Stampend door de porseleinkast (3)

Door Weltevree gepubliceerd op Monday 10 March 02:12

Dolgraag zou ik in de hoofden van de anderen kruipen terwijl we geduldig wachten tot onze weledele voorzitter de grip op zichzelf herwint. De hoop dat meester Harrie Lagerwal zich realiseert hoe hij langzaam maar zeker door de mand zakt, lijkt treurig infantiel. Fragiel als een Brussels kanten bruidssluier op de dag der bezegeling van het begeerde huwelijk. Jammer dat de bruidegom er, vlak voor de dienst, een ontsierende winkelhaak in heeft getrokkendie midden voor het mooie snuutje van de bruid, als een wond de eed van trouw zal illustreren. Niemand heeft in de afgelopen maanden zo concentieus door de beerput gewroet als ik. Iedere zin, handeling, het uitblijven ervan. De niet aanwezige aardige, meelevende of positieve reacties. Zijn gebiedende mails. De anderen hebben nog niet eens in de gaten dat er stront aan de knikker is en nu moet ik boven halen wat achter mijn rug in mijn afwezigheid, overmoedig aan dictatoirale grootspraak is opgespaard 
De nooit ontvangen notulen, de niet beschikbare statuten, plus denigrerende intonatie en gesnauwde bevelen heb ik los geknipt van mijn emotie en verlangens, afstandelijk omgedraaid en drol voor drol gewogen. EmjE weet nog niet eens dat ik het geheim denk te hebben ontrafeld want die waarheid is onwerkelijk, te gemeen en nauwelijks geloofwaardig. Daarom hoop ik nog steeds dat straks misschien blijkt hoe fout ik bezig ben geweest, ik wellicht aan een onbekende, nog niet eerder getraceerde, vorm van paranoia lijd? 

Alsof er niets is voorgevallen begin ik zoals Harrie dat ook doet, overwogen vriendelijk.
“Wat ik trouwens even door wil geven, jongens, voordat het misschien vergeten wordt: CHAD-ET heeft hun architect opdracht gegeven om het trainingscentrum te ontwerpen waarin de leskeuken is geprojecteerd. Dat is immers waar het Vincentrum om vroeg? De eerste versie heb ik bij me.”
Blij met de mogelijkheid om de gespannen sfeer weg te poetsen veert Henry alert op. Ik zoek in mijn rugzak naar het verlokkende ruilmiddel terwijl ik er ontspannen over vertel. Dan steek ik het pakketje met alle opvallende postzegels in Harrie’s richting om ondertussen tussen neus en lippen naar de enig vraag toe te werken, die voor mij nog open staat.
“Ze waren er overigens erg verguld mee dat jullie om die tekening vroegen. Dat betekent voor hen namelijk dat het met de centen inderdaad wel snor zit.” 
Iedereen knikt en Harrie wil het spannende pakketje aanpakken. Er zit meer dan een meter tussen zijn en mijn hand. Nee, jongen, vóórdat ik uitsluitsel heb kom ik niet uit de harde eetkamerstoel.
“Je hebt, neem ik aan, Harrie, de benodigde toezegging van het Vincentrum zwart op wit? Op papier, bedoel ik?” Bullseye. Harrie Lagerwal trekt wit weg. 
Zorgvuldig gemikt treft dit schot feilloos doel. Al zou ik de uitkomst liever niet weten, ik heb er met zorg doortastend op aangestuurd, de fatale pijl afgevuurd die nu trillend midden in de roos blijft steken De dictator houdt met open gesperde ogen zijn adem in en zijn mond zakt open. De gruwelijke grimas, die over zijn gelaat trekt, maakt hem acuut nog vijftig tinten lelijker. 
Het blijft muisstil. Onschuldig strooi ik wat zout in de verwonding, die niemand ooit had mogen zien.
“Ik moet van de officiele toezegging namelijk een foto kopietje naar Atu Anannia sturen. Voor de vergunningen en zo.” Zoals hij met uitgestoken arm op het puntje van de mishandelde stoel voorover gebogen zit heeft hij plotseling veel weg van een gebochelde, slecht gegrimeerde hofnar uit een Fellini film in slow motion. De spanning stijgt. Het publiek wacht op de ontknoping.

Klabatseklats.

“Nou ja, zeg! Nou zien jullie het nu zelf!” roept hij en kijkt ons om beurten aan.
Voor bijval of omdat ik jou het pakje niet kom brengen? 
Niemand reageert. Hij begint te hijgen en ik pak het moment waarop ik al maanden wacht.
“Wou je me nu echt vertellen dat je, tegen alle regels in, niets op papier hebt?” 
Zenuwslopend zweeft het antwoord ongehoord door de bedompte ouderwetse kamer. 
“Niets zwart op wit over die vijftig duizend euro?” prik ik en Harrie weet niet waar te kijken. Ondanks alles, geniet ik toch van deze tien stil gezette helse tellen.
“Dus die mail dat ik het aan Anannia door moest geven...alles is... en CHAD-ET heeft...op grond van wazige uitspraken? Het zijn vage beloften waar we juridisch niet op kunnen terugvallen?’’ vraag ik gespeeld stom verbaasd. Dan steekt hij de overstrekte wijsvinger naar mij uit. 
”Ach jij, jij… jij moet ophouden mij in een kwaad daglicht te zetten of ik stop ermee.”
Oh graag, Harrie. Rot op. Nu meteen! Het lijkt mij heerlijk, dan kunnen wij de schade opnemen en uitzoeken hoe het verder moet. Kijk toch eens naar jezelf, hoe jij je blameert in dit potsierlijk theaterstuk terwijl jij nota bene rechtstreeks op je eigen ontmaskering hebt aangestuurd.
Bij gebrek aan woorden vervalt hij tierend in herhaling, klinkt steeds meer als de kleine jongen die klagend naar mammie is gevlucht opdat zij hem zal bevrijden van zijn pestende zusje.
Als het niet zulke verstrekkende consequenties had, zou het als komedie in de schouwburg volle zalen trekken. Ik kan me de diepe treurnis, die bij deze waarheid hoort, nog niet permitteren voor ik verdwenen ben uit jouw verstikkende hol vol valse schijnheilige vijandigheid. 

Buiten luiert de geruisloze avond rustgevend en binnen zijn de anderen inmiddels het spoor bijster in dit kat- en muisspel. Men wacht met ingehouden adem af, stokstijf op de stoel. 
Jongens, let op, nu komt het echte vuurwerk. 
Plotseling schreeuwt de onttroonde voorzitter als de reeds lang weg gesaneerde dorpsaanzegger:
“Nu is het afgelopen, hoor je. Je hebt hier niets te zoeken, mag blij zijn dat ik jou heb toegelaten tot de bestuursvergaderingen.” Henry protesteert heftig. Emje schudt haar hoofd en ik denk.
Net als je denkt dat je alles hebt gehad, kan het dus toch nog net iets gekker. 
“Jij verlaat onmiddellijk mijn huis. Vanaf nu ben jij Persona Non Grata,” roept hij wild gesticulerend en ik kan het niet helpen fijntjes te glimlachen om zijn piepend overslaande stem. Zo stuurde jij vroeger vaak leerlingen de klas uit zodra je in het nauw kwam door hun eigen mening. 

Eerst is het doodstil. Hier wordt geschiedenis geschreven, denk ik. Dan roept iedereen door elkaar.
"Dit slaat nergens op, want," en " Harrie, zo kun je toch niet, tralaladada," of, "Laten we nou toch volwassen dadiedada." terwijl in mij enkel gezegende rust neer daalt.
Eindelijk. De etterende steenpuist is open gebarsten. Onnozele tijdverspilling. Omdat ik terug gekomen ben- heeft Zzes weken gerijpt wat hij al die tijd ongezien had willen laten. 

Met hard kloppend hart pak ik mijn spullen bij elkaar, neem tergend lang de tijd om alle formulieren, de shag, aansteker en het pakketje netjes in de rugzak te organiseren.

Dan sta ik dwars door het rumoer, gespeeld kalm, langzaam op. Natuurlijk probeert men me tegen te houden, want daddadie...
Het geluid van de rits knerpt, ritsrats, triomfantelijk door de dode stilte waarin niemand zich nog durft te verroeren. Mijn taak zit er op. Ik trek berustend één schouder en mondhoek op vanwege de trieste gedachte dat zij géén van allen hebben opgelet, niet door hadden wat al maanden in het verschiet lag. 
“Natuurlijk ga jij niet weg, alles draait immers om jou!” probeert Henry nog, maar met opgeheven hoofd loop ik in een grote boog om Harrie heen naar de gesloten kale paneeldeur. 
De windbuil met zijn vale huid heeft geen recht op mijn echte gevoelens. 
Ik geef hem géén lel om zijn rode verwrongen kop, draai me met de klink in de hand om naar mijn vrienden en wens hen allen veel succes. Als een statement van beheerste rust sluit ik geluidloos Harrie's woonkamerdeur achter mij. Zielsblij dat ik voor de koffiepauze, fier rechtop, de heksenketel van dit toneelstuk kan verlaten, trek ik het leren jasje van zijn kapstok en glim trots omdat ik me waardig heb gedragen. Voorzichtig klikt even later zijn voordeur in het slot om de droom, die binnen uitbrandt, niet te verstoren. Wat een minne vertoning zou het zijn geweest als ik jankend de aftocht had moeten blazen.

Reacties (9) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
pffff .... wat heb ik dit vol spanning gelezen.
De schrijfstijl vind ik ongelooflijk goed ... je bent een 'krak' hoor!
(krak betekent supergoed)
en nu snel naar volgend deel ....
Dank je wel. doet de burger goed, bloos bloos
Zo, even stil hier. Voor de rest het met Mijler eens. Die zin is een diamant in een snoer van juwelen.
"Het geluid van de rits krast triomfantelijk door de ontstane dode stilte"
De mooiste zin voor mij.
Deze ontknoping zat wel in het verschiet!
Dank je wel Mijer...gelukkig zijn we er nog niet
MIjn hemel dat is wel een anti climax zeg. Dat geld is er gewoon niet, het trieste van het hele verhaal is dat de echte verliezers Chad-et en de meiden van de frietkeuken zijn. Want hoe moet dat nu van de grond komen. De tweede grote verliezer lijk jij te worden omdat jij alles voor niets hebt gedaan en het er ook nog eens op lijkt dat Harrie je emotioneel kapot probeerde te maken.
Je ziet het helemaal goed
Met een hoop geschreeuw maskeert Harrie dat hij jouw vraag niet beantwoord.
Onbeantwoorde vragen
kunnen altijd nog een slag
om de arm in zich dragen,
weet je