Jump Lianne

Door ZomaarIemandde1e gepubliceerd op Sunday 30 March 00:53

“Ik durf best wel maar heb er niet meer zo’n zin in!”, is wat Lianne tegen iedereen zei die er weer over begon. Waarom lieten ze haar niet met rust? Wie kon begrijpen hoe het is om zoiets mee te maken?

Lianne was altijd al gek geweest op water. Zwemmen en drijven was heerlijk. Alsof ze niets woog. Het meeste plezier had ze in duiken. Met een mooie boog vanaf de kant of liever nog van één van de hoge planken. Een aanloopje, de sprong en dan heel eventjes vliegen als een vogel die een vis uit het water gaat pakken. Met een zachte plons verdween ze dan onder de mooie blauwogende golfjes in het zwembad en zwom met sierlijke bewegingen naar de kant, waar ze weer boven kwam.

Een keer had iemand lang naar haar staan kijken totdat hij op haar en d’r moeder afliep. Hij bleek een trainer te zijn die af en toe nieuw talent zocht en wilde graag dat Lianne bij hem zou komen trainen voor wedstrijden in het schoonspringen. Heel verrast maar dolblij had ze gezegd dat zij dat heel graag wilde en haar moeder had er gelukkig mee ingestemd. Vanaf die dag was er veel veranderd in haar leventje. Ze moest vaak vroeg op omdat ze bijna elke dag, voor het naar school gaan een uur ging oefenen. Na school haar huiswerk doen en eten. Soms daarna nog een uur trainen en in het weekeind meestal een paar uur achter elkaar. Veel tijd voor andere dingen had Lianne niet meer en haar vriendinnen zag ze veel minder, behalve Ilse, haar beste vriendin die vaak kwam kijken en zelf ook zwom. Ze had het er graag voor over. Nu kon ze steeds bezig zijn met wat ze het allerliefste deed. In haar kamer hing een kast die haar vader voor d’r had gemaakt. Hierin hingen allemaal medailles en stonden bekers die ze op verschillende wedstrijden had gewonnen. Het ging fantastisch tot op die ene dag, die alles voor haar veranderde.

Het was al bijna twee jaar geleden dat het gebeurde maar ze kon het zich herinneren als gisteren. Die dag voelde ze zich anders dan normaal. Veel meer vermoeid en een beetje licht in haar hoofd. Ze dacht dat het aan de zenuwen lag want er hing veel af van het kampioenschap. Als ze bij de drie besten zou horen mocht ze gaan trainen voor de Olympische spelen. Stel je voor, misschien wel de derde, tweede of beste van Nederland. “Vandaag gaat het lukken!”, sprak zij zichzelf moed in. Ook was er een geheimpje dat haar altijd hielp. Zij had een hele lieve opa gehad, die helaas een poosje daarvoor was overleden. Vaak was hij komen kijken en liet Lianne altijd merken hoe trots hij op haar was. Toen zij heel zenuwachtig was voor haar eerste wedstrijd had hij tegen haar gezegd: “Lieverd, ik kan niet bij je zijn als je daar hoog op die plank staat maar vlak voordat je springt moet je altijd even net doen alsof ik achter je sta met één hand op je schouder. Dan zeg je zachtjes tegen jezelf: “Jump Lianne, je kan het!”. Je zult zien dat je dan de mooiste sprongen maakt!”

Het was erg druk in het zwembad. Er deden veel meisjes en jongens mee uit het hele land en ze hadden allemaal familie en vrienden meegenomen om te komen kijken. Lianne was het wel een beetje gewend van de andere wedstrijden maar deze keer was alles nèt even iets spannender. Nog even kon ze oefenen en kreeg ze de laatste instructies van haar trainer. Paul, heette hij, een aardige man die deze sport zelf vroeger ook had beoefend. Hij had veel vertrouwen in haar en dat stelde Lianne altijd weer gerust op momenten dat ze eventjes onzeker was. Zo ook deze keer en toen de wedstrijd voor haar groep begon, voelde zij zich best zeker. Alleen dat rare gevoel in haar lijf wilde maar niet over gaan. Verdorie wat is dat toch? Lianne was bijna aan de beurt. Langzaam beklom zij alle treetjes van de trap die haar naar de hoge duikplank zouden leiden. Dat ging zwaar deze keer. Ze voelde zich nu nog lichter in het hoofd en had wat kramp op haar borst. “Kom op Lianne, niet aanstellen!”, sprak ze zichzelf vermanend toe. Ze probeerde zich te concentreren en langzaam liep ze de duikplank op. Twee pasjes, een klein sprongetje en een grote sprong. Dan zou ze hangen in de lucht en haar mooie bewegingen kunnen maken voordat ze onder ging. Het werd erg stil en iedereen keek met ingehouden adem naar het leek. Lag het aan haar of was het zo benauwd? Ze dacht aan haar opa. Hij staat achter me met één hand op mijn schouder. “Jump Lianne, je k…”. Voordat ze wist wat er gebeurde, zakte zij door haar benen en gleed van de plank. Het werd donker voor haar ogen en het laatste wat zij voelde was hoe haar lichaam het water raakte. Daarna was er niets. Helemaal niets!

Enkele dagen later was zij ontwaakt in het ziekenhuis. Haar moeder zat naast d’r bed. “Mama? Wat is er gebeurd?” Ze strekte haar hand uit naar d’r moeder. Overal had ze pijn en merkte al snel dat er allerlei snoertjes en slangetjes van haar lichaam naar vreemde apparaten liepen. Haar moeder vertelde langzaam en voorzichtig wat er was gebeurd. Een probleem met haar hart, een operatie, gebroken botten van de val en overal blauwe plekken maar het zou goed komen. Het zou allemaal goed komen!

Twee jaar geleden maar voor Lianne nog zo dichtbij. Haar moeder had gelijk gehad. Het was allemaal goed gekomen en ze was naar de maanden die waren verstreken steeds sterker geworden. Ook was zij al een aantal keer naar het zwembad geweest maar alles was anders. Als ze keek naar de duikplank voelde zij de angst als een bliksemschicht door haar lijf gaan en was het of haar hele lichaam verstijfde. Ilse was heel lief voor haar geweest. Eerst in het ziekenhuis en later was ze vaak langsgekomen. Ook als ze ging zwemmen was Ilse altijd bij haar. De mensen om haar heen bedoelden het allemaal wel goed als ze vroegen of ze misschien weer eens ging duiken maar zij begrepen er niets van. Uitleggen kon en wilde Lianne het niet. Kom zeg, toegeven dat ze bang was? Ilse liet haar met rust. Het leek wel of zij haar begreep zonder dat ze er ooit over hoefde te praten met haar.

Ook vanmiddag had ze na school met Ilse afgesproken weer lekker te gaan zwemmen. Om een uur of drie zette zij haar fiets in één van de rekken bij de ingang, toen ze achter zich hoorde: “Hé muts, hoe is het?”.  Dat moest Ilse zijn met zo’n begroeting. “Muts, je zal jezelf bedoelen, een hele grote roze badmuts. Dat ben jij!”, zei ze terug terwijl ze zich lachend omdraaide.

Na een tijdje in het water geweest te zijn gingen ze samen op de kant zitten uitrusten met de voeten nog ondergedompeld. Ilse keek even serieus voor zich uit. “Wat kijk jij raar. Is er wat of zo?”, vroeg Lianne die niet begreep wat er opeens met haar vriendin aan de hand was. “Tja, ik wilde je eigenlijk al een tijdje iets vragen..”, stamelde Ilse, “maar ik weet niet zo goed hoe?”. “We zijn toch beste vriendinnen? Je kunt me vragen wat je wilt.”, antwoordde Lianne en keek haar vriendin vragend aan. “Nou Lianne, het is juist omdat je mijn beste vriendin bent. Je weet dat ik van je hou maar ik denk dat je iets hebt weggegooid wat altijd heel belangrijk voor je was. Dat schoonspringen …”. Lianne liet Ilse niet uitpraten. “O nee, jij niet ook al hè. Ik dacht dat jij me juist begreep, dat ik het niet hoefde uit te leggen maar nu begin jij er ook over. Waarom laat niemand me toch met rust? Ik heb er gewoon geen zin meer in begrijp je?”. “Nee Lianne, dat begrijp ik niet en ik geloof er ook geen barst van! Ik denk dat je bang bent en dat je deze angst in je eentje niet kunt overwinnen. Ik denk ook dat je dat hele verhaal van geen zin meer hebben alleen maar gebruikt omdat je niet durft te zeggen hoe bang je echt bent. Schoonspringen was alles voor je en nu durf je niet eens van die lage duikplank af te springen. Zeg maar eens dat ik ongelijk heb! Laat me je toch helpen.”. “Shsst.“, siste Lianne en keek om zich heen. De harde woorden van Ilse hadden door de grote hal over het water gegalmd. Sommige mensen keken hun richting uit. “Dus ik durf niet hè? Nou dan moet jij eens opletten!”, zei Lianne zachtjes maar met een boos en koppig gezicht. Ze stond op en begaf zich langzaam richting de lage duikplank. Ilse stond ook op en ging staan kijken met haar handen in haar zijde.

“Wat heb ik me nu weer op de hals gehaald?”, dacht Lianne terwijl ze de duikplank langzaam maar zeker dichterbij zag komen. Terwijl ze er nog een paar stapjes van verwijderd was voelde zij haar hele lichaam beginnen te trillen. “Nu moet ik wel. Ik mag niet afgaan!”. Een handjevol mensen hadden gezien dat Lianne op de duikplank afliep. Zij kenden haar nog van een paar jaar geleden maar hadden haar niet meer zien duiken. Geïnteresseerd bleven zij staan kijken aan de andere kant van het bad. Stap voor stap liep Lianne de plank op. Zij zag de golfjes onder haar bewegen en haar gedachten schoten terug naar twee jaar geleden. “Ik durf niet maar ik moet!”. Ze probeerde een sprongetje te maken maar helaas. Haar voeten gleden trillend weg over de plank. Met haar zij kwam ze ertegen aan en plonsde wat onbeholpen in het water. Snel kwam ze weer boven. De pijn viel mee maar ze zag de mensen in en om het bad een beetje grinnikend van haar vandaan gaan. Woest klom zij eruit. “Heb je nu je zin?”, snauwde ze tegen Ilse die geschrokken naar haar toe was gesneld. Ze liep haar voorbij, pakte haar handdoek van een stoeltje aan de kant en drukte deze meteen tegen haar gezicht om de tranen te verbergen. Binnen een paar seconden was ze in de kleedkamer.

Eenmaal buiten begon ze onhandig aan haar fietsslot te rommelen. Ilse was haar snel gevolgd. “Hé sorry Lianne. Ik bedoelde het goed en wilde je over je angst heen helpen.”. “Nou, bedankt hoor vriendin.”, sprak Lianne boos terug. Haar slot was inmiddels los en zonder iets te zeggen klom ze op haar fiets en reed er langzaam vandoor. Een klein stukje verderop had Ilse haar ingehaald. “Hé, doe is rustig aan, ik heb toch al gezegd dat ik er spijt van heb?”, vroeg Ilse ongerust. “Iedereen moet me gewoon met rust laten!”, begon Lianne te snikken, “Niemand weet hoe het echt voor me was en hoe het nu is. Waarom begrijpt niemand dit nu?”.  “Kom op Lianne, ik probeer je echt wel te begrijpen hoor maar ik wil zo graag dat je weer dat plezier terug hebt van vroeger. Ik zie nu pas hoe moeilijk het nog voor je is maar dat wist ik echt niet!”. “Als je echt mijn beste vriendin was had je dit wel geweten! Donder op!”, zei Lianne snibbig. Ilse kreeg nu ook tranen in haar ogen. “Dus ik ben je beste vriendin niet meer en ik moet opdonderen?”, vroeg ze half huilend. Lianne bleef doodstil. “Weet je wat? Je bekijkt het maar!”, riep Ilse, draaide haar hoofd om en begon harder te fietsen. Langzaam zag Lianne haar vriendin verder en verder voor haar uit gaan. Ja, ze was boos maar Ilse verliezen als beste vriendin? Ze hadden elkaar gekend sinds zover ze zich konden herinneren. Terwijl ze de gedaante van Ilse steeds kleiner zag worden voelde ze een koude rilling van schrik. Ze was te ver gegaan. Zo mocht hun vriendschap niet eindigen.

Lianne zette haar volle gewicht op de trappers. Ze moet Ilse inhalen. Ietsje dichterbij gekomen riep ze zo hard als ze kon: “Ilse, Ilse het spijt me!”. Ilse hoorde haar niet. Ze had een stevig tempo en ondertussen rolde de tranen over haar wangen. Het enige dat ze wilde was zo snel mogelijk thuis zijn. Weer kwam Lianne een stukje dichterbij. Ze fietsten nu beiden op het pad langs het kanaal en kwamen vlak in de buurt van de brug waar ze dit konden oversteken. Nog dichterbij gekomen probeerde Lianne het opnieuw. “Ilse, stop alsjeblieft!”. Nog steeds hoorde Ilse haar niet. Ze kwam nu bij de bocht die haar de brug op zou leiden. Terwijl ze de brug opreed was Lianne niet ver meer bij haar vandaan. “Ilse!”, riep ze nogmaals vol uit haar longen. Dit keer hoorde Ilse het wel en keek om. Even was er bij haar vertwijfeling. Zou ze stoppen of doorfietsen? Beeeeeeeeeeeeeeeep. Klonk een scherp geluid voor haar. Ze keek terug en zag een scooter die in volle vaart op haar afreed. Ze probeerde te remmen met al haar kracht terwijl de jongen op de scooter dit ook deed. O nee, ze zou het niet redden en gaf daarom een ruk aan haar stuur. De fiets kletterde tegen de brugleuning  en Ilse tuimelde er overheen. Met een harde gil vloog ze naar beneden en kwam met een enorme plons in het ijskoude water terecht. De jongen was met scooter en al onderuit gegleden. Lianne was nu ook op deze plek en sprong schreeuwend van haar fiets. Meteen keek ze over de leuning naar beneden. “Ilse!”, gilde ze het uit. In het troebele water zag ze nog net de armen en het hoofd van haar vriendin onder gaan.

Lianne draaide zich om en begon in volle paniek te roepen tegen de jongen. “Doe iets, doe verdomme iets!”. De jongen, nog wat warrig van de schrik en de val stamelde: “Wat moet ik doen? Ik kan niet eens zwemmen. Ik bel wel 112 met mijn mobieltje.” Lianne besefte zich nu dat het op haar aankwam. Allen zij zou haar vriendin kunnen redden. iedereen zou te laat komen. Behoedzaam klom ze op de brugleuning en keek in de diepte. Ze voelde de angst door haar lijf gieren. Even sloot ze haar ogen, nam een diepe ademteug en dacht terug aan haar opa. “Hij staat achter me en heeft één hand op mijn schouder. Jump Lianne, je kan het!”, zei ze zachtjes tegen zichzelf. Ze strekte haar lichaam en nam een sprong. Kaarsrecht gleed ze naar beneden. In de korte tijd voordat ze het water raakte gingen er talloze gedachten door haar heen. “Als een vogel, vlak voordat hij een vis uit het water gaat pakken was haar laatste gedachte voordat ze er zachtjes in plonsde. Al snel had ze Ilse gevonden en zwom met één arm naar de kant terwijl ze haar vriendin met de andere stevig vasthield. aan de kant hadden zich enkele mensen verzameld die het hele voorval hadden zien gebeuren. Zij trokken Lianne en Ilse op de kant.

Lianne kroop op haar knieën vlak naar Ilse. “Ilse! Kom op! Ilse.” Ze zag haar niet ademen en begon hopeloos aan haar lijf te schudden. Een golf vies water stroomde uit de mond van Ilse. Opeens begon ze te hoesten. Lianne drukte haar stevig tegen zich aan. “Je leeft nog!”.

Even later reed Lianne met Ilse mee in de ambulance. Ze had veel pijn omdat er door de val een paar ribben gebroken waren. Ilse wenkte Lianne met haar hoofd naar zich toe en fluisterde: “Heb ik je toch nog aan het springen gekregen hè muts?”. Een diepe glimlach verscheen op het gezicht van Lianne. “Ja inderdaad! Maar een muts ben je zelf. Een hele grote roze badmuts!”

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.