Het geheim van de ballen

Door Weltevree gepubliceerd op Tuesday 18 November 14:30

images?q=tbn:ANd9GcTgDINnkDO8dvqzhPiE5vVZe liggen op een prominente plaats in de oude vitrinekast, een erfstuk. Hij is al lang in haar bezit, maar komt hier veel mooier uit, in het nieuwe huisje dat precies is waar ze op dit punt in haar leven behoefte aan heeft.

De omstandigheden had niemand voorzien. Zij zou er in ieder geval zeker nooit vrijwillig voor hebben gekozen. Hoewel het huis veel kleiner is dan wat ze achter heeft gelaten, is deze ruimte de perfecte oplossing. Dat veel van hun spulletjes weg moesten vond ze wel jammer, doch niet voor lang. Zelfs nu ze er een aantal maanden woont heeft ze nog steeds het idee dat deze woning haar past als een afgedragen jas. Ooit op maat gemaakt van dubbel geschoren kamgaren, maar zo ingeleefd dat het lijkt of ze nooit iets anders bezat. 

Een huisje voor haar alleen, de overrompelde weduwe die een nieuwe richting aan haar leven moet geven. Veel belangrijker is dat ze na de dood van Piet door deze woning voelt dat haar streven eindelijk op de juiste plek valt. Zielsveel heeft ze van hem gehouden. Dat doet ze nog steeds en voor een nieuwe man is er letterlijk en figuurlijk nog lang geen ruimte. Ze kan en wil nog niet aan een nieuwe relatie denken, al zijn er wel die werk van haar maken. Logisch ook, want ze is een aantrekkelijke jonge vrouw bij wie alles op de juiste plaats zit.

Het is op de kop af twee jaar, één maand, veertien dagen, elf uur en twintig minuten geleden dat ze werd opgeschrikt van haar werk. De planning deed ze die bewuste woensdagmiddag thuis terwijl Piet onderweg was met een nieuwe collectie schoenen. Handgemaakte unica, leren ontwerpen van exclusieve designers, die hem inhuurden om er de juiste afzet voor te vinden. Piet had altijd van dat werk gehouden, want dan was hij vrij. Hij reed door heel Nederland en soms Belgié, maar ook tot ver in Duitsland. Piet hield van mooie exclusieve dingen, van avontuur en van interessante mensen. Hij zag het als een uitdaging, telkens weer, om de juiste kopers aan de meest geschikte schoenen te koppelen. Het liefst had hij het als hij potentiele klanten echt over de streep moest trekken. Dan kon hij thuiskomen met zo’n tevreden blik. Ze luisterde graag naar zijn verhalen al dacht ze wel eens dat hij het zo hier en daar mooier of spannender maakte dan het in wezen was. Er zat in ieder geval een flink aantal onalledaagse, redelijk onaangepaste mensen tussen zijn klanten.

Ze had al snel na hun trouwen haar eigen baan gecreëerd, vanuit niets. Met iets waarvan destijds iedereen dacht dat ze gek was, maar dat ze als kind al had gekund en graag deed. In weerwil van al die scepsis had ze meteen vanaf de eerste opdracht succes gehad. Feelance, voor klanten die goed tot uitstekend in de slappe was zaten en het had zich vanzelf rond gesproken. Reclame had ze voor haar business nooit hoeven maken... Ze kwam er door bij de meest excentrieke mensen aan huis en was daardoor ook nooit afhankelijk geweest van Piet. Op het moment dat de twee rechercheurs in burger voor de deur stonden was zij net bezig geweest met haar werkplanning voor de volgende maand. Bij de familie Gijsberts, in Rozendaal, de rijkste gemeente van het land. 

Inspecteur Flierderink en zijn assistent, een jong broekie nog, hadden haar met veel omhaal uiterst voorzichtig ingelicht. De maanden daarna had ze geleefd in een chaotische roes, mede omdat het politieonderzoek niet opschoot en geen enkel houvast bood, nergens uitsluitsel gaf. Ze heeft haar man niet hoeven identificeren en aan zijn tandartsendossier had de politie ook niets aangezien ze Piet alle tanden uit de mond geslagen hadden voordat hij met benzine was overgoten. Hoewel ze er al die tijd op hamerde om zijn extravagante klanten te onderzoeken was dat niet gebeurd en Irena kreeg niet het idee dat de politie haar serieus nam.

Het verbaast haar niet eens dat tot op heden nog niet is opgehelderd waarom haar geliefde in dat bos, ver weg van de bewoonde wereld, in brand gestoken werd. Net zo min weet men wie er debet is aan deze moord noch wat het motief is geweest. Was het de mafia? Zijn dood is een compleet raadsel en na een schier onvoorstelbaar jaar van intens zoeken, verdenkingen en mateloze woede over alle onbegrip dat ze tegen kwam, bleek ze te verdrinken in machteloos verdriet. Iemand zei dat ze nu eindelijk aan het rouwproces begonnen was, maar dat had ze weggelachen, bijna snerend weggehoond, wat haar niet in dank werd afgenomen. Er viel niets te rouwen. Er waren veel te veel losse eindjes, onopgeloste vragen en de opwinding daarover liet zij niet weg kletsen door welgemeende, goedbedoelde maar lege troostende woorden. Ze was niet gek. Is nog steeds niet gek, maar veel mensen komen er niet meer bij haar over de vloer want ze kan zo rigoureus en glashard kortaf reageren.

Ze weet het bijna zeker dat de twee balletjes die men op zijn verkoolde lijk gevonden heeft de clou zijn. Die dingen had ze nooit bij Piet gezien en hij was geen man om met bingoballen in zijn zak rond te lopen. Zeker niet met die rare metalen houdertjes er om.

images?q=tbn:ANd9GcTgDINnkDO8dvqzhPiE5vVHet dossier over de moord is inmiddels voorlopig gesloten en bij de cold cases opgeborgen. Zij heeft er ook weinig zin meer in om zich sociaal op te stellen sinds ze is verhuisd en de politie de glimmende metalen omhulsels met de twee balletjes erin heeft afgegeven. “Dit heeft geen waarde meer voor het onderzoek, mevrouw. Vingerafdrukken zijn er niet op aangetroffen en we hebben ook geen DNA van iemand anders dan uw man gevonden.” Dat lijkt haar logisch want Piet had, volgens de forensische expert als een fakkel gebrand en er was bijna niets van hem over.

Zijn gesmolten horloge ligt nu in het laatje met persoonlijk papieren. Ze kan het onbevredigende resultaat van het politieonderzoek enkel benoemen als onvermogen en eigenlijk heeft ze dagelijks nog het idee dat ze Piet ergens zal ontmoeten, of dat hij haar kamer binnen komt alsof er nooit iets is gebeurd: “Hallo schat, daar ben ik weer. Moet je horen wat ik nu heb...”

Drie maanden geleden besloot ze haar leven weer op te pakken. Ze moest niet langer als een ongetrainde acrobaat  proberen te balanceren op een slap koord dat ver boven gewone stervelingen gespannen leek. Ze had nu lang genoeg overleefd op de scherpe snede tussen wanhoop en vertwijfeling en was weer aan het werk gegaan. Het leidde haar af. Om het geld had ze het niet hoeven doen, want ze leefde van de levensverzekering die Piet had afgesloten, meteen toen ze trouwden. Vanaf dat moment had ze zich ook pas echt afgevraagd wat Piet eigenlijk met die ballen had gewild. Waarom had hij ze bij zich gehad, wat had hij ermee gedaan. Sinds wanneer waren die dingen in zijn bezit geweest. Hij hield helemaal niet van Bingo, vond het een spelletje voor bejaarden en oude domme alleenstaande vrouwen die niets anders te doen hadden dan hun verveling ermee verjagen.

Ze bekijkt ze eindelijk eens heel goed en opent de houdertjes met een dunne nagelvijl. De ballen lijken nog gloednieuw, alsof ze nooit in het vuur gelegen hebben en ze heeft er geen idee van uit welk materiaal ze zijn gemaakt. Ivoor? Been? Ze zijn hard en de nummers, 20 en 14, zeggen haar niets, hebben geen speciale betekenis in hun leven gehad, zoals een trouw- of verjaardag. Die metalen houdertjes hebben er waarschijnlijk voor gezorgd dat de balletjes goed bewaard zijn gebleven. Van origine zijn die houdertjes van buiten waarschijnlijk glanzend gepolijst geweest. Nu zijn ze blauw verkleurd. Geblakerd. Dat schijnsel krijgt ze er niet af, maar nu de balletjes er uit zijn en zij ze goed bekijkt, lijkt er aan de binnenkant een piepklein stempeltje te staan. Ergens in huis moet een loep liggen en ineens lijkt het van levensbelang om te kunnen achterhalen wat het stempeltje voorstelt. Na een uur zoeken vindt ze het vergrootglas in de doos die de politie tegelijk met de balletjes had teruggebracht en waarin Piets administratie is meeverhuisd,

In de ene houder kan ze een gotische één ontcijferen. In de andere een twee, met daarachter het logo van de Rabobank. Het is waarschijnlijk een relatiegeschenk geweest van één van zijn klanten, want Piet deed nooit zaken met die bank. Gelukkig weet ze nog dat in het houdertje met de één balletje nummer 20 zat. Ze legt de vreemde attributen, die tot het laatst toe het dichtst bij Piet zijn geweest, terug in de kast. Veel is ze er niet mee opgeschoten en er gaan weken voorbij als ze met plezier bij de familie Gijsberts haar opdracht afwerkt.

Die avond opent ze de mail meteen als ze thuis komt. Er is zoals meestal enkel de geijkte reclame die meteen de prullenbak in verdwijnt, maar ze schrikt toch op. Van het scherm schittert één bloedrood bericht van een onbekende met de waarschuwing dat het hier wellicht gaat om een mogelijke fishingmail.

“Beste Irena, je kent me niet of misschien ook wel, maar de vraag is of je de code al hebt. Doe daarmee wat je moet doen. Met vriendelijke groet, Barry Bal.”

Hoewel ze die rare mail meteen verwijdert, blijft Barry Bal haar de hele avond door het hoofd spoken en als ze haar bed in kruipt meent ze zeker te weten dat die balletjes iets met die code te maken moeten hebben. 2014.

Het hoofdkantoor van de Rabobank zit in het centrum en als ze die middag aan de balie staat met de twee bingoballen, om te vragen of haar vermoeden klopt, krijgt ze niet eens de kans het uit te spreken.  

“Momentje, ik ga de filiaalmanager halen en we komen snel bij u terug.”

Het duurt enige minuten als zij gehaast en duidelijk opgewonden aan komen lopen en Irena voorgaan naar de deur, achter in de wand, waar de manager een code indrukt alvorens Irena voor te gaan. Door een lange smalle gang met kunstlicht die uitkomt bij de brede marmeren trap. Even later staan ze zwijgend met zijn drieen in een kleine goed verlichte ruimte achter de dertig centimeter dikke kluisdeur. Irena staart verbijsterd naar de drie wanden, van onder tot boven gevuld met koperen kluisjes in diverse maten.

Nog steeds zonder een woord te zeggen opent de medewerkster met een overdreven plechtig gebaar het linkse slotje van nummer 2014 en stapt dan bijna onderdanig opzij opdat de manager het tweede slot kan openen. Hij buigt zich daarna naar haar toe. Hoewel het heel zorgzaam klinkt en bijna onhoorbaar wordt gefluisterd lopen Irena toch rillingen langs de rug.

“Mijnheer, ik bedoel uw man, heeft het zo geregeld dat u er zelf geen sleutel voor in huis hoefde hebben. Dat doen wij enkel indien het hoognodig is en als gevaar voor leven onomstotelijk vaststaat. Met door een notaris ondertekende documenten is afdoende aangetoond, dat u gevaar zou lopen indien u zelf over de sleutel zou beschikken.” Ze laten haar daarna alleen achter en Irena krijgt het koud. Dan weer warm, want ze twijfelt. Wil ze eigenlijk wel wil weten wat er in dat kluisje ligt?

 

Reacties (22) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Spannend mysterieus verhaal. Heerlijk om te lezen!
Doe open die kluis en vertel!!!!
Ik ben al met de volgende opdracht in de race... de gave gave
Snap ik ja. Ik draai ploegendiensten en loop in de vroege dienst altijd achter de feiten aan te hollen.
Ik hoop deze week er zeker weer bij te zijn.
Gelezen.
Ja jeetje zeg, zit ik er helemaal in, hartstikke spannend en ineens: niets meer!
Gelezen.
Ik vind het een heerlijk mysterieus verhaal. Irene wil het misschien niet weten maar ik wel. Wat ligt er nou in die kluis?
Mooi verhaal!
Een zeer raadselachtig verhaal met een open eind.
Heel goed geschreven!