De snelwegparking

Door Benneman gepubliceerd op Tuesday 09 December 19:39

Politiesirenes schallen door de avondschemering. In de verte zwelt het gezoem van de zoekhelikopter aan. Gegrepen door panische angst snelt Yvan, een crimineel die op voorwaarden vrij is, met kloppend hart in de keel door een eindeloos lijkend maïsveld. De roof was gans mislukt. Het stil alarm had hem de das omgedaan. Het leek wel of de politie om de hoek had staan wachten. Zo snel waren ze ter plekke. Nu komt het er enkel nog op aan om ongezien weg te komen. ‘Het bos bij de snelweg. Daar moet ik heen.’ Die gedachte drijft hem hals over kop voort. Plots duikt een drassige open ruimte voor hem op. ‘De helikopter! Als ik hier inloop ben ik erbij.’ Het geluid van motor en propeller was reeds akelig dicht genaderd. ‘Vooruit, langs de beek dan maar’ moedigt hij zichzelf aan. Hij laat zich kniediep in het smerige water zakken en waadt vloekend verder met ingetrokken hoofd. Het riet langs de zompige oevers zorgt nog voor enige beschutting. Even houdt hij halt bij een bosje aan de beekrand. De helikopter raast plots over. ‘Verdomme, zouden ze me hebben gezien?’ Een lichte misselijkheid steekt op, terwijl het helikoptergeluid in de verte uitdooft. Een ogenblik later zet hij de vlucht verder langs een aanpalende veldweg, zo snel zijn benen hem dragen kunnen. De autostrade was nu vlakbij. Aan de rand van het bos naast de snelweg werpt hij zich nog éénmaal plat op de buik. In de verte scheuren twee politievoertuigen over een stoffige veldbaan. Eén ervan houdt even halt, maar vervolgt dan zijn hobbelige pad. De heli hangt in de verte hoog in de lucht, vermoedelijk boven de plaats van het misdrijf. ‘Die zal me niet meer krijgen’ lacht Yvan.  Hij kruipt verder tussen de boomstammen, totdat hij enkele tientallen meters is gevorderd in het bos. Vandaar gaat het weer verder in lichte draf. Door het struikgewas heen ziet hij plotsklaps een grote snelwegparking opdoemen. ‘Wat een geluk!’ Op het terrein staan bijna geen voertuigen. In de verte zit een truckchauffeur even uit te rusten. De vermoeide blik van een trucker omzeilen zou kinderspel zijn. Net achter de toiletten merkt de voortvluchtige een verlaten werf op. Hier zou hij vast een schuilplaats vinden tot de duisternis hem alle kansen biedt om definitief te ontsnappen.   

Op hetzelfde ogenblik verlaat Marjolein, een jonge knappe carrièredame, enkele kilometers verderop haar kantoor. Het is al kwart na zes en ze moet de kinderen nog ophalen bij haar schoonouders. ‘Er zit weer een fikse preek van mamaatje aan te komen’ denkt ze. Gezwind begeeft de ambitieuze vrouw zich met haar blitse audi A4 de snelweg op, wanneer ze plots een venijnige buikkramp voelt opkomen. ‘Verdorie, ook dat nog.’ Dan realiseert ze zich dat ze door de drukte van de voorbije dagen geeneens tijd heeft gehad om even een grote boodschap te volbrengen. De eerste de beste parking zou soelaas moeten bieden, want tot thuis zou ze het echt niet meer uithouden. ‘Parking op 1600 meter’ vertelt haar een overwoekerd bord. Op het oord van redding aangekomen parkeert ze zich bruusk voor het kleine bakstenen gebouw waarop aan weerskanten de logo’s ‘herentoilet’, ‘damestoilet’ prijken. De parking lijkt uitgestorven. Even verderop zet zich net een truck met veel lawaai weer in beweging. Snel probeert ze de deur van het damestoilet te openen. ‘Zeg dat het niet waar is. Dat verdomde ding zit geblokkeerd. Dan maar de mannen-WC proberen.’ Die deur blijkt nog onverbiddelijker vast te zitten. Schichtig kijkt ze om zich heen. Ze meende een geritsel gehoord te hebben in het hoge gras. ‘Is  daar iemand of beeld ik het me in?’ Een gevoel van onbehagen bekruipt haar, terwijl de aandrang alsmaar harder begint te knagen. Achter het gebouwtje merkt ze een hoop wanordelijk weggeborgen werfmateriaal op. ‘Daar moet het dan maar gebeuren.’ Nerveus schrijdt ze op haar sierlijke hakken langs het uitgestalde tuig en controleert elk schemerig hoekje op zijn geschiktheid. Plots weerklinkt weer een vreemd geluid. ‘Dat leek wel een kuchje.’ Ze blijft stokstijf staan en speurt nerveus het dichte gebladerte aan de rand van het terrein af. Dan valt haar oog op een betonnen pijp die loodrecht in de grond steekt en door een grote struik en een graafmachine volledig aan het zicht is onttrokken. Zonder na te denken tippelt ze erheen, maakt haar strakke jeans los en duwt die samen met haar slipje tot op haar enkels. Ze zet prompt haar ronde bips over de opening van de buis, die bij nader inzien even comfortabel zit als een doorsnee toiletbril, en laat zich vervolgens eens goed gaan. Een heerlijk gevoel van opluchting maakt zich van haar meester wanneer ze zich van haar last ontdoet. ‘Man, dat deed deugd’ zucht ze. Net op het moment dat ze voldaan een papieren zakdoekje uit haar handtas opvist, wordt het terrein in het felblauwe schijnsel van zwaailichten gehuld. ‘Politie? Wat nu? Zij kunnen me toch niks maken.’

De politiewagen stopt op de rijbaan. Er stappen drie agenten uit, waarna de vierde man aan het stuur het voertuig keurig een parkeervakje indraait en de zwaailichten afzet. Twee agenten naderen de witte bolide van Marjolein. Hun aandacht wordt gewekt door het kokette geklak van hoge hakken op asfalt en zien dan een vrouw gedecideerd komen aanstappen. ‘Excuseer mevrouw. Mogen we u even wat vragen?’ - ‘Ja natuurlijk.’ Marjolein verwacht zich aan de vraag wat ze hier uitspookt, maar neemt zich voor de twee geüniformeerde heren zo kalm en vriendelijk mogelijk af te schepen. Uiteindelijk bevindt ze zich op een openbare parking waar iedereen mag gaan en staan waar hij wil. Hoe dan ook, mogen ze de echte reden van haar tussenstop nooit te weten komen.  ‘Staat u al lang op de parking hier?’ -‘Euh, een kwartiertje ongeveer’ klinkt het enigszins onzeker. Dat is geeneens gelogen, want het was echt wel een grote boodschap met grote ‘G’ die ze daar verricht heeft. ‘Hebt u hier misschien iets verdachts gezien?’ vraagt de ene. ‘Zou het kunnen dat u een man door de bosjes hebt zien lopen of in allerijl in een wagen hebt zien springen?’ verduidelijkt de andere. De nare geluiden spoken weer even door haar hoofd. ‘Nee, helemaal niet mijnheer.’  - ‘Goed dan, nog een prettige avond mevrouw.’ Na de vluchtige conversatie knippen de agenten hun zaklantaarns aan en begeven zich in de grasberm. Marjolein zet zich weer achter het stuur van haar wagen. Bij het afrijden van de parking ziet ze in haar achteruitkijkspiegel een tweede politievoertuig, dit keer een combi, de parking oprijden. ‘Die zijn duidelijk op zoek naar iemand anders’ bedenkt ze opgelucht en duwt met pretoogjes het gaspedaal ferm in. Binnen een kwartier zou ze bij haar kinderen zijn en het gezeur van schoonmama voor lief moeten nemen. Eén ding is zeker. Dit avontuurtje zou haar intiemste geheimpje blijven, dat zelfs manlief niet hoeft te weten.    

De ochtend erop zit Marjolein met haar twee bengels aan de ontbijttafel. Nadat ze hun boterhammetjes heeft gesmeerd, slaat ze even de krant open. Jan, Marjoleins echtgenoot, komt net de keuken binnen als zijn vrouwtje in een uitbundige lach uitbarst. ‘Heeft men zo’n grappige dingen te melden vandaag?’, vraagt hij verbaasd. Marjolein voelt zich een beetje betrapt en kan niet anders dan de pagina in kwestie naar hem toedraaien. ‘Kijk, lees dit artikel maar eens. Hilarisch’ giechelt ze. Een stevige blos tekent zich af op haar wangen. Jan neemt de krant met één hand vast, lacht reeds zuinig bij het lezen van de titel en neemt dan vluchtig het artikel door. Ook hij proest het uit. ‘Man wat een verhaal, hahaha. Daar passeer jij toch ook alle dagen schat?’ – ‘Ja, klopt’ klinkt het geamuseerd. Na zijn vrouwtje nog eens goed te hebben vastgepakt, verdwijnt hij in de garage. Gniffelend legt Marjolein de krant op haar plaats en maakt de kinderen verder klaar voor vertrek. ‘Waarom moet mama zo lachen vandaag’ wil de jongste absoluut weten. ‘Niks schat, niks’ klinkt het verontschuldigend, terwijl ze hem in zijn jasje wurmt. Nadat schoonmama de kinderen heeft afgehaald, sluit Marjolein vlug de deur. ‘Hóhóhó, niet te geloven! Zalig gewoon’ galmt het door de trappenhal. Glunderend gaat ze weer de keuken in om nog eens van het krantenbericht te genieten.

Ziehier het artikel:

Bizarre arrestatie langs E313

TURNHOUT. Het parket van Turnhout bevestigde vandaag de aanhouding van Y.D. die gisterenavond bij een kraak in het bedrijf Transsync bvba op heterdaad werd betrapt. Het was reeds de derde maal in twee maanden dat het transportbedrijf het doelwit werd van inbrekers. De politie reageerde ditmaal zeer alert maar de dader, die vorige maand voorwaardelijk vrij kon komen, kon aanvankelijk de benen nemen. Een grootscheepse klopjacht van ongeveer een uur, waarbij een politiehelikopter werd ingezet, leverde niks op. Uiteindelijk kon Y.D. in wel erg bizarre omstandigheden worden ingerekend op een snelwegparking langs de E313. ‘Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt’ reageert commissaris Gielis.

Toen enkele agenten de bewuste parking doorzochten werd hun aandacht gewekt door een klaaglijk gekreun in de nabijheid van een half afgewerkte waterleiding. Tot hun grote ontzetting troffen ze de voortvluchtige Y.D in de buis aan, weliswaar in een erg benarde situatie. Y.D. zat namelijk gans onder de uitwerpselen. ‘Er heeft blijkbaar iemand de buis gebruikt om zijn gevoeg in te doen zonder dat hij de voortvluchtige heeft opgemerkt’ verklaart commissaris Gielis. ‘We hebben al criminelen opgepakt die volledig onder de modder zaten, maar dit hebben we nog nooit gezien.’ Wie daar zo nodig moest, is niet geweten, maar de politie is hem onrechtstreeks wel erg dankbaar. ‘Zonder zijn bezoekje waren we allicht aan Y.D.’s schuilplaats voorbijgetrokken en hadden we hem niet gevonden.’

Y.D. wordt deze middag voorgeleid voor de onderzoeksrechter. 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Het is blijkbaar gelukt :-)! Ik ga het in de week proberen te lezen.