Een verdoofd leven in verval (11)

Door Gildor Inglorious gepubliceerd op Monday 08 December 20:19

Een gesprek, wandelend door het centrum van Utrecht, door het centrum van herinneringen. De naakte waarheid blootgeven blijkt nog niet zo makkelijk. Soms moet iemand anders het goede voorbeeld geven.

 

Vorige deel gemist? Hier is deel tien.
Beginnen bij het begin? Hier is deel één.

 

Elfde deel

 

I want to run
I want to hide
I want to tear down the walls
That hold me inside
I want to reach out
And touch the flame
Where the streets have no name

(U2 - Where the streets have no name)

We lopen gearmd door het centrum van Utrecht. Onze passen zijn langzaam, vrijwel synchroon. Ik voel haar warmte, ondanks het feit dat we niet tegen elkaar aan lopen, van haar uitwasemen. Het maakt me vredig en rustig. Ik denk niet aan gisteren, ik denk niet aan vanavond of morgen. Ik leef nu, stap voor stap, naast haar. De herfstzon breekt door het grijze wolkendek, heel even. Haar blonde krullen krijgen een mooie goudgele glans. Zij straalt en ik laaf me in haar licht, dat de grijze grauwheid even wegduwt. Ik grinnik inwendig om mijn theatrale beeld.

In het Polman's Huis probeerde ze het nog twee keer, een gesprek aangaan over haar bezorgdheid. Ze had me spijtig aangekeken en geconcludeerd dat ik er nog niet aan toe was. Ze kent me erg goed. Doorduwen heeft een averechts effect. Ze spreidde toegeeflijk haar handen en stelde voor om een rustige wandeling te maken. Ik was opgelucht, zelfs toen ze me met een knipoog vertelde dat ze me echt wel doorhad.
   "Jij hebt dat nodig, even rustig je gedachten ordenen. Dat gun ik je. Dat was altijd al zo met jou. In rust kan jij je ziel openen, zelfs als je die praatpauze eigenlijk als makkelijk smoesje gebruikte, want ook daar heb jij een handje van, ventje!" Ze stak haar tong uit bij die woorden. Het irriteerde me, maar tegelijkertijd amuseerde het me, omdat ik me ergens betrapt voelde. Zij mag dat, dat gun ik haar dan weer. 

Zij is degene die telkens de onderlinge rustige stilte doorbreekt. Met humor en melancholie. Als we langs snackbar Polleke lopen, grinnikt ze.
   "Weet je nog, hoevaak we hier zaten na het stappen? Hoe jij en Gert elkaar trakteerden op een patatje knoflook? Doe mij een rondje patat! Man, wat konden jullie vreten in die tijd!" Ik lach hardop en schud even mijn hoofd.
   "Kan ik maar beter niet meer doen. Of ik moet mijn broeken drie maten groter gaan bestellen." Karin trekt een afkeurende grimas. 
   "Nee, alsjeblieft niet. Dat staat je voor geen meter. Zoals je nu bent, dat is niet verkeerd. Hou dat vast, jongen!" Ze geeft me een guitig lachje en een luchtzoen.

473695c91de3211fd5a1d2a665546afc_medium.

We steken over richting Janskerkhof. Karin neuriet een liedje. Zacht val ik haar bij. Ze geeft me een mooie glimlach. 
   "Jij herinnert je het", zegt ze zacht. "Mijn lijflied". 
   "Dat wij zo vaak keihard over straat hebben gezongen, maakt niet uit hoe laat", lach ik. "I want to reach out and touch the flame", zing ik zacht.
   "Where the streets have no name...", vult ze aan. Ze leunt tegen de muur van de Janskerk, alsof ze ineens houvast nodig heeft. Ik zie haar zuchten, haar ogen worden vochtig en haar blik is naar boven gericht, in het oneindige. Ze is stil. Ik weet waar ze aan denkt en aai teder over haar hand.
   "Hoe gaat het nou met ze, jouw ouders?" Ze kijkt me warm aan. Ze lijkt niet verrast door mijn vraag, veel eerder dankbaar. Ze kijkt zelfs een beetje trots. Ik zie haar ogen sluiten, een diepe zucht en ze knijpt in mijn hand.
   "Heel goed van je, Henk. Ik dacht inderdaad aan ze." Weer sluit ze haar ogen. Ze schudt langzaam met haar hoofd. "Wat hebben ze het ontzettend moeilijk met me gehad. Wat hebben zij moeten worstelen met de keuzes die ik maakte. Ze hebben zo gevochten om begrip voor me te hebben. Ik heb soms echt spijt van de pijn die ik ze heb moeten aandoen, omdat ik gewoon niet anders kon. Ik bedoel, eigenlijk niet anders wilde. Misschien is dat voor jou raar en moeilijk te begrijpen." Bij dat laatste aait ze mijn gezicht en kijkt me indringend aan. Alsof ze mijn gedachten uit mijn ogen wil trekken.
   "Ik kan het best begrijpen, denk ik. We hebben het er toch vaak genoeg over gehad? Wat ik me altijd zal blijven herinneren is de blik in je vaders ogen, toen jij voor je promotie je proefschrift verdedigde. Ik zag echt niets anders dan liefde. En immense trots." Ze lacht breeduit, maar haar tranen stromen ook.
   "Ze zijn opgegroeid in een milieu met heel veel zekerheden. Geen typisch intellectueel milieu, zoals dat van jou of Gert. En dan gaat hun dochter als enige van de familie naar de universiteit. Dat ik Rechten ging studeren, dat was goed en nuttig, maar dat Natuurkunde, dat vonden ze maar een grote bedreiging. Ze waren echt bang om mij te verliezen. En laten we eerlijk zijn, mijn gedrag in de eerste jaren was ook beslist niet wat ik van thuis had meegekregen. Ik was zo ongelooflijk op zoek..."   
   "Naar jouw eigen toekomst, die plek met naamloze straten", mijmer ik, terwijl ik de klanken van U2 in mijn hoofd hoor. Ze knikt en grinnikt.
   "De nog te benoemen straten", zegt ze zachtjes. "Mijn moeder had meer vertrouwen in me dan mijn vader. Bij hem was het angst. Doodsangst, misschien wel. Zijn dochter die zich bezighoudt met het onstaan van het Heelal, zonder Goddelijk ingrijpen. Misschien wel zonder God. Tenminste, dat dacht hij."
   "Is die gedachte dan zo vreemd?", vraag ik. Ze schudt verwoed haar hoofd.
   "Nee, zeker niet. Ik heb momenten van twijfel gehad, dat wil ik best toegeven. Maar er is eerder het tegenovergestelde gebeurd. Mijn geloof is dieper geworden. Vlak voor mijn afstuderen voelde ik mijn vaders angst afnemen toen ik hem voor de zoveelste keer vertelde wat ik deed.  Natuurlijk snapte hij niet alles, maar hij deed een toenadering. Hij stelde dat blijkbaar mijn professoren, net als hij, er van uitgingen dat alles een begin, een oorsprong had. Voor hem was dat een grote stap. Hij stak zijn hand uit en op dat moment voelde ik dat hij mijn keuzes geaccepteerd had en dat ik zijn vertrouwen weer had gewonnen." Karin kust mijn hand. "En dat komt zeker ook door al dat gefilosofeer met jou en Gert. Jullie hebben me echt geholpen en misschien wel mijn geloof gered. Kan je nagaan, twee atheïsten! God heeft echt gevoel voor humor!" Ze schiet in de lach bij die woorden.
   "Met zo'n God zou ik prima kunnen leven", lach ik mee.
   "En weet je nog, bij mijn promotie, het beeld dat ik gebruikte? Hij zei later dat dit zo van wijsheid getuigde en dat hij zo trots op me was. Hij moest eens weten dat jullie dat beeld verzonnen hebben. Het Kookboek van God!" Ze snikt en ik zie tranen verschijnen. ik herinner me die avond nog goed.

"Dus als ik het goed begrijp, wat natuurlijk onmogelijk is voor mij", declameert Gert, terwijl hij zijn zoveelste blikje bier opentrekt, "wat jij doet is niets meer of minder dan het achterhalen van het recept waarmee God alles heeft geschapen. Zoiets?" Karin knikt, weifelend, dat wel. Gert declameert theatraal verder. "Kijk, als ik een geweldig recept van Paul Bocuse in mijn klauwen krijg, dan kan ik misschien zijn uitnemende topgerecht zo goed mogelijk nakoken. Eetbaar zal het worden, maar ongetwijfeld mis ik een hele hoop subtiele nuances. En ook al lukt het me, dan is er nog het volgende. Ik snap niet hoe die knakker het doet, beslissen dat nou net op dát ene plekkie koriander nodig is, dat een druppeltje azijn op een ander plekje zoveel uitmaakt, hoe en waarom hij alle ingrediënten zo doseert dat het allemaal prachtig samenkomt in je mond. Ik kan dat alleen maar proeven, maar nooit bedenken. Is dat wat jij voelt? Is jouw studie voor jou niet gewoon het lezen van het Kookboek van God?"
   "Ja, en wat dacht je hiervan", vul ik aan, in een poging om mijn wijsheid te etaleren. "Is Gods Kookboek voor jou niet gewoon een uitdaging? Omdat je ziet dat er niks bedreigends aan Zijn recepten is? Jij durft het aan om het Kookboek te lezen, je bent niet bang voor de consequenties, jij ziet het bestaan ervan juist als een uitnodiging van Hem aan jou. Sterker nog, omdat jij die recepten kan begrijpen, krijg jij juist meer ontzag voor de Meesterchef. Omdat jij het Meesterschap kan proeven, maar nooit zelf verzinnen?" Karin lacht, maakt een buiging en geeft ons een applaus.
   "Bravo, mijne heren!", lacht ze. "Dit is een beeld dat ik ga onthouden. Daar kan ik wat mee. Het klopt inderdaad. Als ik Zijn recepten lees, proef ik Zijn Meesterschap en Zijn onmetelijke wijsheid. Als ik alle oude verhalen letterlijk moet nemen en niet verder mag kijken, proef ik alleen willekeur en wispelturigheid. Dan krijg je een kok die zomaar wat doet, op het moment dat het hem uitkomt en vaak nog in strijd met zijn eigen regels en receptuur. Mijn God is zoveel groter. Dat wist ik natuurlijk al, maar dat realiseer ik me nu pas echt goed."
   "Juist", valt Gert in. "En zo'n ouderwetse goddelijke kok, is die wel in staat om een sterrenzaak op te richten en op sterrenniveau te houden?"
   "Neem dan jouw God, die heeft een heel sterrenuniversum", roep ik flink aangeschoten. "Wat zeg ik? Een heel universum vol met sterren! Jongens, kijk dan naar boven, het bewijs zie je gewoon elke nacht aan de hemel! Het straalt je tegemoet! Hallelujah!"
   "Och, och, och, wat zijn de mannetjes weer heerlijk flauw aan het filosoferen", spot Karin. "Bedankt voor jullie ongelovige bijdrage, stelletjes mafketels. Biertje dan maar?"

b0fb8ba388c83acac32f07c03ffada9b_medium.

Ze kijkt me liefdevol aan. Ze leunt niet langer tegen de muur van de Janskerk als ze mijn handen in die van haar neemt. 
   "Jullie gezwets heeft mijn geloof niet alleen gered, maar veel dieper gemaakt. Dat zou ik nooit kunnen terugbetalen. Mijn ouders weten dat inmiddels ook; ze praten nog steeds vol lof over jullie." Ik weet even niet wat ik moet zeggen. Er valt een stilte, maar zij doorbreekt het. "Twijfels, ze blijven in mijn oude milieu vaak onbesproken. Dan groeit er een muur omheen. Maar jullie, stelletje gekken, jullie namen nooit een blad voor de mond. Soms waren jullie aardig kwetsend, lekker boers en lomp, maar ik kon het hebben. Want ik merkte de mooie keerzijde. De mogelijkheid om vrij te denken en zo de essentie van mijn leven écht te vinden. Met Hem er in. Het is me mede dankzij jullie gelukt. I wanna tear down the walls that hold me inside..."

Ik slik een paar keer. Ik voel me beschaamd. Ik knik haar toe en knijp in haar hand.
   "En nu is het dan eindelijk mijn beurt. Jij maakt je zorgen en je wilt een kijkje achter mijn muur. Dan moet het maar. Het is je weer gelukt, dametje!" Ze lacht triomfantelijk.
   "Mooi!", roept ze. En dan een beetje plagerig: "En hoeveel uur wil je ervoor uittrekken? Heb je vanavond wel vrij gehouden?"
   "Vanavond heb ik een afspraak met Steven", zeg ik.  
   "Oh?", roept ze verbaasd en opgelucht. "Oh echt? Oh, dat is goed van je. Daar ben ik blij om. Weet je, misschien is het beter als je dat eerst doet." Ze aait mijn wang. "Henk, ik herinner me wat je zei over echte vriendschap. Dat een echte vriend je altijd mocht bellen of langskomen, ook al was het vier uur in de ochtend. Dit geldt dus ook voor jou, vergeet dat niet! Bel me als er iets is. Maakt niet uit hoe laat. Maakt niet uit of je kan praten of alleen maar stil wilt zijn. Ook dan is er contact, al hoor ik je alleen maar ademen. Beloof het me!" Ik weet niet hoe ik moet kijken. Ik knik en slik wat weg.
   "Dan ga je zeker voor me bidden, als ik niks kan zeggen", zucht ik, terwijl ik voel dat dit flauw en misplaatst is. Karin's ogen vullen zich met tranen.
   "Dat doe ik al zo lang, lieverd", fluistert ze. "Al zoveel jaren."

 

Wordt vervolgd...

Reacties (21) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Soms lijkt de grens tussen realiteit en fantasie in je verhaal te vervagen. Misschien is dat het, waardoor het zo sterk binnenkomt.
Zolang schrijvers en lezers het subtiele onderscheid maar zien. ;-)

He is wel een belangrijk thema in dit verhaal, die grens en dat onderscheid.
Hmm, zou ik het goed beoordelen? Dat was een retorische vraag, want ik laat je graag rustig je gedachten ordenen ;)
Ik mag Karin wel. eigenlijk wel heel erg graag, Ze is complex en een mooi mens volgens mij.
Het schijnt "normaal" te zijn dat schrijvers (vooral stripschrijvers en -tekenaars) een beetje verliefd worden op hun vrouwelijke hoofdpersonen. Misschien ben ik dat stiekem ook wel aan het doen. :-)

Zal wel niet alleen voorbehouden zijn aan het manvolk.
Schrijfsters van Bouquetreeks-verhalen hebben er misschien ook een handje van. :-)
Brrr, krijg opeens het beeld van Barbara Cartland, in een roze tentjurk op mijn netvlies. Of haal ik haar nu door de war met een typetje uit Little Britain? ;-)
heel mooi en intens geschreven...ben er stil van.
Dankjewel! Het is niet altijd makkelijk, omdat ik fictie en herinneringen door elkaar gooi. :-)
Duidelijk echte vrienden al sinds hun studententijd. Daar komt volgens mij niets en niemand tussen.
Nou...er gaat nog een hoop gebeuren..
Dat moet ook wel.
Al zoveel jaren, oeffff.
Dat klinkt zo diep
Maar zo zit ze ook in elkaar. :-)
'Zij straalt en ik laaf me in haar licht, dat de grijze grauwheid even wegduwt.'

Dit vind ik zo'n mooie zin.
Weer met aandacht en genoegen gelezen.
Haha, Henkie vond het zelf juist erg theatraal! :-)
Ja maar ik lees het niet als Henkie -))
Je switcht heel natuurlijk van heden naar verleden en weer terug. Ontroerende laatste zinnen.
Dankjewel!
Ja, dat was ook de bedoeling. Ze gaat het nog moeilijk krijgen. Hij ook! Hij vooral! ;-)