Tim

Door Nicolettepietersen gepubliceerd op Monday 21 April 15:26

Mary had lange stevige hockeybenen en hij had haar maar een keer iets zien strelen. Haar Shetlandpony. Toen hij zei dat hij weg moest om te gaan vechten maar eerst met haar wilde trouwen, omdat hij van haar hield, had ze gezegd: ‘You better go to the continent first.’ Tim had instemmend geknikt, Mary wist die dingen nu eenmaal beter dan hij. De nacht voor hij naar het invasiekamp moest hebben ze urenlang in het weiland gelegen. Inwendig trillend van angst heeft hij zich zorgeloos lopen voordoen en zijn zoekende handen zijn keer op keer stukgelopen op haar gepantserde bustehouder. Bij het afscheid zwaait ze nog een keer en loopt zonder om te kijken naar haar ouderlijk huis.

Het meisje kijkt angstig naar zijn geweer. En naar zijn bebloede uniformbroek. Hij is doodmoe en begint te huilen. Dan staat ze plotseling voor hem, snijdt zijn broek open en dept zijn wonden. In de verte klinken nog steeds explosies, ze zijn allebei bang. Maar ze legt een deken over hem heen en kruipt rillend tegen hem aan. In onverstaanbaar Vlaams mompelt ze, dat ze niet meer bang hoeven te zijn, want ze zijn immers samen en wat kan er dan gebeuren? Hij verstaat er niets van, maar ze is lief en veilig en ze streelt hem. En langzaam verdwijnen alle herinneringen die zich in zijn hoofd verzameld hebben, al vanaf de stranden van Normandië. Al die schoten,de rook van het gevecht, de geur van bloed. Zijn vrienden, die één voor één om hem heen neervallen….‘waarom zij en ik niet?’ heeft hij op een bepaald moment gedacht. Maar hij bleef leven, wel gewond, maar toch in leven. Hij klampt zich aan het meisje vast, samen onder die deken en ook al verstaan ze elkaar niet… het geeft warmte en rust. Aan beide had hij al zo lang behoefte! Hij proeft het zout van tranen op zijn wangen, van hem? Of zijn ze van haar?

NEGEN JAAR LATER:

In een klein dorpje in de Belgische Ardennen zit Jeanne in haar tuin de aardappelen te schillen. Haar drie zoontjes spelen om haar heen, ze spelen soldaatje met stokken als geweren en rennen druk heen en weer. ‘Pau, pau, pau’ klinkt het luidkeels. Glimlachend overziet ze hun spel, wat heerlijk toch dat ze zo onbekommerd kunnen spelen en het ware geluid van geweren niet kennen. Haar gedachten gaan naar Luc, haar man. Wat hebben ze toch een fijn leven, ze houdt zielsveel van hem en ze zou nooit iemand anders willen. De gedachte aan de vader van haar oudste, die Engelse soldaat waar ze zo’n wonderlijk fijne avond en nacht mee had, is een mooie herinnering geworden. Toen later bleek dat ze zwanger was, was die soldaat allang weer weg .Ze was in paniek, een zwangerschap op haar zeventiende was niet iets wat ze in gedachte had als ze aan haar toekomst dacht. Maar gelukkig was daar Luc, haar vriend vanaf de kleuterschool….. die haar steunde en haar kindje als het zijne op wilde voeden. Veel had ze niet begrepen van de vreemde taal die de soldaat sprak, maar ze wist wel dat hij Tim heette. Daarom had ze hun zoontje ook Timmy genoemd, uit respect voor zijn vader die haar zoveel warmte had gegeven toen ze het nodig had. Iedereen in het dorp weet dat Luc niet de ‘echte’vader van Timmy is, maar niemand schenkt er verder aandacht aan. Ze zijn een gelukkig gezin met drie zoons, niet meer en niet minder!

Tegelijkertijd in een dorpje in Wales, Engeland:

‘Mary, we moeten praten’ zegt Tim tegen zijn vrouw‘dit kan zo niet langer. We zijn nu acht jaar getrouwd en het lijkt wel of we elkaar steeds minder begrijpen.’

‘Hou dan eens op met dromen’ zegt Mary en haar ogen spuwen vuur ‘je zit met je hoofd steeds ergens anders. Sinds je terug bent uit de oorlog ben je zo veranderd! Ik dacht altijd dat je alles wat je mee gemaakt had moest verwerken en dat je dan jezelf weer zou worden, maar in plaats van beter lijkt je afwezigheid erger te worden.’

Tim zwijgt even…. Hoe moet hij zijn vrouw nou vertellen dat hij steeds een paar blauwe ogen voor zich ziet, terwijl die van haar bruin zijn.

‘ Ach Mary, laten we de oorlog toch achter ons laten en samen iets opbouwen. Jij zegt dat ik veranderd ben, maar jij dan? Nooit zeg je eens iets liefs, nooit kus je me uit jezelf of haal je me aan.’

‘Onzin Tim, ik ben wie ik ben en ook voor de oorlog al was. En daar was je toen tevreden mee, je wilde maar wat graag met me trouwen voor je weg ging.’ zegt Mary snibbig, terwijl ze boos haar lippen op elkaar knijpt.

En Tim ziet een lieve mond voor zich, waar weliswaar onbegrijpelijke woorden uit kwamen… maar toch lief en zacht! Veel liever en zachter dan de mond van Mary ooit zal zijn. Haar mond is een strenge, smalle streep met de mondhoeken naar beneden.

Toen hij terug kwam van de verschrikkingen op het continent dacht hij zelf ook dat hij alles op een rijtje moest krijgen, voor hij weer gewoon verder kon. Alle vrienden, die hij kwijt was geraakt omdat ze niet zoveel geluk hadden gehad als hij en nu voor altijd dáár bleven. De angst, de pijn en de geur van de dood hadden zich in zijn wezen vastgezet, het duurde lang voor hij weer een beetje zichzelf kon zijn.

‘Jij wilde niet trouwen voor ik weg ging’ helpt Tim haar herinneren ‘en ik dacht dat je, als je eenmaal mijn vrouw was, wel liefdevoller zou worden. Het lijkt wel alsof je niks om mij geeft, waarom heb je eigenlijk op me gewacht al die oorlogsjaren lang?’

‘Dat had ik je toch beloofd?’ zegt Mary kortaf ‘en wat je belooft moet je doen!’

‘Maar Mary toch, had me eerlijk verteld als je niet had willen trouwen…..’

‘Hoe kon dat nou, zoals jij er aan toe was. Je was gewond, geestelijk een wrak en had ik je dan in de steek moeten laten? Dat wilde ik niet en trouwens, ik dacht zelf ook dat het wel goed zou komen. We hadden voor de oorlog een gezellige tijd, dus ik wilde wel met je trouwen.’

Nooit had hij getwijfeld aan zijn liefde voor Mary, dus waren ze getrouwd. Maar helaas….. niets ging zoals hij gedroomd had. Mary zei altijd wel tegen hem dat ze van hem hield, maar dat bleef bij woorden. Goed beschouwd was ze liever voor haar shetlanders dan voor hem, dacht Tim vaak verbitterd. En hij wist dat het anders kon….. dat had dat lieve Vlaamse meiske hem laten voelen.

‘Een gezellige tijd is niet genoeg basis voor een huwelijk, Mary, wat wil je eigenlijk van me?’ zegt Tim ‘ik wil zelf op deze manier niet verder, ik verlang naar liefde en tederheid in m’n leven.’

‘Waarom kun je niet de Tim zijn van voor de oorlog’ vraagt Mary verbitterd ‘toen hield je onvoorwaardelijk van me. Zeurde je niet steeds om aandacht en was het genoeg voor je om samen te zijn.’

Acht jaar zijn ze nu getrouwd en natuurlijk geen kinderen. Want om die te krijgen moet je letterlijk samen zijn en daar bleek Mary van te griezelen. Dus dat gebeurde zelden en dan nog alleen als Tim erg aandrong en Mary maar toe gaf. Naarmate de ellende van de oorlog meer naar de achtergrond ging, werd Tim zich steeds meer bewust van het feit dat hij iets miste in hun relatie. Misschien kon hij daardoor die ene nacht maar niet vergeten?

‘Zeuren om aandacht? Wat is dat voor geklets….. is het zo vreemd om aandacht en liefde van mijn eigen vrouw te willen? Wat ben je toch voor ijskonijn, Mary?

‘Ik?.... een ijskonijn…. Hoe kom je erbij? Dat komt door jou! Ik ben geen ijskonijn, vraag maar aan….. o jee….’ Mary stopt verschrikt met praten.

‘Aan wie kan ik dat vragen, Mary? Wie kent jou zo goed?' vraagt Tim achterdochtig.

‘Niemand, niemand, hou op met vragen’ zegt Mary kortaf.

‘WIE, Mary?’ zegt Tim dwingend.

‘Niemand, we gaan eten Tim, kom op…ander onderwerp.’zegt Mary weer. Ze loopt naar de keuken en maakt aanstalten om het eten te gaan klaarmaken. Maar Tim loopt achter haar aan.

‘Nogmaals, wie ??, geef antwoord en waarom komt het allemaal door mij?’ vraagt hij weer ‘ik stop niet met vragen voor ik een antwoord heb, Mary.’

‘O verdorie, oke dan:….. in de oorlog heb ik iemand ontmoet. Ik wilde dolgraag met hem trouwen en hij met mij. Maar ik had jou mijn woord gegeven en toen je er zo slecht aan toe was toen je thuis kwam wilde ik je niet in de steek laten. Nou weet je het…’ zegt Mary ‘houd je nou op met zeuren?’

Verbijsterd kijkt Tim zijn vrouw aan….. een andere man tijdens de oorlog? Daar wilde ze mee trouwen en niet met hem? Is ze daarom zo kil en koud? Omdat ze haar liefde aan een ander had willen geven? Wat een sukkel is hij geweest…..dat hij dat niet eerder door heeft gehad.

‘Mary, wat is dat nou, had er met me over gepraat….. hou je nog van hem? En hij…. ? Ben je daarom altijd zo afstandelijk tegen mij? Wat moeten wij nu?’

‘Wat mij betreft blijft alles zoals het is’ zegt Mary kortaf ‘hij is getrouwd, gescheiden en weer getrouwd…..trouwens het is al negen jaar geleden…… en wij zijn samen. Dat kan zo blijven!’

‘Ja maar, jij bent blijkbaar net zo min gelukkig als ik, snap ik nu’ zegt Tim ‘weet je Mary, ik heb tijdens de oorlog ook iemand ontmoet…. Het was zeer kortstondig, één avond en nacht maar, maar ik ben haar nooit vergeten. Net zo min blijkbaar als jij je liefde van toen vergeten bent.’

‘Laat het gaan Tim, voor mij hoeft er niets te veranderen’zegt Mary weer.

‘ Maar voor mij wel’ zegt Tim ‘ik blijf niet in deze kille relatie hangen Mary, ik had het dolgraag anders gezien maar zo ga ik niet door!’

‘We hebben het toch gezellig?’ zegt Mary weer ‘laat het toch gaan….als jij stopt met dromen over die ander kan het toch best nog goed gaan tussen ons?’

‘Zoals ik net al zei Mary: gezellig is me niet genoeg. En volgens mij ben ik niet de enige die van een ander droomt.’

‘Tim, hou er over op, laten we morgen maar verder praten’zegt Mary ‘ik weet niks meer te zeggen.’

Zwijgend eten ze, zwijgend brengen ze de avond door, zwijgend gaan ze naar bed. Als het eindelijk ochtend is, is tijdens het ontbijt Tim de eerste die weer het woord neemt:

‘Mary, ik heb de hele nacht liggen denken en denken. Volgens mij was ik dat Vlaamse meisje allang vergeten als onze relatie goed was geweest. Ik wil een eerlijk antwoord van je: hou je van mij?’

Mary krijgt een kleur en zwijgt. Ongemakkelijk draait ze op haar stoel.

‘Mary…. eerlijk zijn!’

Mary barst in snikken uit. Tim schrikt er van, zo’n uiting van emotie is hij niet van haar gewend. De enige keer dat hij haar heeft zien huilen was toen, een paar jaar geleden, haar pony dood ging. Hij slaat zijn arm om haar heen en voelt haar, bijna onmerkbaar, verstijven…… en ineens is zijn geduld op: ‘Je hoeft niet meer te antwoorden Mary, ik merk het al. Zelfs nu wil je niet dat ik je aan raak. Weet je, ik dacht dat ik van je hield. Maar dat gevoel is verdreven door al je afweer. Ik ben je dankbaar dat je er voor me was en dat ik zo alles heb kunnen verwerken. Lieve schat, laten we dit oplossen! We gaan uit elkaar. Dan kun je je geliefde weer op zoeken.’

‘ En jij dan, Tim?’ zegt ze stilletjes, terwijl het Tim opvalt dat ze niet eens protesteert, ‘ga jij dat meisje zoeken?’

‘Dat lijkt me geen zin hebben’ zegt Tim ‘en trouwens…. Ik weet niet eens waar ik haar ontmoet heb en hoe ze heette! Maar maak je over mij geen zorgen, de hele oorlog ligt nu achter me dus ik vind m’n weg wel.’

 

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
dank je wel,. leuk om te horen
Heerlijke schrijfstijl...