Een rijke mag ook de hemel binnengaan

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 16 November 18:02

      God is geen aannemer des persoons want de rijke mag evengoed de hemel binnen gaan als de arme, maar dan wel indien hij zijn hart en zijn liefde aan de wet van God en het beginsel der waarheid wil onderwerpen en op het bereiken van Gods doeleinden. Daarin ligt de moeilijkheid en dát was ook de moeilijkheid bij de jongeling. (Matteüs 19:16-22.) Hij bezat veel en hij vertrouwde liever op zijn rijkdommen dan alles te verlaten en Christus te volgen. Indien hij innerlijk de geest van waarheid had gehad, dat hij de wil van God kende en indien hij de Heer met geheel zijn hart had liefgehad en zijn naaste als zichzelf, dan zou hij tot de Heer hebben gezegd: “Ja, Heer ik zal doen wat gij verlangt, ik zal alles verkopen wat ik heb en het aan de armen geven” en dat zou misschien al voldoende zijn geweest, en zou de Heer waarschijnlijk niet op de uitvoering daarvan hebben gestaan want

             

ongetwijfeld vond de Heer het niet absoluut noodzakelijk dat hij al zijn bezit zou weggeven om volmaakt te worden, want dat zou in zekere mate blijk hebben gegeven van een gemis aan een vooruitziende blik. Maar indien dit alles nodig was geweest om hem op de proef te stellen, om te zien of hij de Heer liefhad met geheel zijn hart, ziel en verstand  en zijn naaste als zichzelf en bereid was geweest om het te doen, indien hij dát was geweest zou hij in niets tekort geschoten zijn en zou hij de gave van het eeuwige leven hebben ontvangen die de grootste gave van God is. (Joseph F. Smith, Evangelieleer, blz. 257-258.)

     Een ‘heilige’ zijn houdt in om goed, rein en oprecht te zijn. Voor zo iemand zijn deugden geen woorden, maar daden. Voor ‘heiligen der laatste dagen’ is het koninkrijk van God of de kerk geen bijzaak; het is eerder het middelpunt en het fundament van hun leven. Het gezin is 'een stukje hemel'. (David O. McKay, Conference Report, april 1964, blz. 5.)

                                               

Het is de fundamentele eeuwige eenheid in Gods koninkrijk, daar wordt het evangelie van Jezus Christus verkondigd en nageleefd. Daarom proberen ‘heiligen der laatste dagen’ een beetje beter, een beetje vriendelijker, een beetje edelmoediger te zijn in het dagelijks leven.

     De Heer beschrijft hoe we die vooruitgang kunnen maken. Hij heeft gezegd: 'Zoekt daarom niet de dingen van deze wereld, maar tracht eerst het koninkrijk Gods op te bouwen en zijn gerechtigheid te vestigen.' (BJS, Matteüs 6:38.)

                                        

     Door die koers aan te houden, worden de ‘heiligen der laatste dagen’ voorzien van de middelen om de verraderlijke ondiepten van de wereld te vermijden. Door zo te leven, kunnen leden van de kerk het verbondsvolk van de Heer worden. Wereldse rijkdom vormt geen gevaar meer als we plichtsgetrouw onze tiende aan de Heer

                                   

betalen. Een tiende aan Hem teruggeven van alles wat Hij geeft, maakt dat de gever God liefheeft boven alles. Wie gehoorzaamt, maakt kennis met de hogere wet van geven zonder daartoe opdracht te krijgen. Vasten en de vastengaven zijn geaccepteerd en de kracht ontstaat om de boeien van goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te verbreken, wie het minder heeft tot zegen te zijn, en de familiebanden aan te halen. (Zie Jesaja 58:6–11.) Door het verbond van de tiende raakt iemand die getrouw is los van zijn liefde voor geld en de daarmee verbonden zaken en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.