IJsvijvers en Exellenties

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 09 May 13:19

Het begon toen hij had leren lezen

Bij ‘Sjors en Sjimmie‘ liep alles altijd goed af. De goeden wonnen het van de kwaden, waaruit de zevenjarige Bertie concludeerde dat bedachte moordlust geen kwaad kon. Voor de dagelijkse vervelende aanvaringen was Berts fantasiewereld een uitgelezen alternatief. In die getekende wereld, waar men mensen rustig de hersens insloeg, kon hij zichzelf zijn. Daar was alles geoorloofd en hij speelde graag de onoverwinnelijke held.
Hij had veel stripboektypetjes als vrienden. Ze waren allemaal verschillend. Hij verzon ze zelf, één voor iedere situatie die hem in het echte leven aanvloog. Of beschaamde vanwege de hoge eisen die er aan hem werden gesteld. Eén ervan droeg een heroïsche naam: Excellentie Exercitie, wiens zwaard met listige snelheid jaloezie en ontevredenheid, maar ook dwarse lieden uit het leven sneed. Meestal was zijn broer de vijand want tegen zijn ouders viel niet te vechten en volgens Bert mocht Nico van hen alles en hij niets. Hij was de oudste en moest het goede voorbeeld geven. Hij beheerste zich bijna altijd, maar Nico was als open boek een constante bedreiging. Een wildebras ook en hem nam niemand ooit iets kwalijk. Hij kwam met de gekste verzinsels of hopeloze mislukkingen weg. Schaafwonden, een gat in zijn kop, niet te repareren winkelhaken in zijn kleren, men lachte er eenvoudig om en niemand las ooit Bertie's frustraties, die braaf en meegaand was. Bert hoefde niets te proberen. Het was nooit zo goed als wat Nico deed en zijn mislukkingen werden extreem groot uitgemeten. Omdat hij ouder was, maar met zijn oersterke held EE overwon hij alles waarin Bert faalde. EE was nergens bang voor. Hij draafde trouw en doortastend op om alle jongensdromen waar te maken. EE had in bloederige taferelen al vaak zijn broer vermoord. De kinderachtige spelletjes in bestaande stripboeken staken flauwtjes, teerhartig en menswaardig af, tegen de wraakgedachte in Bertie's schaduw wereld, waarin doorheen de jaren het landschap telkens scherper, bloederiger en moordzuchtiger was uitgetekend. In stinkende spelonken overwon Bert alle gehate draken waarvan Nico de voornaamste was, maar ze groeiden onherroepelijk op en Bert wist dat hij te oud werd voor woeste fantasietjes. 
De verschillen tussen de broers werden echter ieder jaar groter. Twee totaal verschillende karakters in volkomen andere werelden moesten elkaar, vond iedereen, leren liefhebben. In- en extrovert gescheiden door een onzichtbare, elektrisch geladen wand, alsof twee, zich elkaar afstotende, verstikkende vloeistoffen zich in één heksenketel moesten verenigen. Water tegen Olie. Vurige Lava naast Koel Bloed. Het was teveel gevraagd.
 

De omslag

Op die bewuste woensdagmiddag had Bert het weer helemaal, maar dan ook finaal, gehad met alles en iedereen. Met al die onverenigbare tegenstellingen die steevast negatief uitpakten voor hem. In werkelijk alles legde hij het af tegen zijn broer. Thuis, bij de klanten in de winkel en nu begonnen zijn schoolvrienden Nico ook al te bewonderden. Ze probeerden het te verbergen, maar hij zag wel hoe ze om zijn streken lachten. Hij verdomde het. Wilde niet meer met dat stomme jong naar huis fietsen en vroeg mijnheer de Vries, vanuit wiens lokaal hij het fietsenhok in de gaten kon houden, om hem iets uit te leggen. Hij zag over diens hoofd heen hoe Nico buiten stond te wachten, op zijn voeten wippend ongeduldig rond keek. Tot hij zijn schouders ophaalde en fluitend vertrok. Na vijf minuten knikte Bert tegen de leraar. “Ik snap het mijnheer, de winst- en verliesrekening hoort apart, maar nu moet ik echt weg, anders mis ik mijn broertje. Die kan nooit alleen naar huis, ziet u.” Hij loog al jaren en niemand had ooit iets in de gaten.
Opgelucht sprong hij op de fiets. Hij hoefde even helemaal niets. Niet met zijn broer, noch met zijn stomme ouders. Hen kon hij de laatste jaren wel schieten.

EE vond hen ook achterlijk. Ze snapten niets, kwamen nooit voor hem op en EE vond het tijd om hun huis, met die afgeleefde winkel en al, in de fik te steken. Met iedereen er in. Of hen stuk voor stuk aan het roestige zwaard te rijgen, met massa’s bloed dat in de rondte spoot. Hun wanhopige schreeuwen zou hem zielsgelukkig maken, beweerde EE de laatste tijd met een verleidelijk zoete stem. Dromend over die heerlijke genoegdoening, begon Bert aan de afdaling  waarlangs geen fietspad was aangelegd. Dit stuk van de rit was altijd het fijnst. De steile doorgaande weg was lang en de wind trok zijn slappe haar meestal strak naar achteren. Halverwege, bij de kruising, reed hij soms zo hard dat een auto hem amper in kon halen. Die kruising betekende een dagelijks terugkerend superspannend moment. Verkeer uit de straat van links of rechts kon hij altijd pas op het laatst zien. Dat gaf zo'n ongekend machtige sensatie. Meestal redde hij het nog net om zonder kleerscheuren over het kruispunt te schieten, achter een auto langs, of ervoor en de bestuurder moest dan als een gek op de rem gaan staan. Daar genoot hij van.

Vandaag was echter anders, zag hij bovenaan toen hij net vaart kreeg.
Halverwege, vlak na het verkeerspunt, stond een groep mensen naast een grote vrachtwagen. Natuurlijk remde hij af want hij was wel nieuwsgierig. Dit moest een groot ongeluk zijn, met al die mensen en hij verheugde zich op het heerlijke gevoel als hij straks thuis kwam. Eindelijk kon hij tegen Nico ergens over opsnijden, haha. Hij wist nu al dat hij het flink aan zou dikken. 

Met slippend achterwiel stopte hij, stapte af en liep hij naar de groep mensen toe. Met zijn fiets aan de hand- zijn hart ratelde van genot- wrong hij zich tussen de mensen aan de buitenste rand van de halve cirkel, die zich naast de vrachtwagen had gevormd. Hij was lang, kon net een stukje van het kromgetrokken wiel tussen de driedubbele kring toeschouwers heen zien. De rest van de fiets was finaal plat gereden. Daar is niets meer van over. Wie daarop gezeten heeft, dacht hij, had wel vette pech gehad. 

Hij merkte zelf niet eens dat hij zijn fiets losliet, aan de grond genageld werd... Zonder dat hij het wist gilde Bert. “Nico's fiets.”  Onmiddellijk schaamde hij zich, want er kwam een raar geluid uit zijn keel. Het had geklonken als een zielig vogeltje dat uit zijn nest gevallen was. Niemand had hem gehoord en toen zijn binnenwereld pikzwart werd staarde hij niets ziend tegen de achterhoofden van al die volwassenen aan, wiens ontzette gezichten hij niet kon zien. In zijn hoofd rolden alle moordscènes, die hij in de afgelopen jaren bij elkaar verzonnen had, over elkaar heen en hij wilde gillen dat hij het zo niet had bedoeld. Ineens viel het hem op dat niemand van al die sensatiezoekers een zelfde hoofd had. Er waren puntige bij, maar ook kogelronde. Kale koppen en mensen met verwarde kuiven. Het verwonderde hem dat er niet één mens was met hetzelfde haar. Hij bestudeerde de oude vrouw met de vette dooie punten. Een ander had het geblondeerd en idioot hoog opgestoken. Ondertussen dreef zijn wild kloppende hart als een steen in een ton kokend vet, precies als in de indianenstrip die hij gisteren gelezen had. EE riep triomfantelijk dat hij eindelijk van zijn vijand af was, terwijl de mensen voor hem vreselijke geluiden produceerden. Hij kon het niet thuis brengen. Bespraken ze wat ze hadden gezien? Hoe de jongen niet meer bewoog, raar geknakt onder het wiel lag? In een grote plas bloed? Waarom huilde die ene vrouw?


De glimmende, rood aangelopen dikke kop van de man bij de politieagent herkende Bert. Ze haalden op weg naar huis bij hem wel eens stiekem een pakje Caballero zonder filter van het geld dat Nico uit de kassa had gepikt. De kale sigarenboer vertelde aan de man in uniform dat hij was opgeschrikt door gierende banden waar stinkende rook vanaf sloeg bij het remmen. Nu rook Bert het ook, verbrand rubber.
“Ik heb meteen het politiebureau gebeld. Hier gebeuren zoveel ongelukken, jullie nummer ken ik al uit mijn hoofd, moet u weten. Er zouden hier toch echt eens verkeerslichten moeten komen hoor... Daarna ben ik natuurlijk meteen de winkel uit gerend, was er als eerste bij, maar ach." De agent noteerde het allemaal secuur in zijn boekje, registreerde Bert alsof het hem niet aan ging. 
"Ik zag het meteen, mijnheer. Niets meer uit te richten. Het kind lag helemaal verkeerd, verfrommeld als een prop papier en uit het hoofd spoot het bloed alle kanten op. Ik zal dat vreselijke beeld nooit meer vergeten.”
Het klonk jankerig, kinderachtig klaaglijk voor zo'n dikke kerel, vond Bert. Alsof het om zijn eigen kind gaat, werd hij ineens kwaad. Dat is MIJN broer, gilde het in hem. Mijn broertje, die jij vergelijkt met een prop papier, in elkaar gedrukt als in een bladzij uit een stripverhaal. Dat is de jongste zoon van MIJN ouders, kloothommel. Daar ligt mijn broertje verdomme, waar ik ondanks alles toch van hield, vuile vetzak... In Bert draaide een caleidoscoop van tegenstrijdigheden. Waarom klonk iedereen zo bezorgd alsof het HUN kind was dat daar lag? Nico zou straks echt wel weer gewoon opstaan, zoals altijd, zeker weten en hij werd misselijk van al dat volk, dat zich zijn broer had toegeëigend.
Hij likte rillend langs de droge lippen, zijn keel voelde als een ruw brok hout en trillend van angst keek hij in de richting van het alarmerende geluid dat steeds sneller dichterbij kwam. De sirene van de ziekenauto snerpte zo hard dat het zeer deed aan zijn oren. Het lijkt wel echt, maar het is een toneelstuk, dacht hij nog voordat de ziekenwagen stopte en de kring aangeslagen toeschouwers zich behulpzaam opende om de broeders door te laten. Hij struikelde over zijn fiets, die achter hem lag, nog helemaal in tact en hij wilde weg uit dit enge stripverhaal. Dit was niet gebeurd. Het was verzonnen, één van zijn fantasietjes waarin de ziekenbroeders razendsnel uit de auto sprongen, met tassen, koffers en die rare paardendeken. De brancard, die geluidloos uit de bek van de ziekenwagen gleed, was een nachtmerrie! Toch? Hij droomde, zeker weten.

Vervolg

Reacties (10) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
adembenemend mooi geschreven!!!!!!!!!!
die strijd tussen broers .. in bert's hoofd ...
om stil te worden!
rillingen..mooi en zo echt de strijd tussen broers de kans iets stoers te vertellen , de ontdekking van wie en dan daarna...het bloed voelde ik bijna letterlijk weg trekken uit mijn hoofd en de schrik beleefde ik..heel mooi geschreven
Dank je wel...
Bloedstollend en vooral die gevoelens van vervreemding zijn spot on!
Dank je wel, vooral die vervreemding moest er in...want zoiets is toch niet meteen te accepteren...daar moet een mens wel hulpmiddelen bij gebruiken, lijkt mij, om het stukje bij beetje tot je door te laten dringen
Heel herkenbaar, toen een van mijn katten voor mijn ogen werd doodgereden. Of toen ik jaren eerder mijn arm brak. Je hebt het nodig, die 'hulpmiddelen'; het werkt zo.
Tja daar kan ik dus even niets aan toe voegen.Weet je ik kan me eigenlijk heel goed inleven in Bert. Het is echt een geweldig verhaal.
Dank je wel...bloos, bloos...
Zo tragisch, al zijn fantasieën worden bewaarheid, even bloederig als hij maar kon dromen om dan te ontdekken dat dit niet was wat hij wilde en dat hij stiekem toch om zijn broer gaf...
Helemaal goed samen gevat