Column: Hoe lang houd ik dit nog vol

Door Mijler gepubliceerd op Sunday 30 March 21:15

Column: Hoe lang houd ik dat nog vol?

Ik ben net koud (of liever warm) terug van drie dagen skiën met mijn zoon. Fantastisch natuurlijk dat ik dit op mijn vijfenzeventigste nog kan en dat met mijn zoon Pieter samen is een genot. Natuurlijk vraag ik me regelmatig af hoe lang dat nog kan. Wel heb ik dit jaar besloten om steeds na de lunchpauze (rond 13.30 uur) te stoppen. Nu waren de omstandigheden zo goed en waren er zo weinig skiërs, dat we in die tijd meer meters maakten dan gewoonlijk op een hele dag.

Die vraag die ik mezelf stelde, werd nog eens mooi in beeld gebracht door een enerzijds pijnlijk maar anderzijds ook weer komisch voorval. We kwamen met een aantal andere skiërs bij de toegangspoortjes van een lift. Met je skipas openen zich die poortjes, die gevormd worden door drie metalen stangen die mee roteren tijden je doorgang. Die doorgang is smal en de grond vaak wat glad, zodat je met die lange latten, wel eens in de problemen kunt komen.

In het poortje naast mij was iemand onderuitgegaan. Ik kon toen nog niet zien of het een man of vrouw was. Eigenlijk zag ik een half zittend gevuld skipak met daar bovenop een bol met rijkelijk getooid grijs haar. Het slachtoffer lag te spartelen zonder iets van een verticale oprichting te komen. Het gespartel had iets weg van een schildpad die op zijn rug ligt en met zijn pootjes zonder resultaat lucht hapt.

Zonder afspraak pakte ik het slachtoffer onder zijn linker arm en een man aan de rechterkant deed hetzelfde en zonder veel steun van de patiënt, kregen we hem, (want het bleek bij nadere bestudering toch een man te zijn) op de been. Ik moet zeggen dat de hulpvaardigheid bij skiërs in problemen altijd heel spontaan en door nagenoeg iedereen geboden wordt. Toen hij stond zag ik dat hij een grijze snor, baard en volle kop haar had. Beter nog zijn hoofd was nagenoeg geheel gecamoufleerd met dit grijze spinsel. Door dit struikgewas kon je wat van zijn gezicht bespeuren, dat wat grauw en gerimpeld was als de laatste pieper van de wintervoorraad.

Hij was klein van stuk en had de uitstraling van een dwerg. In mijn optiek is een dwerg niet mooi. Een dopneus en een pokdalig gezicht zijn identiek voor deze mensjes. Dit met hun kleine gestalte geeft hun toch een geliefde uitstraling. Daarentegen hebben kabouters vaak een fris jongensgezicht. Hij was niet jong meer en stiekem vroeg ik me af of hij ouder was dan ik. Hij oogde alsof het de bon papa van die vermaarde 7 kon zijn.

Alsof hij net gefinisht was van een marathon, knikte hij en moeizaam sprak wel drie maal: “Henzliche Dank!”

Peinzend zette ik me in de lift!

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Je bent zo oud als je je voelt. En wat Anerea zegt: we gaan steeds langer mee (zeg ik ook steeds tegen mezelf).
Fijn dat je gezond genoeg bent om te skien. En je weet het denk ik wel 90 is het nieuwe 70. Dus iemand van 90 is tegenwoordig net zo fit als iemand van 70 een jaar of twintig geleden was. Ik ken een vrouw die 98 wordt in mei en nog steeds zelfstandig in een huurhuis woont. Een hoopvolle gedachte.