Dansend door het leven (7)

Door Weltevree gepubliceerd op Sunday 18 May 16:31

Licht gaat er niet aan. Bij het flauwe schijnsel van de straatlantaarn voor de deur volg ik hem richting de donkere krappe trap, die naast de winkel omhoog loopt. Bovenaan pruttelt een peertje in een hangend, bijna ondoorzichtig, lampenkapje anno 1950.
Natuurlijk gaat hij me voor, zoals het hoort. Linkse hand aan de leuning, met rechts grijp ik de rok bij elkaar om hem op te tillen en ook mijn handtasje niet te verliezen. Een halsbrekende toer en halverwege struikel ik toch bijna over de zoom. Kinderachtig giechel ik de schrik weg. Lachen is gezond en als ik overvallen word door onverwachte benarde situaties kan ik meestal niet serieus blijven. Vooral als het niet gewenst is overvalt me vaak de slappe lach. Nu ook.
Veilig boven aangekomen zie ik dat op de toch al kleine overloop was hangt te drogen. Niets mis mee, maar binnensmonds gierend manoeuvreren we kruipdoor-sluipdoor tussen de lakens door en om elkaar heen. Schijnbaar, ik zou niet weten waarom, moet ik nu ineens wel voorop?
Het is, naar wat ik ervan in de schemering kan zien, een afgekloven boel uit het jaar kruik. Er komen een aantal deuren uit op het smalle pijpenlaatje en het geheel zag kennelijk vóór de oorlog de laatste verse verfkwast. Veel tijd om rond te neuzen krijg ik niet want abrupt komt Berts arm voor me langs en opent een deur. Hij drukt me naar binnen waardoor ik over de drempel wankel, net niet val en al een modderfiguur sla nog voor ik me heb voorgesteld. Vanuit de nek trekt een bloedrode blos over mijn gezicht. Net een slapstick, schiet het door me heen. Op de middelbare school kletste ik als comédienne feestavonden aan elkaar en het ontvalt me bijna automatisch: “Oef, hihi, sorry dat ik zo lomp met de deur in huis val, haha...ha.” Al vind ik het ad rem best lollig, niemand hoeft er zo om te lachen als ik. 

De piepkleine woonkamer is met ons erin meteen overvol. Van de zenuwen stotter ik en geef een stevige hand, stel me gekke bekken trekkend, veel te overdreven opgewekt voor. Even zo overvriendelijk probeert zijn moeder mij gerust te stellen. Ze is heel blij me eindelijk te mogen ontmoeten, zegt ze. Zijn vader knikt stuurs en wijst naar de plompe fauteuil naast het raam. Kennelijk krijg ik een prominente plaats? Bert vist uit de hoek een opklap-krukje en gaat naast de deur zitten van waar op het gewraakte kastje Nico me toelacht. In vol ornaat, nog een paar maatjes groter dan het wazige fotootje dat ons eerste afspraakje overheerste.

Openlijk taxeren we elkaar. Het is stil, akelig afwachtend, ongemakkelijk doodstil. Mijn wangen gloeien nog alsof ik betrapt ben op winkeldiefstal en hoewel zijn vader glimlacht weet ik al meteen dat ik te licht bevonden ben. Zijn hoofd met de dikke donkere wenkbrauwen en het strakke ingevette haar, spreekt norse ontevreden boekdelen. Ik schiet er bijna opnieuw van in de lach. Wie gebruikt er tegenwoordig nog Brylcreem? Onder dat geplakte haar kan er geen lachje af. Mama daarentegen tracht het gesprek, gemeend lief lachend, op gang te brengen. Ze vraagt of we een leuke avond hadden, maar kijkt daarna schichtig naar haar man. Is ze bang? Dat kan toch niet? In een poging mijn normale enthousiasme terug te vinden kijk ik enkel nog naar haar.
“Ja hoor, het was geweldig. Iedereen was zo mooi en eh, natuurlijk is het een beetje vreemd dat ik nu in deze japon met u kennis maak, sorry, lijkt wat overdreven nu, maar eh, iedereen was er. Rex en zijn afspraakje, die jongen van Kolein en mijn vaste danspartner, maar ach, op het eindbal dans je toch niet zo uitbundig als op de vrije oefenavonden. Ze draaiden ook wat nieuwe hits,” zeg ik, maar zij staat daarna op, draait zich om en zegt bijna verontschuldigend: “Even koffie halen, ze is al klaar, hoor.” Ze schiet weg als een opgejaagd musje en met haar verdwijnt meteen iedere welwillendheid uit het kamertje.

Alles lijkt hier rechtstreeks uit de kringloopwinkel te komen, zie ik. Het oude bamboe salontafeltje misstaat te exotisch wereldvreemd tussen de afgeleefde veel te grote grove makkelijke stoelen van voor de oorlog. Opnieuw bekleed, dat wel...twintig jaar geleden. 
Om de stilte te doorbreken vraag ik of de keuken beneden is, als ik mams de trap af hoor rommelen. Bert knikt, maar de gastheer doet geen moeite te reageren. In plaats daarvan blijven zijn ogen te lang aan mijn borsten hangen, volgen de perfect genaaide cirkel en ineens lijkt het oudroze van de baljurk een totaal verkeerd gekozen kleur. De perfecte pasvorm voelt onbedoeld als een vleeskleurige verleiding. Ik ben blij dat hij hoog gesloten is en het middenstuk van de cirkel met dat zalmroze stofje is opgevuld. Vorsend zakken de ogen richting mijn navel. Jij hebt niet het recht mijn privé welvingen te taxeren, denk ik geschokt als zijn blikken langzaam naar mijn kruis gaan. Gelukkig is het daar door de japon goed weggemoffeld. Automatisch trek ik de rok glad. Ik wil weg, kijk naar Bert, die het ook heeft opgemerkt, maar er niets van zegt. Mijn vader zou die kerel meteen een lel verkopen, denk ik. Mijn moeder heeft de creatie niet zo prachtig passend gemaakt opdat u onbeschaamd kunt taxeren wat er onder zit, vunzige viezerik, wind ik me erover op want ik voel me door hem in de etalage van de sexshop gezet, die laatst in de stad is geopend. Moedig bijt ik op mijn onderlip om hem niet, zoals ik normaal onmiddellijk zou doen, op zijn nummer te zetten: Zeg vieze ouwe snoeper, kijk naar jezelf!

Geen van de mannen strooit behulpzaam ontspannen woorden rond. Niet over het weer, of over de winkel, pa de Koning vraagt niet eens hoe of waar we elkaar hebben ontmoet. Niets. Het liefst zou ik weg vluchten… Alleen de wazige zwart-wit foto van de lachende Nico lijkt in de zwaar beladen sfeer dwars doorheen de onscherpe grove korrels tot leven te komen. 
“Hallo Nora. Ik zong die woensdag uit volle borst een schunnig liedje. De rest van de dag had ik vrij. Bij de Rijn zou ik gaan kijken of er iets spannends te beleven viel. Ik wilde er een duik in nemen, gewoon in mijn onderbroek. Heerlijk zonder Bert, de slome doodgraver. Bert durfde dat nooit, de angsthaas en vaak speelde hij ook nog hooghartig de baas, zoals mijn mopperkonterige veeleisende vader. God, wat heb ik soms de pest aan mijn oudere broer gehad. Hij klaagde aan één stuk. Nooit iets positiefs. Hoelang is het nu geleden dat het licht uitging? Dat heb ik weer, dacht hij nog, voordat het donker werd. Ik zag wel hoe men mij, of wat er van me over was, onder dat wiel vandaan trok, maar wat doe jij in de aftandse woonstee van mijn ouders?" hoor ik hem bijna zeggen en omdat nog steeds niemand de mond open doet kletste hij verder. 
"Pas maar op voor paps. Hij is van de wijs van jouw mooie beweeglijke lijf. Zo fragiel en klein. Gracieus en hij neemt het nooit zo nauw met de huwelijkse trouw, maar ik houd van jouw prachtig regelmatige witte tanden. Verdwijn nu het nog kan, meisje, want jij moet wel je mannetje staan wil je niet ten onder gaan bij mijn droefgeestig verkrampte ouders.” 

Zijn vader zit me nog steeds van top tot teen te bestuderen en Bert? Hij trekt een grimas als we zijn moeder de trap op horen stommelen. Ze verontschuldigt zich uitvoerig voor haar lange afwezigheid. “De keuken is ver weg,” fluistert ze onderdanig en zet trillend de kopjes voor ons neer. Meteen heb ik het met haar te doen.

Vervolg

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Prachtig! Weer zo ontzettend filmisch. Nico die tot leven komt? Een beetje magisch realisme? I like it!
Het blijftnheel goed geschreven, niet dat ik een expert ben natuurlijk, maar ik Kees het nog steeds met plezier.
Wat een schitterende aflevering! De beschrijvingen van Berts ouderlijk huis, de geladen sfeer en dan opeens Nico die tot leven komt.
Echt mooi.
wat een geluk - deel 7 staat er ook al.
Wat een vervelende, vieze etter is de vader van Bert.
En hoe de woorden van Nico tot Nora doordringen "pas op voor paps , de gluiperd'

Ach wat staat er haar nog allemaal te wachten?!

ps. de juiste schrijfwijze is 'Brylcreem' - dit heb ik veel zien staan in het kapsalon van mijn pa
Heel erg bedankt, Chriske, want het moet uiteraard wel goed geschreven worden...