Het Grootmeester plan-4

Door Weltevree gepubliceerd op Saturday 24 May 09:41

Zonder enige wroeging stalde hij de dure buit achter zijn huis in de tuin. Voldaan
Natuurlijk nam de familie de Jong aan dat hun Samaritaan dik geld had betaald voor de hard houten planken en prachtige aluminium stellingen. Meteen na de thee maakte hij zich weer uit de voeten om de tweede lading veilig te stellen. Met een lunchpakketje dat Nora had samengesteld.

Hij had haast, reageerde in eerste instantie ook niet toen hij op de markt op de schouder werd getikt door een vreemd figuur die fluisterde Siem de Smet te zijn.
“Verhuizers in Noord, mijnheer de ritselaar.” Erneo kreeg het benauwd. Zweet sprong spontaan uit zijn oksels. Was dit een ‘stille’? Politie in burger die hem vanmorgen was gevolgd en hem nu ontmaskerde? 
“Hoe hoehoezo weet u… wawat, eh wie?” 
“Haha, ik zag je vanmorgen lopen met de spullen van Kolein, dus ik dacht, haha..." Hij was er nu zeker van te worden aangehouden in de cel zou belanden...

" Ik dacht dus jaha... want ik heb...een eh, kassa met toonbank in de aanbieding” Erneo deed of het hem niet interesseerde, dan kwam hij wellicht nog zonder moeilijkheden weg en hij liep zelfverzekerd door. De man greep hem echter bij de arm en begroef zijn gezicht bijna in Erneo’s korte gespannen speknek

“Plus weegschaal…groentekistjes en bonenbakken met bijbehorende maatscheppen. Voor een zacht prijsje te koop, mijnheertje sjoemel-de-boemel en dan doe ik er ook meteen voor een zacht prijsje wat kruidenierswaren bij.” Verbaasd vroeg Erneo hoe hij dáár in deze tijd aan kwam.
“Uit de Sloetstraat. Hadden ze van Cohen in de kelder begraven. De moffen hebben er wel naar gezocht, niets gevonden of gewoon laten liggen, behalve de fietsen, hahaha. Zelfs die met de houten banden zijn allemaal weg, hihi. De hele bliksemse boel is daar kort en klein geslagen, maar vreten vonden ze kennelijk niet belangrijk of ze hadden haast.”
“Maar waarom zet de eigenaar dat nu dan niet zelf in zijn winkel?”
“Die lui zijn niet teruggekomen. Men zegt dat ze in Sobibor zaten en het ziet er niet naar uit dat de rest van de familie er nog aanspraak op maakt.” lachte de man slim vanonder de pet en knipoogde. Natuurlijk had Erneo de geruchten over vergaste Joden ook wel gehoord, maar hij ging toch op deze aanbieding in want God stuurde hem immers, voelde hij weer. Verder dacht Erneo liever niet.

Ook die avond zat hij met lange tanden het voer naar binnen te schuiven, maar nu legde hij met een groots gebaar wat geld op tafel. “Hier Nora, dan kun je kopen wat niet op bonnen verkrijgbaar is. Iets van vlees misschien, een  paar eieren? Ik moet goed kunnen eten, zie je…” Zijn blijdschap kon hij uiteraard niet met hen delen. Net zo min kon hij vertellen hoe wonderlijk het was dat hij onderweg geen gezeur had gekregen over de buitgemaakte spullen Dat hij een zeer goede deal gesloten had met die louche lui uit Noord ging hen niets aan en Bernhard informeerde hem waar welke de instanties te vinden waren.
“ Ik heb het voor u nagevraagd, mijnheer de Koning. U moet zich in laten schrijven voor de etensbonnen en bij de gemeente weet men alles over verkoopvergunningen, en zo. Ik weet nu ook waar u in de toekomst de inkoop kunt doen.” Natuurlijk bedankte Erneo hem. Het enige dat hem stoorde was het voortdurende gekerm van de kinderen dat angstaanjagnd werd zodra hun moeder het verband verwisselde. Hij keek ernaar uit dat ze na het weekend opgehoepeld zouden zijn.
Bernhard maakte de volgende dag een begin met hun verhuizing. Hij zou een keer of zes met Buurmans kar op en neer moeten lopen om de inboedel naar zijn schoonouders te versjouwen. Zodra de eerste meubels uit de voorkamer op de handkar waren getild trok Erneo een laken van 'zijn' bed en spande dat voor het raam in de erker. Hij had geen trek in nieuwsgierige blikken van buitenaf. Op zijn dooie akkertje droeg hij zijn winkelinrichting via de slaapkamer door de schuifdeuren naar binnen. Nu hij de tijd had beter te bekijken wat hij had bemachtigd werd duidelijk dat het van een exquise kwaliteit was. Erneo werd weer even kind, genoot met een brede lach van de voorspoed die hem sinds zijn vertrek in de schoot was geworpen. Stilletjes hoopte hij dat dit initiatief uit zou groeien tot de kruidenierswaren keten ‘Vergulde Koningswaren’  Als hij het goed aanpakte...  Traag maar gestaag schroefde hij de stellingen weer in elkaar, precies zoals hij ze hebben wilde en zette ze daarna zelfs in de boenwas, die hij bij een leegstaande meubelzaak had weten te ritselen. "Die spin in de trein was beslist een goed omen," fluisterde hij en dankte zijn zorgzame God, vroeg Hem ook de volgende dag ter wille te zijn...

Na het weekend wilde hij dat de eerste klanten zichzelf konden bedienen en via Bernhard hoorde hij over een veiling aan de Amsterdamseweg waar van alles te koop was. Diezelfde middag al reed een bode van de veiling met een bakfiets de Katjesweg in op zoek naar kruidenier De Koning. Erneo pakte glimmend van trots de stapel metalen mandjes aan waardoor Nora verbaasd vroeg wat hij met al die kleine wasmandjes wilde. Hij lachte alleen, geheimzinnig, zei dat het een verrassing was en hij strikte enkele nieuwsgierige kwajongens uit de straat die rond de bakfiets stonden. “Willen jullie zaterdag een grijpstuiver verdienen?” Natuurlijk knikten ze gretig. Erneo had zijn schaapjes bijna op het droge.

De verhuiswagen van De Smet & Zoon stopte ruim voor achten voor de deur om de hele Joodse zaak af te leveren. Manus hield er toezicht op terwijl Bernhard en Jan de zware toonbank naar binnen zeulden. Meteen ontstond een oploop op de brede stoep die volgepakt werd met dozen, blikken en zakken. Bij wijze van inwijding droeg Erneo de donkerrode kassa zelf naar binnen terwijl de jongens dozen, blikken en zakken in het midden van de plankenvloer begonnen te zetten.
Na een uur was er buiten niets meer meer te zien dat er een winkel werd ingericht en binnen voelde Erneo zich weer even negen, toen hij nog met zijn zusje winkeltje speelde. Met een schok realiseerde hij zich toen al de regie te hebben afgedwongen. Of anders gezegd, het was hem destijds niet opgevallen, maar zijn zusje wel… Zoveel jaar later hoorde haar opeens weer klagen "Jij moet altijd overal perse de baas spelen, want anders doe jij niet met ons mee." Hij schudde dat stemmetje uit zijn hoofd en zette zijn schouders onder de taak die hij nu af te handelen had.

Het hele weekend -voor één keer deed hij de dag des Heren geweld aan- werkte hij als een paard. Aan het eind van de middag stonden bijna al zijn schappen op aantrekkelijke wijze vol met meel en suiker, zout en koffie. Blikken met doperwten, wat zakjes rozijnen en een stapel met ingeblikte legerrantsoenen die de geallieerden hadden meegebracht. Koekjes en rijst. Zakken gedroogde bonen en hij berekende vast voor hoeveel geld hij de muur door kon laten breken. Uiteraard zou onder zijn klanten wel iemand te vinden zijn wiens man om een klusje verlegen zat. Onderhands kon veel geregeld worden. Geen haan die er naar zou kraaien en zo kweekte je al snel een groep mensen om je heen die het wel uit hun hoofd lieten om uit de school te klappen…

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Het begint al echt voor me te leven, bijna filmisch. Ik krijg ook meer beeld bij hem, hoewel ik het christelijke nog niet herken. Te veel een "etiket" en een "ritueel iets".

"...en zo kweekte je al snel een groep mensen om je heen die het wel uit hun hoofd lieten om uit de school te klappen." Yep, zo werkt het!
en ja , zijn zusje had gelijk "hij MOET altijd overal de baas spelen!
zwak begaafd, heette dat, nota bene
Het blijft boeien.
De winkel begint vorm te krijgen.
Een genoegen om te lezen!