Plezier tijdens bewegingsonderwijs

Door Schrijver-nu gepubliceerd op Tuesday 18 November 16:06

Leerkracht interventies om het plezier tijdens beweginsonderwijs te optimaliseren

Vanuit de literatuur worden er verschillende handvatten gegeven om plezier in bewegen te optimaliseren.


Betekenisvol bewegen
Van Oers (2007) schrijft over betekenisvol bewegen; Aan de ene kant kan dat door de bewegingsbehoefte in de (spel)activiteiten van kinderen meer als uitgangspunt te nemen, want juist deze bewegingen hebben functionele betekenis voor de kinderen zelf. Elke ondersteuning daarvan vergroot de mogelijkheden van de kinderen om aan die activiteit te kunnen deelnemen en wordt om die reden ook persoonlijk betekenisvol. Door activiteiten aan te bieden waaraan alle kinderen zinvol deel kunnen nemen, beleven de kinderen meer plezier aan de lessen (Appelman, M., Van Berkel, M., Dam, E., Mooij, C., 2008).

Differentiatie
Kinderen moeten geprikkeld worden door een groot aanbod en diversiteit van bewegingssituaties met genoeg differentiatiemogelijkheden, zodat iedereen mee kan doen in de gymles op zijn niveau. Hierdoor moeten kinderen eigenlijk 'automatisch' gaan spelen. Het concept van 'Plezier in bewegen' is op deze visie gebaseerd. (Hemelaar, J., Lems, M., 2007).

Ik wil proberen om tijdens mijn lessen bewegingsonderwijs meer tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van mijn leerlingen. Een bepaalde activiteit moet ook haalbaar zijn en er moeten realistische doelen worden gesteld door de leerkracht. Dit sluit ook aan bij de uitgangspunten van handelingsgericht werken ‘ De onderwijsbehoeften van de leerlingen centraal stellen’ en ‘Afstemming en wisselwerking tussen kind en zijn omgeving’.

Keuze mogelijkheden
Laat kinderen hun eigen versies van de betreffende beweging maken. Een al te rigoreuze training van kinderen op een perfecte bewegingsuitvoering, past in het ‘kind-als-sporter-beeld’, maar is voor de meeste kinderen eerder demotiverend.


Coöperatieve werkvormen
Het leren tijdens bewegingsonderwijs is interactief en coöperatief. Met veel bewegingsactiviteiten is er een groepsgebeuren. Samen leren opent veel zones naar de naaste ontwikkeling. Behets (2005) schrijft in zijn boek ‘Bewegingsopvoeding een vakconcept als uitnodiging om te leren’, dat samenwerkend leren niet alleen een grotere betrokkenheid uitlokt, maar het stimuleert ook het samen plannen en uitvoeren van taken tijdens het groepsproces.

 

Positieve feedback
Het is belangrijk om een klimaat te scheppen van veel aanmoediging en positieve feedback. Behets (2005) schrijft dat een kalme, vriendelijke leerkracht ervoor zorgt dat leerlingen zich gerespecteerd voelen. Om het zelfbeeld te beïnvloeden is aanmoediging en positieve feedback noodzaak.

Enthousiasme leerkracht
Kunst (2007) schrijft over het belang van soepel en plezierig bewegen. Het is een belangrijke basis voor motorische, sociale en emotionele groei. Het is belangrijk om hier als leerkracht bewust van te zijn en hierop in te spelen. Morsch en Sanders (2000) schrijven dat zij vinden dat lichamelijke opvoeding zich primair dient te richten op het met plezier beter leren bewegen van leerlingen en dat zij dit dient te doen vanuit haar eigen bron. Die bron wordt gevormd door de liefde voor sport en bewegen en dat willen delen met anderen. Dat vereist een leraar lichamelijke opvoeding met een hoog ‘ICT-gehalte’. ICT staat voor: inspiratie, imaginatie, intuïtie, competentie en toewijding. Dit sluit mooi aan bij het uitgangspunt van handelingsgericht werken ‘De leerkracht doet ertoe’.

Diversiteit en betrokkenheid
Bailey (2006) benadrukt dat de context van bewegingsonderwijs een belangrijke factor is om de positieve waarde ervan te kunnen verzilveren. Het sporten moet gericht zijn op plezier, positieve ervaringen, diversiteit, en de betrokkenheid van de deelnemers.

Reflecteren
Vanuit de wens de kinderen beter en met plezier te leren bewegen (Morsch & Sanders, 2000, p.38) hebben opleiders en leerkrachten gezocht naar didactische principes die bruikbaar zijn in onmiddellijk onderwijsgedrag (Dolk, 1997). Het lukt't-leeft't-loopt't reflectiehulpmiddel is een handzaam instrument dat tot standgekomen is in samenwerking met leerkrachten. Het is een reflectie- hulpmiddel waarbij verondersteld wordt dat er drie aspecten binnen onderwijscontexten te onderscheiden zijn: een normatief-organisatorisch aspect, een affectief-emotioneel aspect en een vakspecifiek aspect.

Dit reflectie hulpmiddel heb ik ook gebruikt tijdens mijn opleiding ‘leergang bewegingsonderwijs’. Het is een goede manier om je les te evalueren. In dit onderzoek ben ik vooral gericht op het element ‘ Leeft het’, maar dit element kan niet los worden gezien van de elementen ‘Loopt het’ en ‘Lukt het’. Alledrie van grote invloed op het plezier tijdens de les bewegingsonderwijs.

 

Ouders en partnerschap
Op mijn school hebben we aan het begin van het schooljaar de zogenoemde ‘Vertel-me gesprekken’ in het kader van handelingsgericht werken. De ouder vertelt over zijn of haar kind, wat heeft het nodig en wat moeten wij als leerkracht over een kind weten. Deze gesprekken kunnen ook worden gebruikt om erachter te komen hoe de ouders tegen de motorische ontwikkeling aan kijken en of het kind thuis met plezier beweegt en waar dit (on)plezier vandaan komt.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.