Samenvatting M&O H19: kosten en opbrengsten bij stukproductie

Door Karin951 gepubliceerd op Wednesday 26 March 21:20

Hieronder volgt een samenvatting over hoofdstuk 19 van de methode Percent. Dit is voor het vak M&O en geldt voor klas 5 vwo.

Een industriële onderneming levert een stukproductie op wanneer ieder product uniek is. Elk product wordt afgestemd op de wensen van de consumenten. Hierdoor is het ook moeilijk om normen te hanteren bij het berekenen van de kostprijs en verkoopprijs. Toch probeert men een voorcalculatie te maken voor elk product.

fb8cc825baa4c68d4681cc1614a66d45_1395867

19.1 Toegestane kosten

Om de periodewinst te bepalen moeten we de totale omzet verminderen met de totale kosten van die periode. Toegerekende periodekosten zijn vaste kosten die niet aan een bepaald product zijn toe te rekenen, maar gelijkmatig over het jaar worden verdeeld. Voorbeelden van toegerekende periodekosten zijn interestkosten, afschrijvingskosten en kosten van de administratie.

De totale toegestane kosten vormen samen de kostprijs. In deze kostprijs moeten de toegerekende periodekosten op de een of andere manier terugverdiend worden.

Gewenste verkoopprijs = kostprijs + winstopslag

 

19.2 Directe en indirecte kosten

Directe kosten = kosten waarvan direct aanwijsbaar is voor welk product ze zijn gemaakt (bijvoorbeeld grondstofkosten, halffabrikaten en arbeidsuren).

Indirecte kosten = kosten waarvan niet direct aanwijsbaar is voor welk product ze zijn gemaakt (bijvoorbeeld loon van een directeur, huisvesting en afschrijvingskosten).

Opslagmethode = de indirecte kosten worden in de kostprijs opgenomen d.m.v. één of meerdere opslagpercentages op de directe kosten.

 

Primitieve opslagmethode

Er zijn twee opslagmethodes namelijk de primitieve opslagmethode en de verfijnde opslagmethode. Bij de primitieve opslagmethode wordt er gebruikt gemaakt van 1 opslagpercentage voor de indirecte kosten.

Formule opslagpercentage primitieve methode:

Totale indirecte kosten : totale directe kosten waar ze mee samenhangen x 100%

Voorbeeld:

Vorig jaar had een bedrijf:

  • Directe grondstofkosten €4.000.000
  • Directe loonkosten          €6.000.000
  • Indirecte kosten              €2.000.000

De indirecte kosten blijken samen te hangen met de directe grondstofkosten

a.Bereken het opslagpercentage

Antwoord: 2.000.000 : 4.000.000 x 100% = 50%

b.Bereken de kostprijs van een order waarvoor 2000 aan grondstofkosten en €2500 aan directe loonkosten nodig is.

Antwoord: Kostprijs = (directe grondstofkosten) €2000 + (directe loonkosten) €2500 + (indirecte kosten 50% x 2000) €1000 = €5500

 

Verfijnde opslagmethode

Verfijnde opslagmethode = de indirecte kosten worden d.m.v. meerdere opslagpercentages in de kostprijs opgenomen. 

voorbeeld:

vorig jaar: directe grondstofkosten €4.000.000, directe loonkosten €6.000.000 en indirecte kosten €2.500.000 

Van de indirecte kosten blijkt €1.000.000 samen te hangen met de directe loonkosten, €500.000 met de directe grondstofkosten en €1.000.000 met de totale directe kosten. 

           a. Bereken de opslagpercentages

Antwoord:

€1.000.000 : €6.000.000 x 100% = 16,7%

€500.000 : €4.000.000 x 100% = 12,5%

€1.000.000 : €10.000.000 x 100% = 10%

 

formule opslagpercentage verfijnde methode:

deel van de indirecte kosten : directe kosten waar ze mee samenhangen x 100% 

           b. Bereken de kostprijs van een order waarvoor €2000 aan grondstofkosten                  en €2400 aan directe loonkosten nodig is.

Antwoord:

directe grondstof kosten           €2000

directe loonkosten                     €2400

indirect:

percentage grondstofkosten     €  250      (12,5% x €2000)

percentage directe loonkosten €  440     (16,7% €2400)

                                 Kostprijs =  €5490 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.