Het 2e kwartaal nummer van de digitale Nederlandse Literatuur Gids 2014 (auto) Biografisch

Door San-Daniel gepubliceerd op Saturday 21 June 17:18

 

Biografisch Deel

De Nederlandse Literatuur Gids dankt P1eter voor zijn weergave van zijn vader´s dagboek. San Daniel namens de Nederlandse Literatuur Gids. 

 

Bij mijn speurtocht naar het oorlogsverleden van mijn vader kwam ik een dagboek van hem uit 1950 tegen met een stapel brieven die hij begin dat jaar naar mijn moeder geschreven heeft en die hij van haar terug gekregen heeft in die tijd toen ze elkaar pas kenden. Ze hebben het toen niet gemakkelijk gehad, vandaar ook de eerste zin in de tekst. En ook in dat dagboek vond ik informatie over de Tweede Wereldoorlog, die zelfs ook de relatie tussen mijn vader en moeder beïnvloed heeft. En die tegelijkertijd een verklaring gaf voor het gedrag van mijn moeder, waarover ik in deze zilla al het een en ander geschreven heb. “De straf van God, je gaat naar de hel…”

En zo werpt de speurtocht naar het oorlogsverleden van mijn vader ineens ook een heel ander licht op de gebeurtenissen in mijn jeugd. En ook dat ga ik verder uitdiepen en er over schrijven in deze nieuwe zilla, Dagboek van mijn vader.

91cdaf492a94022357291d3786181f7a_1402227

In deze eerste aflevering herplaats ik dus de tekst uit de onbekende schrijver/schrijfster. Ik heb er maar heel weinig in aangepast. Ik vind het bijzonder dat mijn vader (en trouwens ook mijn moeder) zo’n beetje dezelfde schrijfstijl hadden als ik nu. En op taalfouten heb ik ze niet kunnen betrappen.

 

5 augustus 1950

Nadat wij verschillende moeilijkheden hadden overwonnen zijn Riekje en ik op maandagmorgen 31 juli om 8 uur per trein naar Ede-Wageningen vertrokken. Daar waren de fietsen, die wij vrijdagavond al opgestuurd hadden, inmiddels aangekomen. De vakantie was begonnen!

Vanuit Ede zijn we door het bos naar Renkum gefietst, waar we pas om 2 uur aankwamen, omdat we nogal eens een verkeerde richting werden opgestuurd. Onderweg hebben we toen een boterham gegeten.

Na aankomst in Renkum hebben we eerst wat ansichtkaarten gekocht. Bij onze tijdelijke hospita, mevrouw Nab, werden we zeer hartelijk ontvangen. We kregen direct thee en moesten nog een boterham eten. Toen we hiermee klaar waren hebben we eerst even de kaarten verzonden en naar huis gebeld om ze van onze goede aankomst te verwittigen. Ook zijn we nog even de omtrek gaan verkennen. Om 6 uur moesten we warm eten. Het eten was er prima; trouwens de hele verzorging liet niets te wensen over.

’s Avonds zijn we nog even naar het Oranje-Nassau Sanatorium wezen fietsen, waar de patiënten buiten lagen. De lucht is er heerlijk fris en zuiver.

c5c5b7bbbd82bc1abe9df03d5929cbb7_1402227

Dinsdagmorgen na het eten zijn we naar Arnhem gefietst. Op weg daarheen hebben we in Oosterbeek het Airborne Cemetery bezocht, waar duizenden Engelse en Poolse parachutisten begraven liggen.

 

Hier dus al een link met de oorlog!

 

Onder Arnhem werd Riekje bijna aangereden door een trolleybus, doordat de chauffeur plotseling remde en zij er zowat bovenop reed. Van schrik vergat ze te remmen, reed bijna een vrouw van de sokken en sloeg toen met haar arm tegen de bus. We schrokken erg.

ec135c68bacc3d1bcffda85e3e698c53_1402228

Na het koffiedrinken in Arnhem zijn we nog even de stad doorgewandeld, maar we hadden niet veel zin om nog langer in de drukte te blijven en zijn daarom maar naar Renkum teruggefietst.

Na het eten zijn we weer het bos ingegaan. Daar er echter een dreigende lucht kwam opzetten en we bang waren om in het bos door het onweer te worden overvallen, zijn we toen zo snel mogelijk gaan fietsen om ergens te gaan schuilen. We vonden onderdak in een grote landbouwschuur. Het regende hevig. Nadat het weer weer wat was opgeklaard, zijn we naar ons pension gefietst. ’s Avonds hebben we toen nog wat in het bos rondgedwaald, eer we naar bed gingen.

Waar we verder de gehele week geweest zijn, weet ik niet zo precies meer. Wel weet ik dat we prachtige plekjes bezocht hebben. Het mooiste wat we die week gezien hebben vonden we wel de Westerbouwing bij Heveadorp, vanwaar we een prachtig uitzicht hadden op de Rijn en over de heide.

 

En dan opnieuw weer die alles overheersende oorlog.

 

Ook zijn we nog op Kasteel Doorwerth geweest, dat naar ons de gids vertelde op 13 april 1945 door de Duitsers werd opgeblazen. We hebben daar een film over de slag om Arnhem gezien. Ook was er veel oorlogstuig van verschillende landen. In de theetuin hebben we, doordat het zo regende, onder een grote paraplu koffie gedronken.

8afaa48771099c5bf78f4b9fd3de6b39_1402228

De laatste avond hebben we, als besluit van onze vakantie, een wandeling gemaakt. Het eten met elkaar was reuze gezellig en we werden daarbij flink verwend. Veel gegeten hebben we echter niet. Hoe dat kwam weet ik niet, want we zijn toch veel in de buitenlucht geweest.

Zaterdagmorgen om half 8 zijn we, na afscheid van mevrouw Nab te hebben genomen, over de Grebbeberg naar Rhenen gefietst, waar we om 9 uur waren. Om kwart voor 10 stapten we aan boord van de raderboot naar Rotterdam. Het was een prachtreis met mooi weer. Om half 4 waren we in Rotterdam en vandaar uit zijn we naar huis gefietst. Zo was er een einde aan onze vakantie gekomen!

82efe7b273104a2e166bd1ba24eba065_1402228

 

 

“Nu we weer in de bewoonde wereld zijn aangekomen en ik nog eens rustig aan onze vakantie terugdenk, moet ik wel zeggen dat voor mij het mooiste geweest is dat Riekje en ik een nog nauwere band hebben gekregen.”

 
images?q=tbn:ANd9GcRgkoftxIhWt3pTpY_EI9s
 

Zwart hart met zwart bloed maar wit in het hoofd,bijdrage van Bendanon aan de Nederlandse Literatuur Gids 2e kwartaal,2014 autobiografisch

Bendanon heeft zich onderscheiden in zeer korte tijd tot een realiteits schrijver, hij voert ons mee langs de paden van zijn jeugd en die van zijn familieleden en stelt een verrassende zijde ten toon van onze Marrokaanse Nederlanders en hun roots,.

De Nederlandse Literatuur Gids aanvaardt met vreugde en dank  de bijdrage van Mohammed Bendanon. Een indringend verhaal dat autobiografisch van aard is.

San Daniel voor de Nederlandse Literatuur Gids

 

Ik ben Mo.  Zo noemen mijn collega´s mij. Dat is niet erg, ik noem mijn collega bewaker van de nacht dienst ook Peet en hij heet voluit Petrus. De naam herinnert mij nog aan waar mijn roots liggen man. Mijn vader heette Mohammed Moestafa om de profeet te eren.  In de begin van de jaren 60 kwam mijn vader en ging rotwerk doen hier. Hij heeft altijd gewerkt en heeft het slecht gehad. Ik heb de tekenen van mijn bloed, ik ben donker, alhoewel mijn haar grijzig begint te worden, dat hebben mensen met donker haar eerder. Ik voel me Hollander, en ben dat ook van geboorte maar ook van binnen. ik houd van friet en mayonaise en roomijs en ik geniet van voetbal. ik heb een los vast relatie met een Surinaamse vrouw. Ik werd geboren in 1961 en mijn vader wilde dat ik betere kansen kreeg dan hij ooit gehad had. 

Het was een groot ding wat hij deed, hij ging weg uit zijn dorp, hij kon niet lezen en schrijven en verliet zijn buren en vrienden. Hij keek toen alleen naar geld en een auto en luxe dingen.  Later kwamen er meer mannen uit het dorp, sommigen gingen in de havens werken, die waren er nog toen. Vervelend werk, maar ze verdienden in een maand meer dan in een half jaar in het dorp. Ik was donker en vader Moestafa wilde dat ik Hollands sprak en als hij ergens heen moest waar iets gelezen moest worden, dan ging ik die dag niet naar school maar moest ik mee. Hij schaamde zich dat hij nooit les gehad had. 

Ik ben goed heel goed terecht gekomen, ik ben bewaker, een ambtenaar in Zoetermeer, in het huis van bewaring. De echte naam is Penitentiaire Inrichting. Het is zwaar werk want je moet je niet betrokken gaan voelen met die mannen die in voorarrest zitten. Maar ik heb dat wel. We hebben allemaal een hart en ik voel de pijn die in dat gebouw woont. Ik zie veel jongens van Marokaanse ouders en zij zien mij en ik denk, kijk naar mij dit kun je ook, ga echt leven. Buiten  word ik weleens naar behandeld. Dan denken ze daar gaat weer zo´n rot Marokaan, maar als ik spreek dan hoor je het verschil niet tussen u en mij. Misschien spreek ik iets langzamer.  In uniform hoor ik alleen wel eens iets in de geest van daar gaat er weer één die werk heeft door voorkeur regels. Dat is niet zo, ik ben op eigen kracht gekomen waar ik ben. 

Mo (hammed)

 

Hajazz, één van de vele vergeten Marokkaanse soldaten die gevochten heeft in de Tweede Wereldoorlog. Bijdrage van Bendanon aan de Nederlandse Literatuur Gids, 2e kwartaal 2014, autobiografisch
 

Marokkaanse soldaten die voor het Franse leger vochten in de Tweede Wereldoorlog.

De bevrijding in 1945 was mede te danken aan Marokkaanse soldaten, ook zij hebben gevochten voor onze vrijheid. Een onderwerp dat op de één of andere manier te weinig onderwezen is op scholen, waar mensen geen weet van hebben, dat is jammer, want het zou een heel ander licht kunnen werpen op onze multiculturele samenleving.

Marokkanen zijn niet alleen maar ¨bontkraagjes¨. 

                 e879954b3bf2e3d6e0538d1defa68e96_1397365

Dit verhaal is een persoonlijke ervaring, opgetekend uit de mond van mijn grootvader, Hajazz, een Marokkaanse  soldaat uit de Tweede Wereld oorlog. Mijn vader, Moestafa, vertelde het op zijn beurt weer aan mij en ik vertel het aan U, omdat ook dit deel van de geschiedenis nooit vergeten mag worden, sterker, omdat ik vind dat hier onvoldoende aandacht aan wordt geschonken. 

Hoe kwam het dat Marokko betrokken raakte bij de                   Tweede Wereldoorlog?

Kort en simpel verteld, het ligt namelijk nog iets gecompliceerder:
In maart  1912, werd  door de regeringen  van Marokko en Frankrijk , een protectoraatverdrag ondertekend, eenvoudig gezegd met de bedoeling om  -door hervormingen-,  van Marokko een modern land te maken. Dat werd door de Marokkaanse bevolking niet geheel geaccepteerd, met name boeren waarvan  grond en vee afgenomen, gingen hier  tegen in verzet. Toen Frankrijk in 1939 de oorlog verklaarde aan Duitsland, die Polen had aangevallen, heeft Marokko, Mohammed  V,  zich direct solidair opgesteld door steun te bieden aan Frankrijk, steun in de vorm van het beschikbaar stellen van Marokkaanse soldaten, die zouden meevechten in het Franse leger. Door deze steun hoopte Mohammed V op een hernieuwde onafhankelijkheid  van Marokko. Aan de oproepen in Moskeeën, waarin gevraagd werd offers te brengen, door het Franse leger te versterken, werd door ongeveer 70.000 Marokkaanse mannen gehoor gegeven. Van de 70.000 soldaten was één ervan  mijn grootvader Hajazz. Hajazz was in die jaren een jongeman van in de 30 en had al drie kinderen, mijn vader Moestafa en twee dochters.

Meer aandacht voor gesneuvelde Marokkaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog is belangrijk voor de huidige samenleving. Ook zij hebben voor onze vrijheid gevochten.

Er zijn naar schatting zo´n 3000 Marokkaanse soldaten gesneuveld, precies kan het niet gezegd worden omdat de Marokkaanse soldaten in het Franse leger, beschouwd werden als Franse soldaten en hun Marokkaanse nationaliteit hierin ontkent werd. Daarnaast werden veel  soldaten vermist en raakten er velen gewond. Ook deze, door velen vergeten, zéér grote  groep heeft een grote bijdrage geleverd aan de bevrijding van Zuid en West  Europa. Hajazz heeft het overleefd, maar heeft veel meegemaakt in de oorlog, hij heeft gevochten in Italië, -de verovering  van Monte Casino- , Frankrijk, België en is zelfs even in Nederland als gevangen genomen soldaat (Zeeland) geweest, dat laatste heeft gelukkig niet zo heel lang geduurd. Hajazz herinnerde zich dat niet als de meest vreselijke periode van de oorlog, hij had een hoge pet op van Nederland. 

Marokkaanse soldaten in Vietnam

Na de Tweede Wereldoorlog werd Hajazz uitgezonden naar Indochina, Vietnam, met de troepen van de Franse Unie. Het werd een “vuile oorlog”. Hierover zal ik op een ander moment meer vertellen, het verhaal is zo mogelijk nog schrijnender dan zijn ervaringen uit WOII. Het is een lang en ingewikkeld verhaal, daar moet ik ruimte voor vinden in mijn hoofd. Als het goed is heb ik nog een oom  in Vietnam. Hajazz heeft zelf nooit over gesproken over zijn zoon. Na zijn dood, heeft Moestafa een kistje gevonden met wat papieren, hier tussen vond hij een foto van een klein jongetje, uit documenten bleek dit een zoontje te zijn van Hajazz. Veel Marokkanen hebben zich in die tijd voorgoed gevestigd in Vietnam, doordat zij een relatie kregen met een Vietnamese vrouw en een gezin gesticht hadden. Weer anderen namen hun vrouw mee naar Marokko. In Marokko zijn veel mensen van Vietnamese afkomst te vinden. 

Vertrokken van Zagora naar Casablanca

                             9f2db5da99aa7862a4f4f9b97d41d101_1397365

Uiteindelijk is Hajazz, in tegenstelling tot veel van zijn makkers, terug gekeerd naar Marokko, Zagora, een stad in de Sahara, hij had er immers al een gezin. Hij was een getekend man, en kon niet meer aarden in de plaats waar hij, vóór de Tweede Wereldoorlog, al zoveel ellende had meegemaakt, hij is met zijn vrouw, mijn grootmoeder, Noura, en 3 kinderen, naar Casablanca vertrokken. In Casablanca werden door regering oude legergebouwen omgebouwd tot woningen die, als blijk van dank beschikbaar werden gesteld aan oud-soldaten, deze mochten daar gedurende hun hele leven blijven wonen. Noura, vertelde vaak over hoezeer Hajazz veranderd was van een lieve betrokken man tot een harde, verbitterde,  autoritaire man. Als enige zoon van mijn grootvader moest mijn vader het vaak ontgelden, hij moest een man worden, en dat kon niet anders dan hem af te straffen met lijfstraffen. Zo kon mijn vader bijvoorbeeld niet  lezen, en moest dan als hij zich niet gedroeg, in een hoek gaan staan op één been, met in zijn handen een zwaar boek, het boek moest hij dan gedurende een uur boven zijn hoofd houden met beide handen. ‘Als je het dan niet kan lezen, dan ga je er maar mee sporten’ zei Hajazz dan tegen Moestafa.  Het was een haat/liefde verhouding, Moestafa begreep zijn vader, hij snapt het verdriet. Moestafa was het slachtoffer van de Post Traumatische Stress Stoornis van mijn grootvader en was dus indirect ook een slachtoffer van de oorlog(en).  

In Marokko mocht je met meer dan één vrouw getrouwd zijn, mits je haar kon  onderhouden

In Casablanca heeft Hajazz een eigen bedrijf opgestart als kledingmaker. In die tijd is hij getrouwd met nog een andere vrouw, deze kwam bij Hajazz en Noura wonen. Zij kreeg met Hajazz ook nog drie kinderen. Moestafa kon niet met die situatie omgaan, de tweede vrouw was een dominante vrouw. Moestafa heeft in het bedrijf van zijn vader gewerkt, tijd om naar school te gaan was er niet. De kinderen van zijn tweede vrouw gingen wel naar school.

In Nederland zul je meer geluk vinden als in Marokko

Toen Moestafa 21 was, zei Hajazz tegen hem ´jongen, ga je geluk elders zoeken, ga naar Europa, liefst naar Nederland´. Hoe dat afloopt, komt op een ander moment, er valt nog zoveel meer te vertellen. 

Veel mensen hebben geen idee van de belangrijke rol die Marokko gespeeld heeft in de oorlog.

Deze fractie van het hele verhaal moest maar eens als eerste (na) verteld worden, er zijn veel mensen die geen idee hebben van de belangrijke rol die Marokko gespeeld heeft in de oorlog. De vrijheid die wij hier hebben is ook mede te danken aan mijn grootvader en zijn makkers. 

 

Tot dus ver het relaas van Bendanon (San Daniel namens de Nederlandse Literatuur Gids)

 

 

 

 
 
 

I

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ook hier sluit ik me bij Ingrid aan.
Kleine, doch mooie selectie.