Schaduw

Door KarinHazendonk gepubliceerd op Saturday 08 March 21:04

Met zweet in mijn handen kijk ik achterom.
De straat is donker achter me maar toch hoor ik op een kleine afstand voetstappen.
Bijna geruisloos maar ik voel dat ze dichterbij komen. Verderop wordt het wat lichter door die ene straatlantaarn. Mijn hart bonst in mijn keel, ik moet rustiger gaan lopen door de steken in mijn zij. Had ik nou maar meer aan mijn conditie gedaan de afgelopen jaren.


Mijn afspraakje begon vanavond veelbelovend.
Ik had hem op internet leren kennen. Dave, leuke vent, donkere haren en donkerbruine, bijna zwarte ogen. Na weken van chatten, sms berichtjes en zelfs een paar telefoongesprekken, had ik eindelijk alle moed verzameld en met hem afgesproken.
Ik ben geen ster in daten.
Ik ging akkoord met een klein donker cafeetje in een deel van de stad waar ik helemaal niet bekend was. De hele dag stierf ik duizend doden van de zenuwen. Ik heb mijn haar zeker drie keer gewassen en gerestyled. Ook drie keer andere kleren aangetrokken.
Om negen uur ben ik op de tram gestapt.
Ik zag de buurt waar ik uitstapte. Kleine vervallen huizen, op de achtergrond flats in eenzelfde vervallen staat. Hoewel ik het wat vreemd vond om pas om tien uur af te spreken, heb ik dat naast me neer gelegd. Het is donker als ik bij het café aankom. Even aarzel ik nog. Ik lijk wel gek. Ik moet naar huis en de hele afspraak vergeten. Natuurlijk ga ik naar binnen.
Hij zit aan de bar en ik herken hem uit duizenden.
Eén van mijn angsten, dat ik een afspraakje zou hebben gemaakt met een oude afzichtelijke kerel, kan ik meteen van me af schuiven. In het echt ziet hij er nog beter uit dan de vage foto op Facebook laat zien.
Ik tik hem met enige schroom op zijn schouder. Meteen springt hij overeind. Zijn blik glijdt met een sneltreinvaart over mijn gezicht en de rest van mijn lichaam.
Ik wordt goedgekeurd, denk ik. Met een glimlach biedt hij mij zijn kruk aan en vraagt wat ik wil drinken.
“Doe maar een witte wijn”, zeg ik en hoop dat mijn stem niets verraad van mijn nervositeit.
Het gesprek wil niet echt vlotten. Er vallen regelmatig stiltes en ik ben me er opnieuw van bewust dat daten met een volslagen vreemde geen optie is voor mij.
Net als ik besloten heb om naar huis te gaan, het is al na middernacht, het kost me al een taxi, vraagt hij me: “Hou jij van films?”
Eindelijk één van mijn geliefde onderwerpen. Ik verslind films.

Het wordt later. Het café is inmiddels leeg.
“Ik woon hier vlakbij”, zegt hij dan. “Kan ik je verleiden om nog een film bij mij te kijken?
Ik heb ook nog wel een lekker flesje wijn staan.”
Ik had voor mijn doen al veel gedronken. Ik stem te snel toe. Voel ik vlinders in mijn buik?
Zijn huis is kaal, zelfs kil te noemen. Het enige huisraad is een grote zwarte leren bank, een salontafel met een glazen blad en een televisie aan de muur. Ik kan de kleur van de muur niet goed onderscheiden. Donker zou de enige benaming kunnen zijn.
Een kleine schemerlamp geeft amper licht.
Dave gaat naast me zitten en zet de DVD aan. Een glas wijn staat voor me op de tafel. Het is een donkerrood, in het summiere licht lijkt het bijna zwart. Zelf neemt hij niets.
Ik kan mijn aandacht niet bij de film houden. Veel bloed, weinig inhoud.
Ik zie Dave genieten van het zinloze moorden. Ik voel me steeds minder op mijn gemak.
Ik pak het glas wijn dat Dave voor me heeft ingeschonken en neem een flinke slok.
Lauw en stroperig glijdt het door mijn keelgat.
Het smaakt naar…….bloed?

Een vlaag van misselijkheid overvalt me. Ik wordt duizelig.
Ik probeer me aan Dave vast te klampen. Zijn aandacht te trekken.
Hem te vragen om een taxi voor me te bellen. Ik grijp in het niets.

Ik zie hem zitten maar mijn handen klauwen moeiteloos door zijn lichaam heen.
Ik moet weg, meteen. Mijn zware benen kunnen me amper dragen. Wankelend op mijn benen zie ik Dave nog steeds op de bank zitten.
Ik zie in een waas het grijnzende gezicht. Zijn ogen lichten fel op in de half duistere kamer.
“Nu ben je van mij! Voor altijd!”
Zijn woorden hangen zwaar in de kamer.
Ik zie dat zijn lichaam voor mijn ogen begint op te lossen. Mijn ogen zien het gebeuren, mijn hoofd accepteert het niet.
Een donkere, ja wat eigenlijk, wolk, wikkelt zich om mijn lichaam. Ik voel hem als een kille novembermist in mijn poriën trekken.
Dit is onmogelijk, dit kan niet. Ben ik aan het flauwvallen?
Ik val niet flauw, mijn duizeligheid neemt af. Kippenvel verspreidt zich over mijn hele lijf. Dat laat me bij mijn positieven komen.
Mijn benen beginnen te rennen. Ik zie de deur waar ik een uur geleden door naar binnen ben gekomen. Mijn hersens denken dat de deur op slot is, tot mijn verbazing trekt ik hem open.
De straat ligt donker en verlaten voor me.

De frisse lucht van de nacht maakt mijn hoofd weer een beetje helder.
Ik begin te rennen, weg van dat huis. Ik heb geen idee waar ik naartoe ren. Ik zoek licht. In de verte zie ik een lantaarnpaal opdoemen.
Automatisch ren ik in die richting. Licht betekent veiligheid. Denk ik.
De steken in mijn zij laten me langzamer lopen. Mijn conditie is ver te zoeken.
Het is doodstil om me heen. In de straat waar ik loop, zijn alle ramen voor de huizen dichtgetimmerd.
Was dat eerder op de avond ook zo? Ik weet het niet meer.
De vlinders in mijn buik hadden de overhand.

Hijgend kijk ik om me heen. Het licht van de straatlantaarn verspreidt zijn licht over de straat onder mijn voeten. Ik laat mijn handen op mijn knieën rusten. Ik moet even stilstaan. Uitrusten, mijn hart tot bedaren laten komen. Hoor ik zachte voetstappen achter mij? Ik zie mijn schaduw in het licht van de lantaarn. Langzaam verandert mijn silhouet op straat in het gezicht van Dave.

Zijn mond zie ik woorden vormen.
“Je bent van mij.”

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Lijkt me heel verstandig :)
Ik wou toch maar gewoon Karin blijven hoor.
Leuk verhaal Karin. Of moet ik nu Dave zeggen? Benieuwd naar je komendeverhalen!