IK en dan pas al die anderen

Door Weltevree gepubliceerd op Saturday 13 December 12:10

Het lijkt een onzinnig regeltje.

Niet iets om er in een heel artikel lang over door te zeuren, maar...

Een gezonde kleuter denkt van nature dat het hele universum om hem of haar draait. Als snotneus vond ik het rare volwassen onzin. Het ging er immers om dat mijn ouders me begrepen? Wat deed het er dan nog toe of de volgorde klopte?   Hoewel ik die ongeschreven sociale regel heel lang als hinderlijke, onzinnige haarkloverij, ondervond is het onwillekeurige toch in mijn systeem vastgegroeid. De keren dat ik de fout in ging zaten mijn ouders er als haviken boven op. Volgens mij hebben zij het niet één keer over het hoofd gezien en zeker niet als ik op het toppunt van opwinding toch de fout in ging. Via die consequente kritiek werd het me ingeprent. Is dat hersenspoeling? Conditionering? Er bleken zelfs speciaal spreekwoorden en gezegden voor deze gedragsregel in het leven te zijn geroepen, maar wat was het nut ervan? 

14061ea334f9f963ff3477cddd242644_medium.

Het bleek een wijd verbreid fenomeen

Niet alleen mijn ouders deden hier aan mee. Op de lagere school, die destijds nog de 'grote school' heette, werd het ook onderstreept. Toen daar enkele kinderen brutaal, a-sociaal en onopgevoed werden genoemd en ervoor onder uit de zak kregen, was ik wel blij dat mij dat al wel was bijgebracht. Dat scheelde toch een fiks aantal keer die ik niet op de gang hoefde door te brengen.

Daarom schrok ik ook wel toen diezelfde regel in de tweede klas van de middelbare school nog steeds aan de orde kwam. In de Nederlandse les nota bene, waar ik in de regel echt van genoot. Menigeen snoof er vaak geërgerd om als de leraar er alweer over begon.

Terug in de tijd

Klas 2 b zat die namiddag ongeduldig te wachten om weg te kunnen. Tien minuten voor het eind van de les schreef Walraven een zestal titels op het bord terwijl het gezucht in de klas onderhand voorspelbaar was.

“Huiswerk. Klaar voor de volgende les. Een fictief verhaal van vier kantjes,” hield hij ondanks de protesten vol.

“ Kom dus niet aan met één kantje, want ... en je weet het, compleet met een inleiding, midden en eind. Daarnaast moet het in de ik-vorm worden geschreven.”  Nu was het spreekwoordelijke hek pas echt goed van de dam, al begreep ik al die commotie niet. Wat was daar nou zo moeilijk aan? Ik schreef graag en voor mij was dit kaasje. Likkebaardend kon ik bijna niet wachten om er aan te beginnen.

“Ik ga niets over mezelf vertellen,” riep de opgeschoten puistenkop die ondanks dat zoveel succes had bij de meisjes. Een andere slungel werd zelfs echt kwaad:

“Het gaat niemand iets aan wat ik denk of meemaak. U kunt ernaar fluiten, oh zo.” Walraven had duidelijk een gevoelige snaar geraakt. De deken van wantrouwen tegenover leraren in het algemeen en hem in het bijzonder drukte zwaar op de puberhoofden in het bedompte leslokaal. Hij wachtte tot de rust was weergekeerd en ik zat altijd vooraan, zag best die pretlichtjes in zijn ogen.

“Fictief… Dat verzin je eenvoudig. Het hoeft niet waar gebeurd te zijn en het gaat ook niet over jezelf. Je moet een andere persoon verzinnen.” 

De domper

Ik vond dat het een goed verhaal was dat ik had ingeleverd. Helaas viel het cijfer deze keer echt vies tegen. Er prijkte een groot aantal rode strepen doorheen alle zes a-viertjes terwijl ik niet, zoals veel anderen, uitzonderlijk groot geschreven had. In dikke onderstreepte rode letters stond de reden van die magere zes onder het huiswerk. Daarover ben ik na de les uiteraard met Walraven gaan praten, want wat me werd verweten deed ik al op de basisschool niet meer. Hij lachte veelzeggend. Natuurlijk was ik de enige die erover kwam klagen.

“Mijnheer, het is me al bijgebracht vanaf dat ik praten kon en ik doe dat toch ook nooit? Is dit verhaal nou echt zo slecht?” 

“Zie je al dat rood? Daar heb je het toch echt gedaan, of zie ik het verkeerd?”

“Jawel, nee maar, natuurlijk, maar dat moest toch? Hier is het toch heel iets anders dan bij een beleefdheidsregel?”
“Oh… is dat zo?” deed hij raadselachtig en even was ik uit het veld geslagen.

“Ik heb het al menigmaal gezegd en toen ik de opdracht gaf nogmaals: Begin niet iedere zin met TOEN of IK!” Er was geen speld tussen te krijgen, maar snappen deed ik het nog steeds niet. Toen stond er misschien maar één keer in. Ik lijk wel intelligent, maar...

“Ja, maar het moest vanuit een ik-figuur. Dan moet je dat woord toch wel gebruiken en, en, en, hoe moet het dan wel?” Ik klonk best pissig.

“Ja, natuurlijk komt het woord IK er dan vaker in voor, maar dat hoeft niet zo. Dat is nou juist het moeilijke en leerzame van deze opdracht, ook het leuke van taal, Dora. Fictie of waar gebeurd, dat maakt niets uit. Bij een boek vanuit de ik-persoon is het taal- en stijlkundig belangrijk om niet iedere zin, of te vaak met ik te beginnen. Niet omdat het onbeleefd is, maar het wordt ritmisch saai, vervelend, slaapverwekkend voor de lezer. Het is net zo vervelend als een zin om de haverklap met 'en toen' begint. Een kleine moeite om de zin om te bouwen, let er maar eens op. Je zou voor de lol dit verhaal eens moeten herschrijven want het plot is niet slecht. Verbiedt jezelf met ik te beginnen. Je zult zien dat het er stukken beter leesbaar van wordt.” Ik geloofde hem voorzichtig, al vond ik wel dat hij erg streng was geweest… Het is in wezen geen pestende kritiek vanuit het feit dat je jezelf niet voorop moet zetten of in het middelpunt moet willen staan. Voor de lezer is het eenvoudig niet boeiend.

“Dan gaat dat dus ook op als je over hij, wij of zij schrijft?” vroeg ik voor de zekerheid en hij knikte, maar nog wist ik niet hoe ik het dan wel goed had moeten oplossen. “Daarom is een grote woordenschat belangrijk, zodat je middelen tot je beschikking hebt om die zinnen om te bouwen.” Hij gaf me een paar voorbeelden. 

Ik ben die les echter nooit vergeten,

Vergeten ben ik die les echter nooit,

Die les is mij daarom altijd bijgebleven,

Nog steeds zit die les in mijn hoofd,

Toen viel het kwartje plotsklaps alsnog. Sindsdien is het ook het eerste waarop ik een tekst scan, al merk ik wel dat de eerste versie van een tekst nog steeds dezelfde typische Dora-fouten vertoont. Daarom is het belangrijk het werk een tijdje weg te leggen zodat je er later met een frisse blik, kritischer naar kunt kijken.

Hoeveel zinnen beginnen met ik, zij, of hij?

14061ea334f9f963ff3477cddd242644_medium.

Om een zin niet altijd met ‘ik’ te beginnen is niet alleen in de sociale omgang een makkelijke regel, tenzij 'Ik voorop" een toegevoegde waarde heeft

Zoals in een discussie

Ik vind dat flupje niet mooi, ook al zeg jij dat het zal wennen.

of als het gaat om het aanbrengen van verschil

Ik moet er mee leven en niet jij

Nog steeds prikt het mij confronterend als iemand zegt of schrijft: Ik en tante Pollewop. Volgens mij vindt men dat tegenwoordig sterk overdreven, maar sinds ik iets meer over psychologie weet ervaar ik dit (op het oog niet noemenswaardige regeltje) ook niet zomaar meer als een onbelangrijke van boven opgelegde dwang. Het is me iets te vaak opgevallen dat egoïsten zichzelf graag voorop zetten, maar dat kan uiteraard ook een wond zijn die ik na mijn schooltijd buiten de Nederlandse taallessen om heb opgelopen.

Foto: www.directiesecretaresse.nl 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (16) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik lees je graag. Graag lees ik je.
haha ... dat is ZO herkenbaar !!
IK werd hetzelfde ingestampt vroeger .. NOOIT de zin beginnen met 'IK.'

En het woord onmiddellijk zal ik NOOIT meer verkeerd schrijven. Ik heb het ook 1000 x moeten schrijven nadat de juf HEEL luid gezegd had :
De Craemer, het is met 2 DD en 2 LL

Back to school, haha
Dat is mij vroeger ook geleerd, geen idee meer door wie.
Wijze les, die je zomaar jaren met je meedraagt.
Mooi geschreven!
Ook in een reactie is het moeilijk het woord ¨ik¨ te omzeilen, maar zie..., het lukt!

¨Ik¨ als eerste noemen is onbeleefd, klopt, alsof je jezelf het belangrijkst vindt.

Goed artikel, eyeopener.
Een lesje om nooit te vergeten :)