IJsvijvers en bloedoffers (2)

Door Weltevree gepubliceerd op Sunday 11 May 23:11

De klok op de Grote Eusebiuskerk gaf aan dat hij al meer dan een uur te laat was, maar hij had geen boodschap aan tijd. In zijn mond bleef de vieze smaak van braaksel hangen, ondanks het pepermuntje waar hij op kauwde. Het kon hem niets schelen. Ergens voelde het ook wel goed, dat smerige zure, alsof hij zichzelf er mee strafte.

Wat had hij in Godsnaam nu nog thuis te zoeken? Als ze het nog niet weten, gewoon in de winkel staan te verkopen, verdom ik het om hen iets te vertellen. Ik zou trouwens niet weten hoe je zoiets doet en als ze het al wel weten zitten ze uiteraard allang in het ziekenhuis. Finie, het winkelmeisje kan de boel wel alleen runnen of anders zullen de buren wel inspringen.

Ergens, in een verstandig uithoekje van zijn veertienjarige te ver door geschoten jongenslijf, dat te mager was om mooi te zijn, begreep hij wel dat hij eerst zichzelf bij elkaar moest rapen voordat hij naar huis kon. Ontmoedigd, ellebogen op de reling, handen onder de kin, bekeek hij van bovenaf de vrachtschepen die fleurig op het grauwe water stroomafwaarts onder de brug door voeren. Deze wereld gaf de indruk dat er niets bijzonders was gebeurd, merkte hij verwonderd. Door het heden sneed ineens een haarscherpe, maar verschoten, flard van een zwart-wit plaatje, Eerst stond het stil, maar toen begon het langzaam te bewegen, kreeg het in schokjes kleur. Het was tien jaar terug. Op het bekiezelde parkeerplaatsje van De Trans, bij het zandstrandje aan de Rijn. Hij zag het ijscoboertje met de leuk beschilderde fietskar, die van onder twee zilveren toeters een heerlijke traktatie schepte. Zijn lachende vader kocht een ijsje voor hem. Dat waren fijne zondagmiddagen, realiseerde hij zich ineens. Niet dat hij altijd met ijs of snoep werd vol gestopt, maar het voelde toen nog zo heerlijk vertrouwd, alsof het altijd zo blijven zou. Hoe kwam het eigenlijk dat hij destijds altijd alleen was met zijn vader? Nico was toch al geboren?
Zijn hart sloeg over. Nico… Nico…Zou men al weten of hij beter werd of…  of hadden die mensen gelijk gehad? Was zijn broer gewoon morsdood? Als bij toverslag gutste angstzweet onder zijn oksels vandaan. Kon hij die stomme middag maar terugdraaien. Waarom had hij zo nodig moeten liegen? Waarom ging hem dat eigenlijk zo verdomd makkelijk af? Omdat je al liegt zolang jij je het heugen kunt, gaf hij zichzelf antwoord en vulde aan: vanaf dat je jaloers bent op Nico.
Zou mijnheer de Vries gemerkt hebben dat ik net deed of ik niets van boekhouden begrijp? Wat een superdomme streek weer… het is één van de vakken die me wel makkelijk afgaan… Was ik nou maar gewoon met Nico naar huis gereden… Dan had ik in plaats van hem onder dat wiel gelegen. Dat zou toch veel beter zijn? Als ik eerlijk ben zou ik liever dood zijn gereden. Niemand die me missen zal. Nico is hard op weg om een succes te worden en nou blijft misschien de enige over die nergens voor deugt, zich in fantasietjes verliest, niets kan of wil…

Oh, kon hij maar oplossen, dan werd hem dit alles bespaard en hij gilde in gedachte om EE, die net nu hij hem het hardst nodig had, niet verscheen. Had hij nou maar voldoende moed… waarom was hij toch zo’n stomme lafaard. Waarom had hij niet meteen zijn ingeving gevolgd? Dan was hij inmiddels allang door de stroming meegenomen, overal vanaf geweest…
De verkoolde korsten van zijn loodzware geweten hielden zijn hart echter bijeen omdat iemand fluisterde: “Dan hebben jouw ouders helemaal geen kinderen meer…” Hij zuchtte. Ook dat nog.
“Ach joh, wat kan jou dat schelen? Moet jij voor hen zorgen? Hebben ze dan zo veel voor jou gedaan dat jou hun lot iets schelen kan?” vroeg de plotseling toch verschenen EE. Bert werd ineens woest, het was hem allemaal teveel.
“Rot op jij. Ik ben klaar met jou, stom rund. Met jullie allemaal trouwens. Ik ben te oud voor nepvrienden met zogenaamd leuke spelletjes. Ik wil ook niets meer te maken hebben met Filo de Geweldige die mij alle leugens heeft voorgekauwd. Het loopt uiteindelijk allemaal verkeerd af en wat heb ik aan Diederik Stoereboer die zogenaamd alles durft wat ik niet durf? Uiteindelijk ben ik toch de lul die nergens voor deugt.” EE snoof denigrerend, lachte duivels, noemde hem een ondankbare hond en verdween.

Bert voelde ineens hoe de wind door zijn haar speelde. Dat dunne melkboerenhonden, niet te fatsoeneren haar, waar hij het de rest van zijn leven mee moest doen.
Wie het ook tegen me gezegd heeft, hij of zij heeft gelijk. Het is waar… ze hebben nu misschien alleen mij nog, dacht hij en maakte zich er een voorstelling van wat hem te wachten stond.
Of hij wilde of niet, ooit moest hij toch door de achterpoort om zijn ongeschonden Gazelle in het schuurtje te zetten. Daarna met de schooltas, hij had nog een pens huiswerk, langs de rij met opgestapelde kratten vol lege flessen. De keukendeur zou kermen. Ongemerkt naar hun kamer glippen zou niet lukken. Hij moest, hoe dan ook, ooit pa en ma onder ogen komen en verklaren hoe het kwam dat hij zo laat thuis was, waar hij al die tijd gezeten had.Doordringende, veel te nieuwsgierige en uiteraard veroordelende ogen zou hij moeten trotseren. Ze zouden natuurlijk in de zijne lezen dat hij Nico heel vaak had doodgewenst.
Hij maakte zich sterk, moest volwassen worden en hij wilde zeker geen mededogen, begrip of medelijden. Was hij niet zoiets als de duivel zelf vanwege de opluchting die hij ook even had gevoeld omdat hij van zijn broer af was? Hij wapende zich want hij zou, dat was zeker, zijn straf niet kunnen ontlopen. Waarom had hij Nico eigenlijk zo gehaat dat hij zelfs wel eens aan God had gevraagd om zijn broer iets vreselijks aan te doen. Verlammen, zodat hij in een rolstoel verder moest. Of blind, doofstom, maar dood? Nee, verdomme, Godsallemachtig nog an toe, dat toch niet. Welke idioot van een stomme God deed nou zoiets achterlijks?

Bert schrok, het was al over half zes, zag hij, stapte op zijn fiets met het gevoel in die korte tijd vijf jaar ouder te zijn geworden en hij besloot, rustig naar huis peddelend, om in het vervolg beter zijn best te doen. Niet meer zo chagrijnig en vooral aardiger voor zijn ouders en broer. Behulpzaam ook en hij zou van Nico houden, als hij maar weer uit het ziekenhuis kwam.

Reacties (6) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
ach, ik kan geen mooiere reactie geven dan degen die hieronder staan.
Zo'n warboel in Berts hoofd en jij die het zo prachtig weergeeft!!!
Een storm van gedachten en emoties. "De verkoolde korsten van zijn loodzware geweten", mooi omschreven!
Onbegrepen en voor zijn gevoel door iedereen vertrapt, maar niet dom, want daar is zijn gedachtegang te sterk voor. Of heeft de schrijver uit warrige en onaffe gedachten een mooie tekst gecreëerd?
En nog steeds denk ik die arme Bert, maar ook die arme ouders al die jaren vol onbegrip en nu wreekt zich dat.
Deel 1 ga ik nog lezen, deze is alweer zo mooi en beeldend geschreven, spannend ook!
Voor het gemak zou ik dan wel bij IJsvijvers en Exellenties beginnen, anders mis je de clou waarschijnlijk...