Afscheid

Door Chantalle-Chantal gepubliceerd op Wednesday 06 August 16:49

Zes uur in de ochtend. De wekker gaat met een hels kabaal af. Moeizaam en uitgeput van de vorige avond en de korte nacht hijs ik mezelf omhoog. Strompelend loop ik na de woonkamer, een muffe lucht dringt door tot diep in mijn neusgaten. Enkele minuten staar ik, in mijn badjas, naar de enorme puinhoop op de tafel. Volledig vol bezaaid met lege blikjes, vuile borden, wijnglazen en een overvolle asbak op de rand van de tafel. Zuchtend loop ik naar de tafel toe, ik baan me een weg tussen de tissues op de grond, lege flessen wijn en voel ondertussen de koekkruimels in mijn voetzool prikken.  Vloekend plof ik neer op de bank. Wat een enorme puinhoop heb ik in mij leven. Tranen branden in mijn ogen, mijn mondhoeken beginnen te trillen. Vlak voor het moment dat ik me in volledige overgave wil storten in de emotie raap ik mezelf bij één.  Heel goed Charlot, weer een mijlpaal zeg ik hardop tegen mezelf.
Ik stapel de vuile borden op, pak met mijn wijs- middel- en ring vinger de lege glazen op, stop twee lege flessen wijn onder mijn arm en in één vloeiende beweging gris ik alle tissues van de grond. Alsof het volledig volgens een planning gaat loop ik vol goede moed naar de keuken. Druk ik met mijn elleboog de hete kraan aan, zet de lege flessen op het aanrecht en loop doelgericht naar de afvalbak, mijn linkervoet opent de deksel met een luide kling hard open. Een zure lucht stijgt omhoog, voordat mijn lichaam ook maar enige besef krijgt om te gaan kokhalzen word ik bruut aangevallen door een boze kolonie, rondvliegende Drosophila Melanogasters, of zoals men in de volksmond zegt; fruitvliegjes! Kris kras vliegen ze voor mijn ogen langs, een enkeling is de weg volledig kwijt en vliegt, ongecontroleerd, met een kriebelend gevoel, zo mijn neus in. Gadverdamme! Van schrik laat ik de borden en glazen vallen en grijp mijn neus met beide handen vast.  Ik voel een pijnlijke steek op mijn hiel, bloed druppelt langzaam, via de zijkant van mijn voet, op de grond tussen de scherven van de borden en de glazen.

Zeven uur in de ochtend.  Shit! Ik moet opschieten, hinkelend loop ik naar de bank, ondertussen probeer ik mijn sokken aan te trekken. Uitgeput laat ik mij zakken op de bank en pak mijn schoenen eronder vandaan. Gehaast schiet ik in mijn schoenen en buig na voren om mijn veters te strikken. Mijn hoofd leunend op mijn knieën. Mijn armen bungelend langs mijn benen. Treurig staar ik naar buiten, een grauwe lucht weerkaatst in de ramen van de, voor mijn deur, geparkeerde auto. De stilte in huis word angstig onderbroken door een hard borrelend geluid vanuit mijn maag. In een snelle beweging grijp ik mijn natte haar bij elkaar en wurm het in een knot. Ik gris mijn autosleutels van de tafel, pak mijn tas van de stoel en loop richting de koelkast. Veel verder dan een open pak melk van twee weken geleden, een zwart zwaaiend stuk kaas en een leeg pakje boter kom ik niet. Ik zwaai mijn tas op mijn schouder, pluk mijn jas van de kapstok en loop langs de voorraadkast. Ik open de deur en word overvallen door een grote somberheid, een pak rijst, twee potten spaghetti saus en een leeg doosje muesli repen staren mij aan op de bovenste plank. De onderste plank is nog deprimerende dan de koelkast en de bovenste plank bij elkaar. Ik open de koektrommel en pak een stapeltje speculaas koekjes eruit. Met volle mond loop ik langs de spiegel in de hal, een triest gezicht met rood doorlopen ogen en grote wallen kijken mij treurig aan. 

Kwart over acht in de ochtend.’Toet, toet!’ Achterlijke idioot, je ziet toch dat die vrachtwagen naar links gaat! Ja, vooral doen, steek maar je middelvinger op, hier heb je er een terug! Boos kijk ik de prototype zakenman aan, die mij, met hoge snelheid links inhaalt. Woedend draai ik de muziek nog een standje harder en probeer mij weer te focussen op de weg. Naast mij op de bijrijders stoel ligt mijn telefoon, met op het scherm de navigatie naar mijn bestemming, een luide vrouwen stem verzoekt mij, op een niet al te vriendelijk toon, om over 500 meter de afslag rechts te nemen. Demonstraties klik ik, zonder om te kijken, mijn richtingaanwijzer omhoog.  Ik vervolg mijn weg richting de afrit en wat ik dan zie is mijn enige, grootste angst, wanneer ik in de auto zit. Een paar jaar geleden heb ik mijn rijbewijs behaald, inmiddels heb ik duizenden kilometers gemaakt, heb een aantal grote steden in binnen- en buitenland getrotseerd. Heb een aanrijding mee gemaakt en diverse bijna aanrijdingen overwonnen. Maar mijn grootste struikelblok is nog steeds wat ik hier nu voor me zie. Een gigantisch verkeersplein, met zowel links als rechts van de weg diverse verkeersborden, her en der staan stoplichten, verkeer komt van alle kanten. Een melodieuze toetergezang komt boven het geluid, van de tientallen draaiende motoren op de weg, uit.  Vlak voor het moment dat de paniek toeslaat begint de onvriendelijke dame naast mij hard te dirigeren. ‘Neem op de rotonde de derde afslag.’ Oh nee, je meent het. Is dít een rotonde?  ‘Oké links af dus. Kom op Charlot, je kan het. Links af. Soepel wurm ik me,vanaf de rechterrijbaan, een weg naar de derde rijbaan links. Gespannen kijk ik naar de verkeersborden en zie tot grote opluchting dat ik op de juiste baan zit voor de derde afslag. Yes, Charlot You did it Girl, nu binnen de witte lijnen blijven rijden, dan kom je vanzelf op de derde afslag uit. Trots volg ik de bestuurder, een cappuccino kleurige  Fiat 500, voor mij. Links rijden de auto’s met hoge snelheid mij voorbij. Rechts van mij, en de bestuurder van de Fiat 500, vormt zich zomaar uit het niets, totaal onverwachts, een rijbaan. Tiental auto’s voegen zich naast ons. Niet opletten Charlot, niet op letten. Spreek ik mezelf wijs toe. ‘Over 200 meter rechtsaf slaan, vervolgens bevind zich aan de rechter zijde uw bestemming, vervolgt de dame naast mij.’ ‘Huh? Wat? Nee, ik kan toch moeilijk over de middenberm rijden!’ Scheldend en vloekend rijd ik door. ‘De route word herberekend’ Ja, schiet nou maar een beetje op! Schreeuw ik boos naar haar. ‘Over 200 meter rechtsaf slaan’. Verdomme, dat kan toch niet zeg ik net! Denk je dat de middenberm ineens weg is. Boos rijd ik, met nog steeds met  de cappuccino kleurige Fiat 500 voor mij, richting de drukke stad. Waar zich zowel links als rechts van ons twee volle rijbanen zijn gevormd.  ‘Probeer om te keren’ hoor ik gebiedende wijs naast mij. Ja joh! Tuurlijk! Laat ik hier eens even gaan omkeren. Ben je wel helemaal goed snik! Takkewijf! Boos pak ik de telefoon en smijt hem op de achterbank.

Kwart voor negen in de ochtend. Zo, Ik ben er! All by myself, zegt een sarcastisch stemmetje in mijn hoofd. Ik pak mijn portemonnee, en loop richting de betaal automaat. Mijn god, 50 cent per kwartier! Zo kan ik ook rijk worden. Pissig schuif ik mijn pinpas in de gleuf en betaal voor de eerst komende 2,5 uur.  Gekrengd loop ik met grote passen terug naar de auto, pak mijn tas van de bijrijders stoel en grijp mijn telefoon van de achterbank.

Vijf voor negen in de ochtend. Demonstratief gooi ik mijn half opgerookte sigaret in de, hoge, grote, staande asbak naast de ingang van het Station. Vervolgens fatsoeneer ik, wat trouwens momenteel, totaal niet van belang is, mijn haren en trek mijn kleding recht. Gedachtevol, en volkomen uit gewoonte na het roken van een sigaret, pak ik mijn pas geleden gekochte, Chanel No.2, uit mijn tas en spray deze rijkelijk over mijn hals heen, ondertussen stap ik gespannen maar vol goede moed de stationshal in. 

Honderden mensen passeren elkaar in de grote brede hal, waar zowel links als rechts diverse winkels zich bevinden. De één rennend met een gratis krant onder zijn arm. De ander loopt, alsof het dagelijkse kost is, met een dampende thermosbeker, regelrecht na het juiste perron. Voorin de stationshal bevinden zich de borden waarop de actuele diensregeling te lezen is.  Een tiental mensen staren, geconcentreerd en onderzoekend, naar de digitale borden. Opzoek naar de juiste trein,de  juiste tijd en het juiste perron van hun reis.

Een tikkeltje vervreemd, door de drukte van alle reizigers, de enerverende ochtend, de spanning van wat straks komen gaat, en mezelf afvragend waar ik in vredesnaam mee bezig ben en of ik hier überhaupt goed aan doe, loop ik regelrecht naar perron 3.

Afgelopen nacht heb ik de dienstregeling van de trein onder de loep genomen. Twee mogelijke treinen, twee mogelijke vertrekstations. Na de ruzie van vorige week hebben we mekaar, afzonderlijk van de boze berichtjes die we naar elkaar hebben toegestuurd, niet meer fatsoenlijk gesproken, laat staan over de reis die vandaag op het programma staat. Het is mij dus volkomen onduidelijk welke trein en vanaf welk station de reis gepland is. De beste keuze leek me een treinstation verder te nemen dan de twee mogelijke stations die genomen kunnen worden.

Ruim op tijd, voor vertrek van de eerst mogelijke trein, betreed ik de traptreden richting perron 3. Onwennig loop ik, om mezelf te verzekeren dat ik bij het juiste perron sta, richting de borden waarop de dienstregeling staat. Enigszins opgelucht dat ik, zoals verwacht, bij het juiste spoor sta, loop ik nerveus het perron af, opzoek naar een rokerspaal.

Kwart over negen in de ochtend. Over enkele minuten komt de eerst mogelijke trein aan. Nerveus loop ik over het perron en bestudeer de mensen die staan de wachten op de trein, die elk moment het station kan binnenrijden. Een gezin, vader en moeder van middelbare leeftijd, staan samen met hun, tiener kinderen, luidruchtig te lachen. Vlak naast het gezin staat een goeduitziende jongeman, volledig netjes in pak, met een kleine koffer naast zijn linkervoet, geconcentreerd met zijn Iphone bezig. Mijn ogen glijden langs de menigte mensen. Ieder van hen heeft een koffer bij zich, ieder van hen heeft een grote reis voor ogen. Ik niet, mijn doel is iemand gedacht te zeggen, iemand die ik de rest van mijn leven misschien wel nooit meer zal zien.

Tien voor half tien in de ochtend. Heen en weer wiebelend van de zenuwen sta ik aan het einde van het perron. Als mijn inschatting een beetje juist is stopt hier de wagon met de machinist. Met klamme handen, gevolgd door een pijnlijke steek vanuit mijn maag, kijk ik de trein aan die het station komt binnen rijden. Wat nou als dit daadwerkelijk de trein is die genomen is. Wat nou als we dadelijk oog in oog tegenover elkaar staan. Even bekruipt mij een twijfelend en angstig gevoel. Met een schel piepend geluid stopt de trein enkele meters van mij vandaan. Niet voor weglopen Charlot, je hebt bijna 100 kilometer gereden voor dit moment. Maak het af, zegt een wijze stem in mijn hoofd. Reizigers lopen met hun koffers richting de openschuivende deuren. De zenuwen gieren door mijn lijf, met een snelle pas, maar met volledige concentratie loop ik langs de wagons en bestudeer de mensen in de trein, opzoek naar twee bekende ogen. Opzoek naar het nemen van een laatste afscheid. Hoe verder ik het einde van de trein nader, hoe verder de moed zakt. Een hard fluitje echoot over perron 3. Mijn ogen glijden over de reizigers in de trein maar tevergeefs. Mijn hoofd bonkt van de spanning, mijn ogen branden van het staren. Met een hard brommend geluid rijd de trein weg.  Enkele seconden staar ik de trein na, die met hoge snelheid het station uitrijd. Laten we hopen dat dit niet de juiste trein was.  Een melancholisch gevoel overweldigd mij, demonstratief slik ik mijn opkomende tranen weg.

Half 10 in de ochtend. Over een half uur komt de laatst mogelijke trein aan op dit station. Mijn laatste hoop, de laatste mogelijkheid om voorgoed afscheid te nemen. De kans is groot dat de persoon, met wie ik een onbeschrijfelijke band had, nu de trein in stapt, onderweg naar dit station, op weg naar een nieuw leven.  Zal ik een berichtje sturen met de vraag of de reis al begonnen is? Twijfelachtig pak ik mijn telefoon, en begin een lang bericht te typen. Driemaal lees ik de tekst over, selecteer het en druk op wis. Kort en duidelijk zijn Charlot. Geen ellen lange verhalen, geen grote uitleg of verantwoording van hoe en wat. Gewoon, kort maar krachtig. Doelgericht met de adviezen die ik mezelf toe spreek typ ik het volgende bericht, 'Hoe laat vertrekt je trein?' Volledig tegen mijn verwachting in, krijg ik binnen enkele seconden een antwoord terug. Gehaast open ik het bericht, lange tijd staar ik onafgebroken naar het korte woordje in het ontvangen bericht. 'Nu'.

 Mijn hoofd tolt, adrenaline giert door mijn lijf maar het meest aanwezig zijn mijn verwarde gevoelens. Verbaast en tegelijk opgelucht dat ik antwoord heb gekregen. Nerveus dat de eerst volgende bestemming van de trein, op dit station zal zijn en verdrietig om het afscheid wat zich nadert. Een ongecontroleerde traan dwarrelt langs mijn wang richting mijn kin. Mijn emotie word abrupt weggenomen door de volgende melding op mijn telefoon. 'Batterij bijna leeg.' Een rood gekleurd gevarendriehoek, rechts boven in het scherm vestigt mijn aandacht. Nee niet nu, zeg ik hardop tegen mezelf. Een norse man, vlak naast mij, kijkt mij verbouwereerd aan. Vluchtig veeg ik mijn traan weg en loop richting de kiosk die in het midden van het perron gevestigd is.

Een medewerkster, een vriendelijk uitziende dame van rond de vijftig, is druk bezig de zojuist afgebakken broodjes te verpakken. Twijfelend en een tikkeltje beschaamd stap ik de kiosk binnen.  Ik stik mijn emoties weg en zelfverzekerd stap met grote passen naar de dame toe.'Goedemorgen, zou ik u misschien een brutale vraag mogen stellen?' De dame kijkt mij opgewerkt aan en knikt vriendelijk terug. 'Zou mijn telefoon hier enkele minuten op de oplader mogen?' Alsof de dame deze vraag dagelijks krijgt antwoord ze, nog steeds op een opgewekte toon, dat dit absoluut mogelijk is. Vluchtig pak ik de oplader uit mijn tas en overhandig die aan de dame. Om één of andere rede moet ik denken aan het programma 'Hello, Goodbye'. Een groepje vrienden die hun beste vriend uitzwaait omdat hij, voor een jaar, een stage zal volgen bij een hoog aangeschreven accountantsbureau in het zuiden van de Verenigde Staten. Twee geliefden die elkaar uitzwaaien omdat één van de twee, voor enkele maanden, een familie bezoek brengt in eigen land. Ouders die hun geliefde dochter uitzwaaien omdat ze voor een half jaar vrijwilligerswerk gaat doen in het noorden van Afrika. Helaas zit het afscheid wat zo meteen zal gebeuren iets anders in elkaar.

 Totaal ongevraagd begin ik tegen de dame te praten. Het is onbegrijpelijk, hoor ik mezelf op een droevige toon zeggen. De dame kijkt mij vragend aan.' Kent u het gevoel, een persoon waarmee je, zoveel gedeeld hebt, zoveel dingen samen hebt meegemaakt, dat het voelt alsof het een broer of een zus had kunnen zijn. Dat je bang bent om die persoon kwijt te raken en niet van elkaar zult meemaken wanneer één van de twee in het huwelijksbootje stapt. Dat je bang bent dat je niet zult meemaken wanneer één van ons ouder word van één, twee of misschien zelf van drie prachtige kinderen, dat je bang bent dat we over pakweg zestig jaar niet samen een kopje koffie drinken en ondertussen lachend en huilend pratend over de fantastische herinneringen die we in al die jaren hebben beleeft. Het gevoel van zo'n, sterke, vertrouwde en hechte band dat het bijna onwerkelijk is dat het bestaat. ' Met vochtige ogen kijk ik de vrouw vragend aan. Ik merk dat ik de volledig aandacht van de dame heb gekregen. Ze heeft haar werk neergelegd en kijkt mij met haar heldere lichtbruine ogen strak aan. Zonder iets te zeggen vervolg ik mijn verhaal. 'Dat jij jezelf meerdere keren hebt afgevraagd waarom je die persoon niet eerder in het leven hebt mogen ontmoeten. Dat je hoopt dat die persoon voor altijd in je leven zal blijven. Herkent u dit gevoel kijk ik de vrouw vragend aan terwijl er een traan langzaam, over mijn rechterwang,  een weg naar beneden zoekt.' Nog steeds kijkt de vrouw mij onafgebroken aan en geeft een klein knikje. ' Kunt u zich voorstellen dat er zomaar uit het niets een conflict is ontstaan, dat je elkaar zo ontzettend pijn hebt kunt doen, en dat je van de een op de andere dag van elkaar gescheiden bent. Alsof je ineens vreemden bent, alleen de zelfde herinneringen met je meedraagt. Weer dwarrelt er een traan, dit keer over mijn linkerwang, naar beneden.' Plots valt mijn oog op een man, schuin tegenover mij, van rond de veertig, leunend tegen de balie, met voor zich een belegd broodje uit de koeling. Met een zware stem begint hij zachtjes te praten. ' Ik ben een stoere vent, heb heftige dingen in mijn leven meegemaakt maar heb een brok in mijn keel na het luisteren van jou verhaal, zegt de man met een kleine trilling in zijn stem.' De dame achter de balie verschuldigd zich dat ze hem niet heeft zien binnenkomen en maakt op verzoek een kopje koffie klaar.

 Ik pak mijn telefoon, over twintig minuten zal de trein hier arriveren. Nog twintig minuten herhaald een stemmetje in mijn hoofd. Ik open het laatst ontvangen bericht en zie het woord 'Nu' voor mijn ogen verschijnen. Ik open een nieuw bericht en begin te typen ' Waar in de trein zit je? Voorin, midden of achter in de trein?' Weer volledig tegen mijn verwachting in krijg ik binnen enkele seconden respons. 'Hé..?', gevolgd door een tweede bericht. 'Helemaal voorin', lees ik hardop voor. Ongemerkt staat de vriendelijke dame inmiddels weer tegenover mij, aan de andere kant van de balie. Op zachte toon begint de dame tegen mij te praten, zit die persoon, waarover je vertelde, in de eerst volgende trein die hier op perron zal stoppen? Ja, antwoord ik kort af. Ik pak mijn tas erbij, haal er een klein fotoalbum uit en geef die aan de dame achter de balie. Voordat de conflicten zijn begonnen, heb ik dit cadeau gemaakt zodat die mee kon in de koffer tijdens de reis zeg ik zachtjes terwijl ik ondertussen een nieuw bericht op mijn telefoon typ. 'Mag ik je iets geven?' Vluchtig druk ik op verzenden voordat ik me bedenk. Nerveus wacht ik op een antwoord, ik kijk de dame aan die de bladzijde één voor één om slaat, af en toe verschijnt er een summiere lach op haar gezicht. Ik staar na de foto's die voor mijn ogen voorbij schieten, twee lachende gezichten staren mij aan, weer dwarrelt er een traan langs mijn wangen.  De vrouw slaat de laatste bladzijde om en begint een heel verhaal over wat ze zojuist heeft bekeken. 'Meissie, maak je niet druk. Je bent helemaal hierheen gekomen om dit te geven. De band die je zojuist hebt beschreven straalt van de foto's af. Het komt helemaal goed met jullie, vervolgd de dame op geruststellende toon. Geraakt door de intense empathie van de onbekende, vriendelijke dame staar ik haar met vochtige ogen, bedroeft aan. 'Helaas mevrouw, antwoord ik zachtjes, ik wou dat ik daar vertrouwen in had. Wij hebben elkaar, tegen alle verwachtingen in, zo ontzettend hard gekwetst. Het word nooit meer het zelfde, onze band is gebroken.' Zachtjes schokken mijn schouders ritmisch heen en weer, tranen dwarrelen over mijn beide wangen naar beneden, lichtelijk beschamend van mijn openheid en de emotie die ik hier de vrije loop laat kijk ik omlaag en staar naar de warme, onverpakte dampende broodjes achter de toonbank. Ik voel een warme, stevige hand in mijn schouders knijpen. Moeizaam en uitgeput van de continue wisselende emoties hijs ik mijn hoofd langzaam omhoog richting de meelevende dame achter de balie. Ze staat op het punt om iets te zeggen als ze abrupt word onderbroken door het geluid van mijn telefoon. 'Nieuw bericht' staat groot te lezen op het vergrendelscherm. Met trillende vingers open ik het bericht, samen met de dame, staar ik naar het scherm. 'Waar ben je dan?, leest de dame fluisterend voor. Zeg dat je hier bent, zeg dat je een cadeau hebt, dirigeert ze me op strenge toon. Jullie moeten wel snel zijn, de trein rijd altijd snel weer weg. Ik open een nieuw bericht en staar naar het toetsenbord. Mijn hersenen beginnen te tollen, mijn gevoelens stijgen alle kanten op. Ik raap mezelf bijeen en doe een poging om helder na te denken. Hoe ga ik dit zeggen, wat ga ik sturen.  Besluitvol begin ik te typen met over mijn schouder twee meekijkende helder bruine ogen. 'Over tien minuten stopt je trein op het volgende station, daar ben ik nu',  twijfelend, met mijn duim hangend boven de verzendknop, of dit een goede keuze is druk ik op verzenden. Heel goed meis, heel goed. Niet meer verdrietig zijn, ondanks dat ik denk dat het helemaal goed met jullie komt is dit een uitstekende kans om afscheid van elkaar te nemen. het zei tijdelijk of permanent, zegt de dame op moederlijke toon. Dat laatst woord komt hard aan en mijn gedachten slaan op hol. Maar ik wil helemaal geen afscheid nemen, laat staan permanent. ik wil helemaal niet dat we ruzie hebben, ik wil niet dat we elkaar zoveel verdriet en pijn doen, ik wil niet dat het zo op deze manier eindigt. Ik wou dat dit allemaal niet gebeurd was. Ik wil dat dit een boze droom is, dat we morgen wakker worden en dat er niets aan de hand is. Met een kleine ego weerklanken de zinnen chaotisch door mijn hoofd. Vlak voor het moment dat ik de controle over mijzelf volledig begin kwijt te raken ontvangt mijn telefoon een nieuw bericht. Ik durf niet te kijken, zeg ik tegen de dame zodra de melding tot mij doordringt. Enkele seconden staren we naar het scherm. Bang voor het antwoord, bang voor wat komen gaat. Oké, zegt de dame op een strenge toon, of jij lees het bericht of ik doe het. Vragend, met haar rechterhand uitgereikt, kijkt ze mij aan. Ik kan het niet, ik word voor gek verklaard. Het is totaal onlogisch dat ik hier nu ben. Laat staan dat we afscheid zullen gaan nemen. Met gesloten ogen open ik het bericht en draai de telefoon richting de dame. Enkele seconden is het stil aan de andere kant van de balie.  'En? Wat staat er? Is het positief of negatief?' Allebei, antwoord de dame kort af. 'Hoezo allebei?' Je word inderdaad voor gek verklaard gevolgd door een tweede bericht met een hartje. Dus dat is goed toch, het komt er opgewekter uit dan de bedoeling was. Mijn gevoelens en emoties zitten in een emotionele achtbaan. Ik weet me geen houding meer te geven. Ik draai mij om en staar naar het nu nog lege spoor.  Elk moment kan de trein hier binnenrijden. Over enkele minuten maken wij onze laatste herinnering. Kom op Charlot, raap jezelf bij één. Wees even helder en alert. Dit is het moment. Alsof de dame achter de balie gedachten kan lezen reikt ze mij, het kleine fotoalbum. de oplader en mijn telefoon aan. Ga er maar alvast staan, de trein kan elk moment binnenkomen rijden. Heel veel sterkte en succes, hoor ik een kalme stem schuin achter mij zeggen. Zonder om te kijken, loop ik, met een lichte waas voor mijn ogen naar het begin van het perron. Bij de ingang van de lift stop ik, hier ongeveer zal de eerste coupe moeten stoppen. Ik staar naar het rails, links en rechts van mij wenden de reizigers zich richting de witte lijnen. In de verte hoor ik de trein het station binnen komen rijden. Emotieloos, en volledig buiten mezelf getreden kijk ik naar de trein die zich langzaam tot stilstand brengt op perron 3. Met een hard blazend geluid schuiven de deuren zich open. Grote groepen reizigers staan, met hun koffers, te dringen bij de deuren. Mijn oog valt op een zwaaiende hand, dat boven de menigte uit komt. Mijn ogen glijden omlaag en kijk vervolgens in twee bekende ogen. Verbaast volg ik de ogen die gehaast op mij af komen rennen. Voordat deze begroeting enigszins tot mij is doorgedrongen voel ik twee armen stevig om mijn hals, gevolgd door enkele kussen op mijn rechterwang. Het is haast onmogelijk dat diezelfde lippen niet mijn verdriet heeft geproefd. Fluisterend hoor ik een bekende stem in mijn oor. 'Ik hou van jou'. Enkele seconden staan we arm in arm op het perron, zonder enig woord tegen elkaar te zeggen. Even vergeten we wat we elkaar de afgelopen tijd hebben aangedaan. Alle verdriet, frustratie, onbegrip en woede, van beide kanten, is voor enkele seconden vertrokken naar de noorderzon. Zachtjes schraap ik mijn keel en begin op monotone toon te praten, wat hebben we er een puinhoop van gemaakt hé? Zeg dat wel Charlot, vervolgd de vertrouwde stem in mijn oor. Ik wring me los tussen de stevig geklemde armen rond mijn hals, pak het fotoboekje wat overigens nog steeds, samen met de oplader en mijn telefoon in mijn hand zit en overhandig het aan de persoon die enkele centimeters van mij vandaan staat. Een hard fluitend geluid weerkaatst over het perron. Haastig sprinten we samen naar treindeur, vanaf de traptrede in de trein geven we elkaar een korte maar stevige omhelzing. Ik werp een laatste blik naar de welbekende ogen. Twee , heldere, waterige, grote ogen staren mij wanhopig aan. De deuren schuiven dicht. Strak kijken we elkaar, diep in de ogen aan. Het besef dringt tot ons beide door, het is voorbij. Pain make people change!                              THE END!

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wowww ik heb echt meegeleefd.
Dank voor je reactie!
Als je vragen hebt over wat dan ook, gewoon stellen.
Super Candice! Dankjewel!