Flavonoïden, werkzame stoffen in planten

Door Herborist gepubliceerd op Saturday 22 November 19:49

Flavonoïden zijn ontdekt door Albert Szent-Györgyi, één van de belangrijkste chemici uit het begin van de twintigste eeuw. In 1937 kreeg hij de Nobelprijs voor de Geneeskunde voor zijn ontdekking en beschrijving van vitamine C. 
In 1936 isoleerden Szent-Györgyi en collega's een fractie uit de citroenschil die ze "citrine" noemden. Citrine bleek een complex te zijn van vitamine C met andere, "nog ongeïdentificeerde" stoffen. Toen uit experimenten bleek dat citrine in veel sterkere mate dan vitamine C het vermogen bezit om de vasculaire permeabiliteit te beïnvloeden noemde Szent-Györgyi dit complex vitamine P, waarbij P staat voor de permeabiliteitsfactor. De benaming "bioflavonoïden" of "flavonoïden" is voor het eerst gebruikt in 1952 door de Duitse onderzoekers Geissmann en Hinreiner. 

Bijna alle fruit, groenten, kruiden (o.a. ginkgo) en specerijen bevatten flavonoïden. In het algemeen kan gesteld worden dat de meest kleurrijke componenten van het voedsel, zoals de schil van fruit, de hoogste concentraties flavonoïden bevatten. Symptomen die kunnen wijzen op onvoldoende inname van flavonoïden zijn: zeer gemakkelijk bloeden (tandvlees, neus), gemakkelijk blauwe plekken krijgen die vervolgens maar langzaam verdwijnen en ook het gemakkelijk opzwellen na blessures. Ook immuunzwakte, zich uitend in het gemakkelijk oppikken van een verkoudheid of een andere infectie, kan wijzen op een tekort. 

Soorten flavanoïden

Er bestaan zeer veel soorten flavonoïden. Alle flavonoïden hebben dezelfde karakteristieke chemische basisstructuur: twee aromatische ringen (A en B) aan weerszijden van eenzuurstofhoudende pyraanring (C-ring). 
Er zijn zes subklassen te onderscheiden: 

  •  Flavonen 
  •  Flavonolen 
  •  Isoflavonen 
  •  Flavanonen 
  •  Anthocyaninen 
  •  Flavanolen 

Alleen flavonoïd aglyconen en flavonoïdglucosiden (gebonden aan glucose) worden in de dunne darm geabsorbeerd; de overige flavonoïden gaan door naar het colon. Probiotische bacteriën spelen een belangrijke rol in de stofwisseling en absorptie van flavonoïden. Flavonoïden of metabolieten daarvan die het colon bereiken, worden gemetaboliseerd door bacteriële enzymen en vervolgens geabsorbeerd. Iemands vermogen om specifieke flavonoïden te metaboliseren en te absorberen hangt dus af van de microbiële flora van die persoon. 

Werking flavonoïden

Flavonoïden vertonen erg uiteenlopende eigenschappen wat betreft geneeskrachtige werking op het lichaam, en niet alle flavonoïden beschikken over dezelfde kenmerken. Over het algemeen kunnen volgende eigenschappen toegeschreven worden aan flavonoïden: 

  •  Antioxidatieve activiteit 
  •  Bescherming van capillairen 
  •  Chelatie van metalen 
  •  Beïnvloeding van celgroei en celproliferatie 
  •  Invloed op genexpressie 
  •  Antibacteriële en antivirale werking 
  •  Anti-histaminewerking 

Planten met veel flavonoïden

  • Isoflavonen: soja, peulvruchten 
  • Flavonolen: uien, thee, appelen, rode wijn, broccoli, boerenkool 
  • Catechinen: thee, rode wijn en fruit 
  • Anthocyanen: bessen(sap), rode wijn, blauwe druiven 
  • Carotenoïden: geelgroene groenten, wortelen, tomaten, sinaasappelen 

Literatuur

Eindwerk Opleiding Herborist Syntra AB Leuven Marijke Buekenhoudt 
Schooljaar 2013-2014  Docent: Maurice Godefridi 

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een interessant artikel en leerzaam