korinthiërs. 1 kor. 5:9
Een andere brief van Paulus aan de Efezièrs. Ef. 3:3
Een brief van Paulus uit Laodicéa. Kol. 4:16
Vroegere brief van Judas. Judas 1:3
Profetie van Henoch. Judas 1:14
Zo te zien is dat toch een aardige opsomming waaruit blijkt dat de Bijbel nooit het volledige woord van God kan zijn en dat het ook niet de volheid van het evangelie kan bevatten.
Toen de omstandigheden juist waren heeft onze hemelse Vader opnieuw liefdevol zijn hand naar zijn kinderen uitgestrekt. Hij riep, een ongeletterde boerenjongen van 17 jaar, Joseph Smith genaamd, tot profeet. Hij was het middel door wie God de volheid van het evangelie van Jezus Christus op aarde heeft hersteld.
Onze hemelse Vader is een God van wonderen. In onze tijd van wetenschappelijke vooruitgang kost het velen moeite om alle wonderen uit de Bijbel te geloven maar wanneer we alle wonderen, alle engelverschijningen en alle profetieën uit de Bijbel zouden schrappen, dan bleef er helemaal niets meer over. Daarom was het ook nodig dat bij de herstelling van de volheid van het evangelie dit door middel van wonderen, engelverschijningen en openbaringen moest geschieden.
Deze wonderen zijn met de verschijning van God de Vader en zijn Zoon Jezus Christus aan de profeet Joseph Smith in gang gezet en er werden andere hemelse boodschappers naar Joseph Smith en zijn metgezel Oliver Cowdery gestuurd. Johannes de Doper verscheen en verleende aan Joseph Smith en Oliver Cowdery het Aäronisch priesterschap. Petrus, Jacobus en Johannes (drie van de oorspronkelijke apostelen van Christus) verschenen en verleenden Joseph Smith en Oliver Cowdery het Melchizedekspriesterschap en zo kreeg Joseph Smith de bevoegdheid om via vertaling en Goddelijke openbaring Het Boek van Mormon, de Parel van Grote Waarde en de Leer en Verbonden voort te brengen en hiermee de Schriften en de kerk van Jezus Christus op aarde te herstellen en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus . Amen.
Er is geen reden om te concluderen dat de boeken die jij opnoemt onder inspiratie werden geschreven en later verloren zijn gegaan. Geïnspireerde Bijbelschrijvers verwezen naar heel wat andere geschriften. Sommige daarvan kunnen gewoon gedeelten van de Bijbel zijn die worden omschreven in termen die voor hedendaagse lezers onbekend zijn. In 1 Kronieken 29:29 bijvoorbeeld wordt gesproken over „de woorden van de ziener Samuël”, „de woorden van de profeet Nathan” en „de woorden van de visionair Gad”. Die drie vermeldingen samen verwijzen wellicht naar boeken die we kennen als 1 en 2 Samuël, of misschien naar het boek Rechters.
Aan de andere kant wordt er soms verwezen naar boeken waarvan de namen lijken op die van Bijbelboeken maar die feitelijk geen deel van de Bijbel zijn. Dit kan geïllustreerd worden met vier boeken uit de oudheid: „het boek van de aangelegenheden van de tijden der koningen van Juda”, „het Boek van de koningen van Juda en van Israël”, „het Boek van de koningen van Israël” en „het Boek van de koningen van Israël en van Juda”. Hoewel die namen lijken op de namen van de Bijbelboeken die we kennen als 1 en 2 Koningen, waren deze vier boeken niet geïnspireerd en maken ze geen deel uit van de Bijbelcanon (1 Kon. 14:29; 2 Kron. 16:11; 20:34; 27:7). Het waren waarschijnlijk gewoon historische geschriften die beschikbaar waren in de periode waarin de profeet Jeremia en Ezra de verslagen schreven die nu in de Bijbel staan.
Sommige Bijbelschrijvers vermeldden of raadpleegden inderdaad bestaande maar niet-geïnspireerde geschiedverhalen of documenten. In Esther 10:2 wordt gesproken over „het Boek van de aangelegenheden der tijden van de koningen van Medië en Perzië”. En Lukas ging als voorbereiding op zijn evangelieverslag ’alle dingen van meet af nauwkeurig na’. Hij bedoelde waarschijnlijk dat hij beschikbare geschreven bronnen geraadpleegd had bij het samenstellen van Jezus’ geslachtsregister, dat in zijn evangelie staat (Luk. 1:3; 3:23-38). Hoewel de verslagen die Lukas raadpleegde niet geïnspireerd waren, was het evangelie dat hij schreef dat beslist wel. En dat evangelie is voor ons nog steeds waardevol.
„Het boek van Jasjar” en „het boek van de Oorlogen van Jehovah” ( of zoals jij noemt: Het boek van de oorlogen des Heren, Num. 21: 14) schijnen bestaande documenten te zijn geweest die niet geïnspireerd waren. Om die reden heeft Jehovah God er niet op toegezien dat ze bewaard bleven. Uit de Bijbelse verwijzingen naar deze twee boeken maken Bijbelgeleerden op dat het verzamelingen gedichten of liederen waren over conflicten tussen Israël en haar vijanden (2 Sam. 1:17-27). Een Bijbelencyclopedie oppert dat de inhoud van deze boeken misschien „het vertrouwde mondelinge repertoire was van professionele zangers in het oude Israël die Israëls gedichten en liederen levend hielden”. Zelfs enkele mannen die af en toe door God als profeet of visionair werden gebruikt, maakten verslagen die Jehovah God niet inspireerde of uitkoos om opgenomen te worden in de Schrift, die ook in onze tijd nuttig is „om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten” (2 Tim. 3:16; 2 Kron. 9:29; 12:15; 13:22).
Dat bepaalde boeken in de Bijbel vermeldt worden en dat het nuttige bronnen waren, wil niet per se zeggen dat ze geïnspireerd waren. Jehovah God heeft echter alle geschriften behouden die „het woord van onze God” bevatten, en die zullen „tot onbepaalde tijd blijven” (Jes. 40:8). Wat Jehovah heeft uitgekozen om in de 66 Bijbelboeken opgenomen te worden, is precies wat we nodig hebben om „volkomen bekwaam te zijn, volledig toegerust voor ieder goed werk” (2 Tim. 3:16, 17).
En het belangrijkste in deze kwestie is: Het laatste boek van de Bijbel, Openbaring hoofdstuk 21 spreekt over de woorden van God, als de geïnspireerde uitingen van de profeten, deze woorden zijn getrouw en waarachtig, gelukkig is een ieder die de woorden van de profetie van deze boekrol onderhoudt.”

En dan in vanaf vers 18:
„Ik leg getuigenis af aan een ieder die de woorden van de profetie van deze boekrol hoort: Indien iemand een toevoeging aan deze dingen maakt, zal God hem de plagen toevoegen die in deze boekrol beschreven zijn; en indien iemand iets afneemt van de woorden van de boekrol van deze profetie, zal God zijn deel afnemen van de bomen des levens en van de heilige stad, dingen die in deze boekrol beschreven zijn.

Wel worden wij door de apostel Johannes gewaarschuwd voor valse profeten,
„Gelooft niet elke geïnspireerde uiting, maar beproeft de geïnspireerde uitingen om te zien of ze uit God voortspruiten, want er zijn vele valse profeten tot de wereld uitgegaan.” 1 Johannes 4:1.

Met de dood van Johannes, de laatste apostel, kwam er een einde aan deze keten van door God geïnspireerde mannen, zodat met de Openbaring, het Johannesevangelie en de brieven van Johannes de bijbelcanon afgesloten was.
De apostelen waren duidelijk door God gemachtigd en zij bevestigden de uitspraken van andere schrijvers zoals Lukas en Jakobus, de halfbroer van Jezus. Door heilige geest konden de apostelen ’geïnspireerde uitspraken onderscheiden’, dat wil zeggen, zij konden vaststellen of ze van God afkomstig waren of niet (1Kor 12:4, 10).
Dank zij hun harmonie en overeenstemming getuigen de 66 canonieke boeken van onze bijbel van de eenheid en volledigheid van de bijbel en bevelen ze ons dit Boek aan als het werkelijk door Jehovah God geïnspireerde Woord der waarheid, dat ondanks al zijn vijanden tot op heden bewaard gebleven is (1Pe 1:25). Het is het woord van God en Hij beschermt dat boek en Joseph Smith wilde dan wel van allerlei teksten veranderen maar God zal er voor zorgen dat de oorspronkelijke tekst bewaard blijft.
Dat wat Joseph Smith gedaan heeft, heeft niets meer met vertalen te maken, en dan is het voor mij al heel duidelijk.
Het kan niet zo zijn dat God zich zo vele malen vergist heeft.

En als je onderzoek doet naar de meeste vertalingen van de Bijbel dan blijkt dat er weinig veranderd is op enkele spelfouten na, en, wat het belangrijkste is, en wel wegelaten is in de meeste is de naam van God, Jehovah of JHWH. Deze stond in de oorspronkelijke Schrift meer dan 7000 maal geschreven, maar is nog enkele vertalingen te vinden, in de meeste vertalingen is de naam van God veranderd in: Adonai/Kurios: ’Heer’ Ik moet trouwens opmerken dat de naam Jehovah nog wel een paar keer gebruikt is op de Amerikaanse site van De kerk van Jezusvan de heiligen der laatste dagen, maar deze dan als naam voor Jezus. Wat dan ook weer verwarring schept.

Het nieuwe Jeruzalem waar jullie over spreken moet volgens jullie een stad zijn in Jackson County Missouri, Amerika.
Het Nieuwe Jeruzalem waar de Bijbel over spreekt heeft niets te maken met een aardse stad,
Volgens 2 Petrus 3:13. zijn de „nieuwe hemelen” Gods hemelse koninkrijk, dat in het jaar 1914 werd opgericht toen „de bestemde tijden der natiën” eindigden (Luk. 21:24). Die koninklijke regering bestaat uit Christus Jezus en zijn 144.000 mederegeerders, van wie de meesten hun hemelse beloning hebben ontvangen. In het boek Openbaring worden die uitverkorenen beschreven als „de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalend, toebereid als een bruid die zich voor haar man versierd heeft” (Openb. 21:1, 2, 22-24). Zoals het aardse Jeruzalem de regeringszetel was in het oude Israël, vormen het Nieuwe Jeruzalem en haar Bruidegom de regering van het nieuwe samenstel van dingen. Die hemelse stad zal „uit de hemel neerdalen” door haar aandacht op de aarde te richten.
De „nieuwe aarde” duidt op de nieuwe aardse maatschappij van mensen die hun gewillige onderworpenheid aan Gods koninkrijk bewezen zullen hebben. Het geestelijke paradijs waarin Gods volk zich nu al verheugt, zal ten slotte volledig tot zijn recht komen op de prachtige „toekomende bewoonde aarde” (Hebr. 2:5). Hier kunnen wij deel van uitmaken.

Sophia
Jij praat over de Herstelde Schriften.

Volgens Sir Frederick Kenyon, de voormalige directeur van het British Museum die zijn hele leven een intense studie van de Bijbel gemaakt heeft, verklaarde: „De christen kan de hele bijbel in handen nemen en zonder angst of aarzeling zeggen dat hij daar het ware Woord van God vasthoudt, zonder essentieel verlies door de eeuwen heen van generatie op generatie doorgegeven.” Z
o zijn ook nu nog de woorden van de psalmist waar: „De woorden des Heren zijn zuivere woorden, gedegen zilver, in een smeltoven in de aarde zevenvoudig gelouterd” (Psalm 12:7 [6], Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap).
God heeft er voor gezorgd dat de Bijbel behouden zou blijven tot in lengte van dagen. Het is een Heilig boek, en heeft geen aanvulling of herziening nodig.

Ik vraag me af, heb jij dan nooit nagedacht over de strenge woorden van de apostel Paulus in de bijbel in Galaten 1:8 (NBG): „Maar ook al zouden wij, of een engel uit den hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt!”

Mormoonse geleerden leggen uit dat het nieuwe geschrift niet anders is dan wat in de bijbel wordt verkondigd maar dat alleen opheldert en aanvult. „Er is geen spanning tussen de twee”, schrijft Rex E. Lee, president van de Brigham Young University. „De bijbel en het Boek van Mormon onderwijzen hetzelfde heilsplan.” Maar is dat wel zo?
Jullie geloven dat de mens voor het leven op aarde een bestaan als geest hebben gehad. Volgens het mormoonse geloof van eeuwige vooruitgang kan een mens door strikte gehoorzaamheid een god worden een schepper zoals God.
Wordt ons in de bijbel zo’n toekomst voorgehouden? Het enige aanbod om een god te worden dat daar staat opgetekend, was de loze belofte van Satan de Duivel in de hof van Eden (Genesis 3:5). De bijbel toont dat God Adam en Eva schiep om op aarde te leven en hun de opdracht gaf om een volmaakte menselijke familie voort te brengen die hier voor eeuwig in geluk zou leven (Genesis 1:28; 3:22; Psalm 37:29; Jesaja 65:21-25). Adams opzettelijke ongehoorzaamheid bracht zonde en dood in de wereld. Romeinen 5:12.
Het boek van Mormon zegt dat als de vroegere geesten Adam en Eva zondeloos waren gebleven, zij eenzaam in hun paradijs, geen kinderen, en geen vreugde zouden hebben gehad. De versie die dat boek geeft van de zonde van het eerste gehuwde paar had dus te maken met geslachtsgemeenschap en het baren van kinderen. „Adam viel, opdat de mensen mochten zijn; en de mensen zijn, opdat zij vreugde mogen hebben” (2 Nephi 2:22, 23, 25). Geesten in de hemel wachten dus naar wordt gezegd op een kans om op een zondige aarde te leven, een noodzakelijke stap in de richting van vervolmaking en godheid. Het mormoonse tijdschrift Ensign zegt erover: „Wij bezien wat Adam en Eva deden met grote waardering in plaats van met minachting.”
„Deze leer, dat de mens een bestaan had in de geestenschepping”, zegt Joseph Fielding Smith, achterneef van Joseph Smith, „wordt in de bijbel slechts door een mist heen onderscheiden . . . omdat veel duidelijke en kostbare dingen uit de bijbel verwijderd zijn.” Verder verklaart hij: „Dit geloof is gebaseerd op een openbaring die de Kerk gegeven werd op 6 mei 1833.” Hoewel de autoriteit van de bijbel wordt geaccepteerd, zal in geval van strijdigheid de mormoonse leer noodzakelijkerwijs groter gewicht toekennen aan de woorden van hun profeten.

Het Boek van Mormon citeert uitvoerig uit de King James Version van de bijbel, met haar Engels uit de tijd van Shakespeare, dat in de dagen van Joseph Smith al als archaïsch werd beschouwd. Het heeft enkele lezers verontrust dat het Boek van Mormon, dit „nauwkeurigste” boek ter wereld, minstens 27.000 woorden rechtstreeks overneemt uit de bijbelvertaling die zo vol fouten zou staan en die Smith later zou gaan reviseren.

Parel van Grote Waarde: Dit boek bevat Joseph Smiths herzieningen van het bijbelboek Genesis, het 24ste hoofdstuk van Mattheüs en Smiths persoonlijke geschiedenis. Het bevat ook Smiths vertaling van een papyrus die hij in 1835 kocht. Hij verklaarde dat het door Abraham zelf geschreven was en dat hij daarin vertelde hoe een engel hem redde toen een priester hem op een altaar probeerde te offeren. De papyrus werd in 1967 weer gelokaliseerd en door een aantal egyptologen onderzocht. Zij kwamen tot de bevinding, aldus één verslag, dat „nog geen woord van Joseph Smiths beweerde vertaling enige overeenkomst had met de inhoud van dit document”. Het bleek het Boek der ademhalingen te zijn, een Egyptisch grafdocument dat aan de doden meegegeven wordt. Smiths originele manuscript laat zien dat hij 136 Engelse woorden gebruikte om de Egyptische hiëroglief voor „meer [waterplas]” te vertalen.

Vergelijk de Bijbel en de mormoonse geschriften. Er zijn heel wat contrasten!

Bijbel: Hoewel de exacte ligging onbekend is, bevond de hof van Eden zich waarschijnlijk in de streek Mesopotamië bij de rivier de Eufraat. — Genesis 2:11-14.
Leer en Verbonden: Hof van Eden bevond zich in Jackson County (Missouri, VS). — Leer en Verbonden 57, zoals uitgelegd door president J. F. Smith.

Bijbel: De ziel sterft. — Ezechiël 18:4; Handelingen 3:23.
Boek van Mormon: ’De geest kon nimmer sterven.’ — Alma 42:9.

Bijbel: Jezus werd geboren in Bethlehem. — Mattheüs 2:1-6.
Boek van Mormon: Jezus zou in Jeruzalem geboren worden. — Alma 7:10.

Bijbel: Jezus werd verwekt door heilige geest. — Mattheüs 1:20.
Journal of Discourses: Jezus werd niet verwekt door heilige geest. Hij werd in het vlees verwekt doordat Adam gemeenschap had met Maria. — Journal of Discourses, Deel I, blz. 50, 51.

Bijbel: Nieuwe Jeruzalem zal in de hemel zijn. — Openbaring 21:2.
Boek van Mormon: Nieuwe Jeruzalem, aards, zal gebouwd worden door mensen in Missouri (VS). — 3 Nephi 21:23, 24; Leer en Verbonden 84:3, 4.

Bijbel: Schrijvers van de bijbel werden geïnspireerd om Gods gedachten neer te schrijven. — 2 Petrus 1:20, 21.
Boek van Mormon: Van de profeten ervan wordt gezegd dat zij zich bij het schrijven door hun eigen kennis lieten leiden. — 1 Nephi 1:2, 3; Jakob 7:26.

Bijbel: De Mozaïsche wet, met inbegrip van het heffen van tienden, eindigde met de dood van Jezus. Bijdragen moeten vrijwillig zijn, niet onder dwang. — 2 Korinthiërs 9:7; Galaten 3:10-13, 24, 25; Efeziërs 2:15.
Leer en Verbonden: „Voorwaar, het is . . . een tijd voor het heffen van tienden van Mijn volk; want hij, die tienden heeft gegeven, zal niet worden verbrand bij Zijn komst.” — Leer en Verbonden 64:23.

Ik kan mij niet voorstellen dat iemand die zoveel over God nadenkt en graag wil dat er zoveel mogelijk mensen gered worden, geen inzicht heeft in de werkelijkheid.

De Bijbel zegt in 2 Timotheüs 4: 3:
“Want er zal een tijdsperiode komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar zich overeenkomstig hun eigen begeerten tal van leraren zullen bijeenbrengen om hun oren te laten kittelen en zij zullen hun oren van de waarheid afwenden en zich daarentegen tot onware verhalen keren. Houdt gij echter in alle dingen uw zinnen bij elkaar, lijd kwaad, doe het werk van een evangelieprediker, volbreng uw bediening ten volle”.

Sophia
Jij wijst een Mormoon terecht op bepaalde punten, maar dan moet jij als Jehova Getuige, toch ook in zien dat de Jehova's ook een bepaalde leer hebben die niet volledig Bijbels is maar op jullie eigen manier geinterpretterd en als waarheid gezien wordt?
Wij zijn het gewend om deze reactie te krijgen maar als wij naar de feiten vragen dan worden we door de meeste mensen genegeerd en willen ze er niet verder over praten. En toch zijn er personen die wel nieuwsgierig zijn en met belangstelling vragen hoe wij aan die wijsheid komen.
Heel vaak zijn ze dan verwonderd over de waarheden die dan volgens hun eigen Bijbel uitgelegd worden en zeggen dan: “Zo heb ik het nog nooit eerder begrepen”.

Het maakt voor ons niet uit welke vertaling van de Bijbel we gebruiken, ons word zelfs aangemoedigd om verschillende vertalingen van de Bijbel te gebruiken.
Ik gebruik graag de Nieuwe-Wereldvertaling vanwege de begrijpelijke taal, en ook omdat de vertalers zich zo nauwgezet hebben gehouden aan wat er stond in de talen waarin de bijbel oorspronkelijk is geschreven, zoals je misschien wel weet in het Hebreeuws, Aramees en Grieks. Wij hebben heel veel waardering voor wat de vertalers hebben gedaan om de bijbel in onze taal over te zetten. Wij hebben vroeger de Groot Nieuws Bijbel en de Willibrordvertaling gebruikt. Ik ben nieuwsgierig welke Bijbel jij gebruikt en zou graag willen weten welke valse leer wij als Jehovah’s Getuigen dan zouden verkondigen.

Sophia
Ik gebruik de statenvertalng en de NBG '51 vertalingen. Er zijn enkele opvallende zaken in jullie leer, het niet erkennen van Jezus tot de drie een heid, de zgn visie op 1914, hoewel deze door jullie leider ook een enkele keer aangepast moest worden. En laatst had ik een discussie met een getuige, over Israel. Hij vertelde me dat jullie jezelf zien als vervanging van Israel. Israel heeft in feite afgedaan. Dit gegeven maakt in jullie leer ook de weg vrij om jullie zelf tot de 144.000 te verklaren, aangezien de Bijbel duidelijk aangeeft dat dit Joden zullen zijn. Israel speelt in deze tijd een zo ontzettend belangrijke rol bij de vervulling van de profetieen. Overigens zijn jullie niet de enige die zicht tot de 144.000 verklaren, er zijn meerdere groeperingen die dat doen.
Mensen die in de leerstelling van de Drie-eenheid geloven, zeggen dat God uit drie personen bestaat: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Van elk van deze drie personen wordt gezegd dat hij gelijk aan de andere is, almachtig en zonder begin. Dus volgens de Drie-eenheidsleer is de Vader God, de Zoon God en de Heilige Geest God, terwijl er toch maar één God is.
Velen die in de Drie-eenheid geloven, geven toe dat ze deze leerstelling niet kunnen verklaren maar denken wel dat de Drie-eenheid in de bijbel wordt geleerd. Opmerkelijk genoeg komt het woord Drie-eenheid nergens in de bijbel voor. En dan kunnen wij ons afvragen of de gedachte hiervan in de Bijbel voorkomt. Een bijbeltekst die vaak als ondersteuning voor de Drie-eenheid wordt aangehaald is:
Johannes 1:1 „In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God” (Statenvertaling). Verderop in hetzelfde hoofdstuk laat de apostel Johannes duidelijk uitkomen dat „het Woord” Jezus is (Johannes 1:14). Maar omdat het Woord hier God genoemd wordt, trekken sommigen de conclusie dat de Zoon en de Vader deel uitmaken van één en dezelfde God.
We moeten in gedachten houden dat dit deel van de bijbel oorspronkelijk in het Grieks werd geschreven. Later hebben vertalers de Griekse tekst in andere talen overgezet. Maar niet alle bijbelvertalers gebruikten de zinsnede „het Woord was God”. Op basis van hun kennis van het bijbelse Grieks concludeerden deze vertalers dat de zinsnede „het Woord was God” anders vertaald moest worden. Hier volgen enkele voorbeelden:
„Het Woord was een God” (Reijnier Rooleeuw).
„Van goddelijke natuur was het Woord” (Ludwig Thimme).
„De Logos (het Woord) was goddelijk” (James Moffatt).
Volgens deze vertalingen is het Woord niet God zelf. Het Woord wordt echter „een God” genoemd vanwege zijn hoge positie onder Jehovah’s schepselen. Het woord God betekent hier „machtige”.
De meeste mensen kennen geen bijbels Grieks. Om te weten te komen wat de apostel Johannes echt bedoelde moeten we meer informatie opzoeken. Om Johannes 1:1 te begrijpen, moeten we meer over Jezus’ positie zoeken. Lees bijvoorbeeld eens wat Johannes verder schrijft, in hoofdstuk 1 vers 18: „Geen mens heeft ooit God (de Almachtige) gezien.” Maar mensen hebben wel Jezus, de Zoon, gezien, want Johannes zegt: „Het Woord (Jezus) is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd” (Johannes 1:14, SV). Hoe zou de Zoon dan een deel van God de Almachtige kunnen zijn? Johannes zegt ook dat het Woord „bij God” was. Maar hoe kan iemand bij een persoon zijn en tegelijkertijd die persoon zijn? Bovendien blijkt uit Johannes 17:3 dat Jezus een duidelijk onderscheid maakt tussen zichzelf en zijn hemelse Vader. Hij noemt zijn Vader „de enige ware God”. En tegen het einde van zijn Evangelie zegt Johannes bij wijze van samenvatting: „Deze zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God” (Johannes 20:31). Merk op dat Jezus niet God wordt genoemd, maar de Zoon van God. Uit deze aanvullende informatie in het Evangelie van Johannes blijkt hoe Johannes 1:1 begrepen moet worden. Jezus, het Woord, is een ’god’ in de zin dat hij een hoge positie heeft, maar hij is niet dezelfde als God de Almachtige.
Mocht je er dus niet zeker van zijn wat de bijbelschrijver Johannes nu eigenlijk zei over de verhouding tussen Jezus en God de Almachtige, dan kun je een andere bijbelschrijver raadplegen. Kijk bijvoorbeeld eens naar wat Mattheüs schreef. Hij haalt een uitspraak van Jezus aan over het einde van dit samenstel van dingen: „Van die dag en dat uur weet niemand iets af, noch de engelen der hemelen noch de Zoon, dan de Vader alleen” (Mattheüs 24:36). Hoe wordt hierdoor bevestigd dat Jezus niet God de Almachtige is?
Jezus zegt dat de Vader meer weet dan de Zoon. Maar als Jezus een deel van God de Almachtige was, zou hij hetzelfde weten als zijn Vader. De Zoon en de Vader kunnen dus niet gelijk zijn. Maar sommigen zullen zeggen dat Jezus twee naturen had, en hier spreekt hij als mens. Maar zelfs al zou dat zo zijn, hoe zit het dan met de heilige geest? Als die samen met de Vader deel uitmaakt van dezelfde God, waarom zegt Jezus dan niet dat de geest weet wat de Vader weet?
Zo zijn er nog veel meer bijbelpassages de waarheid bevestigen over de Vader, de Zoon en de heilige geest.

Wat betreft de 144000:
Ik behoor niet tot deze groep want ik heb niet de hoop om naar de hemel te gaan om daar als Koning te regeren, maar in een paradijs hier op aarde te leven.
Aan één groep beloofde Jezus eeuwig leven in de hemel. Hij zei duidelijk tegen zijn trouwe volgelingen dat hij voor hen een plaats in orde zou maken zodat ze met hem in heerlijkheid zouden regeren (Johannes 14:2, 3; Filippenzen 3:20, 21). Degenen die worden opgewekt tot leven in de hemel „zullen priesters van God en van de Christus zijn en zullen de duizend jaar met hem als koningen regeren” (Openbaring 20:6).
Slechts een beperkt aantal van Christus’ volgelingen krijgt dat voorrecht. Jezus zei: „Vreest niet, kleine kudde, want het heeft uw Vader goedgedacht u het koninkrijk te geven” (Lukas 12:32). Uit hoeveel personen zou die „kleine kudde” bestaan? Openbaring 14:1, 4 zegt: „Ik zag, en zie! het Lam (de opgestane Jezus Christus) stond op de (hemelse) berg Sion, en met hem honderd vierenveertig duizend, die zijn naam en de naam van zijn Vader op hun voorhoofd geschreven droegen. Dezen werden uit het midden van de mensen gekocht als eerstelingen voor God en voor het Lam.” Hier blijkt uit dat wij dat niet zelf in de hand hebben maar dat deze door God uitgekozen werden. In vergelijking met de miljarden mensen die ooit hebben geleefd, zijn 144.000 personen inderdaad een „kleine kudde”. Ze worden omschreven als koningen. Over wie zullen ze regeren?
Jezus sprak over een tweede groep gelovige mensen die voordeel zullen hebben van het hemelse Koninkrijk. Hij zei in Johannes 10:16: „Ik heb nog andere schapen, die niet van deze kooi zijn; ook die moet ik brengen, en zij zullen naar mijn stem luisteren, en zij zullen één kudde, één herder worden.” Die „schapen” kijken uit naar eeuwig leven op aarde, het vooruitzicht dat Adam en Eva oorspronkelijk ook hadden. Hoe weten we dat de toekomst van die groep op aarde zal zijn?
In de Bijbel wordt op veel plaatsen gezegd dat er paradijselijke omstandigheden op aarde zullen komen. Jij kunt dat zelf in jouw bijbel lezen, in de volgende teksten: Psalm 37:9-11; 46:8, 9; 72:7, 8, 16; Jesaja 35:5, 6; 65:21-23; Mattheüs 5:5; Johannes 5:28, 29; Openbaring 21:4. In die teksten wordt voorspeld dat er een eind komt aan oorlog, hongersnood, ziekte en de dood. Ze spreken over een tijd waarin goede mensen hun eigen huis zullen bouwen, hun eigen land zullen bewerken en hun kinderen in vredige omstandigheden zullen grootbrengen.

Israel:
In het jaar 33 van onze jaartelling verloor de natie Israël haar recht Gods uitverkoren volk te zijn toen ze Jehovah’s Zoon, de Messias, verwierp. De Messias zelf zei het zo: „Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en de tot u uitgezondenen stenigt. Ziet! Uw huis wordt u verlaten achtergelaten” (Mattheüs 23:37, 38). Jezus woorden kwamen uit in het jaar 70 met de verwoesting van Jeruzalem. Maar toch had God een voornemen om uit alle andere volken een speciaal bezit te hebben, „een koninkrijk van priesters en een heilige natie” Exodus 19:5, 6.
De apostel Petrus was zelf een Jood, schreef in een brief aan christenen van zowel Joodse als niet-Joodse afkomst: „Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, een volk tot een speciaal bezit, want eens waart gij geen volk, maar nu zijt gij Gods volk; gij waart degenen jegens wie geen barmhartigheid was betoond, maar zijt nu degenen jegens wie barmhartigheid is betoond” (1 Petrus 2:7-10). Hij sprak hier dus niet alleen tot de letterlijke Joden maar tot het “Israël Gods”, oftewel de geestelijke Joden. Christenen die door heilige geest zijn gekozen, behoren dan ook tot een geestelijke natie, en of ze lid van die natie zijn wordt niet bepaald door het land waar ze geboren zijn of waar ze wonen. De apostel Paulus zei het zo: „Noch besnijdenis noch onbesnedenheid is iets, maar een nieuwe schepping is iets. En allen die volgens deze gedragsregel ordelijk zullen wandelen, op hen zij vrede en barmhartigheid, ja, op het Israël Gods” (Galaten 6:15, 16).

Terwijl de huidige natie Israël het burgerschap aanbiedt aan natuurlijke of bekeerde Joden, wordt het burgerschap van wat de Bijbel „het Israël Gods” noemt alleen gegeven aan degenen die „gehoorzaam zijn en met het bloed van Jezus Christus besprenkeld worden” (1 Petrus 1:1, 2).

Paulus zegt: „Niet hij is een jood die het uiterlijk is, noch is besnijdenis dat wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt. Maar hij is een jood die het innerlijk is, en zijn besnijdenis is die van het hart, door geest, en niet door een geschreven reglement. De lof van zo iemand komt niet van mensen, maar van God” (Romeinen 2:28, 29).
Dat vers helpt ons een controversiële opmerking van Paulus te begrijpen. In zijn brief aan de Romeinen legde hij uit dat de ongelovige natuurlijke Joden te vergelijken waren met takken van een symbolische olijfboom die weggesnoeid werden zodat er „wilde”, niet-Joodse „takken” tussen geënt konden worden (Romeinen 11:17-21). Aan het eind van deze illustratie zegt hij dat er „over Israël gedeeltelijk een afstomping der zinnen is gekomen totdat het volledige aantal mensen der natiën is binnengekomen, en op deze wijze zal heel Israël gered worden” (Romeinen 11:25, 26). Voorzei Paulus dat de Joden zich op een gegeven moment alsnog massaal tot het christendom zouden bekeren? Dat is duidelijk niet gebeurd.
Met de uitdrukking „heel Israël” doelde Paulus op het complete geestelijke Israël, christenen die door heilige geest zijn gekozen. Hij bedoelde dat Gods voornemen om een geestelijke ’olijfboom’ vol productieve takken te hebben, niet verijdeld zou worden doordat de natuurlijke Joden weigerden de Messias te aanvaarden. Dat komt overeen met de illustratie waarin Jezus zichzelf vergeleek met een wijnstok waarvan niet-productieve ranken weggesnoeid zouden worden. Jezus zei: „Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijngaardenier. Elke rank aan mij die geen vrucht draagt, neemt hij weg, en elke rank die wel vrucht draagt, reinigt hij, opdat ze meer vrucht mag dragen” (Johannes 15:1, 2).

De oprichting van de hedendaagse staat Israël is niet in de Bijbel voorzegd, maar de oprichting van de geestelijke natie Israël beslist wel! Dankzij het feit dat Abraham bereid was zijn zoon te offeren zullen alle natiën der aarde gezegend worden. (Genesis 22:15-18; Galaten 3:8, 9).
Het hedendaagse Israël is een seculiere democratie waarin men zich officieel niet op steun van de God van de Bijbel beroept. Erkenden de Israëliërs in 1948 God als degene die verantwoordelijk was voor hun onafhankelijkheidsverklaring? Nee. Noch de naam van God noch het woord „God” werd ook maar ergens in de originele tekst van de verklaring genoemd. Het boek Great Moments in Jewish History zegt over de uiteindelijke tekst: „Om één uur ’s middags tijdens de vergadering van de Nationale Raad konden de leden het nog niet eens worden over de bewoordingen van de onafhankelijkheidsverklaring. (...) Gelovige Joden wilden een verwijzing naar ’de God van Israël’. De niet-religieuzen maakten bezwaar. Als compromis besloot Ben-Goerion dat er in plaats van ’God’ ’Rots’ zou komen te staan.”
Tot op de huidige dag baseert de hedendaagse natie Israël haar positie als staat op een VN-resolutie en op wat ze het natuurlijke en historische recht van het Joodse volk noemt. Het is daarom niet redelijk te verwachten dat de God van de Bijbel het grootste profetische wonder van de twintigste eeuw zou verrichten voor een volk dat weigert hem de eer daarvoor te geven.

Dus daarom vraag mij af waarom jij denkt dat het huidige Israel nog steeds Gods uitverkoren volk zou zijn.

Ik verwijs je voor meer info. naar:
http://wol.jw.org/nl/wol/d/r18/lp-o/2010813