Als een blad in de wind

Door Natuursmurf gepubliceerd op Thursday 27 November 18:53

Ik ben een gevoelig mens. Altijd al geweest. Maar dat de grenzen van mijn gevoeligheid ook konden worden opgerekt… dat werd me een tijdje geleden pas duidelijk.

Ik woon midden in een natuurgebied en ik wandel graag. Ik voel een zekere verbintenis met de natuur: alles wat groeit en bloeit, daar kan ik zo van genieten. Al je zintuigen staan op scherp. De kleuren en de vormen, het licht en de seizoenen die in elkaar overgaan, maar het zijn ook de kleine details. Vlinderpaartjes die om elkaar heen dansen in de lentelucht. Een dauwdruppel die glanst van leven in het hart van een roos. De wind die tussen de blaadjes ritselt tot het seizoen ze neemt, geduldig wachtend tot ze eindelijk los durven te laten. Daar schuilt zoveel schoonheid in, het einde van een vervuld leven, het zachte zweven in de wind. Kleine knisperende blaadjes in de herfst van hun bestaan, in de volmaaktheid van een voltooid seizoen. Een kleurentapijt die de aarde bedekt, een dikke strooisellaag die een broedkamer vormt voor nieuw leven. Het prachtige kat en muisspel van leven en dood.
Die connectie leek ineens veel sterker. Het ging eerst heel geleidelijk, bijna onopvallend. Het begon als een soort geruis, een fluisterend weten. Maar voor ik het wist voerde ik hele gesprekken. Met wie vraagt u zich af? Met de natuur is mijn antwoord. De bomen hoorde ik het eerst, ze praten zo heerlijk diep met een wijsheid die je niet voor mogelijk houd. De eik is mijn favoriet, ik bewonder zijn standvastigheid, deze koning van het woud. Ze leven zo intens. En dan de bloemen. Als je die taal eenmaal verstaat dan is er niets mooiers. Uren heb ik mij laten verrassen door een praatgrage klaproos. De humor van een zonnebloem is ongeëvenaard. De opgewektheid van sneeuwklokjes. De tomeloze energie van de paardenbloem. Wat een karakter! En dan het lichtvoetige leven van gras. Grassprietjes praten niet, ze zingen. Je zou het moeten horen, het is werkelijk magisch…



fa80349c8f5844ed6aedca640431a9c0_medium.


‘Ik ben niet gek dokter. Echt niet. Als ik nou - slechts gekleed in mijn moeders lingerie - ten aanschouw van Jan en alleman door de stad rende al roepend “ik ben smurf, ik ben een smurf”, dan zou ik deze toestand nog kunnen begrijpen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik ben niet gek!’
‘Dat beweer ik ook niet.’
‘Wat doe ik hier dan?’
‘U bent hier gebracht omdat u een gevaar vormt voor de maatschappij.’
‘Ik?’ roep ik de man verongelijkt toe.
De man in de witte doktersjas kijkt mij strak aan. ‘Weet u nog wat u vandaag gedaan heeft?’ vraagt hij.
‘Natuurlijk!’ knik ik heftig.
‘Vertel u het mij alstublieft. Begin bij het begin.’
Ik leun achterover in mijn stoel en laat de gebeurtenissen van de dag voorbij zweven.


Al voor dag en dauw ben ik opgestaan. De kleuren van de zonsopgang prenten zich op mijn netvlies. Ik drink een kruidenthee bij mijn ontbijt. Op mijn balkon staan twee kruidenplantjes: een Marokkaanse munt en een citroen verbena. Ik verzorg ze goed en als dank schenken ze mij de kruiden voor een heerlijke thee.
Vervolgens begeef ik mij in alle vroegte naar een park bij mij om de hoek. Sinds mijn nieuwe sociale contacten, laat ik mijn camera steeds vaker achterwege. Op mijn sandalen sluip ik door de buurt, me bewust van elk plant en wezen dat ik onderweg tegenkom. Tot nu toe zag ik mijn speciale gave als een geschenk uit de hemel, maar ik zou snel genoeg de keerzijde van de medaille kennen.
Ik heb nog nauwelijks het park betreden of ik hoor een afschuwelijk geluid. Het is werkelijk afgrijselijk. Ik val op mijn knieën met mijn handen voor mijn oren. Als de gil enigszins is weggesijpeld, krabbel ik snel op. Haastig kijk ik om me heen. Een vreselijk gevoel heeft mij overvallen. Ik heb me nog amper in beweging gezet of een verscheurende kreet die door merg en been gaat, klieft opnieuw door het luchtledige. Terwijl de tranen breeduit over mijn wangen stromen, ren ik door het park. Even later sta ik als aan de grond genageld. Het tafereel dat zich vlak voor mijn ogen afspeelt is zo ijzingwekkend, dat ik letterlijk naar adem sta te happen.
Ik zie drie mannen in het groen staan. Ze zijn bezig met iets dat ik niet minder dan een vreselijke misdaad noem. De prachtige wilgen die aan de slootkant groeien, worden boomonterend van hun takken ontdaan. Maar daarmee is de kous nog niet af. De afgezaagde ledematen worden vervolgens zonder enige vorm van mededogen in een brullende hakselaar gegooid. De jammerende kreten van de wilgen vinden geen enkel gehoor. Ik voel een steek in mijn hart, een vlammende pijn die ik tot diep in mijn ziel voel. 


c6e38ceb01277efbbcdc68f7349b576b_medium.

 

‘En toen werd het een beetje zwart voor mijn ogen.’
‘Juist.’
‘Zeg, dokter Visser, die handboeien knellen behoorlijk. Kunt u ze alstublieft afdoen?’
‘Ik denk het niet meneer van Rossen. U bent een gevaarlijk man.’
‘Maar ik doe geen vlieg kwaad!’ roep ik verbolgen uit.
‘En hoe zit het dan met die mannen van de gemeentelijke milieudienst?’
‘Nou?’ vraag ik schouderophalend.
‘U hebt ze ter plekke verhakseld!’
‘Ja, dat klopt,’ geef ik toe, ‘maar wel in één keer. Ik heb niet eerst hun ledematen geamputeerd zoals ze met die arme wilgen wel gedaan hebben. Bovendien heb ik ze daarna netjes uitgestrooid. Soms moet je de natuur een handje helpen en dat doe ik graag.’
De psychiater kijkt me verschrikt aan.
‘Zeg dokter, hoe zit het eigenlijk met die Sanseveria?’
‘De wat?’
Ik wijs naar de plant in zijn vensterbank. ‘Hij ziet er niet bijster gezond uit.’ Ik spits mijn oren en knik begrijpend. ‘Joep is niet blij.’
‘Joep?’
‘Zo noemt hij zich.  Hoeveel water geeft u hem eigenlijk?’
‘Meer dan genoeg.’
‘Daar was ik al bang voor. Te veel water is dodelijk. U bent een moordenaar.’ Ik sta op uit mijn stoel.
‘Uw uw ha handboeien,’ stamelt de dokter. ‘Hoe heeft u dat gedaan?’
‘Ach,’ glimlach ik, ‘als je de taal van bomen kent, is die van metaal een eitje.’ Ik ga bij het raam staan en kijk naar buiten. ‘U heeft een schitterend uitzicht. Hoe hoog zitten we hier eigenlijk?’
‘Veertien hoog,’ antwoordt hij plompverloren.
Ik pluk de man uit zijn stoel. ‘Wanneer heeft u voor het laatst gevlogen dokter?’
‘Meneer van Rossen. Wat bent u van plan?’
‘Ik ga u verlichten. U hebt een zwaar beroep, nietwaar? Zeg maar niks, ik zie het duidelijk. U zit in de herfst van uw leven en laat dat nou net mijn specialiteit zijn. Ik beken dat ik best een beetje jaloers ben op u, maar u heeft het helemaal zelf verdiend. Een knisperend einde. Wie droomt daar nou niet van?’
Zonder op antwoord te wachten schuif ik het raam open. ‘Goede reis dokter.
En vergeet niet te genieten!’ roep ik hem nog na.

 

8b256e57a4fcfa49590899375162a709_medium.

Reacties (21) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen.
Kijk. Hier geniet ik van. En helemaal Natuursmurf natuurlijk :)
Een geweldig verhaal!
Natuurlijk :)
Bedankt Dipper.
Gelezen.
Met recht een verhaal van Natuursmurf. Je hebt een poëtisch hart, met een scherp randje, dat wel.
Ik geef het leven graag kleur, dankjewel.
Gelezen en beoordeeld!
Een topper deze.
Dat was weer een heerlijk verhaal, prachtig!
Bedankt Nescio.