Titel Waterwereld

Door Doler gepubliceerd op Monday 18 August 10:02

 

 

 25 april 2006

Waterwereld.

Toen de ruimteschepen de planeet genaderd waren hadden ze gezien dat de planeet werd overheerst door water. Eindeloos waren de wateren, vele rivieren trokken de aandacht toen ze over de planeet heen vlogen. Één voor één landde de ruimteschepen op een vlak stuk land dat de zee in liep, toen het laatste schip geland was stonden er veertien schepen op een rij. Twee ruimteschepen, de Ontdekking en de Laatste waren achter gebleven een bij de ingang de andere aan het uiteinde van het zwarte gat om deze te beschermen tegen vreemde indringers.

De Atlanties begonnen de schepen te verlaten en nieuwsgierig keken ze om zich heen om te zien in welke wereld ze terecht waren gekomen? Een kale vlakte met hier en daar wat struiken strekte zich voor hen uit de zee in. Achter hen landinwaarts waren heuvels, bossen en bergen te zien.

Er werden een paar verkenning groepen samengesteld om het land te gaan verkennen en al snel werd duidelijk dat ze voorlopig bij de heuvels zouden gaan wonen.

Twaalf ruimteschepen werden gelost en uit elkaar gehaald om de materialen te gebruiken om een stad te bouwen. De andere twee schepen zouden ze gaan gebruiken om de planeet verder te verkennen.

Er was een groep Atlanties die zich wilde afscheidden, ze wilden hier niet blijven om op land te gaan leven. Deze groep had besloten om te gaan leven in het water,

Ze hadden het gezien om nog verder op het land te leven, een leven dat steeds meer gebonden werd aan regels en verplichtingen. Vooral met de priesterorde die allerlei regels van geloof neerlegde om te volgen was iets waar ze niets meer mee temaken wilden hebben.

De leidster van deze groep had tijdens de reis door de ruimte met andere Atlanties plannen gemaakt om te vertrekken. Ze had met de raad gesproken en die gaf hen de vrijheid om hun eigen keus te maken. Een keus om afgezonderd te gaan leven in een wereld die niet de hunne was of zou worden. Toen de nieuwe planeet inzicht was gekomen had de leidster de vele zeeën en rivieren als een nieuwe uitdaging gezien. De keus was gevallen om in het water een nieuw leven op te bouwen. Maar ze mochten alleen weg als er contact werd gehouden. Zo werden er afspraken gemaakt om regelmatig elkaar op de hoogte te houden van de belevenissen en hun leven in de zee.

De groep die zou vertrekken hadden zich verzameld en stonden te wachten tot het moment dat iedereen afscheid had genomen van vrienden. Zo begonnen ze aan een tocht die hen naar onbekende wateren zou brengen en in de hoop dat wat ze wilden ook zouden vinden. Ze zochten rust en stilte een nieuw leven in het water, een onbekend geheel ander leven.

Ze dacht terug aan haar besluit om zo gauw ze de planeet gezien had, te beslissen niet meer op land te gaan leven.

Ze had met enkele vrienden gepraat en die vonden haar idee heel aantrekkelijk. Een nieuwe planeet, een nieuwe uitdaging, een nieuw leven. Maar er waren er ook die zeiden dat ze dwazen waren, dat haar plan nooit zou lukken. Toen het plan bekend werd aan boord van de ruimteschepen, werd ze bij de kapitein van het schip waarop ze verbleef geroepen, ze uitgelegd wat de werkelijke bedoeling van haar was. Hij had geluisterd en toegezegd het met Nekie de leidster van de Atlanties te overleggen. En zo werden ze uitgenodigd om aan boord van het schip te komen waar de raad aanwezig was. Daar had ze haar idee naar voren gebracht en gezegd dat iedereen van de Atlanties die mee wilde gaan welkom was. Na vele weken van overleg en veel uitleg kregen ze toestemming om hun plan tot uitvoer te brengen, de enige voorwaarden was dat ze steeds verslag uit moesten brengen hoever ze met hun plannen waren en met hoeveel Atlanties ze zouden vertrekken. Zo werd het plan op alle schepen bekend gemaakt en er melden zich meer dan tweehonderd Atlanties aan om mee te gaan. Ze glimlachte bij de gedachte haar plan werd nu werkelijkheid.

 

Zo vertrok de groep van meer dan tweehonderd zielen naar een nieuwe uitdaging. Ze trokken over het land dat zich uitstrekte de zee in. Links en rechts was de zee net te zien en het land strekte zich kilometers ver de zee in.

Het land veranderde langzaam in een duinen gebied wat het reizen moeilijker maakte. Een lange smalle strook land met hier en daar wat struiken en vele duinen rijen. Vele dagen trokken ze voort, ze konden wel in de energie gaan maar de meeste Atlanties waren deze gave aan het verliezen. Want toen er stemmen opgingen om de energie in te gaan omdat het reizen dan makkelijker zou gaan, konden sommige maar half in de energie gaan. Maar ook die het nog konden kwamen na een paar minuten alweer terug in hun stoffelijk lichaam.  Sommige vielen van een paar meter hoogte in het zand met alle gevolgen voor het lichaam. Sommige moesten het lichaam aanpassen vanwege de gebroken botten.

De leidster van de groep had besloten toen zij zag dat er moeilijkheden waren om in de energie te gaan om dat niet meer te doen. In ieder geval zo weinig mogelijk omdat ze deze gave misschien in de toekomst hard nodig zouden hebben.

Het leek wel of de planeet het niet toestond om in de energie te gaan. Degene die het nog wel konden gingen steeds vooruit om te kijken waar ze waren en hoever ze nog moesten. De strook land boog naar rechts en al spoedig melden de verkenners dat het land eindigde in de zee, het land stopte bij het strand waar de golven van de zee aanspoelde.

 

 

 

 

 

 

Na vele dagen bereikte ze eindelijk de zee. Toen ze de laatste heuvels over waren zagen ze de zee voor zich liggen. Op de scheiding van het water en het zand bleven ze staan, de leidster nam het woord. In het kort vertelde ze de geschiedenis van het volk de Atlanties. De vlucht van hun thuisplaneet, de avonturen op Oris en Magnum. Hun tocht door het zwarte gat, de zoektocht naar een nieuwe planeet om te gaan wonen. Toen over haar idee en plan om het land te verlaten en te gaan leven in de zee. Toen hield ze stil en na enige ogenblikken riep ze luid kijk om volk van Atlantis zie het land, kijk voor je en zie het water. Kies nu mijn vrienden, kies voor wat je wilt worden, waar wil je zijn? Op het land of in de zee? Kom Atlanties, kom en kies voor je vrijheid, geen regels meer. Regels die er steeds meer kwamen, die verstikkend werken. Kom en kies de vrijheid die voor ons ligt. En allen die bij haar waren kozen om mee te gaan, ze kozen voor een nieuw leven in het water. En alle draaide zich naar de zee, hun leidster zei wacht op mij, ik zal de zee verkennen en een gedaante uit kiezen waar we in kunnen leven. Wacht hierop mij, toen stapte ze het water in en liep zover ze kon. Toen verdween ze in de energie en waar eerst golven waren was het water stil, alsof het wist wat er ging gebeuren.

 

Toen ze onder water ging was het eerste wat ze zag een snelle beweging van een dier dat daar verbleef. Snel ging ze die achterna en ging steeds verder en dieper het water in, toen ze de bodem bereikte keek ze om zich heen en zag allerlei vormen van leven in vele kleuren om zich heen. Vele planten, in de mooiste kleuren en op de bodem zag ze vele schelpen in schitterende kleuren en vormen. Ze maakte contact met één van dieren die om haar heen zwommen. Een vluchtige gedachte kwam tot haar, een onbegrijpelijke gedachte. Ze probeerde een ander dier maar hetzelfde ze kon geen contact krijgen. Ze nam de vorm aan van een slank dier wat langs en volgde hem op zijn weg. Vele vormen van leven kwam ze tegen, grote en hele kleine. Ze verbleef lang onder water maar met geen der wezens kon ze contact krijgen de meeste waren op zoek naar voedsel of speelde met elkaar. Ook waren er wezens die jacht maakte op andere, overleven en voedsel was het rijk van de zee dat was het inzicht wat ze kreeg. Ze besloot terug te keren naar haar volk, pijlsnel schoot ze door het water heen. Toen ze de kust naderde keerde ze terug in de energie en daarna in het stoffelijk lichaam. Zo kwam ze tevoorschijn uit het water niet ver verwijderd van haar volk.

Toen ze haar terug zagen komen werd ze verwelkomd en met vele vragen overspoeld. Ze maande hen tot rust en allemaal gingen ze zitten in het zachte zand. Toen vertelde ze wat ze allemaal gezien had, de vele dieren, planten de vele bijzondere vormen van leven en kleuren zo mooi.

De bodem van de zee was vlak maar hoe verder je de zee inging hoe meer heuvels en kuilen je tegen kwam.

Ook vertelde ze dat er geen denkende wezens waren, tenminste ze had ze nog niet ontmoet. Urenlang vertelde ze over hoe het was om onderwater te zijn, het plezier wat ze had gehad, de vele vormen van de dieren het spelen met elkaar. Maar ook vertelde ze van de gevaren die er zeker wel waren. Maar de meeste Atlanties reageerde gevaren zijn er overal, we weten ook niet welke gevaren er hier op het land zijn. Toen stelde iemand een vraag, hoe gaan we nu verder? Wat zijn de mogelijkheden, welke vorm nemen we aan, we nemen toch zeker wel allemaal dezelfde vorm aan?

De leidster stond op en zei we werpen onze huidige leven van ons af, we nemen afstand van deze levensvorm. Ik stel daarom voor dat we voor ons zelf een nieuwe persoonlijke naam bedenken en een andere naam voor ons nieuwe volk. Dit voorstel werd door alle met gejuich begroet. De leidster vervolgde we hebben geen leefregels meer, geen verplichting. Alleen een leven vol spel en plezier, vol van liefde en blijdschap. Uren zaten ze te praten en iedereen gaf zichzelf een nieuwe naam, toen de zonster weer verscheen stond de leidster op en riep op tot eenheid en zei laten we de dag beginnen met afscheid nemen van dit leven en welkom heten aan het nieuwe leven.

Ik stel jullie voor mijzelf, mijn nieuwe naam is Helve. Als eerste zal ik het water in gaan en de nieuwe vorm van ons volk verder gaan zoeken en aan jullie tonen. Ze stapte het water weer in en verdween onder water.

Lang zwom ze onder water om alle levensvormen verkennen, ze zocht een vorm voor haar volk. Maar hoe ze ook zocht ze vond niet de juiste levensvorm, toen bedacht ze nee dat kan ook niet wij zijn een nieuw volk met een nieuwe vorm.

Toen besloot ze van alle vormen iets te nemen, zo vormde ze een lichaam voor het water, soepel, speels een lichaam om in te wonen.

Toen de vorm volmaakt was in haar geest nam ze de tijd om aan haar nieuwe lichaam te wennen. Pijlsnel schoot ze door het water heen, ze genoot van de snelheid die het lichaam haar bood. Maar na een paar minuten kreeg ze het benauwd, snakkend naar adem schoot ze in paniek omhoog naar het oppervlak. Proestend en water uitbrakend hapte ze naar adem. Toen ze weer normaal kon ademen zakte haar paniek.

Ze besefte al snel dat ze onder water geen adem kon halen. Zo drong het ook tot haar door dat ze nooit lang onder water konden blijven. Haar gedachten gingen terug naar haar eerste vorm in het water toen had ze geen last gehad van gebrek aan zuurstof. Er was dus verschil in de vormen van de zee, maar waarom heb ik dan deze vorm aangenomen? Ze dacht na en kwam tot het besluit dat deze vorm hen aan het oppervlakte van de aarde verbond zodat ze altijd verbonden waren met de wezens op het land. Zo hielden ze contact met de Atlanties op het land, duidelijk was het dat ze een tussenvorm had gekozen.

Maar waarom? Ze kreeg geen antwoord. Ze dook onder en sprong even later een paar meter boven water uit. Het lichaam beviel haar goed zo als het nu was, snel en soepel en zo besliste ze dit wordt ons nieuwe lichaam.

 

Toen ze gewend was aan haar nieuwe vorm, zwom ze terug naar de kust waar haar volk op haar wachtte. Toen bedacht ze dat ze aan land moest gaan om haar nieuwe vorm te laten zien maar dat kon niet in deze vorm. Ze bleef vlak voor de kustlijn zodat ze nog net kon blijven bewegen, toen stuurde ze een gedachte oproep naar de Atlanties die op het strand op haar wachten. Ze kreeg een gedachte terug en ze vertelde dat ze allemaal het water in moesten lopen.

Toen ze allemaal in het water stonden zwom ze naar dieper water en drukte ze zich met haar staart omhoog en liet zich zien in haar nieuwe vorm. De Atlanties keken stomverbaasd en vol bewondering naar haar gekozen lichaamvorm, toen dook ze onder en sprong omhoog. Even later kwam ze terug in haar stoffelijk lichaam en liep het strand op.

Helve sprak dit is onze nieuwe vorm, we zullen deze vorm dolfijn noemen. Als een dolfijn gaan we leven in het water, vol plezier en spelen met elkaar. De Atlanties vroegen wanneer mogen ook wij deze vorm aannemen. Jullie mogen deze vorm aannemen, maar er is wel een beperking. Als wezens in een stoflichaam halen wij adem. De wezens in de zee halen adem in het water. Maar als wezens van het land en water moeten wij boven water adem halen. Ons leven zal zijn net onder het wateroppervlak, in de ondiepe en diepe wateren zullen wij leven en zo contact kunnen houden met onze verwanten op het land de Atlanties.

Toen sprak Helve laten wij nu het moment kiezen van de verandering, laat het nu zijn. Kom mijn volk, kom en verander in een nieuw wezen. En zo namen alle Atlanties het lichaam van de dolfijn aan. De hele groep zwom een stukje het water in, toen zei Helve kom mijn volk neem afscheid van het land en weet eens komen wij terug in een stoffelijk lichaam om de aarde weer te betreden. Tot de tijd daar is zullen we zwemmen en spelen. En we zullen altijd vrienden zijn van de bewoners van het land.

 

Ze namen afscheid van het land en zwommen weg de zee in, een nieuw leven tegemoet. Helve stuurde een gedachte oproep naar alle dolfijnen met de opdracht te gaan oefenen met het duiken en ademhalen. Duik naar de bodem en kom dan weer boven om adem te halen. Zo doken alle dolfijnen onder en kwamen even later proesten en naar adem happend weer boven. Ze doken steeds weer onder en zo leerde ze te duiken, te springen en naar boven te gaan om adem te halen. Zo leerde ze te leven in het water en Helve genoot van het spel der dolfijnen. Toen ze moe waren van het duiken gaf Helve opdracht te rusten en zo dreven de dolfijnen aan de oppervlakte van het water rond. En liet de zonster hun lichaam verwarmen.

Helve riep haar partner Modro bij zich. Ze waren al heel lang bij elkaar en deelde alles met elkaar. Maar lieten elkaar ook vrij in hun doen en laten. Ze vroeg hem om op de groep te letten want ze wilde terug naar het strand. Ze wilde Jeso spreken, de nieuwe leidster van de Atlanties. Ze zond een gedachte naar alle dolfijnen uit dat ze contact ging zoeken met Jeso om te vertellen wat voor keus ze hadden gemaakt. Ze vroeg hen bij elkaar te blijven en dat Modro de leiding had.

 

Even later schoot ze pijlsnel door het water, steeds opspringend uit het water om snel weer te duiken en te springen. Ze genoot van de snelheid die haar lichaam in het water kon bereiken.

Zo bereikte ze snel het strand van waar ze vertrokken waren. Vlak voor het strand stopte ze en nam haar stoffelijk lichaam weer aan bleef even half in het water staan en rekte zich uit. Haar lichaam glinsterde van het water en de laatste zonnestralen verlichtte haar lichaam. Als iemand haar nu zo zou zien dan zou deze een stralend wezen zien. Maar niets wees erop dat er leven voor haar op het strand of in de heuvels was. Toen liep ze het zachte warme zand op, ze voelde zich blij en gelukkig. Ze zette zich op het warme zand en begon een gedachte oproep te doen naar Jeso. Deze antwoordde vrijwel direct, ze vroeg direct waar ze waren en of ze al bij de zee waren aangekomen, Helve vertelde over de tocht naar de zee. Hoe ze uiteindelijk niet verder konden vanwege de zee en dat ze alleen de zee in was gegaan om te zoeken naar een nieuwe levensvorm. Ze vertelde dat er heel veel leven was in het water in vele vormen. Maar ook hoe ze gezocht had naar een vorm die geschikt was voor hen. Ze vertelde dat ze van alle vormen wat had genomen en zo een nieuw wezen had gecreëerd. Soepel, snel en speels, ze vertelde van de beperking van het adem halen. Toen vroeg Jeso welke naam heb je dit nieuwe wezen gegeven? De naam voor dit wezen is dolfijn geworden. Ze vertelde ook dat de hele groep de nieuwe vorm had aangenomen en dat ze geoefend hadden. En de hele groep was er nu aan gewend om in de zee te leven. Ook vertelde ze dat iedereen een nieuwe naam voor zichzelf had aangenomen. Ze hadden het oude leven dus helemaal los gelaten, mijn nieuwe naam is Helve en van mijn partner Modro. Toen vroeg ze hoe het met hen was verlopen, Jeso verteld dat er een neerzetting werd gebouw zodat ze allemaal een onderdak hadden. Er waren verschillende groepjes op onderzoek uit geweest en ze vermoeden dat er nog meer wezens hier leefde. Maar ze hadden deze nog niet ontmoet ze praten nog een hele tijd door totdat Helve zei ik ga weer terug naar mijn volk we houden contact met elkaar en zo namen ze afscheid van elkaar.

Toen ze opstond vielen de eerste zonnestralen op het strand en langzaam liep ze terug naar het water, even bleef ze staan en keek achterom naar het land, de heuvels, de bergen in de verte. Toen keek ze naar de zee, rekte zich uit en liep het koude water in terwijl ze het water indook veranderde ze zichzelf in een dolfijn. Ze ging op weg naar de groep die op haar wachtte. Rustig gleed ze door het water maar na verloop van tijd werd ze moe en krachteloos. Zo moe zelfs dat ze zich liet drijven in het water. Een vreemd gevoel beheerste haar lichaam, krachteloos dreef ze rond niet in staat meer om te zwemmen. Totdat ze helemaal stil in het water dreef, toen sloeg de paniek toe en ze stuurde een gedachte boodschap om hulp. Maar deze werd niet beantwoord, ze mande zich tot kalmte en dacht na. Ze keek om zich heen en zag dat er honderden visjes rond haar zwommen. Het werden er zoveel dat ze er last van begon te krijgen. Ze deed haar bek open om ze weg te jagen, maar het leek wel of ze daar op hadden gewacht. Ze zwommen regelrecht haar bek in zodat ze bijna stikte, ze slikte ze in en weer wilde ze de vissen weg jagen maar weer zwommen ze haar geopende bek in. Ze moest ze wel inslikken en telkens als haar bek open ging zwommen de visjes erin. Ze hield zich stil en hield haar bek dicht en wachtte af totdat de vissen weg zouden zwemmen.

Zo bleef ze een hele poos drijven maar af en toe moest ze haar bek opdoen om te ademen. En steeds weer zwommen de vissen haar bek in.

Verbaasd over wat er gebeurde dacht ze na maar er was geen verklaring voor.

Toen klonk er een zachte stem die haar vertelde dat dit het voedsel was wat ze nodig hadden om te leven in het water. Voedsel om te leven dacht Helve, ja zei de stem weer want op deze planeet heb je voedsel nodig om te leven, je zult niet meer zonder kunnen. Dit voedsel, deze vissen en nog een paar andere soorten vissen zullen jullie tot voedsel dienen. Het lichaam heeft voedsel nodig om te kunnen functioneren, te groeien. Maar bedenk dat ook de dolfijnen andere tot voedsel kunnen dienen. Verbaasd hoorde ze de woorden tot haar komen. Voedsel om te leven, wezens eten om te leven?

Wat is dit? De stem ging verder en legde uit dat dit bij de planeet aarde hoorde, leven betekende adem halen en voedsel om het lichaam waarin de ziel en geest woonde kracht te geven. De Atlanties zijn niet gewend te eten of te drinken om te leven. Jullie wezen, ziel en geest is eeuwig levend. Op deze planeet zal het lichaam sterven, het leven vloeit weg, de geest en ziel verlaten het lichaam om terug te gaan naar de bron, het Al.

Ademloos luisterde ze naar de stem die vervolgde. Als je terug bent bij de bron kies je een volgend leven. Ook de dolfijnen groep keert terug als dolfijn en zal uitgroeien tot een geweldig volk. Jullie zijn voorbestemd om de kennis die in jullie is mee te dragen en door te geven totdat het tijd is om de kennis vrij te geven dan zullen jullie terug keren in de stof en als mens geboren worden. Tot die tijd leven jullie in de zee. En de Atlanties die op het land leven, wat gebeurt daarmee? Vroeg ze voorzichtig.

De Atlanties die nu op het land leven zullen als mens leven en ook de dood ervaren en de wedergeboorte. Ze moeten ook ademhalen en voedsel tot zich nemen, de gave om in de energie te gaan zal verdwijnen, alleen bij een kleine groep zal blijvend zijn. Af en toe zullen er mensen zijn die de gave mee krijgen om het volk te leiden. Ook zal deze kleine groep eeuwig leven zij zijn uit verkoren om eeuwig jong te blijven om zo hun ervaringen en kennis mee te geven aan het volk zowel de mens als bij de dolfijnen. Deze wereld is een zoektocht om de mens terug te brengen naar de bron, de wezens die hier geboren worden, mogen allen deze zoektocht ondergaan. De wezens wilden meer dan het Al, deze heeft de wezens een vrije wil gegeven en de wezens hebben hun schepping drang gevolgd. Zo zijn ze afgedwaald van het Al, ze zijn vergeten dat ze een goddelijk deel zijn en daardoor zichzelf gevolgd. Vergeten zijn ze hun afkomst, hun liefde voor het Al verloren. Daar is deze planeet voor gecreëerd om de weg terug te vinden naar zichzelf. Alle wezens, de mens maar ook vele andere wezens komen hier om te zoeken wat liefde is om onvoorwaardelijk te zijn in liefde en accepteren. Verbijsterd luisterde Helve naar de woorden ze dreef nog steeds rond, maar voelde zich al veel sterker worden. Toen de stem zweeg vroeg ze, wie bent U? Het Al? Een lach weerklonk over de zee, zo zacht en liefde vol dat de zee rustig werd, spiegelglad. Ja, mijn kind, antwoordde de stem ik ben het Al, de vadermoeder God. Je kent mij, ook jij komt van de moederplaneet die het paradijs wordt genoemd, zoals alle levende wezens. En vertel je volk dat ook het Al er voor jullie zal zijn. Jullie zijn speciaal uitverkoren, samen met nog een groep die al in de wateren zijn. Spoedig zullen jullie elkaar ontmoeten. Helve antwoordde ik weet van U, maar de kennis die wij dragen beseffen wij dat? Het Al zei kijk wie er mee gegaan zijn, wie de keus gemaakt hebben om naar de zee te gaan. Het zijn vele denkers van jullie Atlantis zielengroep, Atlanties die kennis verzameld hebben, kennis hebben van het scheppen. Kijk en weet wie het zijn dan zal je weten welke kennis er ooit nodig zal zijn. En als de tijd daar is dat jullie bevrijd worden dan zullen er vele terug keren als mens om de kennis te delen en door te geven, dan zal er een nieuw ras ontstaan waar jullie uiteindelijk in zullen leven. Dan zijn jullie vrij om te zijn wie je mag zijn. Toen nam het Al afscheid met de woorden als je aan mij denkt en hulp nodig hebt dan zal ik er zijn of er zal een boodschapper verschijnen.

Ze bedankte Het Al en het was stil, het water was zonder beweging. Zelfs de vissen om haar heen waren weg gegaan. Voorzichtig begon ze te zwemmen en onder het zwemmen dacht ze na over de woorden van Het Al. Ze zwom in de richting waar ze de groep dolfijnen vermoeden en zond een gedachte oproep uit maar er kwam geen antwoord. Ze zwom verder in de richting waar de groep zou moeten zijn, intussen steeds een oproep doen naar de groep. Het bleef lang stil, steeds opnieuw stuurde ze een gedachteoproep uit maar het bleef stil, toen sloeg de angst en paniek toe. Zouden in gevaar zijn? Toen dacht ze aan haar ervaring met de vissen en de woorden van het Al, voedsel is wat jullie nu nodig hebben om te leven. Ze begon steeds sneller te zwemmen, plotseling hield ze stil een zwak signaal bereikte haar. Een zwakke roep om hulp, snel zwom ze de richting op waarvan het signaal kwam. Ze kwam de eerste dolfijnen al snel tegen ze dreven aan de oppervlakte en bewogen zich nauwelijks meer. Een enkele dolfijn zwom nog rond maar kon niets doen ze waren te moe om te zwemmen.

Snel zocht ze naar Modro, die vermoeit rond zwom. Ze keek om zich heen maar zag geen vissen om te eten. Ze dacht aan de woorden van het Al om hem te roepen als ze in nood waren. In gedachten riep ze het Al en vroeg om hulp voor haar volk. Even later zag ze een hele grote zwerm vissen op haar afkomen, snel zond ze een beeld van voedsel en etende dolfijnen naar de groep. Maar niemand reageerde, maar natuurlijk ze wisten niet dat ze voedsel nodig hadden. De zwerm vissen zwommen tussen de dolfijnen in en Helve deed voor hoe de vis werd op gegeten. Sommige begrepen het direct en langzaam begonnen de dolfijnen te eten van de vissen die rustig om hen heen zwom. Modro had het ook al snel door maar stuurde haar een gedachte vraag waar is dit goed voor? Maar Helve bleef voordoen hoe de dolfijnen moesten eten. Naar Modro stuurde ze de gedachte ik zal het straks allemaal uit legen. Ze bleef tussen de groep door zwemmen en iedere dolfijn aan spoorde om te eten. En de dolfijnen aten en algauw kwamen ze weer op krachten. Helve keek toe en bedankte het Al want ze begreep dat het Al de vissen had gestuurd. De groep was gered dankzij het Al en al duurde het nog even voordat ze allemaal weer helemaal op krachten waren was ze blij dat het zo was afgelopen.

Toen riep ze alle dolfijnen bij elkaar en vroeg ze om naar haar te luisteren, ze vroeg of er iemand vermist werd. Even was het stil maar iedereen was er. Toen vertelde ze het verhaal van het Al. Over de planeet waar ze nu waren, die een einde maakte aan het leven wat ze tot nu toe geleid hadden. Het sterven en heengaan, over het terug keren in het stoffelijk lichaam. Ze vertelde het verhaal zo goed mogelijk maar de meeste dolfijnen snapte er niets van. Er klonken stemmen op van wat is er aan de hand, wat moeten wij hiermee? Ze gaf toe dat het allemaal vreemd klonk en besloot het verhaal met laten we allemaal maar afwachten wat er gebeurd. Toen vertelde ze dat ze Jeso had gesproken en ze vertelde hoe het met alle Atlanties was. We hebben afgesproken contact te houden. Ze besloot haar verhaal dat ze voorlopig in deze wateren zouden blijven, dicht bij de kust.

En zo wenden de Atlanties die nu dolfijnen waren aan de zee en het leven daarin. Ze speelde en zwommen en genoten van het nieuwe leven. Vele maanden en jaren gingen voorbij, ze hadden geleerd hoe ze vis moesten vangen die ze nodig hadden om te overleven. Soms hadden ze contact met Jeso, maar ze hadden nu hun eigen leven en dachten niet zoveel meer aan de Atlanties op het land. Helve en Modro waren veel samen, speelde met elkaar en vrijden met elkaar. Toen op een dag Helve zich vreemd voelde, vreemd in haar lichaam net alsof er iets leefde in haar. Iets wat met de maanden erger werd, ze wist niet wat er gebeurde. Toen de tijd daar was gaf ze nieuw leven, verbazing onder alle dolfijnen. Een nieuw leven, een levend jonge dolfijn. En het eerste dolfijne kind was geboren, een zoon Noscho, toen begreep ze Het Al. Steeds opnieuw zou de soort zich vernieuwen, steeds nieuw leven zou komen, geboren worden. In de volgende maanden werden er nieuwe dolfijn kinderen geboren. Zo groeide het volk van de dolfijnen. Helve en Modro leidde het volk naar nieuwe gebieden maar altijd vlak onder de kust. Toen de zonster een nieuwe dag aangaf besloot ze aan land te gaan, iets wat lang geleden was dat ze in een stoffelijk lichaam was geweest.

Ze gaf door aan de groep dat ze aan land ging, maar sommige wilden met haar mee en zo ging er een kleine groep mee naar de kust. Toen ze het strand naderde nam ze haar stoflichaam aan wat vreemd aan voelde toen ze er weer aangewend waren liepen ze het strand op. Toen Helve op het strand stond en uitkeek naar de heuvels hoorde ze achter zich angstige kreten. Snel draaide ze zich om en zag enkel dolfijnen ook in hun stoffelijk lichaam staan. Maar ze zag ook dat er dolfijnen half op het zand en in de zee lagen en niets meer konden. Ze voelde de paniek van deze dolfijnen, ze konden niet in hun stof lichaam komen. Snel liep ze naar de dichts bijzijnde dolfijn die vastlag in het zand, ze zag dat het water te ondiep was om terug te zwemmen de zee in. Angst overviel haar en ze vroeg zich af wat er gebeurde, waarom konden ze niet in hun stoffelijk lichaam komen? Ze richtte haar gedachte op de dolfijn voor haar en vroeg wat is er aan de hand. Het lukt me niet om in een stof lichaam te komen, ik kan niet meer in de energie komen. Snel keek ze om zich heen en zag nog drie dolfijnen zo liggen, ze zond naar alle drie de vraag wat is eraan de hand. Maar alle drie gaven hetzelfde antwoord. We zitten vast in dit lichaam, snel nam ze een besluit en riep naar degene die al in een stof lichaam waren. Kom hierheen en help me hem terug te duwen. Ze begonnen de dolfijn terug te duwen en met veel moeite lukte het hun om hem weer de zee in te duwen. Toen de dolfijn weg zwom snelde ze naar de volgende en ook bij dezen lukte het hem terug te brengen naar de zee. Toen ze de volgende wilde gaan helpen zagen ze dat deze helemaal vast zat in het zand, met geen mogelijkheid konden ze de dolfijn los krijgen. Deze zat muurvast, snel riep ze Modro op en legde uit wat er gebeurd was en vroeg of er hulp kon komen maar pas op dat er niet nog meer vast komen te zitten. Blijf wat verder van het strand, zodat als er één is die niet in de stof kan komen niet vast komt te zitten. Snel riep Modro dolfijnen naar zich toe, legde uit wat er gebeurd was en een hele groep zwom snel naar het strand. Vele konden nog in de energie komen en zo een stoffelijk lichaam aannemen. Maar sommige lukte het niet en bleven in de zee, maar gelukkig kwam er niemand meer vast te zitten. Snel werd de dolfijn met zijn allen op getild en brachten deze in dieper water waar hij uitgeput bleef drijven. Hij werd opgevangen door de dolfijnen die niet in de stof konden komen. Toen Helve bij de laatste dolfijn kwam zag ze al dat er iets vreselijk mis was. De dolfijn reageerde zowat niet meer, ze stuurde een gedachte naar haar. Wat gebeurd er, toen zag Helve wie het was, Lesn kom geef antwoord. Ze antwoordde, ik weet niet wat er gebeurd het is een vreemd gevoel. Alsof ik los ben van alles om me heen, ik zie wezens om me heen die met me praten. Die me mee willen nemen, wat zeggen ze dan vroeg Helve. Ze vertellen me dat het tijd is om mee te gaan, ze nemen me mee om te rusten. Ze brengen me naar de tuinen en wouden van Het Al om te rusten. Ook vertellen ze me dat ik eens terug zal komen als dolfijn om weer te spelen en om de kennis te dragen. Want dat is onze opdracht de kennis te dragen van Het Al. Ze zakte steeds verder weg in de stilte toen zei ze zachtjes tegen Helve vaarwel, eens zien we elkaar terug. Helve was stil geworden en vroeg zich af is dit wat Het Al bedoelde met het nieuwe leven? Geboorte, leven en heen gaan. Terug naar de bron naar het paradijs, maar ook een terugkeer naar het leven. Is dit wat Het Al bedoelde? Is dat het eeuwige leven? Ze keek weer naar Lesn en naar de wezens om haar heen en alle staken hun handen uit naar Lesn en hielden haar vast. Ook zij hadden de gedachte spraak gevolgd en alsof ze begrepen dat er iets bijzonders ging gebeuren hielden ze Lesn lichtjes vast. Helve richtte haar gedachte weer op Lesn en vertelde over het eeuwige leven, Het Al, de bron van alles, over de terugkeer naar de bron en naar het dolfijnen leven. Om de kennis te bewaren en door te geven en eens als de tijd daar was zouden ze terugkeren als het volk van Atlantis. Toen richtte Lesn zich op en zei in gedachte spraak ik ben bereid, ik ga mee. Vaarwel mij volk van de zee, kort was ik bij jullie in de zee, maar eens kom ik terug, vaarwel. Toen werd het stil, alle leven verdween uit Lesn en alle die haar vasthielden voelde het vertrek van de ziel en geest.

Toen gaf Helve opdracht aan alle om haar heen terug te keren in de zee en even later stond ze alleen bij het levenloze lichaam van Lesn. Ze nam afscheid van haar en liep het strand op de heuvels in. Toen ze de zee niet meer kon horen en zien ging ze zitten, ze voelde zich leeg, verloren en ze staarde doelloos voor zich uit. Toen viel ze in een diepe slaap en een lichtwezen verscheen in haar slaap tot haar. Deze ging naast haar zitten en keek haar aan en het lichtwezen vertelde, ik ben Omadel, Lesn is veilig aangekomen bij Het Al. Toen vertelde het lichtwezen haar dat deze planeet vele kinderen voort zou brengen. Dolfijn kinderen maar ook de kinderen van de Atlanties en van vele andere volken. De volken zouden allemaal op deze planeet leven en als mensen kinderen voortleven. De mens hoorde bij deze planeet, de planeet aarde. Ook vertelde het lichtwezen dat er nog een volk was op deze planeet, een volk op het land maar ook een volk in de zee. Dit volk van de zee had dezelfde keus gemaakt als welke zij hadden gedaan. Dit volk had een soort gelijk verhaal als de Atlanties, ook zij kwamen uit het diepe heelal. Kwamen ook van de moederplaneet zoals alle volken in de ruimte. Deze twee volken op het land zouden samen smelten. Maar de volken in de zee niet ze waren te verschillend van vorm. Wel zouden er gedachten contact zijn, beide zeevolken waren de dragers van kennis en ook zou het andere volk eens terug keren als mens op deze planeet om de bewaarde kennis door te geven. Toen vertelde het lichtwezen dat ze hun gave om in de energie te gaan zouden verliezen. Het andere volk, op een paar leiders na, waren de gave al kwijt, de nieuw geboren kinderen hadden deze gave niet, een enkeling zou de gave ontvangen om het dolfijnen volk te leiden. Het was de taak van de dolfijnen nu om de kennis door te geven aan de kinderen. Een ziel die geboren werd had dus niet de gaven om te scheppen meer. Alleen de gave van creatie was aanwezig, een andere vorm van scheppen, ook bij de volken aan land was dit zo. Het lichtwezen gaf aan dat de leider of leidster de gave kon behouden of terug zou vinden in het leven van het moment. Het was hun taak om ook dit door te geven aan de volgende leider of leidster. Helve luisterde geboeid naar de woorden van het lichtwezen, deze vervolgde er zijn wezens zoals ik die de taak hebben jullie te beschermen ook de mens op het land wordt op deze manier beschermd en begeleid. We zijn er voor alle wezens tot dat de tijd daar is dat alle wezens zich weer bewust zijn van wie ze werkelijk zijn.

Toen zei het lichtwezen kom mijn kind van de zee, leef, speel en wees vrolijk en speel het spel van het water. Toen nam hij afscheid van haar en zei als je me nodig heb denk aan mij of noem mijn naam en ik zal er zijn.

En zo werd Helve na de nacht wakker gekust door de stralen van de zonster die haar verwarmde met haar stralen. Ze rekte zich uit en richtte zich tot Het Al, ze bedankte de vadermoeder voor de droom en de inzichten daaruit. Toen liep ze terug naar het strand en op het strand stuurde ze een gedachte oproep naar Jeso en vertelde haar wat er gebeurd was en wat er zou gebeuren. Jeso antwoordde ja ook ik heb deze boodschap door gekregen, weet Helve dat de mens altijd een vriend zal zijn van de volken in de zee. Ze namen afscheid en wisten beide dat eens de tijd zou komen om elkaar weer te ontmoeten. Toen dook ze het water in en veranderde in de energie van een dolfijn. Ze riep Modro op en vroeg waar de groep zich bevond. Hij antwoordde hier vlakbij we hebben op je gewacht. Ik heb het verhaal aan de groep verteld van Lesn. Snel zwom ze naar de groep dolfijnen waar ze welkom werd geheten. Haar droom van de nacht hield ze voor zich, eens zou ze het vertellen.

 

Helve en Modro keken naar hun zoon Noscho. Hij groeide op samen met de vele jonge dolfijnen. De groep groeide snel er waren veel jonge dolfijnen geboren. De groep leefde vlak voor de stranden waar het water niet te koud was en er was veel vis aanwezig voor voedsel. En deze wateren waren vertrouw zo konden ze de jonge dolfijnen goed beschermen, want dat er vele gevaren waren was wel duidelijk. Dat hadden ze al ondervonden toen ze wat meer de zee op gingen, een zeewezen met vele tentakels had een jonge dolfijn gegrepen en mee gesleurd de diepte in. Ze hadden hem nooit meer terug gezien, het ergste waren de geschreeuwde mentale gedachten die ze alle hadden opgevangen. Ook was er een groot wezen, snel en zeer agressief, die op hen jaagde. Toen ze voor het eerst dit grote wezen zagen was er geen gevaar maar toen Helve gedachte contact zocht was er een wrede gedachte over voedsel die naar haar toe werd gestuurd. Ze stuurde een gedachte terug dat zij geen voedsel waren. Ze vroeg wie hij was maar de gedachtes die ze op ving waren primitief en gingen alleen maar over voedsel. Ze deed nog een poging maar kreeg alleen een gedachte ik ben orka, voedsel. Ze voelde dat dit een gevaarlijk soort was voor de dolfijnen. Orka´s zijn vechters begreep ze van hem, altijd op zoek naar voedsel of vernietiging. Kort en snel waren zijn bewegingen. Helve stuurde een waarschuwing met een beeld van hoe het wezen eruit zag naar de groep dat ze op moesten passen voor de orka´s. Toen zwom de orka weg maar ze vertrouwde hem niet en hield de omgeving scherp in de gaten. Nogmaals waarschuwde ze de groep dat er een orka in de buurt was. Maar op dat moment verscheen de orka op volle snelheid en wierp zich midden in de groep dolfijnen. Beet links en rechts om zich heen en doodde zo twee jonge dolfijnen. De groep dolfijnen stoof uit elkaar en enkele mannetjes draaide zich om en zwommen in volle snelheid op de orka af. Met een enorme dreun botste er twee dolfijnen in de zijkant van de orka die ze niet meer had kunnen ontwijken. De orka werd opzij gestoten maar herstelde zich snel. Maar nu waren er meer mannelijk dolfijnen die hem aanvielen, keer op keer botste ze tegen elkaar. En nadat er vier dolfijnen tegelijk tegen hem aan kwamen vluchtte de orka weg. Na deze aanval werden de dolfijnen voorzichtiger en werden er wachters uit gezet die de groep moesten beschermen tegen aanvallen van andere zeebewoners. Helve begreep wel dat deze vissoort niet het andere volk was. Ze had de bewoners van de zee goed in gaten gehouden maar was nog geen ander volk tegen gekomen of wat er maar op zou kunnen lijken. Ze wist niet hoe het andere volk eruit zou zien, maar ze nam aan dat die ook de gedachten spraak zouden beheersen. Ze verbleven lang in deze wateren, soms hadden ze contact met de Atlanties. Sommige van de Atlanties hadden vaartuigen gemaakt en voeren over de zee om vis te vangen voor voedsel. Als er een vaartuig verscheen in de zee waar ze waren dan zwom de hele groep met de boot mee en werden er gedachtes uitgewisseld. Maar Helve merkte dat steeds minder dolfijnen de gedachte spraak kon uitwisselen met de Atlantis mens. Wel onder elkaar zelfs de jonge dolfijnen konden dat, maar met de mens dat konden er nog maar weinig.

Bij elke geboorte van een nieuw dolfijn kind kreeg deze een naam mee, zodat deze altijd geroepen konden worden. Door de herinnering van hun leven als Atlanties en toen ze zelf gekozen hadden voor een leven in de zee hadden ze allemaal een andere naam aangenomen. Dus was het logisch dat de dolfijnen kinderen ook direct een naam kregen bij de geboorte. Zo konden zij elkaar door de gedachte spraak aanspreken en oproepen.

De zeeën waar ze in verbleven waren warm en vol voedsel zodat de dolfijnen groep steeds sneller groeide in aantal, er was al spraken dat er een groep zich wilde afsplitsen en verder wilde gaan als een eigen groep. Helve kreeg het verzoek van Narik een mannetjes dolfijn, deze was fors gebouw en een echte leider. Vele jonge dolfijnen wilde wel met hem mee, toen ze vroeg waar ze heen wilde gaan was het antwoordde de zeeën onderzoeken weg van hier. Er werd in de groep van dolfijnen overleg gepleegd en besloten werd dat ze als groep weg mochten alleen onder de voorwaarden om voorlopig in de buurt te blijven zodat de oudere dolfijnen hen nog konden adviseren.

Helve onderzocht Narik op zijn gave’s ook zijn partner werd onderzocht en beide hadden de volledige gave’s. Ze vertelde hen over de gave’s en het verhaal van het Al werd nogmaals uitgelegd aan hen. Vanwege hun gebrek aan ervaring en kennis

werd er afgesproken dat ze in de buurt zouden blijven om als groep te leren. En als ze zouden vertrekken dan zouden weer bij elkaar komen om afscheid te nemen. Narik en Kouka zijn partner gingen met vele jonge dolfijnen weg, enkele half volwassene dolfijnen gingen ook mee. De groep trok de wijde zee in en verbleven daar vele maanden, totdat Narik het tijd vond verder te gaan. Hij stuurde een gedachte oproep naar Helve en vertelde haar dat ze verder gingen, weg uit deze wateren. Ze herinnerde hem aan de afspraak om afscheid te nemen maar Narik zei dat het zo goed was zij gingen weg. Even voelde ze boosheid in zich opkomen maar bedacht dat het de keus was van die groep. Ze zei hen vaarwel en vroeg hem om af en toe contact te houden met haar. Na dat beloofd te hebben af en toe iets te laten horen voelde Helve een leegte in zich opkomen. Een gevoel van eenzaamheid overviel haar, alsof ze iemand verloren had. Maar zo zei ze tegen zichzelf ik ben niemand kwijt ze zijn zelfstandig geworden, tijd om de kinderen los te laten zodat ze zelfstandige dolfijnen mogen worden. Zo liet ze zich meedrijven op de stroom van het water, ze schrok op toen Modro plotseling op haar afkwam in volle snelheid. Een angstige gedachte kwam bij haar binnen, hij schreeuwde het uit. Onze zoon is aangevallen en gewond, samen stoven ze naar de plek waar Noscho zich bevond. Er waren al een tiental mannetjes in de buurt en een paar vrouwtjes verzorgde Noscho. Hij was in de flank geraakt Helve schoot op hem af en vroeg wat er was gebeurd, hij vertelde dat er een grote visachtige op hem af kwam zonder waarschuwing in volle snelheid werd hij geraakt. Hij was direct op de vlucht gegaan en een gedachte schreeuw naar de mannetjes die de groep bewaakte. De aanvaller was hem achterna gekomen, razendsnel was hij, Helve vroeg was het een orka? Nee, die was het niet deze was langer en slanker. Modro overlegde met een van de dolfijnen van de bewaking en deze vertelde dat hij ook nog nooit zo´n grote visachtige had gezien. Hij had geprobeerd om gedachte contact te maken maar er kwamen alleen maar moorddadige gedachtes naar buiten. Het was een echt doder, niet eens om te eten maar puur om te doden. Ze besloten om tussen de heuvels op de bodem van de zee te schuilen en alles af te wachten. Helve deelde de groep mede dat Narik en zijn groep weg was gegaan. Zo brachten ze verschillende dagen door in het heuvelgebied op de zeebodem. Noscho genas snel dankzij de goede zorgen van de vrouwtjes dolfijnen. Toen hij geheel genezen was besloten ze weg te trekken uit dit gebied. De zonster kwam omhoog uit het water toen de nieuwe dag begon en zo vertrok de gehele groep dolfijnen. Besloten was om verder de zee op te gaan, ze zwommen in de richting van de zonster. Springend en duikend maakte ze veel plezier, ze kwamen vele eilandjes tegen. Af en toe zagen bootjes met daarin mensen dan zwommen ze erop af en probeerde contact te maken maar deze mensen verstonden de gedachte taal niet van de dolfijnen. Ze bleven wel langs de bootjes mee zwemmen en de mensen vonden dat wel leuk. Het waren vissers want ze haalde veel vissen boven in een vangnet. Zo trok de groep verder, het water werd kouder en eilanden kwamen ze ook niet meer tegen. Soms stormde het, de wind maakte hoge golven en moesten ze een schuilplaats zoeken door dichter naar de kust te zwemmen. Maar ze konden niet lang onderwater blijven ze moesten steeds weer boven komen om te ademen en dan moesten ze oppassen om niet mee gesleurd te worden met de golven. Een enkel keer gebeurde het dat er een dolfijn op het strand aanspoelde, dan moesten enkele dolfijnen die dat nog konden terug in de energie om een menselijk lichaam aan te nemen om de gestrande dolfijn weer in het water terug te brengen. Er waren niet veel dolfijnen meer die dat nog konden, van de jonge dolfijnen kon een enkel het, ook Noscho kon het. De jonge dolfijnen maakte veel plezier in de hoge golven, ze sprongen of doken als er een golf aan kwam er middenin. Zo trokken ze verder en kwamen in steeds koudere wateren terecht. Er was veel voedsel en op een dag toen de zonster hoog boven de zee stond kwamen ze aan bij een land met hoge rotsen en veel baaien met kleine zandstranden. Helve besloot dat de groep hier voorlopig zou blijven, de dolfijnen zwommen en speelde hele dagen onder de zonster. En als die verdween lieten ze zich mee drijven in de zachte stroom, soms zagen ze grote vissen voorbij gaan maar die keken niet eens naar hen om. Een enkele keer kwamen er boten de baaien in, vissers die hun netten uitgooide. De dolfijnen hadden wel geleerd om dan uit de buurt te blijven een enkele keer was er een dolfijn in de netten gekomen. Maar de vissers bevrijden ze altijd heel snel, deze mensen konden zich heel goed voort bewegen in het water. Soms sprongen de mensen overboord en zwommen ze samen met de dolfijnen en speelde samen.

De tijd ging snel jaren snelde voorbij en het weer werd steeds kouder, de dolfijnen vroegen aan Helve wanneer ze terug gingen naar de warmere wateren. En Helve riep de raad bijeen om te overleggen of ze terug zouden keren naar de warme wateren. En alle dolfijnen stemde voor vertrek naar de warme zeeën.     Zo verlieten ze baaien waar ze het naar hun zin hadden gehad, ze zwommen naar de open zee en gingen richting de warme zeeën . Ze waren nog geen dag onderweg toen er twee grote boten van opzij verschenen. De boten voeren in dezelfde richting als de dolfijnen. Nieuwsgierig als dolfijnen zijn zwommen er verschillende op de boten af, en zwommen met de boten mee. De dolfijnen doken en sprongen om de boten heen. De bemanning hing over de railing en keken naar het spel van de dolfijnen. Één van de mannen riep iets en draaide zich om pakte iets op en boog zich over de railing. De man hield een lange staaf in de hand, Helve die het van een afstand zag stuurde een gedachte schreeuw naar de dolfijnen om de boot. Maar ze was te laat, de staaf werd gegooid en trof één van de dolfijnen. Het water kleurde rood en even later werd de dolfijn omhoog getrokken aan boord van het schip. De dolfijnen die naast de boot zwommen doken onder en verdwenen onderwater bij de boot vandaan. Één van hen schreeuwde zijn gedachte uit en vroeg wat is er gebeurd? Maar Helve wist het ook niet, ze begreep dat de dolfijn die geraakt was niet meer leefde. Maar waarom de man aan boord van het schip dit gedaan had begreep ze niet. Ook de andere dolfijnen begrepen er niks van. De mens zoals zij hem kenden was toch te vertrouwen? Het was een vreemde toestand, mensen die mee zwommen en mee speelde. En mensen die je dode, was de mens dan zo onbetrouwbaar geworden. Helve nam zich voor om dit met Jeso te bespreken zo gauw ze daar weer in de buurt waren. De groep dolfijnen zwommen snel weg, uit de buurt van de boten. Verschillende dolfijn mannetjes vroegen aan Helve waarom vallen wij de boten niet aan? Maar ze antwoordde, besef dat ook wij eens in energie waren en de gedaante van een mens aan konden nemen. Weet dat ik en verschillende anderen dat nog steeds kunnen zei een van de dolfijnen. En ze vallen ons toch ook aan? Ja, dat weet ik wel maar moeten wij ze dan ook aanvallen? Vergeet nooit dat wij dolfijnen een speciale band hebben met de mens, dat wij hen altijd zullen helpen. Hoe erg ze ons ook aanvallen, wij zullen de mens altijd helpen. De mannetjes zwegen en dachten na over wat Helve had gezegd.

 

Ze wisten waar hun afkomst lag, dat werd aan alle dolfijnen onderwezen en doorverteld. Sommige van de mannetjes waren opstandig en wilde telkens als er een boot in het zicht kwam de boot aanvallen. Maar Helve hield ze steeds tegen, zo bleven ze op weg naar de zee waar ze vandaan kwamen. Op een dag toen alle rustig rond zwommen en er een rust pauze was omdat het gebied waar ze aan gekomen waren zo mooi was en vol voedsel zat, kwamen ze de groep tegen van Narik. Het was een vrolijk weerzien en ze speelde en doken de gehele dag en de beide groepen hadden elkaar veel te vertellen, zo verteld Kouka van de geboorte van haar kind en over de vele jongen dolfijnen die geboren waren. Ook vertelde ze over de dolfijnen die verdwenen waren, dood gegaan waren. Zo ook het verhaal van de mens die een dolfijn had gedood vanaf een boot. Ook Helve verteld dat hen dat was overkomen. Kouka verteld dat ze de boot hadden aangevallen en daardoor meer groepsleden hadden verloren, de mens had hen verjaagd. Ze hadden de boot in de gaten gehouden en hadden gezien dat ze iets overboord hadden gegooid. Sommige dolfijnen waren nieuwsgierig en waren verward geraakt in een soort net van touwen ze waren verdronken. Ze konden niet meer boven komen. Toen het net werd opgehaald zagen ze dat er duizenden vissen in zaten en deze werden aan boord gehesen. Dit gebeurde vele malen weer, de dolfijnen begrepen dat deze mensen de vissen aten. De beide groepen bleven bij elkaar, totdat Helve aan gaf verder te willen gaan. Ze namen afscheid en de dolfijnen gingen met hun eigen groep mee. Op sommige na deze hadden een partner gevonden in de andere groep en bleven daar nu mee verbonden.

 

De zonster zakte in de zee, Modro genoot er altijd van als dat gebeurde. Vaak vroeg hij zich af waar de zonster dan verbleef. Hij droomde ervan om de zonster eens achterna te gaan om te zien waar de zonster uitrusten. Het donker viel en de nachtster verscheen, het was stil er gebeurde niets bijzonders op hun tocht naar hun geboorte zee. Rustig voort drijvend in het warme water doezelde hij weg, toen hij ergens zachtjes tegen aan botste. Verschrikt deed hij zijn ogen open en zag een enorme vis voor hem liggen, een gedachte kwam binnen, dag goede vriend van de zee, wie ben jij? Verbaasd zwom Modro een stukje achter uit en hij dacht wat een enorm grote vis is dit hij zwom erom heen. Een lach bereikte zijn gedachte ben ik werkelijk zo groot? Toen Modro weer voor de enorme vis lag zag hij rechts en links van hem nog meer van die grootte vissen tevoorschijn komen. Toen dat tot hem doordrong wilde hij vluchtte maar weer kwam die lach in zijn gedachte. Rustig maar mijn vriend van de zee en de mens, wij zijn je vrienden van de zee. Wie ben je dan vroeg Modro? Wij zijn de vissen van de wal, eens waren wij energiewezens. Wij zijn hier op deze planeet gekomen als energie en toen mens geworden, wij hebben gekozen om in de zee te gaan leven. Omdat wij niet verder wilde leven op het land maar ook niet meer als mens. Wij zijn hier al vele tijden en vele van ons zijn nog van het begin van onze keus om in de zee te leven en het is een goede keus gewest. Ons volk op het land is vernietigd, verstrooid over de landen die over zijn. Vervallen in armoede en honger, een volk eens zo machtig. Zelfscheppende wezens die alles hadden wat ze maar wilde maar zelfzuchtig werden. Alleen aan zichzelf dachten om zo zichzelf vernietigden. Wat is de naam van jullie volk, vroeg Modro? Ons volk heet Lemurie, de MuMu en wij zijn de wezens van de wal, wij zijn de walvissen.

Groot was ons denken, groot was de waanzin toen wij de zee verkozen. Zo hebben wij gekozen om de grootste te zijn in de zeeën. Wij leven in vrede en laten leven in liefde, maar de mens MuMu dood zijn eigen volk steeds opnieuw weer. Wij sturen de gedachtes van wie we zijn, hun broeders en zusters. Maar ze zijn doof geworden door hun grootsheid kennen ze geen gedachte spraak meer. Soms heel soms hebben we contact met een geest van de MuMu maar die begrijp niet wat wij bedoelen. Ze weten niet meer wie ze zelf zijn, wezens uit de energie, wezens van liefde. Wij weten dit nog steeds, wij leven in Het Al. En ons oude mensenvolk leeft met zichzelf, angst en haat is hun voedsel. De walvis zweeg en vroeg toen wie ben jij? Ik ben Modro de dolfijn. Ook wij hebben gekozen om in de zeeën te leven, wij komen van Atlantis. Ver hier vandaan, onze planeet hebben wij vernietigd ook door waanzin, wij dachten alles zelf te kunnen. Maar hebben ook onszelf verloren. Gevlucht in ruimteschepen zijn we hier terecht gekomen vele hebben gekozen om de zee in te gaan, vrij te zijn. Wij zijn dol op onze vrijheid zonder regels en wij vinden het fijn om te spelen met elkaar. Zo zijn wij de dolfijnen geworden, wij hebben nooit gehoord over jullie. Wij kennen de gedachte spraak nog steeds en ik merk dat wij met jullie kunnen praten. Maar ons volk op het land verliest ook die gave.

Zoals zo vele gave´s die we verliezen, zover afgedwaald van Het Al. Ja, bromde de walvis, toen vroeg Modro naar zijn naam, mijn naam is Kailin. Wil je met me meegaan en onze groep dolfijnen ontmoeten? Ja, hoor dat wil ik wel, hoe groot is jullie groep dan vroeg Kailin? Wij zijn met honderden, er zijn veel dolfijn kinderen geboren. Er is al een groep van ons weg gegaan om zelfstandig als groep verder te groeien. Zo, nou wij zijn ook met vele maar bij ons duurt het lang voordat er jongen geboren worden. Wij zijn hier met een kleine vijftig walvissen, zo groot is onze groep op dit moment. Kom laten we gaan, Modro zond een gedachte naar Helve en vroeg waar ze was. Ze gaf antwoord en hij vroeg haar of ze hem tegemoet wilde zwemmen, hij had een verassing voor haar. Modro en Kailin zwommen naast elkaar en even later zagen ze Helve voor zich op doemen. Die een schreeuw van angst gaf en op de vlucht wilde slaan. Maar Modro lachte en riep naar haar wees niet bang het is een vriend van de zee. Voorzichtig naderde Helve de twee en vroeg toen heel voorzichtig wie ben je en wat ben je? Ik ben Kailin, de walvis en weer vertelde hij waar hij vandaan kwam. Toen hij zweeg zei Helve een bekend verhaal ook ons verhaal is ook zo. Ze vroeg hem waar de rest van zijn volk was. Hij vertelde dat deze planeet rond was en dat ze alle zeeën hadden bezwommen. En dat over de gehele planeet walvissen waren. Hij vertelde ook dat de mens ook over de gehele planeet woonde. Niet alleen is het volk de MuMu of de Atlanties hier terecht gekomen maar er zijn vele volkeren hier terecht gekomen. Modro keek op toen Kailin zei dat de planeet rond was ja natuurlijk dat hebben we gezien toen we hierheen kwamen vanuit de ruimte, vanuit het ruimteschip. Hij lacht in zichzelf en dacht daarom verdwijnt de zon in de zee. Ha, dat kan dus helemaal niet de zon of de planeet draait erom heen. Hij lachte weer en Helve die het zag vroeg wat er was maar Modro hield het voor zich. Alleen Kailin keek hem aan en stuurde een gedachte ja mijn vriend van de zee zo is het en niet anders. En hij knipoogde naar hem en Kailin verteld van de zee waar hij al zolang woonde van de vele soorten vissen die er woonde. Van de vijanden en van de vreemde familie zoals de slangachtige.

De dieren met de vele armen, ja die konden zij inmiddels ook al vertelde Helve.

Toen vroeg Modro wie hun leider was, er is eigenlijk geen leider. En als die er wel zou moeten zijn dan ben ik het ik ben de oudste en afkomstig van uit de ruimte. Ik heb nog op Paradijs gewoond, we zijn daar als volk vertrokken, een zielengroep van een paar honderd zielen. Vele planeten hebben wij bewoond en bezocht, vele reizen in Het Al gemaakt. En tenslotte hier gekomen en we konden toen niet meer terug. Elk volk wat hier aankomt, kan niet meer weg. Maar toen Helve vertelde dat haar volk op het land de Atlanties nog ruimteschepen hadden lachte Kailin die hadden wij ook vele reizen werden er nog gemaakt. Ook ik kan nog steeds in de energie terug en een stof lichaam aan nemen. Soms ontmoet ik de echte leiders van mijn volk nog en bespreken we de dingen die we nog kunnen doen. Wij zijn nu ook op weg om ze te ontmoeten, het is al zolang geleden dat ik ze gesproken hebt. Maar er is een noodoproep geweest vele zijn verdronken in de zee. Er zijn er weinig over van mijn volk heb ik begrepen, een natuurramp? We weten het niet we zullen zien, toen beide aangaven welke richting ze zouden gaan bleek het dat ze de dezelfde kant op gingen. Zo besloten ze gezamenlijk verder te gaan. Een eeuwige nieuwe vriendschap was ontstaan. Zo trokken ze verder richting het thuisland zoals Kailin het noemde. Onderweg leerde Kailin hen hoe ze voedsel konden vangen. Hij leerde hen om als groep de vissen op te jagen. Als ze een school vissen zagen gingen ze eronder zwemmen en joegen ze omhoog en zo konden ze dan makkelijk de vissen opeten. Een andere manier was in een cirkel om de school vissen te gaan zwemmen en ze dan steeds meer naar het midden te jagen. Zo kon de school vissen geen kant op en hoefde de dolfijnen alleen hun bek open te doen om te eten. Ja, ze leerde veel van hun grootte vrienden. Ook leerde ze van hen hoe ze met de Orka´s om moesten gaan, maar vertelde, Kailin deze zijn heel snel en lastig. Het beste is als je wordt aangevallen, je ze als groep direct aanvalt maar zodra je merkt dat ze in de buurt zijn zorg dan dat je snel weggaat. Toen Modro vroeg wie hun grootste vijand was antwoorden hij de mens die jaagt op ons. En hij verteld van de manieren die de mens gebruikte om hen te vangen. In kleine bootjes komen ze op ons af en gooien dan lange stokken met een touw er aanvast in ons lichaam. Aan die stokken zitten scherpe punten met haken. Soms kunnen we ze van ons afslaan, vaak gaan de bootjes de diepte in en de mensen erin verdrinken. Maar vaak moeten we het afleggen tegen de mens. En dan te weten dat we alle uit dezelfde energie vandaan komen, dat ook wij eens mens geweest zijn. Dat is een van de rede dat ik de leiders van mijn volk wil spreken. Helve knikte en zei dat is ook ons doel om de mens uit te leggen wie we zijn. Zo trokken zij voort, zij aan zij de walvissen en de dolfijnen en ze speelde met elkaar. Het was een mooie tijd, zo naderde ze de kusten van waar ze als mens het land hadden verlaten. Toen beide groepen dezelfde kust uitzochten besloten ze samen aan land te gaan, want ook Helve had besloten om Jeso te spreken over de aanvallen van de mensen. Ze wisten beide niet van welke groep de mensen waren die hen bejaagde. Dat moesten de leiders op het land maar uitzoeken. Toen de kust bereikt was ging net de zonster onder, ze besloten om te wachten tot de zonster weer op zou komen.

 

De morgen brak aan en de zonster liet haar stralen vallen in de zee, Helve, Noscho, haar zoon en Kailin en nog een walvis met de naam Lonka zouden aan land gaan. De vier zwommen naar het land toen Helve zich bedacht, dat de walvissen niet vlakbij de kust konden komen. Maar net toen ze zich omdraaide om te kijken naar de walvissen zag ze de verandering van beide walvissen. Met verbazing keek ze naar de gestaltes die naast haar kwamen zwemmen. Wezens met een gouden uitstraling, hun uiterlijk was als een gouden gloed. Snel keek ze weer voor zich en voelde een vlaag van een aparte energie door haar heen gaan gevolgd met een lach. Een gedachte kwam binnen wij zijn wezens van de gouden energie, maar daar hebben we het nog wel over. Helve gaf haar zoon opdracht om te veranderen in een mens en zelf nam ze ook dit stoflichaam aan. Toen ze konden staan waden ze naar het strand en even later schudde ze het water van zich af. Kailin wende zich naar Helve en zei lachend ja dat is wel een ander lichaam als van een walvis hè. Ze schoten allemaal in de lach, ze namen plaatst in het zand en toen vertelde hij wij komen van een verre planeet. Onze zielengroep heeft op paradijs gewoond, een planeet geschapen door Het Al. Toen wij daar vertrokken was het er vredig maar wij wilde meer dus vertrokken wij en creëerde onze eigen planeet en wilde onze eigen dingen doen. Vele tijden woonde wij daar en met ons weten en kennis creëerde wij van alles. Onze wetenschap was geestelijk zo groot en ver gevorderd, wij hoefde maar een beeld te bedenken en het was er. Maar door afgunst en jaloezie, maar het meer nog door de priesterorde die op onze planeet ontstaan was zijn we ten onder gegaan. Gevlucht voor vernietiging en de dreiging van de priesters die ons aan banden wilde leggen zijn we met een grote groep weg gegaan. Onze kennis namen we mee en we zwierven rond in Het Al we hadden geen vaste woonplaats meer. Onze gouden uitstraling was een gevolg van onze kennis, deze uitstraling beschermde ons tegen alles. Maar niet tegen de priesters, hij lachte maar de priesters zeiden tegen ons dat we dat niet mochten doen. Het was een belediging tegen hun God en die God was ook onze God. Maar wij vereerde Het Al, vele van ons volgde de priesters en verloren hun gouden bescherming. Toen het te erg werd met de vervolgingen door de priesters zijn we naar ze toe gegaan en er werd besloten dat wij weg konden gaan. Zo zijn we dus de ruimte in gegaan we zijn op een planeet terecht gekomen die leek op Paradijs. Deze planeet was aan de rand van het heelal, tenminste dat dachten wij.

Het was de laatste planeet die we tegen kwamen voor ons lag een diepe duisternis. Geen sterren, geen zon die er scheen, op deze planeet zijn we gebleven maar ook daar ging het mis. Ook daar zijn we weg gegaan, deze planeet was van de gevallen Engel, die wij konden van de planeet paradijs.

Toen wij dat besefte dat hij het was, de lichtdrager, Satan heer van duister hebben wij Het Al aan geroepen om ons raad te geven. De raad die wij toen kregen hebben wij niet op gevolgd zo moesten wij weer vertrekken. We zijn de ruimte in gegaan die voor ons lag. We trokken de diepe duisternis in we hoopte op een planeet die niemand kende maar helaas we vonden daar niets dan alleen de leegte. En steeds dieper gingen we de leegte in met onze ruimteschepen, we besloten om terug te keren. Maar toen we draaide troffen we een zwart gat aan en door onze draai om terug te keren werden we in het zwarte gat gezogen. Wat we ook deden we konden het niet voorkomen, toen we uit het gat schoten waren we in een onbekend stelsel terecht gekomen. We zagen planeten, sterren en zonnen en zo zijn we hier terecht gekomen. We ontdekten deze planeet en een groep van ons besloot om het water in te gaan, ons volk dat op het land bleef heeft ook de gouden bescherming verloren. We begrepen dat dit kwam door de planeet aarde. Elke ziel die op deze planeet komt mag een eigen weg afleggen om te zoeken wie je bent. Degene van ons die nog in de energie kunnen hebben nog steeds de gouden glans. Als wij ons volk bezoeken merken we dat zij niet meer zijn wie ze ooit waren. We gaan daarom steeds minder ons volk bezoeken, onze energie van goud is te sterk voor ons hen. Kailin lachte en zei kom laten we ons volk gaan opzoeken, laten we contact houden met elkaar misschien kunnen we elkaar helpen in de toekomst

Zo gingen ze uit elkaar, ieder hun eigen weg volgend opgaand in de energie. Helve zocht contact met Jeso maar ze kreeg geen contact met haar. Helve was al in verschillende steden geweest tijdens haar bezoeken aan de Atlanties. Zo was er de vergeten stad dit was de eerste verblijf plaats geweest van de Atlanties, de plek waar alle ruimteschepen waren geland. De stad met de vier torens, de stad met de hoge muren, een stad gebouwd in de bergen er waren vele steden waar de Atlanties woonde.

Helve was van plan geweest naar de vergeten stad te gaan maar ze besloot toch eerst naar de stad met de vier torens te gaan. In een gedachten flits kwamen ze aan bij de muren van de stad. Het was nacht dus moesten ze wachten tot de zonster opkwam dan pas zouden de poorten geopend worden. Ze hadden wel in de energie de muren over kunnen gaan maar dan zouden er vele vragen gesteld worden. En ze wisten ook niet wie er in de stad verbleven, voor de poort was het stil ze waren alleen. Noscho vroeg wie er in de stad woonde maar Helve kon daar geen antwoord op geven ze was te lang weg geweest en wist niet wie de stad bestuurde en wat erin gebeurde. Langzaam verscheen de zonster, de deuren gingen open en een oude man verscheen in de deuropening, hij keek de twee aan en vroeg op norse toon wat ze kwamen doen en wie ze zochten. Helve bekeek hem eens en zei toen Kajee hoe gaat het met jou? Ben je hier nog steeds de stad aan het bewaken? Kajee keek haar aan en zei toen ik herken u niet wie zijn jullie? Ze lachte en zei ik ben het Helve, ze stelde Noscho voor als haar zoon, een blik van herkenning gleed over zijn gezicht, nou vrouwe ik had u niet herkend maar jullie zijn welkom. Kom de stad binnen we zijn met heel weinig Atlanties op dit moment hier. Maar er komen andere tijden Ro is hier geweest en we moeten ons voor bereidden dat er vele Atlanties gaan komen om de kristallen in werking te zetten. Helve vroeg of Ro er nog was en wat de bedoeling was om de kristallen in werking te zetten. Maar Kajee haalde zijn schouders op en zei dat hij het niet wist, hij moest de huizen klaar maken voor de bewoning. Ze vroeg wie er in de stad waren op dit moment, Didro is de enige die je kent. Hij is met Ro mee gekomen en is hard aan het werk, ik spreek hem niet. Maar kom mee dan zal ik vragen aan Bollik, de waard of hij een maaltijd voor jullie maakt en een slaap plaats heeft. Hij slofte voor hen uit en door een wirwar van smalle straatjes en steegjes kwamen ze uit op een plein. Dit plein was het middelpunt van de stad, Helve herkende het wel er was niet veel veranderd. Kajee opende de deur van een vervallen herberg, ze kwamen in een grote ruimte met tafels en stoelen hier en daar zat iemand te eten maar verder was het stil. Kajee riep de waard en vroeg om een slaapplaats en voedsel, de waard bromde en vertrok weer naar de ruimte die waarschijnlijk de keuken was. Kajee nam afscheid van hen met de woorde

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
als je bedenkt wie de mens eigenlijk is dan kom je daarop uit, wezens van pure energie
Zo`n lang verhaal maar waarschijnlijk ook nog een vervolg.
Mooie insteek dat wezens zich in energie konden omzetten.
en op aarde vormen aangenomen hebben, het hele verhaal heeft veel fantasie in zich. maar wie weet?

Ik denk ook wel eens aan zielen of uit energie bestaande lichtwezens, die geen ruimte schip nodig hebben om zich snel te verplaatsen.