Prinsheerlijk bij De Koning/2

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 26 May 21:35

De PTT was supersnel. Erneo werd één van de eerste in de wijk die over een telefoonaansluiting beschikte. De gratis bakelieten muurtelefoon pronkte als een geweldige aanwinst achter de kassa. Niemand had nog zo’n ding in huis en uiteraard had hij er een tellertje naast laten monteren. In het land der blinden was ook hier Koning Eenoog de sluwste in het land. Dat hij de telefoonklanten dubbel liet betalen kon niemand controleren en zo hoorde hij en passant ook nog vaak de meeste nieuwtjes uit de buurt, waar hij zijn voordeel mee kon doen. 

Zodra het contract met de Spar getekend was, hoefde hij niet meer “de boer op’ zoals hij het smalend noemde. Dat scheelde veel tijd. De winkel kon daardoor op woensdagmiddag open blijven en tussen de middag belde hij de bestellingen naar de groothandel door. De waren werden donderdags met een vrachtwagen keurig afgeleverd. Vanaf dat moment had hij voor zijn gevoel een zee van tijd over en De Koning was tevens verzekerd van een uitgewogen assortiment, dat hij al snel wilde uitbreiden. De slaapkamer beneden zou mettertijd bij de winkel worden getrokken.
Nora de Jong had alle kookspullen mee naar haar ouders verhuisd. In de keuken beneden stak enkel nog een kraantje uit de muur boven het te lage granito gootsteentje, dus gebruikte Erneo die ruimte naast wasplek ook als opslag van sanitaire producten. De smaak en/of reuk van zeep kon zo niet in de hagelslag of boter trekken. Het stond er tot de nok toe vol met dozen Omo, Klok en zakjes Blauw, kuipjes vloeibare groene zeep, maar ook de stukjes grauwe Sunlightzeep voor in de zeepopschuimers. Die waren erg in trek. Hij verkocht ze vaak samen met de houten Lola's, die de meest gewilde afwasborstels waren. Al deed men het vroeger op de wc met repen krant aan een touwtje, al snel na de oorlog waren de toilet rollen niet meer aan te slepen. Het grove grijze toiletpapier, verpakt per stuk of per vier, nam in de kleine winkel echter veel ruimte in beslag, dus lag er daar op de schap enkel maar één, de rest stond in de keuken tegen de muur.

Erneo de Koning droeg nog steeds hetzelfde kloffie en wat hij bij vertrek uit zijn geboortedorp in de koffer had gegooid en vroeg, met het kleinste pakje Klok in de hand, of Jenneke de Vledder misschien in het vervolg de was voor hem kon doen. Met een groots gebaar gaf hij haar het pakje wasmiddel, maar ze schoot gierend in de lach. Hij liet niets blijken, wond zich daar echter hevig over op. Hoe durfde ze hem uit te lachen? Erneo schrok zich een aap toen ze het lef had er geld voor te vragen, “want buurman, de kookwas staat een uur op het gas, persen, strijken en die stofjassen, maar ook je overhemden wil je natuurlijk graag gesteven hebben. Dat alles is toch niet betaald met één pakje Klok of Omo?” Hij schrok zich een hoedje, was geen tegenspraak gewend. “Wat dacht je van al het werk dat ik er aan heb?” Dit viel hem vies tegen, maar hij moest wel zwichten, kon zich niet laten kennen en met een vuile stofjas in de winkel staan was geen optie. Na wat bakkeleien spraken ze een prijs af en hij beloofde zichzelf in gedachten om langer in zijn ondergoed te blijven lopen, iedere avond zijn overhemd op een hangertje te laten luchten.

In de bloei van zijn leven was hij onvermoeibaar, kocht buurmans handkar op en bracht er na sluitingstijd bestellingen mee rond. De man van Mientje de Gelder vond hij bereid om, als de tijd rijp was, voor een vriendenprijsje de muur met schuifdeuren weg te breken. Hij beloofde tevens om boven de voorste slaapkamer te behangen. Gratis, zodat Erneo die ruimte toch al als woonkamer in gebruik kon nemen. Hij sliep nog steeds beneden in het bed van de´de Jongetjes'. Bernhard kwam ieder week trouw groente en fruit brengen, maar Erneo maakte geen slapende honden wakker. De jongelui lagen bij haar ouders vast ook wel goed zonder dat versleten bed, nam Erneo aan. Na een maand haalde hij in het weekend het oude ledikant uit elkaar en sjouwde de doorgezakte spiraal met loodzware kapok matras de trap op om boven in de achterkamer te gaan pitten. De week daarop richtte hij boven ook het kleine hokje in, dat in principe als babykamer was bedoeld. Het werd zijn 'kantoor' met een versleten houten bureau dat iemand die week toevallig aan de straat had gezet.

Het lag voor de hand dat Erneo een fikse winst kon noteren. Toen hij met een plechtig gevoel de eerste boekhouding opzette werd hij aan het eind van die avond echter misselijk van schrik. Had hij een komma verkeerd geplaatst? Waar dan? Een domme rekenfout gemaakt? Was hij in de eerste de beste boekhoudkundige valkuil gedonderd? Hij hield niet van knoeien, scheurde die eerste versie uit het grootboek en kon zich wel voor het hoofd slaan dat hij zich in overmatig enthousiasme zo faliekant verrekend had. Nogmaals vulde hij alle inkomsten en uitgaven in, maar de uitkomst was hetzelfde en een fout kon hij er niet in vinden. Het duurde een hele tijd voordat Erneo besefte, in de roes van zijn succes iets wezenlijks te zijn vergeten. Maar wat? Had hij toch niet goed opgelet? Na een jonge borrel schoot zijn verstopte hoofd ineens uit de knoop. Nota bene toen hij weer eens aan zijn vreselijke ouders dacht, het achterlijke zusje dat altijd zo heerlijk kookte. Erneo hield van lekker eten, had het thuis graag brandschoon en hij was blij zich als geslaagde zakenman niet in vreselijke vrouwen zaakjes te hoeven verdiepen. Dat zijn lelijke zusje, na de dood van hun ouders, voor de twee broers had gezorgd drong slechts heel langzaam tot hem door. Hij kreeg het er koud van, wilde niet aan die twee domme toeters in het Noorden worden herinnerd.
Tot ineens het kwartje viel. Koken? Zelf kon hij nog geen ei bakken en over hoe je een huishouding gesmeerd liet draaien had hij zich nooit druk gemaakt. Daar waren vrouwen voor. Nog nooit had hij er bij stil gestaan hoe zijn moeder, later zijn zusje, dat hadden gedaan. Dom vrouwvolk interesseerde hem niets, maar toen hij zijn huidige leven langs liep, besefte hij tot zijn verbijstering welk een fortuin in Leo’s zakken, de vette eigenaar van 'De Luiwammes' verdween. Die vent gaat bijna met mijn hele winst strijken, realiseerde Erneo zich uiteindelijk. Natuurlijk, hoe had hij zo dom kunnen zijn? Hij zou maanden achtereen van bijna niets moeten leven om voldoende opzij te leggen zodat Miens man kon gaan beunen. Vanaf die dag at hij alleen op de dag des Heren buitenshuis, maakte door de week brood met een likje margarine en zo potte Erneo al het geld op terwijl zijn zaak in wezen met de week steeds succesvoller draaide. Mientje van Gelders man, moest nog wachten om voor een vriendenprijsje de muur met de schuifdeuren weg te halen en beloofde als voorproefje, opdat Erneo controleren kon dat hij een goede werker was, om boven toch vast de slaapkamer aan de straatkant te behangen. Gratis zodat Erneo die ruimte als woonkamer in gebruik kon nemen.

Al deze vernieuwing was natuurlijk leuk, maar het loste zijn huishoudelijke perikelen niet op. Die zouden pas van de baan zijn als hij een vrouw vond. Maar waar? Hij was nooit een gewiekste vrouwenversierder geweest, had de boerenmeiden makkelijk mee een hooimijt in gelokt en er daarna verder niet naar omgekeken. Langzaamaan bekroop hem het idee om desnoods een goede keukenmeid te strikken. Geen gewone... maar een echte goede huishoudster waar hij mee voor de dag kon komen. Zo’n vrouwtje zou tegelijkertijd veel standing uitstralen…
Toen het woonkamertje boven klaar was, schafte hij op de veilig wat grote luie stoelen aan en een moderne radio inclusief groen kattenoog, zodat hij de nieuwsberichten kon volgen. Op een avond kreeg hij God weer aan de lijn die zei dat hij zijn succes in het Noorden met zijn broer en zusje delen moest. Dat hij daar tevens een leuke meid moest zoeken, die voor hem zorgen kon.

Vervolg

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik kan me die gierigheid/zuunigheid zo vlak na de oorlog wel voorstellen. Toch iets dat niet meer in "ons" geheugen zit.
Het onderhandelen over kleren wassen is een mooi beeld.

Let wel op een anachronisme: OMO is pas in 1952 als eerste synthetische wasmiddel uitgevonden.
en zo zal hij zoeken naar een goedkope keukenhulp en Geesje ontmoeten
Wat een etter!!
Het is en blijft griezel
Ja, dat heb ik ook...
En zo komt hij dus aan Geesje. Toch wel heel gemakkelijk om te denken dat hij hulp van boven heeft.
Maar zo ver is het nu nog niet...
Nee dat is wel duidelijk. Maar het is wel waar het naartoe gaat.
Ik begrijp nu beter hoe het in elkaar zit en het blijft leuk om te lezen zo....
Ja, de hoofdstukken zitten niet chronologisch achter elkaar, dat leek me veel interessanter om te lezen. Telkens even een nieuwe boost, zogezegd...