De derde opdracht door, voor en over Plazillianen

Door Neerpenner gepubliceerd op Saturday 28 June 15:49

Inleiding:

Ik citeer nu even mijn goeie, ouwe vriend Gildor. Toen Christine deze zilla voorstelde, zei Gildor de volgende onsterfelijke woorden:

Het enige waar ik een klein beetje "vrees" voor heb is dat het een groot "slijmfestijn" zou kunnen worden.

Beste Gildor, ik geloof dat we ons daar geen zorgen over moeten maken, met zoveel aardige medeschrijvers op deze site. Als er al ooit een slijmfestijn komt, dan zal blijken dat de slijm giftig is en dat iemand een verschrikkelijke dood sterft.

Want wat heb ik allemaal wel niet meegemaakt? Op een haartje na had ik de eeuwige en ultieme waarheid ontdekt, kwam ik de paus tegen in zijn slaapkamer, ontdekten de muizenkindertjes mij (en helaas niet omgekeerd), babbelde ik met een geketende moederwolf die op mensen jaagt, raakte ik verslingerd aan een te goed boek, stond ik oog in oog met Hemzelf, betreurde ik het gebrek aan sanitaire voorzieningen in de gewelven onder het Vaticaan, ontmoette ik de paus alweer, maar dan in adamskostuum,

Ik mag dan jong zijn, ik heb mijn portie wel gehad. Dus geef ik de portie door aan haar. Het is inderdaad een zij. Een intelligente dame, met veel gevoel voor humor, soms wat ondeugend, die luchtige artikelen kan schrijven, maar ook niet terugdeinst voor de zware onderwerpen. En dat geldt ook voor haar gedichten en verhalen. Wie is dan deze vrolijke, creatieve, jonge dame? Wie wordt het lij- leidend onderwerp?
Wie anders dan Moz@rt?
Uiteraard heb ik de opdracht nogal ingewikkeld gemaakt, maar ik ben ervan overtuigd dat het een behoorlijk inspirerende is en dat het ongekende mogelijkheden biedt om Mozart het moeilijk te maken. Wat moet ze doen? Aan jullie om dat te beslissen!
Veel leesplezier!

Moz@rts  missie.

9d1e71a486cf24abc6e80035d0c0753b_1404023

De maan schijnt op een eenvoudig huis in een al even eenvoudige straat. De muren bladderen af, er zijn een paar dakpannen die op de straat rode vegen hebben achtergelaten. Een heel erg eenvoudig huis, dus. Toch zou het weldra betrokken worden bij het begin van een ingewikkeld avontuur.
Kijk maar, het Avontuur komt eraan. Er klinkt een vreemd gerammel, en er komt een nogal armoedige, grijze bus binnenrijden, die elke halve seconde opwipt en dan weer met dat vreemd gerammel op zijn wielen komt. Je vraagt je onwillekeurig af of de inzittenden kussens hebben.
De grijze bus stopt voor dat eenvoudige huis. Stoppen is eigenlijk een te groot woord. De bus komt knarsend tot stilstand, de remmen krijsen oorverdovend.  Voor een, ongetwijfeld ongemakkelijk, moment lijkt de bus op een ingetrokken harmonica.
Er wordt gevloekt in de bus. Hard, en niet voor herhaling vatbaar.
Uiteindelijk stappen twee mannen eruit. Terwijl de een nog wat wankelt op zijn benen, stapt de ander kordaat naar de voordeur van dat eenvoudig huis. Hij heeft een onberispelijke blauwe krijtpak met een donkerblauwe stropdas. Wonder boven wonder is zijn kostuum ongedeerd gebleven, ondanks de dolle rit. De ander, zich met moeite vasthoudend aan een lantaarnpaal, draagt een versleten jeans en een bevlekte jas die nog het meest wegheeft van een schapenvel. Een ouderwetste deukhoed valt bijna van zijn hoofd.
Krijtpak tikt ongeduldig met zijn leren schoen op de stoep. Schapenjas vloekt, zonder enige twijfel was hij degene die eerder in de bus had gevloekt, en laat de lantaarnpaal los. Hij zigzagt nog een beetje, maar hij weet de voordeur te bereiken.
Krijtpak knikt hem toe en doet een stap opzij. Schapenjas knikt terug, heft zijn hand op voor de deur.
Voor hij zijn hand laat zakken, sist hij Krijtpak nog toe: ‘Morgen zoeken we verdomme een nieuwe chauffeur!’
Dan klopt hij op de deur. Dan klopt het Avontuur aan de deur voor Mozart.

Onze heldin bevindt zich in een merkwaardige positie om twee uur ’s nachts. Waar elk weldenkend mens allang in zijn bed vredig ligt te dromen, zit Mozart aan haar bureau. Eigenlijk zit ze niet zozeer, als wel met haar hoofd steunend op het bureaublad. Talloze, met inktvlekken overdekte bladeren liggen kriskras over de bureau. Sommige liggen zelfs op haar hoofd.
Haar rechterhand ligt slap naast een inktpot, met een veer erin gedoopt. Af en toe snurkt ze en verschuift haar adem weer een blad.
Soms mompelt ze rare dingen zoals: ‘En dan laat ik hem dat boek lezen.’ Maar we negeren dat, omdat het niet van belang is.
Het kloppen begint. Maar het maakt niet de minste indruk op de vredig slapende Mozart. Dan herbegint het kloppen, iets luider nu.
Ze mompelt: ‘Tut, tut,’ en daar blijft het ook bij.
Er klinkt een gedempte vloek, en het kloppen is nu gedreun geworden.
Dit keer heeft het effect, ze heft haar hoofd op en kijkt met ogen vol slaapzand naar de papieren rotzooi op haar bureau. Haar ogen staan nog wazig, maar worden algauw groot.
‘Mijn roman!’ schreeuwt ze.
Want dit is haar angstvallig verzwegen geheim. In de stille uurtjes werkt ze aan een roman, die volgens haar meteen tot de wereldliteratuur gerekend zal worden, eenmaal gepubliceerd. Het duurt echter al vijf jaar, en nog is het eind niet in het zicht. Ze blijft zich wanhopig voorhouden dat zoiets heel normaal is voor elke nieuwe schrijver en dat ze wél talent heeft.
Echter heeft ze in haar slaap de volgorde zo totaal door elkaar gehaald, dat zelfs zij niet meer weet waar het begin en het einde is.
‘Misschien moet ik het maar opgeven,’ fluistert ze.
Ze schrikt, als een nieuw gedreun het stof van het plafond doet dwarrelen.
‘Ja! Effe geduld, zeg!’ schreeuwt ze uiterst hoffelijk terug.
Ze staat op, kijkt nog even weemoedig naar de bladzijden waar ze zo lang aan had gewerkt, en stapt naar de deur. Wie kwam haar in vredesnaam op dit uur bezoeken?
Ze opent de deur en daar staat het vreemdste tweetal dat ze ooit heeft gezien. Afgezien van de duidelijke kledingverschillen, zijn hun gezichten ook zo verschillend. De man met de schapenjas heeft een onverzorgde baard en een smal, scherp gezicht waarop een eeuwige wantrouwige frons staat.
De ander is een Chinees met een vierkant gezicht en een hoornen bril. Hij knikt naar Mozart en glimlacht met droge ogen.
Haar eerste reactie is de deur meteen dichtsmijten, die glimlach jaagt haar de stuipen op het lijf, maar Schapenjas steekt meteen zijn voet ertussen.
‘Kalm aan, juffie,’ zegt hij en haalt een groezelige kaartje tevoorschijn. ‘Bent u-‘ hij aarzelt, alsof hij een vreemde taal moet spreken, ‘Jongejuffrouw Mozart?’
‘Ja?’
‘We zijn gekomen om u iets te vragen.’ Het kaartje verdwijnt meteen in een flits in een broekzak.
De Chinees glimlacht, alweer.
‘Kom,’ zegt de Schapenjas en trekt haar mee aan haar arm.
Een ontvoering! Mozart spartelt, maar de Chinees grijpt haar andere arm vast, en ze wordt tegen haar wil weggesleurd. Ze komen aan bij de bus, Schapenjas trekt de portier open terwijl de Chinees met zijn eeuwige glimlach haar binnenzet. Op een vriendelijke wijze, wat haar verbaast.
‘Ga maar rap zitten, juffie Mozart, want als Charlie rijdt, ben jij je leven niet zeker,’ raadt Schapenjas aan.
Mozart voelt de druk van de Chinees op haar schouder en gaat noodgedwongen zitten. Een gordel, het is zeker geen gewone gordel, daar heeft het teveel slotjes voor, wordt over haar lichaam getrokken. Ze begrijpt dat ze nu vastzit.
De Chinees en Schapenjas zitten tegenover haar. Schapenjas draait even zijn hoofd om naar de duistere plek waar de chauffeur zou moeten zitten.
‘Charlie! Rijden! Maar dan wat trager deze keer!’
Er wordt iets vaags gemompeld uit het duister en de bus trekt gierend op.
Mozart voelt haar maag kort omdraaien.
‘Spijt me dat het zo ruw moet, maar we moeten wel,’ zegt Schapenjas tegen haar.
Het valt haar op dat de Chinees nog steeds niks heeft gezegd, hij zit daar alleen maar te glimlachen, met zijn koude ogen achter de hoornen bril.
‘Wie zijn ‘we’?’ zegt ze zwakjes.
‘O!’ zegt Schapenjas. ‘Wij zijn meneer Janssens en meneer Tsjing.’
Ze lacht, ondanks haar situatie.
‘Janssens? Tsjing? Ik heb nog nooit zo duidelijk valse namen gehoord!’
‘Hé! Wat is er mis met Tsjing?’ protesteert Schapenjas.
De bus neemt met een misselijkmakende draai een bocht en Mozart zwijgt even.
‘Bent u meneer Tsjing?’ zegt ze na een tijdje.
Tsjing haalt zijn schouders op. ‘Mijn ouwelui zijn naar China gemi - euh, gekomen . Noem me trouwens maar gewoon Tsjing ’
Mozart rolt met haar ogen. ‘En “meneer Janssens” zijn “ouwelui’ zijn zeker naar België gemigreerd?’
Ze had nooit eerder zoveel sarcastische aanhalingstekens gebruikt.
Tsjing krimpt even ineen bij het woord gemigreerd, maar hij slaagt erin zich te herpakken. Terwijl hij een sigaret opsteekt, zegt hij met een wenkbrauw omhoog: ‘Dat klopt als een bus. Hoe weet u dat nou?’
Meneer Janssens glimlacht haar toe, een andere uitdrukking schijnt hij niet te kennen.
Ze slaakt een zucht die in een kuch verandert, wanneer de sigarettenrook de toch al zo kleine bus vult.
Tsjing blaast een rookkring omhoog en zegt: ‘Om tot de zaak te komen, we hebben u nodig. Het lot van de wereld hangt ervan af.’
De bus rijdt over een schokdrempel, iedereen schiet naar voren en voelt de pijnlijke druk van zijn gordel in zijn maag. De rookkring zweeft over Mozarts hoofd en lost op in de lucht.
‘De wereld?’ zegt Mozart, niet zeker of ze Tsjing moet geloven of niet.
Meneer Janssens glimlacht en Tsjing doet zijn mond open en antwoordt:

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nu is het aan jullie. Wat wou Tsjing zeggen? Waarom glimlacht meneer Janssens steeds? Heten ze echt zo? Spreken ze de waarheid of liegen ze de arme Mozart gewoon voor?
Wat hebben ze van Mozart nodig? Zijn ze geheim agenten? Tijdreizigers? Zal ze haar missie kunnen volbrengen? En zal ze ooit haar roman kunnen publiceren?
Maak het maar zo gek als jullie willen. Schrijf trouwens gerust in jullie eigen stijl.
Als jullie dit te lang vinden om in jullie artikel te zetten, kopieer dan alleen de laatste alinea plus de link naar deze opdracht.
Veel schrijfplezier!

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (35) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Weer een heel andere opdracht. Leuk, broertje! Ik ben heel benieuwd naar de verhalen die hieruit voort zullen komen!
Het zou maar saai worden als iedereen steeds dezelfde soort opdrachten gaf, niet? ;)

Ik ook! En, "vraagt hij met een suggestieve knipoog", waag jij hier ook aan?
Dat eerste, daar ben ik geen moment bang voor geweest. :)

Die suggestieve knipoog is erg leuk (waar heb je die geleerd), maar ik beloof niets broertje! Ik zal mijn best doen, als ik tijd en inspiratie heb, dan waag ik me er zeker aan.
pffff...pittig idd, ga mijn best doen!
Tja, voor gemakkelijke en korte stukjes ben je bij mij aan het verkeerde adres, vermoed ik...

Maar geen zorgen! Je kan hier altijd wel iets romantisch van maken. Misschien is dat waarom meneer Janssens zo vriendelijk naar Moz@rt glimlacht...
Wie weet :-) romantiek is altijd leuk natuurlijk, alhoewel....hmmm. We zullen zien!
Dat is een pittige opdracht. Ik ben benieuwd hoe Mozart zich daar uit gaat redden ;)
Het is inderdaad pittig, en het tweede, tsja, dat hangt van jou af. :)
Leuke opdracht! Ik zal eens zien of ik hem ingevuld krijg.
Blij om dat te horen.

Ik ben benieuwd. :)
Gevonden!
Ik ben heel benieuwd, spannend!
Ik ook; het blijft toch altijd leuk om te zien wat anderen doen met jouw ideeën. (In ieder geval niet wat ik denk dat ze zullen doen... denk ik....)
Dat is zeker leuk. Je hebt een mooi begin geïntroduceerd.
Ik denk ook niet dat ze doen wat ik zou willen wat ze zullen doen..
maar je weet maar nooit.

We wachten af..nog even wat aandacht trekken met reacties hier ..opdat er veel inzendingen zullen komen :)
Je weet maar nooit, toen ik Gildors opdracht las, had ik nooit vermoed dat ik getraumatiseerd zou worden door gebrek aan wc's of dat ik God ging ontmoeten. :)

Slim, het zal in ieder geval lang duren voor ik vergeet dat opgeslagen betekent dat je artikel niet meer als nieuwste binnenkomt, maar ze komen wel vroeg of laat. Ze zullen zich afvragen: 'Waar is die opdracht?' en dan komen ze. ;)
De meest bizarre dingen waren jouw lot. hihihi

Of ze nog komen weet ik niet…hij staat in een andere zilla dan de schrijfopdrachten…maar wel in de krant. We zullen zien!

Gaan we aan werken!
Goed zo!

Wel graag een toilet beschikbaar houden voor moz@rt. :)
Ik kan geen garanties geven, maar ik zet me er voor in :)
tegen Yrsa
1
Fijn te weten dat je meeleeft.
juich niet te vroeg :)
hier moet ik eens diep over nadenken. Zet hem even tussen de favorieten en begin dan aan een nieuw muizenavontuur. De knaagdieren hebben voorrang. Dat geknaag aan mijn arme hersenpan wordt anders te pijnlijk.
Doe maar rustig aan, ik weet dat je weer een schitterend verhaal zal verzinnen.

Ik ben benieuwd naar jouw muizenavontuur. :)
wordt er weer in één in delen, ben ik bang.
Hoe meer, hoe beter, lijkt de heersende mening hier te zijn. :)
Spaar mij Karazmin in dat muizendorp van je. Ocharme mijn keeltje. Straks heb ik geen stemmetje meer als ik nog zo een paar keer moet rond rennen :)