De merel

Door Neerpenner gepubliceerd op Wednesday 22 October 14:53

Het was een van die vreemde en mooie herfstdagen die de grens tussen de zomerzon en de winterse slagregens markeerden, toen ik de dode merel op mijn wandelweg vond.
Het schemerde, zijn gekneusde veren glansden in het zachte gouden licht. Ik stond stil en bukte naast de merel. Zijn ogen stonden open. Hij stierf dus zonder het te weten.
Of kunnen vogels niet met hun ogen dicht sterven, zoals bij mensen?
Ik onderzocht het lijfje verder. Er was geen bloed dat aan zijn veren kleefde. Ik keek even rond. Er waren ook geen uitgerukte veren. Nergens tekenen van dat de merel aangevallen werd. Maar hoe stierf hij dan?
De merel lag op zijn zij, met zijn hoofd wat schuin ten opzichte van zijn lichaam. Zijn poten lagen over elkaar, opgetrokken als in een laatste poging om iets vast te grijpen.
Ietwat bevreesd, zonder goed te weten waarom, voelde ik aan zijn lijfje. Mijn vingers duwden zijn veren opzij en betastten het dode vlees eronder. Het was verrassend hard voor een wezen van de lucht. Het voelde alsof ik slechts een homp vlees aanraakte, in plaats van een merel.
Ik pakte hem voorzichtig op en woog hem in mijn hand. Het was net of ik een steen droeg, zo onverbiddelijk had de dood hem al verstijfd.
Ik legde hem terug op het gras en bekeek hem vanuit de hoogte. Het trof mij om hem zo te zien, voorgoed gebonden aan het gewicht van de aarde, wetende dat hij nog niet zo lang geleden op de winden door de hemel vloog, alle grenzen en beperkingen negerend die op aarde bestonden.
Waarom en hoe was hij dood gegaan? En had het eigenlijk wel zin om daarover na te denken?
Misschien vloog hij tegen een boom aan, een fataal moment lang niet oplettend. Nee, vogels vliegen alleen tegen ramen en andere menselijke uitvindingen aan. Misschien kreeg hij een hartaanval, begaven zijn vleugels het en is hij neergestort. Maar kan dat dan bij vogels? Of is dit weer iets dat enkel bij mensen hoort?
Hoe langer ik over de redenen voor zijn dood nadacht, hoe beter ik besefte dat ik eigenlijk weinig wist over vogels.
Misschien is de merel moe geworden. Moe van het eeuwige gevecht tegen de zwaartekracht, moe van het steeds weer zijn vleugels op en neer te bewegen. Wou hij misschien niet meer vliegen en is op de dag dat zijn vermoeidheid het van hem won gevallen. En tijdens zijn val naar de aarde probeerde hij zelfs niet eens om toch nog een keer te vliegen. Want de merel was moe.
De zon zakte ondertussen verder, het werd donkerder, maar ik kon nog zien hoe zijn gele bek plots fel opvlamde in het licht. Ik bracht mijn gezicht dichter bij de zijne. Zijn ogen, ze hadden iets van een uitgedoofde kaars, staarden ondoorgrondelijk in mijn ogen. Alsof ik de nacht inkeek.
Ik weet niet hoe lang we daar in elkaars ogen keken, maar de zon was de horizon al dicht genaderd toen ik mijn blik van zijn gezicht wegrukte.
Toen zag ik iets wits en rozigs bij zijn rechtervleugel kronkelen. Ik leunde behoedzaam dichterbij en zag dat het maden waren, die zich uit zijn vlees wurmden en zich verspreiden over zijn zwarte veren. Ze gloeiden ziekelijk wit op in het stervend licht. Ik sloeg ze snel weg en onderdrukte een rilling toen ik hun koude huid voelde.
Terwijl de maden op de grond vielen en wegkropen, hoorde ik een zacht zoemen.
Ik draaide mijn hoofd om, en zag een vlieg verscholen tussen de merel zijn staartveren. Het wreef zijn poten tegen elkaar alsof het zich klaar maakte om aan zijn werk te beginnen.
Ik wist dat het gekomen was om nieuwe eieren in het wegrottend vlees van de merel te pompen. Ik joeg het weg en het steeg met een verontwaardigd gezoem weg.
Ik richtte mijn blik op de merel. En ik begreep niet waarom ik zo kwaad was op de vlieg. Het was immers de normaalste gang van de zaken. Eten of gegeten worden. Het was al eeuwen zo, en het zou nog eeuwen zo blijven.
De merel zou toch niks merken van het gewriemel der maden. Waarom dan? Waarom trok ik het mij dan zo aan? De gedachte dat zijn fiere en tere lichaampje aangeraakt zou worden door vliegen en maden, stuitte mij meer dan ik verklaren kon.
De horizon kleurde oranjerood toen het laatste stukje zon verdween en ik bleef naar de merel kijken. Ook al walgde ik ervan, ik kon niks voor hem doen. De vlieg zou komen, wat ik ook deed. Op dat moment draaide ik mijn rug om en stapte verder naar huis. Ik liet hem achter. Ik liet de merel ten prooi achter.
Maar toen het nacht geworden was, keerde ik terug. Ik kon hem nog net in de duisternis onderscheiden en ik had een schop meegenomen.
Het duurde niet lang, een merel is klein.
Toen ik klaar was, merkte ik verbaasd dat ik huilde.
Ik keek naar omhoog en zag dat de eerste sterren twinkelden aan de hemel. Daarna wierp ik een laatste blik op het hoopje aarde. Ondanks mijn vreemd verdriet, voelde ik me al even onbegrijpelijk tevreden.
Met de schop over mijn schouder, draaide ik me weer om en stapte onder het stille licht van de sterren naar huis.
 

7b0e2026243500faabfaf62463d9011f_medium.

Kritiek is van harte welkom.

Reacties (36) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi en haast filosofisch geschreven maar ook heel gevoelig. De onverbiddelijke natuur waar je, je maar bij neer te leggen hebt ook al doet het zeer.
heel mooi geschreven, neerpenner
De roem is je al vooruitgesneld, want pas in het juryrapport las ik van jouw deelname. Ze hebben niks teveel gezegd, dit is gewoon fantastisch!
Ach, niets zo vluchtig als roem...
Des te meer reden om meer te schrijven, want het is heerlijk.

Dank je wel, Nonnie
Had ik je verhaal toch zo maar gemist, gefeliciteerd met de behaalde resultaten van de schrijfopdracht. Zeer terecht, een ontroerend boeiend geschreven verhaal. Ik ben erg blij dat je weer hier schrijft en ik zal beter opletten om je niet meer te missen.
Het slaat mij toch met verstomming, het juryrapport. Het is een ding om te denken dat je toch wellicht een vermelding zal krijgen en een ander ding om het echt te lezen...

Dank je, Ingrid, voor je complimenten.
Gelezen en beoordeeld!
Gelezen.
Gelezen.