De kunst om over jezelf te beschikken

Door RogierCenin gepubliceerd op Thursday 07 August 13:00
52cf2eae05353fa79fa8250f2aaefae8_1407412Dat wij over ons eigen leven willen beschikken zal weinig mensen bevreemden. Toch is het een zeer jong fenomeen dat pas in de twintigste eeuw gemeengoed is geworden. Hartstochtelijk drijft het tegenwoordig menigeen zijn denken, willen en handen. Bepaalt het grotendeels ons persoonlijkheid en onze cultuur waarin we die ontwikkelen. Maar wat betekent zelfbeschikking? In welke zin kan ik over mijn eigen leven beschikken? Hoe en in welke mate kunnen we zelfbeschikking realiseren? Is het alleen maar een kwestie van je eigen gang maar gaan, of komt er meer bij kijken?
 
Een eerste benadering tot wat zelfbeschikking is, bereiken we door de vraag te stellen naar onze vrijheid. Klassiek zijn er twee benaderingen van de betekenis over vrijheid. De negatieve en de positieve vrijheid die we aan Berlin ontlenen. Met negatief en positief bedoelen we niet als waarderingen, alsof positief goed betekent en negatief slecht. Met negatief bedoelen we een bepaling door ontkenning van iets anders en positief als bepaling dat mogelijk maakt, positioneert. Zo bepaalt negatieve vrijheid de afwezigheid van dwang, afwezigheid van bedreiging of afwezigheid van onderdrukking. Het liberale principe van niet-inmening is een vorm van negatieve vrijheid. Je bent met andere woorden vrij als je niet wordt gedwongen door een ander iets te doen, als je niet tegen je eigen wil in iets moet doen of laten. Je bent in deze negatieve bepaling vrij als je niet wordt belemmerd. Dit wil echter niet zeggen dat je vrij bent als je volledig onafhankelijk van anderen bent. Je leeft en beweegt altijd in, door en vanuit een sociale context en hebt dus met anderen te maken; je blijft verantwoordelijk voor je eigen doen en laten. Deze afhankelijkheid is niet alleen in beperkende zin maar ook en juist in realiserende zin. In een samenleving ben je vrij als je leeft binnen de grenzen van de regels van die samenleving, maar je bent ook vrij doordat anderen jouw vrijheid mogelijk maken.
 
Door de interactie en verwevenheid van het samen leven met anderen komen we bij de positieve bepaling van vrijheid. De samenleving maakt door haar infrastructuur, instituten en activiteiten het voor jou mogelijk om je bijvoorbeeld te scholen, te kunnen ontplooien en je leven te kunnen vormgeven. Dit is de sociaal politieke invulling van positieve vrijheid. Psychologisch voelen we ons vrij en beschikken over onszelf als we we de auteur en subject van ons eigen beslissingen kunnen zijn. "Ik wil dat mijn leven en mijn beslissingen van mijzelf afhangen, niet van om het even welke krachten van buitenaf" stelt Berlin, maar hoe dat auteurschap precies zou moeten uitgevoerd, legt hij niet uit. Misschien betekent dat door enige zelf gemotiveerde invloed uit te kunnen oefenen op onze omgeving en vooral op je eigen innerlijke wereld, op je denken, willen en ervaren vanwaaruit je handelingen voortkomen, beschikken we over onszelf. We zijn waarschijnlijk auteur van onszelf als we kunnen zeggen dat onze gedachten, etc. door onszelf zijn bepaald. Het is vanuit deze innerlijke wereld dat we vorm kunnen geven aan onszelf en de wereld om ons heen. Doordat we de wereld waarnemen en beoordelen, wensen en willen we iets wel of niet te veranderen wat ons motiveert tot handelen. We zijn dan subject van ons eigen denken en handelen, niet een object van het denken en handelen van anderen. De vraag hoe en in welke mate we precies invloed kunnen uitoefenen op onszelf is lastig onder woorden te brengen.
 
We komen hier namelijk op het lastige probleem van de vrije wil. Zonder om in het al te technische en academische debat over de vrije wil te raken, moeten we toch minstens erkennen dat we niet de onbewogen beweger van ons denken, willen en handelen zijn. Er is geen diepe kern, een ziel of homunculus in de cartesiaanse zin vanwaaruit op magische wijze mijn denken en willen voortkomt. Dit wel veronderstellen zou mijn wil namelijk vanuit dit duistere innerlijke 'buiten' komen, onafhankelijk van mij, mijn persoon, mijn omgeving. In dat geval zou ik nog steeds niet vrij zijn om over mezelf te beschikken. Ik zou dan geen subject van mijn wil zijn maar een object dat door voor mij vreemde krachten wordt bewogen en bepaald. Invloeden van binnen en buiten onszelf die soms groot en overweldigend zijn, soms zelfs onbewust, zijn evident en onvermijdelijk. Maar zonder enige vorm van invloed of causaliteit zouden we echter geheel machteloos zijn. Zonder zouden we net zo overgeleverd zijn aan de willekeur als wanneer we geheel gedetermineerd zouden zijn door causaliteit.  Dit is de paradox van de vrije wil! Fenomenologisch gezien, kunnen we, om deze paradox te ontsnappen, twee perspectieven innemen vanwaaruit we naar onszelf kunnen kijken: enerzijds een leven waarin ik me zó door de dingen, zaken en anderen laat bewegen en meevoeren dat ik het leven ervaar als iets dat me slechts overkomt, dat ik weerloos en als overweldigend ervaar - overgeleverd aan externe bepaaldheid; en anderzijds een leven waarin ik me zó bezighoud met mijn leefwereld, denken, voelen en willen dat ik me nadrukkelijk mijn eigen auteur en subject voel - mede bepaald zijn door mezelf. Ik denk dat in de praktijk we ergens op de snede van deze twee perspectieven opereren, op de rand van alle invloeden van zowel buiten als binnen mij. Mijn wil is mijn wil, niet in de bezittelijke zin maar in de bijvoeglijke zin van het woord. Het is in deze zin dat ik auteur en subject ban van mijn wil. De wil als een 'kracht' die het gewicht en de som van alle invloeden net een bepaalde kant op laat neigen, een uitkomst realiseert in het haast chaotische spel van krachten waarmee ikmezelf identificeer als zijnde ik die wil.
 
Hoe werk dan dit wegen en sommeren van invloeden zodat ik kan spreken van zelfbepaling? Hoe beschik ik over mezelf als vrij willend en bewegend wezen? Wanneer kan ik zeggen dat het me lukt om over mezelf te beschikken? Het is kenmerkend voor de mens dat we over onze ervaringen, meningen, wensen en emoties kunnen nadenken en ons met onszelf kunnen bezighouden. Deze vorm van reflectieve en contemplatieve terugkoppelmechanisme is wat het ons mogelijk maakt om enige invloed over onszelf uit te kunnen oefenen, om over onszelf te kunnen beschikken. Er zijn minstens twee voorwaarden die hiertoe kunnen leiden: het kunnen analyseren en begrijpen; en het kunnen beoordelen en vormen van tweede orde houdingen. Zodra we iets denken of voelen, kunnen we onszelf de vraag stellen: 'wat is dat eigenlijk wat ik denk, voel en wil?' Dit typisch menselijke kenmerk maakt het mogelijk dat we daarop volgend de gedachte kunnen hebben: 'ik zou ook iets anders kunnen denken, voelen of willen.' Het is precies deze categorie van het 'mogelijke' die ons vermogen van zelfbepaling constitueert. We kunnen zeggen dat zelfbeschikking ontvankelijkheid voor het mogelijke, de voorstelling en fantasie vereist. Reflectie en contemplatie vereist dus zowel een gedetailleerde waarneming van dat wat zich aan mij voordoet, als een doordachte waarneming van dat wat zich als mogelijkheid vanuit mijn innerlijke voorstelling en fantasie aan mij voordoet. Het goed kunnen onderscheiden van al die indrukken zodat ik het zo goed mogelijk kan begrijpen, is naar mijn idee een minimale voorwaarde voor zelfbeschikking.
 
De tweede voorwaarde van zelfbeschikking is dat van het kunnen beoordelen. Doordat we zaken kunnen onderscheiden en wegen, kunnen we beoordelen of het juist of onjuist is wat we denken, of het pijnlijk of genotvol is wat we voelen, of het wenselijk of niet wenselijk is wat we willen. Hierdoor kunnen we ons tot een gegeven ervaring verhouden en de vraag stellen: 'ben ik eigenlijk tevreden met de gebruikelijke manier waarop ik tegen dingen aankijk?' Het is als het ware een 'nog een keer bezien' tegenover de 'eerste indruk'. Het is dit vermogen - van afstand nemen om gedachten, emoties en wensen van de tweede orde te ontwikkelen die zich op die eerste orde richten - dat het ons mogelijk maakt om niet als een weerloos wezen overgelaten te zijn aan de stroom van het leven. We kunnen zo een, wat Frankfurt noemde, tweede orde gedachte vormen, een tweede orde wens of tweede orde wil. Op de vraag hoe ik over mezelf als vrij willend en bewegend wezen kan beschikken is: door analyse en begrip die zaken zo bezien en beoordelen dat ik enige afstand tot de directe gewaarwording kan innemen, me kan bezinnen op mijn inhoud en welke verhouding ik daartoe wil innemen om mijzelf ermee te identificeren als mijn gedachten, mijn wil, mijn persoon. Op deze manier kan ik auteur zijn en subject zijn van mijn eigen leven en beleven. Ons leven kunnen we autonoom noemen als het ons lukt zowel het innerlijke als het uiterlijke in overeenstemming met ons zelfbeeld te kunnen brengen, als het ons lukt bij ons handelen, denken, voelen en willen degene te zijn die we graag zouden willen zijn die zo handelt, denkt, voelt en wil.
 
Maar hoe weten we of we wel of niet de persoon zijn die we graag willen zijn? Hoe kunnen we weten of we wel of niet denken zoals we willen denken, voelen zoals we willen voelen of willen zoals we zouden willen? Hier klinkt het eeuwen oude adagium: ken u zelve! Alleen door zelfkennis kunnen we bepalen wie we zijn, wie we niet zijn en wie we willen zijn. Zelfbeschikking bereikt haar grenzen als er tussen zelfbeeld en werkelijkheid een te grote kloof blijft bestaan. Het gaat er dan om wat we met die kloof doen, hoe we onszelf daartoe willen verhouden. Hoe we die discrepantie aanpakken, toe-eigenen en gebruik van maken. De ervaring van de kloof is de eerste prikkel om bewust te worden van de vraag of we wel of niet de persoon zijn die we graag willen zijn en zo vormt deze bewustwording, deze pijn of onbehagen van het zelf de eerste stap naar zelfbeschikking.
 
Wat kunnen we dan doen zodra we constateren dat we niet helemaal zijn wie we willen zijn? Zodra we een hardnekkige verscheurdheid ervaren omdat we zo heel anders zijn dan we graag willen zijn, gaat het erom de bronnen te onderzoeken die het zelfbeeld, de weerspannige emoties en het onrustige willen voeden. We zouden dus bij onszelf te raden moeten gaan en reflectief en contemplatief ons zelfbeeld, ons wereldbeeld en de discrepanties die erin en ertussen bestaan, proberen te analyseren en begrijpen, te beoordelen en tweede orde houdingen proberen te vormen. Dit constante proces reflectie en contemplatie kunnen we opvatten als een levenskunst, als een kunst van het autonoom zijn. Het is de kunst van het jezelf hardnekkig en hartstochtelijk vragen stellen, jezelf onophoudelijk willen begrijpen en gedachte-experimenten durven uitvoeren, jezelf uitdagen en fantaseren over mogelijkheden, zaken overwegen, afstand nemen en heroverwegen. Het is ook jezelf onderzoeken waar bepaalde denkbeelden, meningen of gevoelens vandaan komen. Onderzoeken welke invloed expressie middelen als taal, film en andere media op ons kan hebben. Zelfkennis vereist dus ook je cultuur analyseren en de geschiedenis kennen. Deze opdracht en kunst moeten we echter niet al te streng opvatten! Want dan wordt zij onmogelijk, te hoogdravend en slechts toegankelijk voor de uitzonderlijken onder ons. Ik denk dat we deze eisen gradueel op moeten vatten. Je kunt in bepaalde situatie of momenten meer of minder reflecteren, met meer of minder doordachtheid de zaken meer of minder grondig analyseren, zwaarder of juist lichter afwegingen en beoordelingen kunt uitvoeren, meer of minder afstand nemen tot je gedachten en gemoed etc. Deze nastrevenswaardige activiteiten eerder als richtinggevend gebruiken dan als noodzakelijke voorwaarden voor een 'wel of niet' slagen van zelfbeschikking. Als we volstrekt niet reflectief en contemplatief onszelf en onze wereld beschouwen, dan zijn we dieren; doen we het in absolute zin, dan zijn we engelen. Zelfbeschikking voor de mens is dus een kunst, een houding binnen deze levensruimte en niet een 'alles of niets' kwestie.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
het vergt een grote concentratie om het stuk tot je te nemen maar ik kom prachtige passages tegen, ik neem de vrijheid om op een later tijdstip nogmaals terug te keren bij deze tekst..........

ik merk dat ik in mijn hoofd het probeer te vereenvoudigen in situaties die ik herken.
Zeer interessant!