Je moet er wel open voor staan he!

Door RogierCenin gepubliceerd op Wednesday 12 November 15:55

Ik hoor het steeds vaker: "je moet er wel open voor staan" zodra ik in gesprek raak met iemand die bv een of ander zelfhulpboek ter hand heeft genomen van een spirituele goeroe. Begrijp me niet verkeerd, ik ben geen tegenstander van het lezen van zelfhulpboeken, of überhaupt mensen die zichzelf willen helpen genezen of zich verder willen ontwikkelen. Het is de schier naïviteit die me irriteert, vooral als het een bekende van me betreft.

Wat betekent nu eigenlijk zo'n uitlating: je moet er wel open voor staan? Het wordt te pas en te onpas gebezigd dat ik niet meer goed weet wat men er mee bedoelt. De een zegt het wanneer deze meent dat tarotkaarten echt voor haar werkte; maar je moet er wel open voor staan. Of een ander die overtuigd is dat homeopathie werkzaam is; maar dan moet je er wel voor openstaan anders werkt het niet. Iemand die gelooft in god meende dat je dat alleen kunt als je open staat voor zijn liefde. Het komt mij dan allemaal erg onnozel en naïef over. Maar ben ik dan juist niet naïef en onnozel? Sta ik er dan reeds gesloten tegenover?

In gesprekken met andere mensen die kritisch en onderzoekend een onderwerp aansnijden, wordt ook vaak gezegd dat je open moet staan. Maar dan wordt iets heel anders bedoeld, zo lijkt het. Zij menen dan dat je open moet staan voor nieuwe inzichten, vreemde ideeën, andere manier van denken. Het veel gehoorde 'out of the box'-denken galmt dan al snel in het achterhoofd. Wat maakt deze manier van openstaan zo anders dan de eerder genoemde? Op grond van welke criteria kunnen we besluiten dat de een naïef is terwijl de ander kritisch zou zijn? Is het een gradueel verschil of categorisch? Welke eigenschappen zouden bij de ene horen en welke bij de andere? En waarom zou ik de ene af willen wijzen en de andere hoog in mijn vaandel willen houden?

Ik denk dat openstaan enkele wezenlijke kenmerken heeft die voor beide bedoelingen gelden. Zo moet iemand die open wil staan een bepaalde mate van sensitiviteit bezitten. Een gevoeligheid voor dat wat van buiten komt, via de zintuigen of via de woorden van anderen. Openstaan houdt dan in dat er iets 'naar binnen' kan stromen. Dit binnenstromen moet wel door de persoon toegelaten kunnen en willen worden. Nog afgezien van de waardering of oordeel van hetgeen 'binnen komt'. Openstaan is in de kern ontvankelijk zijn.

Om ontvankelijk te kunnen zijn, is het wel nodig dat de persoon niet of nauwelijks snel angstig is. Iemand die snel overspoeld raakt of van zijn voeten wordt geveegd, heeft wellicht de neiging om de wereld enigszins op afstand te willen houden. Maar dit geldt ook voor een persoon die zich volkomen veilig waant. Iemand die stevig zijn voeten in zekerheden heeft gepland, zich verzekerd voelt in traditionele waarden en institutionele waarheden, zal niet snel geneigd zijn om iets dat anders binnen te laten stromen. Hoog sensitief of strikt dogmatisch, iemand die in de grond angstig is, zou misschien niet goed in staat zijn om zich open te stellen. Een mate van zelfverzekerdheid en vrijheid lijkt me nodig om te kunnen openstaan.

Om je open te stellen moet je dus voldoende stevig in je schoenen staan maar niet zodanig dat je niet meer in beweging kan komen. Een mate van onverschilligheid lijkt hier gewenst. Maar een teveel aan deze eigenschap en je verliest elke interesse waardoor je ogen al snel dicht zullen vallen. Het gevaar dreigt dat onverschillige mensen ongemerkt gewend raken aan hun oogkleppen. We zien dit dagelijks in het maatschappelijke verkeer. We denken dat we tolerant zijn, maar vergeten dat we eigenlijk zeer onverschillig met onze medemens omgaan. Tolerantie en onverschilligheid liggen weliswaar in elkaars verlengde maar vallen niet met elkaar samen. Openstaan betekent voldoende geïnteresseerd blijven, dus tolerant, zonder onverschillig te zijn.

Het lijkt mij verder dat we in het openstaan voldoende kritisch moeten blijven om niet in naïeve goedgelovigheid te vervallen. Helaas worden kritische mensen vaak beschuldigd van negativiteit en scepticisme. We horen mensen vaak reageren met: "doe niet zo kritisch! Jij bent altijd zo afwijzend en negatief." Maar kritisch betekent natuurlijk 'onderzoekend' zonder te snelle conclusies. Wanneer we kritisch denken dan onderzoeken we de zaak secuur en genuanceerd. We gaan opzoek naar onze eigen denkkaders en vooroordelen om deze te bevragen, bij te stellen of geheel te verwerpen als onjuist of irrelevant. Kritisch betekent dat we consistent willen zijn en het onderwerp in een groter geheel beschouwen. We zijn liefhebbers van coherentie maar schuwen niet de randen waarop het dissoneert. Openstaan betekent dat je je oordelen weliswaar tijdelijk opschort, maar jezelf ze niet ontzegt. Er moet een mate van experimentele vrijblijvendheid zijn, zonder 'anything goes'.

Kun je openstaan zonder kritisch te zijn? Misschien wel. Zoals ik het zie kun je ook openstaan op een meer naïeve manier of zelfs op een tolerante cq onverschillige manier. Voor mij liggen openstaan en kritisch denken echter heel dicht bij elkaar. Openstaan vormt misschien wel de mogelijkheidsvoorwaarde voor een kritische houding. Je kunt immers niet kritisch zijn als je naïef, dogmatisch of onverschillig bent. Ik zou de kritische manier van openheid filosofisch willen noemen. Deze denkhouding van filosofische openheid staat dan tegenover de naïeve of goedgelovige open houding en de (politiek/maatschappelijke) onverschillige of tolerante open houding. Voortaan zal ik zodra iemand weer tegen mij zegt "je moet er wel voor openstaan!" heel open vragen:"in welke betekenis bedoel je dat?"

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Openstaan en toch kritisch blijven is voor mij ook heel gewoon je wordt dan wel al gauw als bekrompen betiteld.Ik heb eens een omgangsvorm van vertrouwen meegemaakt; je gaat staan en iemand anders staat achter je, je moet je achterover laten vallen in de armen van die persoon in het volste vertrouwen doe je dat niet dan vertrouw je die persoon niet, dus ik was wel kritisch ten aanzien van deze methode; een vrouwtje van 45 kilo staat achter een man van 105 kilo als die man zich laat vallen is hij volgens mij niet goed snik. Deze kritiek werd mij niet in dank afgenomen ook al vind ik dit logisch nadenken, nee ik haalde een methode onderuit die alom gewaardeerd was?Een goed stuk waarin ik veel overeenstemming zie met mijn denkwijze.