Meneer Prelles

Door Nicolettepietersen gepubliceerd op Monday 14 April 21:20

De kanttekening, het commentaar, het laatste woord: hij is er goed in. Alleen nu niet, met deze vrouw, met dit meisje: zij heeft het eerste en het laatste woord en hij heeft er moeite mee. De slapeloze nachten die hij zijn hele leven al kent worden opgerekt tot het witte licht van de Franse julizon weer keihard door de kieren van zijn houten luiken naar binnen breekt. Hij hoort de eerste vogels die aan het inzingen zijn voor het grote concert en rond negen uur barsten de buurkinderen uit de voegen van hun te kleine appartement en zetten het buiten volop op een schreeuwen.

Pas dan draait hij zijn hoofd af van het binnenvallende licht en valt in een diepe slaap. Alles is weer normaal, het leven gaat haar gangetje, hij mag even weg. Soms denkt hij wel eens, en zijn vrouw is dat met hem eens,  dat die slapeloze nachten komen doordat hij overdag zo graag even slaapt. In zijn dromen komt hij tegenwoordig steeds dat lieve vrouwtje tegen, zij lijkt alles te weten en te kunnen.  Zo ook nu weer:

‘Hallo Jaap, fijn dat je er weer bent. Ik zat al op je te wachten, waar bleef je nou?’

‘Ja joh, de nacht duurde weer lang en de zon door de luiken irriteerde me, pas toen de kindertjes van de buren te keer gingen kon ik me ontspannen en viel ik in slaap.’

‘Wat zullen we eens gaan doen vandaag? Wat denk je van een strandwandeling? Er staat een heerlijk windje….. dan is het altijd lekker aan het strand, met het geraas van de golven en de zon op je huid!’ zegt ze.

‘Fijn’ zegt Jaap ‘laten we een lange wandeling maken en dan, als we terug zijn, daar op dat terrasje koffie drinken met een croissantje erbij.’ En hij wijst naar de strandtent waar een beschut terras bij is.

Samen gaan ze op pad. Als ze bij het strand komen trekken ze hun schoenen en sokken uit en gaan op blote voeten verder. Het eerste stuk gaan ze tegen de wind in. Dan is de terugweg straks, als ze al wat moe zijn, makkelijker.  Ze lopen hand in hand langs de waterkant, dáár is het zand wat harder dan vlak bij de duinen. Ze lopen maar door, soms kletsend en soms zwijgend maar altijd samen en in harmonie. Jaap geniet….. zij ook….. hoe heet ze eigenlijk? Dat heeft Jaap haar nog nooit gevraagd. Vaag bedenkt hij dat hij achter die naam moet zien te komen, maar vergeet het ook direkt weer. Wat maakt het uit…. Het is fijn zo!

Ineens staat ze stil en zegt: ‘Jaap, zullen we zwemmen?’

‘Is dat niet te koud’ zegt hij aarzelend ‘en ik heb geen zwembroek bij me. Trouwens… ook geen handdoek!’

‘Welnee, joh, je bent toch geen watje? Kom op, kleren uit, we duiken er in.’ En zonder zich te bedenken kleedt ze zich uit, gooit haar kleding op een hoopje op het zand en holt het water in.

‘ Brrrr, wel koud, maar kijk: ik ben al door…. Kom nou …’ roept ze.

Jaap, die haar nog nooit naakt gezien heeft, twijfelt….. koud, geen zwembroek…. maar ja dat prachtige lijf daar in het water…. een man moet er wat voor over hebben…. en dus trekt hij gauw zijn kleren uit en holt naar haar toe, zich wapenend tegen de kou van het zeewater. Maar ze heeft gelijk, als je snel onder water gaat ben je zo door. Met krachtige slagen zwemt hij naar haar toe. Heerlijk dat gevoel… hij voelt zich net een jonge god. Zo heeft hij zich in geen jaren gevoeld en dat komt door haar! Zij haalt het beste weer in hem naar boven, hij besluit ter plekke haar nooit meer te laten gaan.

‘Kom bij me, liefje’ zegt hij ‘houden we elkaar warm.’ Samen dobberen ze op de golven. Na een poosje wordt het echt te koud en moeten ze er uit. Ze drogen elkaar af met Jaap’s shirt,ze doen er lekker lang over,  als ze aangekleed zijn en hun wandeling willen vervolgen klinkt er ineens……

‘Jacques, Jacques…… lig je nou nog in bed!’

Jaap, die op het strand wil blijven lopen, verzet zich tegen deze woorden en de schelle stem, waarmee ze uitgesproken worden. Zijn naam Jacob, maar hij werd thuis meestal Jaap genoemd, kan zijn Franse echtgenote niet uitspreken en sinds  hij hier in Frankrijk kwam wonen, zo’n 37 jaar geleden,  heet hij dus  Jacques. Marie-Claire is een moeilijk vrouw gebleken. Jaap begrijpt al lang niet meer waarom hij nou zo nodig  alles in Nederland achter moest laten om hier te  gaan wonen en werken. Alhoewel ze de eerste jaren erg verliefd waren en ze nu toch een redelijke relatie hebben. Ze vertrouwen elkaar en zijn elkaar’s beste maatje maar verliefd? Nee, dat gevoel is er niet meer. Kinderen zijn er nooit gekomen, maar dat vond Marie-Claire niet zo erg. Haar eigen bedrijf in antiek is altijd haar kindje geweest. Daar stopt ze al haar tijd en energie in, jaren geleden al en nog steeds. Zelfs nu Jaap, na een ongeluk, in een rolstoel zit en met veel dagelijkse dingen geholpen moet worden.

‘Jacques, kom er nou uit, het is al elf uur.’

Maar Jaap, die het naar zijn zin heeft, kan slecht wakker worden. Waarom zou hij ook, terug naar de realiteit? De hele dag in die rolstoel? Terwijl hij net zo lekker aan het wandelen is….

‘Jacques, toe nou! Ik moet nog boodschappen doen en daarna aan het werk, wordt nou wakker!’

Hè, weer die schelle stem…. Jaap wil er niet naar luisteren, het is veel te fijn aan het strand…. Vaag zegt hij: ‘nog even Marie-Claire, ik heb vannacht zó slecht geslapen, ik heb wel úúúren wakker gelegen.’

‘Nou vooruit, dan ga ik wel eerst boodschappen doen, maar daarna moet je eruit hoor, anders heb ik geen tijd genoeg om je te helpen.’ moppert zijn vrouw.

En zo komt het dat: Ze verder kunnen met hun wandeling. Na de zwempartij lopen ze nu met de armen om elkaar heen, woorden hebben ze niet nodig. Ze genieten van elkaar, de wind in hun rug en de zon op hun kruin. Als ze bij het terrasje aankomen zoeken ze een tafeltje uit in de gezelligste hoek, waar ze beschut achter een glazen windscherm toch nog in de zon kunnen zitten. Ze bestellen koffie en croissantjes met aardbeienjam.

‘Heerlijk is het hier’ zegt ze ‘moeten we vaker doen, joh!’

‘Graag’ zegt Jaap ‘ik ben altijd al gek geweest op het strand. Mijn vrouw houdt er niet van, die heeft een hekel aan zand tussen haar tenen en griezelt van zwemmen in zee. Maar ik ben er mee opgegroeid. In Nederland woonde ik aan het strand, en “een dag niet naar het strand is een dag niet geleefd” zeiden we altijd.’

‘Nou ik ben er ook gek op, ik ga met je mee wanneer je maar wilt, hoor!’

Wat een geweldig vooruitzicht. Half slapend  draait Jaap zich eens om in bed en rekt zich behaaglijk uit. Wat voelt hij zich heerlijk, moe maar voldaan na zo’n wandeling. Zo veel beweging doet een mens goed…..nog even lekker liggen voor hij onder de douche springt……en daarna aan het werk! Langzaam wordt hij zich bewust van pijn in zijn been. Hoe komt dat nou, is die wandeling soms te veel geweest  of heeft hij een spier verrekt, toen hij de zee in rende? Heel traag dringt een ander gevoel tot hem door….. verdraaid…. Hij heeft weer liggen dromen, hij kán helemaal niet meer lopen, dus laat staan een strandwandeling maken.

 Elf jaar geleden is hij van een trap gevallen, toen is zijn been verbrijzeld en dat kan nooit meer goed komen…. En gaan werken? Hij kan helemaal niet meer werken, zijn beroep van ober kan hij natuurlijk niet meer uitoefenen en een andere baan op zijn leeftijd kan hij wel vergeten. Diploma’s heeft hij niet, want hij volgde Marie-Claire naar Frankrijk voor hij zijn opleiding afgerond had. En daarom zit hij nou hier iedere dag…… ‘Marie-Claire is nog niet terug met de boodschappen’ denkt hij ‘ik ga maar weer even!’

‘Hoi, ben je er al weer?’ zegt ze verbaasd, maar gelukkig ook een beetje blij.

‘Ja hoor, hier is het veel fijner dan daar’ zegt Jaap ‘zullen we nog een ommetje maken?’

‘Tuurlijk schat’ zegt ze ‘waar gaan we heen?’

‘Maakt niet uit, als we maar weg zijn’ zegt Jaap en hij pakt haar hand.

Ze lopen weer, zonder doel, ook dat is niet van belang. Maar zij zit vol leuke ideeen….

‘Jij hebt toch in Nederland gewoond?’ vraagt ze.

‘Ja’ zegt hij verbaasd ‘en?’

‘Nou gaan we daarheen….. samen kunnen wij alles!’

Stomverbaasd volgt hij haar en ja hoor: ‘kijk nou, daar staat de molen uit mijn geboortedorp. O zeg, en daar in dat huis ben ik geboren….. en zie je dat huisje? Daar woonden mijn ouders later,  maar dat is nu van mijn broer, zullen we kijken of hij thuis is?.........’

‘Jacques, nu moet je er echt uit…. Ik heb de boodschappen gedaan en over een half uur moet ik de winkel openen’ roept Marie-Claire.

‘O jee, ga je weer?’zegt ze ‘zie ik je vandaag nog?’

‘Misschien vanmiddag even’ zegt Jaap zacht,  terwijl hij met tegenzin zijn ogen opent……hij knippert tegen de zon, die nog steeds naar binnen schijnt en zucht als de realiteit tot hem door dringt. Weg Nederland, weg het huisje van zijn broer en weg is ZIJ…… ‘Nou weet ik nog niet hoe ze heet’ bedenkt hij spijtig.

Marie-Claire is al in de badkamer en staat te wachten tot hij daar ook naar toe komt. Het kleine stukje van bed naar badkamer kan hij lopen met twee krukken. Zuchtend doet hij wat er van hem verwacht wordt….. hij hinkt naar de douche waar zijn vrouw al klaar staat met een badspons: zij wast waar hij niet bij kan en hij doet zelf de rest! Zo gaat het al jaren, ze zijn goed op elkaar in gespeeld. Met afdrogen gaat het hetzelfde: dus zijn ze in een mum van tijd klaar en zit Jaap schoon en fris in de rolstoel. Hij rijdt naar de keuken, die zo ingericht is dat hij zelf koffie kan zetten en een boterham kan maken. Dan rolt hij de stoel naar zijn favoriete plekje, aan het bureau bij het raam. Uit dat raam kan hij net een stukje strand en zee zien en soms, als de wind goed staat, hoort hij de golven. Dan doezelt hij weg op dat rustgevende geluid!

Zijn vrouw heeft inmiddels de badkamer opgeruimd en het bed opgemaakt en zoekt haar spullen bij elkaar om weg te gaan. Jaap kijkt op:

‘Ga je naar de zaak, cheri?’

‘Ja, de winkel moet open dus ik moet gaan. Red je je vanmiddag? Ik ben kwart over zes thuis. Probeer vanmiddag niet in slaap te vallen Jacques, dan slaap je vannacht misschien beter!’ is haar goedbedoelde raad.

‘Hmm, zal mijn best doen’ zegt Jaap. Maar hij heeft zo zijn twijfels…..

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
dank jullie wel! fijn te horen
Prachtig verhaal, een beetje triest..
Weer zo'n mooi verhaal