Titel Wacht eens effekes (column)

Door Mijler gepubliceerd op Tuesday 26 August 14:21

Onderstaand verhaal is geen reisverslag maar een column over de vlieg-busreis naar Noorwegen van 17 tot 24 augustus 2014 met reisorganisatie EffeWeg. Het verhaal is afgestemd op de deelnemende reizigers. Met wat kleine aanpassingen is het ook begrijpelijk en mogelijk leuk om te lezen. Het geeft een beetje de sfeer weer van een groepsreis

Wacht eens effekes…

Effe-Weg werd door mij geassocieerd met even er tussenuit, gemoedelijk en comfortabel. Een vakantie met alles er op en aan. Hotel, busvervoer en een activiteitenprogramma. Dat het soms ook Effe de weg kwijt kon betekenen wist ik toen nog niet.

Het begon al met de vlucht van Schiphol naar Oslo, waar de stoelverdeling op een manier van pepernoten strooien was gedaan. Reiskoppels werden uit elkaar op stoelen ingedeeld en waren daarmee effe de weg kwijt. Nu kan het voor sommigen ook weer wel een verademing zijn geweest.

In de aankomsthal van Oslo, zag ik een zwijgzame man staan met een bordje EFFE WEG hoog. Hij speelde het bordje in handen van een nietsvermoedende reiziger en effe weg was hij! Later bleek het onze buschauffeur/reisleider te zijn, die de bus slecht korte tijd nabij mocht parkeren.

Enige tijd later zaten 46 groepsleden, herenigd met hun gezel in de bus. Hierbij weer opgemerkt dat dit geen garantie voor gezelligheid hoeft te zijn. Daar barstte de aanvankelijk zwijgzame chauffeur/reisleider los met een lawine aan informatie, In een zogenaamde verbale diarree, waardoor iedereen weer effe  de weg kwijt was.

Een altijd weerkerend euvel tijdens vakanties is dat je al snel niet meer weet in welke dag je leeft. Reisleider Bertus deed met zijn gerommel is het weekprogramma nog een schepje bovenop. De zondagen werden, voor wat het Noors programma betreft gewisseld. De maandag werd een woensdag, de zaterdag een maandag en later werd de vrijdag en zaterdag weer omgezet. Dat alles op goede redenen van weersverwachtingen en dergelijke. Een gevolg was dat iedereen niet alleen de weg maar ook de kluts kwijt was. Heel verstandig van Bertus om er tijdens de laatste rit op te wijzen dat de bus niet naar Schiphol onderweg was voor de heenreis, maar naar Oslo voor thuisreis.

Een rondrit met gids door Oslo bracht ons onder andere naar het park van Gustav Vigeland met imponerende naaktbeelden. Na korte tijd werd het naakt zo natuurlijk en gewoon, dat ik me begon te generen daar gekleed te gaan. Verder krijg je op zo’n stadsrondrit zoveel informatie dat je slechts datgene onthoudt, dat jou aanspreekt. Voor de een is dat de imposante skischans, terwijl ik verrast werd door het pietluttig taalkundig feit dat lidwoorden na de zelfstandige naamwoorden komen in het Noors. Vrij vertaald reden we dus even later met bus de naar hotel het na lange dag een.

Bij de maaltijden werden we geconfronteerd met een van de moeilijkste dingen in het leven: “Het maken van keuzes.” Dit werd bevestigd toen ik diverse borden met patat, knakworst en mayo op tafel zag verschijnen. Het volkse gezegde: Wat de boer niet kent, vreet hij niet deed hier opgang. Hoewel gaandeweg; Eten wat de pot schaft aan terrein won.

Bijzonder bij een onbekende groep is altijd het aftastende en schuchtere begin. Al snel kreeg ik enige stimulans toen de zachte G doorklonk aan de eettafel. De groep was gelukkig dermate gemoedelijk dat het geleidelijk verschoof naar: Ouwe jongens krentenbrood!

Terwijl op de eerste dag twee kerken tegen de verwachting in hun poorten gesloten hielden, diende zich spontaan een gids van Nederlandse komaf aan als goede herder. Hij leidde ons via een panoramaroute naar een waterval, ondertussen vertellend over een soort bergbeklimmen maar dan tegen bevroren waterstromingen op, over in de winter blauw weerkaatsende sneeuwwanden en losgeraakte stenen die rollend wegen versperren en schade aanrichtten. Voor de waterval moesten we een schuine helling opklimmen, die bezaaid was met schapenstront. Het zuivere kletterende geluid van de waterval werd overstemd door echoënde noodkreten van: ”Poep, poep, poep!” En zo werd, zoals zo vaak gebeurt, het natuurlijk schoon overschaduwd door menselijk toedoen.

Een bijzonder aangeprezen treinrit naar Flam, de bergen in, was een paradijs voor de fotograven. Aangezien ik weinig fotografeer en met verhalen tracht beelden te scheppen, viel het wat tegen. Een consequentie daarvan was dat ik in mijn rustige zit door diverse beeldenstormers in hun drift als een soort statief gezien werd. Scherpe ellebogen en weke borsten zochten naar stabiliteit op mijn schouders. Daarbij was het nog eens benauwd en een aangekondigde wending van 180 graden vertaalde ik naar Celsius.

Eindelijk werd later in de week ons gebed verhoord met een toegankelijke staafkerk. De constructie berust hoofdzakelijk op verticale pilaren (zogenaamde staven), een bouwtechniek die kwam van de bouw van de Vikingschepen. De kerkoppervlakte was klein en het kerkje was hoog en spits toelopend. Het gaf mij het vertrouwen dat de gebeden in hemelse richten werden gestuurd en niet in het horizontale niemandsland smoren. Op het kerkhof lagen de echtparen naast elkaar begraven, wat als voorbeeld kan gelden voor EffeWeg of KLM met de stoelindeling tijdens de vlucht.

Tijdens de laatste reisdag werd de door Bertus uitgesproken mooie poëtische zin: “Je moet Noorwegen niet alleen bekijken, maar vooral beleven.” Enigszins in de praktijk gebracht door geregeld uit de bus te gaan om de schone natuur ook te horen, proeven, ruiken en voelen en in haar volle schoonheid te ervaren.

We hebben veel, heel veel gezien, behalve de door de reisleider zo hoog aangeprezen elanden. Die waren kennelijk effe weg.

 

 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dat was eff heerlijk lezen, hihi, wat een rommelig gedoe in dat vliegtuig!
haha wat een humor heb toch lekker gelachen, echt leuk beschreven
Zo te lezen was het waarschijnlijk gelijk de laatste keer dat je effe weg was....toch leuk om te lezen!