Basisregels starten als zelfstandige

Door Darker gepubliceerd op Sunday 23 March 11:52

INHOUDSTAFEL

 

Starten als zelfstandige

 

  1. Startersformaliteiten

 

A. Voorwaarden

 

  1. Handelingsbekwaamheid

 

  1. Nationaliteit

 

  1. Hoofd- of bijberoep

 

  1. Kennis bedrijfsbeheer

 

  1. Beroepskennis

 

  1. Administratieve formaliteiten

 

  1. Rekening openen

 

  1. De Kruispuntbank van Ondernemingen

 

  1. Inschrijven bij een BTW-kantoor

 

  1. Aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds

 

  1. Aansluiten bij een ziekenfonds

 

  1. Boekhoudkundig aspect

 

  1. Fiscaal aspect

 

  1. Personenbelasting

 

  1. Voorafbetaling

 

  1. Aanvullende belasting

 

   

 

STARTEN ALS ZELFSTANDIGE

 

I. STARTERSFORMALITEITEN

A. Voorwaarden

1. Handelingsbekwaamheid

Om een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen moet men meerderjarig zijn. Dit is men in principe vanaf de 18e verjaardag (tenzij men onder curatele is gesteld of verlengd minderjarig is verklaard). Ook moet men in het bezit zijn van zijn burgerrechten.

2. Nationaliteit

Men moet een burger uit de Europese Economische Ruimte zijn. Hieronder verstaat men de Europese Unie en alle lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (Liechtenstein, Noorwegen en IJsland) behalve Zwitserland. Wie niet tot de EER behoord en een zelfstandige activiteit wil uitoefenen, moet een verblijfsvergunning bezitten en houder zijn van een beroepskaart.

3. Hoofd- of bijberoep

Men kan zelfstandige zijn in zowel hoofd- als bijberoep. Men spreekt pas van een zelfstandige in bijberoep als deze naast de zelfstandige beroepsactiviteit nog een andere beroepsbezigheid uitoefent. De voorwaarden om hieraan te voldoen zijn:

  • Als leerkracht: men moet een statutair (benoemde) leerkracht in het onderwijs zijn die minstens 6/10 van een volledig uurrooster in het dag- of avondonderwijs prestaties uitoefent.
  • Als ambtenaar: de hoofdactiviteit moet met minstens de helft van het aantal arbeidsuren in een voltijdse betrekking overeenkomen. Deze moet gedurende minimum 200 dagen of acht maanden per jaar worden uitgevoerd.
  • Als loontrekkende: het aantal gepresteerde arbeidsuren per maand moet gelijk zijn of hoger liggen dan de helft van een voltijds tewerkgestelde in dezelfde onderneming of arbeidssector.

In sommige gevallen is het ook mogelijk zelfstandige in bijberoep te zijn als men van een uitkering geniet die het pensioenrecht vrijwaart of minstens zo hoog is als het minimumpensioen voor een alleenstaande zelfstandige.

4. Kennis bedrijfsbeheer

Elke zelfstandige handelaar die een activiteit wenst uit te oefenen dient zich in te schrijven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen. Behalve vrije, intellectuele en dienstverlenende beroepen of niet-handelsondernemingen dienen alle zelfstandigen hier ook een getuigschrift ‘basiskennis van bedrijfsbeheer’ voor te leggen.

Het is echter niet vastgelegd wie dit bewijs moet leveren. Dit kan dus het ondernemingshoofd zelf zijn, maar er zijn ook andere personen. Zo kan de echtgenoot, de samenwonende partner, een familielid (tot en met de derde graad), een zelfstandig helper of een loontrekkende met een contract voor onbepaalde duur die met dit doel werd aangenomen ook dit bewijs van bedrijfsbeheer leveren.

Dit bewijs kan geleverd worden op verscheidene manieren. Zo kan men een diploma bedrijfsbeheer hebben, behaald in een secundaire- of hogeschool. Indien men dit niet heeft, moet men kunnen aantonen dat men voldoende ervaring heeft opgedaan gedurende de laatste 15 jaar. Dit kan zijn:

  •  3 jaar ervaring in hoofdberoep of 5 jaar ervaring in bijberoep als ondernemingshoofd
  • 5 jaar ervaring als zelfstandig helper
  • 5 jaar ervaring als loontrekkende in een leidinggevende functie
  • drie jaar (in hoofdberoep) of vijf jaar (in bijberoep) als verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur zonder arbeidsovereenkomst.

Bij het overlijden van de zaakvoerder (die zelf in het bezit was van een getuigschrift of hiervan vrijgesteld was) kan de overlevende echtgenoot, de minstens 6 maanden samenwonende partner of de wettelijk samenwonende een getuigschrift verkrijgen zonder een bewijsvoering.

In bepaalde gevallen kan men vrijgesteld worden voor een bepaalde periode voordat men dit getuigschrift moet kunnen voorleggen.

  • De overnemers van een onderneming krijgen 1 jaar vrijstelling
  • De kinderen van een overleden ondernemingshoofd worden 3 jaar vrijgesteld. Indien de kinderen minderjarig zijn, gelden deze 3 jaar pas vanaf hun meerderjarigheid.
  • Indien de persoon met het getuigschrift de onderneming verlaat, heeft deze 6 maanden vrijstelling.

5. Beroepskennis

Voor verscheidene beroepen wordt bij de start ervan een bewijs van beroepskennis vereist. Deze beroepen worden in drie clusters verdeeld nl.: fietsen en motorvoertuigen; bouw en elektrotechniek; lichaamsverzorging, opticien, dentaaltechnicus en begrafenisondernemer. Daarnaast zijn er nog zes individuele beroepen waarbij ook een bewijs van beroepskennis vereist wordt, deze zijn: restauranthouder, bakker, slager- groothandelaar, installateur frigorist, droogkuis, verver.

In de eerste plaats kan men dit bewijs aan de hand van een diploma leveren. Het diploma moet minstens een einddiploma secundair onderwijs zijn. Als men in het bezit is van een buitenlands diploma moet dit, indien dit geen precedent is, door één van de Belgische gemeenschappen gelijkwaardig worden verklaard.

Als men aan de hand van praktijkervaring de beroepskennis wil bewijzen, moet men deze ervaring in de laatste 15 jaar hebben opgedaan. Het aantal jaar ervaring varieert tussen de 1 en 8  en wordt bepaald op basis van het beroep, en of de ervaring is opgedaan in hoofd- of bijberoep in een voltijdse  of deeltijdse betrekking.

Bij vele vrije (notaris,…), intellectuele (boekhouder,…) en dienstverlenende (paramedische,…) beroepen volstaat een bewijs van praktijkervaring of diploma echter niet. In deze gevallen is er een erkenning van een Orde, Instituut,… bovenop een stage en diploma nodig.

Indien men in één bedrijf meerdere beroepen uitoefent die in de drie clusters zitten, of tot de zes uitzonderingen behoren, moet niet één persoon voldoen aan alle eisen inzake beroepsbekwaamheid. Het is dus mogelijk dat dit onder verschillende personen wordt verdeeld zolang maar aan elk bewijs wordt voldaan.

B. Administratieve formaliteiten

1. Rekening openen

Bij de start van een onderneming moet iedere zelfstandige een nieuwe rekening openen. Dit mag gebeuren bij een financiële instelling naar keuze. Deze moet wel in België zijn gevestigd. Deze rekening mag op naam van de zelfstandige staan, maar moet verschillen van de privérekening zodat handels- en privéverrichtingen gescheiden blijven. Het rekeningnummer, de naam van de financiële instelling en de naam van de onderneming moet op alle handelsdocumenten worden vermeld.

2. De Kruispuntbank van Ondernemingen

Elke onderneming is verplicht om zich in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Dit is een elektronisch register waar de identificatiegegevens van alle Belgische ondernemingen worden bewaard. De inschrijving moet gebeuren in een ondernemingsloket naar keuze.

Vooraf controleren zij of de toekomstige ondernemer beschikt over voldoende basiskennis van het bedrijfsbeheer en het beroep. Mogelijk controleert men ook bijkomstige voorwaarden waaraan de ondernemer moet voldoen.

Om vervolgens de inschrijving in orde te brengen, moet het ondernemingsloket enkele verplichte gegevens van de ondernemer doorsturen naar de Kruispuntbank van Ondernemingen. Dit zijn o.a. de handelsbenaming, het bankrekeningnummer en het adres waar de onderneming zich bevindt.

Uiteindelijk ontvangt de ondernemer een uniek ondernemingsnummer. Dit uit tien cijfers bestaande nummer, moet bij elk contact met een officiële overheidsdienst worden gebruikt. Ook moet dit steeds worden voorzien op administratieve documenten en zichtbaar worden aangebracht op gebouwen en voertuigen van het bedrijf.

Bij iedere wijziging van de gegevens van de onderneming, moet dit telkens worden gemeld bij het ondernemingsloket. Dit kunnen adreswijzigingen, nieuwe activiteiten,… zijn.

Ook is het verplicht bij stopzetting van de onderneming of een activiteit dit te melden aan een ondernemingsloket. Dit moet binnen één maand na de stopzetting gebeuren. Het is mogelijk dat bij de stopzetting van een onderneming, alle officiële papieren worden opgevraagd door het ondernemingsloket.

De kosten om een onderneming in te schrijven bij het ondernemingsloket bedragen € 81,50. Bij elke wijziging of stopzetting wordt er ook een bedrag van € 81,50 aangerekend. In sommige steden, is het inschrijven van een onderneming echter gesubsidieerd waardoor de kosten worden verlaagd of zelfs helemaal gratis zijn.

3. Inschrijven bij een BTW-kantoor

Nadat de onderneming een ondernemingsnummer heeft ontvangen moet deze eerst een BTW-hoedanigheid aanvragen. Het normale BTW-tarief bedraagt 21%. In sommige gevallen, zijn er door de wet lagere tarieven vastgesteld (6% en 12%). Bij de aanvraag van de BTW-hoedanigheid, wordt het BTW nummer geactiveerd. Dit is hetzelfde nummer als het ondernemingsnummer. Tijdens de aanvraag, moet de ondernemer aangeven voor welk BTW-stelsel deze opteert (het forfaitaire of normale BTW-stelsel).

Kleine ondernemingen kunnen echter vrijstelling krijgen voor BTW-betalingen. Men wordt volgens de wetgeving als een kleine onderneming gezien als de jaarlijkse omzet niet meer dan € 5 580,00 bedraagt. In dit geval is er geen btw van toepassing voor dit bedrijf. Deze moet dus geen btw aanrekenen, noch btw-aangiftes doen.

4. Aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds

Na de start van de onderneming heeft men een termijn van 90 dagen om zich aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds naar keuze. Elke zaakvoerder of bestuurder wordt als een zelfstandige beschouwd en moet zich hier dus bij aansluiten. Indien men zich niet binnen de opgegeven termijn kan aansluiten, wordt men automatisch bij het RSVZ aangesloten.

De ondernemer dient echter een sociale bijdrage te betalen vanaf dat deze bij een sociaal verzekeringsfonds is aangesloten. De ondernemer moet jaarlijks vier maal een sociale bijdrage leveren, telkens uiterlijk voor het einde van het kalenderkwartaal. De bijdrage wordt berekend op het netto-bedrijfsinkomen van drie boekjaren ervoor. Startende zelfstandigen betalen gedurende de eerste drie jaar een voorlopige sociale bijdrage gebaseerd op een laag inkomen. Later wordt deze herberekend en wordt het verschil gevorderd of herberekend.

Indien men hiermee in orde is heeft de zelfstandige enkele sociale rechten. Deze rechten zijn:

  • Gezinsbijslag
  • Tussenkomst bij ziekte en invaliditeit
  • Pensioen
  • Palliatief verlof
  • Faillissementsverzekering
  • Voortgezette verzekering bij stopzetting

5. Aansluiting bij een ziekenfonds

Nadat men zich heeft aangesloten bij een sociaal verzekeringsfonds dient men zich ook aan te sluiten bij een ziekenfonds. Dit mag bij een ziekenfonds naar keuze. Men zal van het ziekenfonds vervolgens een SIS-kaart krijgen. Indien men al is aangesloten bij een ziekenfonds, moet men enkel een melding maken over de wijziging van het statuut.

II. BOEKHOUDKUNDIG ASPECT

Een correcte boekhouding is wettelijk verplicht, maar is vaak ook voor de zaakvoerder een grote hulp. Een goed gevoerde boekhouding geeft een realistische kijk op de financiële situatie van het bedrijf en geeft eventuele evoluties duidelijk weer. Naargelang de aard van de onderneming wordt gekeken welk soort boekhouding men mag voeren. Voor eenmanszaken waarbij de jaarlijkse omzet kleiner is dan € 500 000.00, volstaat een vereenvoudigde boekhouding. Deze boekhouding bestaat uit het bijhouden van:

  • Een financieel dagboek dat kan worden gesplitst in een kas- en bankboek. Deze boeken bevatten alle ontvangsten en uitgaven. Dit moet men best op dagelijkse basis bijhouden.
  • Een aan- en verkoopboek waarin alle facturen en creditnota’s staan. Dit wordt best regelmatig bijgehouden.
  • Een inventarisboek waarin een descriptie en waardering van de voorraden worden vermeld. Dit moet slechts eenmaal per jaar worden opgesteld
  • Een jaarrekening waarin o.a. de balans en resultatenrekening wordt meegedeeld. Ook dit moet slechts eenmaal per jaar worden opgesteld.

Sinds 2005 is de elektronische boekhouding wettelijk goedgekeurd, en hoeft men dus geen papieren boekhouding meer te bezitten zolang men dit ook elektronisch heeft.

III. FISCAAL ASPECT

Elk jaar moet de zelfstandige een belastingaangifte indienen van het voorbije boekjaar. Op het belastbaar inkomen betaalt men vervolgens jaarlijks belastingen. Bij een eenmanszaak wordt het stelsel van personenbelasting toegepast.

A. Personenbelasting

Bij een personenbelasting is het barema opgedeeld in vijf tarieven, om hiervan een voorbeeld te geven worden deze voor de inkomsten van 2013 met als aanslagjaar 2014 hier weergegeven (deze kunnen jaarlijks variëren).

Inkomstenschijven per jaar in euro

belastingtarief

             0,00 –  8 590,00 EUR

25%

     8 590,00 – 12 220,00 EUR

30%

   12 220,00 – 20 370,00 EUR

40%

   20 370,00 – 37 330,00 EUR

45%

> 37 330,00                     EUR

50%

Hierbij moet echter nog een gemeentebelasting die verschuldigd is op het belastingbedrag (belastingtarief) worden toegevoegd.

Ook bestaat er een belastingvrije som. Deze som bedraagt €6990,00 (in 2013) en kan ook weer jaarlijks variëren. Deze som kan echter ook worden verhoogd bij lage inkomens of indien men kinderen ten laste heeft.

1. Voorafbetalingen

Voorafbetalingen worden gebaseerd op de vermoedelijke winst van het lopende jaar. Deze zijn niet verplicht maar worden zeer aangeraden. De fiscus kan namelijk een belastingvermeerdering toepassen indien men geen voorafbetalingen uitvoert. De voorafbetalingen zouden in principe dus de belastingen van het lopende jaar dus moeten dekken. De fiscus verwacht vier afbetalingen tegen ten uiterste: 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december.

Indien men voor de eerste maal een zelfstandige activiteit begint, en deze uitvoert in hoofdberoep is men de eerste 3 jaar vrijgesteld van voorafbetalingen. De fiscus zal dus drie jaar lang geen belastingvermeerdering toepassen.

B. Aanvullende belastingen

Naast de directe belasting is elke zelfstandige ook nog onderworpen aan enkele aanvullende belastingen. Deze kunnen variëren van plaats tot plaats. Inzake deze belastingen neemt men het best contact op met de dienst belastingen van de desbetreffende provincie. Hieronder worden de aanvullende belastingen beschreven van de stad Aalst. In vele gemeenten gelden dezelfde belastingen, maar met andere tarieven:

  • Huisvuil en andere afvalstoffen dienen telkens aangeboden te worden met de recipiënten die door ILVA ter beschikking worden gesteld. Ook is het verplicht de soorten vuil te sorteren in de drie recipiënten die worden aangeboden nl.: PMD-zak, Gft-container en de gele huisvuilzak. Hiervoor kan men stickers en zakken kopen, die als onkostenvergoeding evenals belasting gelden. Het ophalen van bedrijfsvuil kan men uitbesteden aan de privésector, waar geen vaste prijs op staat.
  • Op motoren wordt een belasting geheven berekend op het aantal en het verbruik. De prijzen hier voor zijn € 22,00 per eenheid en € 22,00 per breuk van kilowatt. De minimumbelasting hiervoor bedraagt € 75,00.
  • Bij belasting op benutte bedrijfsoppervlakte zijn de prijzen verdeeld in klassen afhankelijk van de oppervlakte. 
  • Bij het plaatsen van reclameborden zal men per breuk van een m² een belasting van € 50,00 moeten betalen. Hierop is er echter 1 uitzondering: het reclamebord dat aan de zaak gevestigd is, is gratis. Bij meerdere reclameborden is enkel het kleinste gratis. Ook reclameborden kleiner dan 1 m² zijn gratis.
  • Ook voor het gebruik van openbaar domein is een belasting verschuldigd. De prijzen hiervoor hangen af van het doel waarvoor deze plaats wordt gebruikt.
    • Als men deze grond als een terras wil gebruiken kan men een jaarvergunning aangaan voor € 13,00 per m², met een minimum van  € 90,00. Ook kan men voor een gelegenheidsvergunning kiezen die € 1,50 per m² per dag kost met een minimum van € 30,00.
    •  Voor het uitstallen van koopwaar is de prijs voor een jaarvergunning € 13,00 per m², met ook weer een minimum van € 90,00. Een gelegenheidsvergunning kost dagelijks € 3,00 per m² met minstens € 30,00 per dag.
    • Voor het plaatsen van automaten is er een jaarlijkse belasting van € 390,00. Automaten met een oppervlakte kleiner dan 0,20 m² zijn hierop echter een uitzondering en kosten slechts € 25,00.
    • Voor elk ander soort voorwerp kost een jaarvergunning € 15,00 met een minimum van € 90,00

Voor al deze aanvullende belastingen moet de zelfstandige eenmaal per jaar een aangifte indienen. Bij veranderingen gedurende het jaar moet men deze wijzigingen aan de fiscus doorgeven. Indien dit niet gebeurt, of men de gegevens niet correct doorgeeft, kan de fiscus dit bestraffen met een belastingverhoging die tot 100% kan oplopen.

Bij het plaatsen van reclameborden, of het gebruiken van openbaar domein, moet men een vraag indienen bij de gemeente. Pas als men hiervoor daadwerkelijk een vergunning heeft mag men hiervan gebruik maken. Vervolgens moet men ook jaarlijks een verlenging van de vergunning aanvragen.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
bedankt voor de info
Goede informatie.