Ik ben een schrijfster!

Door LadyDi gepubliceerd op Saturday 01 March 21:16

Ik ben een schrijfster!

 

“Je moet een horrorverhaal schrijven als je nog wilt dat ik je volgende boek uitgeef! Boeken lopen voor geen meter maar de lezers willen nog altijd horror lezen. Je laatste boek is van vorig jaar en je lezers worden ongeduldig. Waar blijft het volgende boek van hun favoriete schrijver? Kom op Agneta, verdwijn achter je toetsenbord en bel me pas als het klaar is. En denk erom: aan lovestory’s hebben we genoeg in de schappen liggen! Laat je boek bloeden!”

 

Ja, dat is lekker gezegd zeg!
Ik schrijf altijd mysteries waar ook wel eens een moord in voorkomt maar echt horror? Ik heb heel die gevoelens niet en ik moet mij in kunnen leven. Als ik een thriller op TV zie dan zit ik wel met het zweet in mijn handen maar horror schrijven? Afgerukte hoofden en zombies die uit hun graf komen kruipen om de onschuldige bewoners uit het nabij gelegen dorp te verorberen? Echt, daar kun je toch geen spanning in opbouwen? Het is allemaal zo nep als de pest.  Jawel, het zijn niet alleen de zombies die zo achterlijk tekeer gaan, je hebt ook psychopaten die eruit zien als je opa of de groenteboer op de hoek, maar toch… Ben al veel idioten tegen gekomen in mijn leven maar nog nooit iemand die mij deze inspiratie geven kan. Inleven moet ik mij… yah right! Mijn uitgever kan zeggen wat hij wil en de druk opvoeren, dat veroorzaakt alleen meer stress en onzekerheid bij mij.

’s Nachts lig ik te woelen en dan zie ik scenario’s voorbij komen van het uitrukken van nagels en het indrukken van ogen. Ik kan een verhaal schrijven ja, maar kan ik mijn gevoel erin leggen? Mijn lezers zijn kritisch en trappen echt niet in goedkope shit. Over shit gesproken: dit is pas echt shit!

 

Het is donker buiten.
De meeste lugubere verhalen zijn in donkere nachten geschreven, wellicht na een bezoekje aan het kerkhof. Omhoog komende grafstenen en krijsende, gekwelde geluiden zijn dan blijkbaar hoorbaar van ontzielde lichamen, die op zoek gaan naar wraak, bloed of wat dan ook? Ik geloof daar niet in. Slapen kan ik ook niet dus ik besluit om wel naar buiten te gaan om in de auto een eind te gaan rijden. Zoekend naar inspiratie; een ontzettend verkeerde insteek voor een goed verhaal. Een verhaal moet spontaan geboren worden, maar ik heb geen keus. Ik heb nog maar één week voor ik de eerste drie hoofdstukken inlever, anders ben ik mijn uitgeverij kwijt en dus mijn broodwinning. Met mijn studie psychologie kan ik in de medische wereld nooit aan de slag omdat mijn cv een gapend gat vertoont op dat vlak. Ik ben een schrijfster!

In gedachten heb ik op het gas getrapt en ik besef opeens dat ik niet weet waar ik ben. Donkere landweggetjes geven de route bepaald niet goed aan. Mijn ogen glijden af naar de wijzer van het benzinetegoed en opeens weet ik dat ik niet slim bezig ben. Waar vind ik hier een tankstation? Ik trap op mijn rem om even rationeel na te denken voor ik helemaal droog sta. Lekker bijdehand ook om geen tomtom mee te nemen zeg, stomme trut! Ik pak een sigaret en ik denk na. Rokend ben ik altijd het helderst. Mijn ogen scannen de omgeving tussen de bomen door en ik besef dat dit geen dicht bevolkt gebied is. Heel in de verte zie ik opeens lichten branden. Ik scherp mijn ogen en zie een huis, die ik zonder die verlichting nog niet had opgemerkt.  

8cfef958f3b47c1751ab8f6edf4e2296_1393706

“Goedenavond meneer, sorry dat ik u zo laat stoor.”
Het is een oud huis en de ‘deurbel’ bestaat uit een soort klapper. De raamkozijnen zijn al jaren niet geverfd en het geheel ziet er onverzorgd uit. De man die opendoet heeft een vriendelijk gelaat en dat stemt me gerust. Voor hetzelfde geld –

“Het is inderdaad laat mevrouw, wat brengt u op dit uur voor mijn deur, als ik vragen mag?”

“Neem me niet kwalijk meneer maar ik was in gedachten en toen had ik niet door dat ik al bijna zonder benzine sta. Kunt u mij wellicht verder helpen?”

“Bezoek is altijd welkom, komt u verder.” Hij gebaart er vriendelijk bij. De hal ik groot, eigenlijk is het huis veel groter dan ik mij had voorgesteld aan de buitenkant. Er liggen grote authentieke, karakteristieke tegels op de vloer en het meubilair is zwaar antiek. Hier zal geen vrouw in huis zijn, bedenk ik mij, als ik zie dat er overal een laag stof op ligt.

“U heeft een prachtig huis meneer”, weet ik verongelijkt uit te brengen. Hij grinnikt flauwtjes, ik voel dat hij mijn leugentje doorziet. “Het is veel groter dan ik mij had voorgesteld”, weet ik met meer overtuiging te zeggen.

“Ja, dat zeggen wel meer mensen. Tenminste, als hier bezoekers komen. Van Heysden is mijn naam”, en hij steekt zijn hand uit.

“Agneta Christy. Nou ja, dat is mijn schrijversnaam. Mijn echte naam is Agneta de Boer maar dat klinkt niet zo aantrekkelijk als je mysteries schrijft”, zeg ik lachend.

“Oh, u bent een schrijfster? Dat is interessant! Ik lees heel graag maar het is me vaak niet boeiend genoeg moet ik zeggen. Hier valt niet zoveel te beleven en ik zou graag weer eens een stevig verhaal lezen. U schrijft mysteries zegt u?”

“Jawel, maar nu moet ik van mijn uitgeverij horror schrijven en ik kan me daar niet op inleven, vandaar dat ik mijn auto pakte in deze donkere nacht om inspiratie op te doen, en nou ja, zoals u ziet was dat niet bijster verstandig.”


“Wilt u koffie?” Ik knik dankbaar.
“Horror, dat is interessant. Dat heeft me altijd geïntrigeerd. De grenzen leren kennen van de mens, hoever kan de pijn gaan voordat men eraan bezwijkt? Hoeveel letsel kan de ene mens de ander aandoen, gezien vanuit het oogpunt van de dader. Men heeft altijd te maken met medelijden, of is dat volgens u een grens die overschreden kan worden?”

“Dat is dus mijn moeilijkheid, ik heb me er nooit echt in verdiept en er is mij nooit iets gruwelijks aangedaan zodat ik uit mijn eigen beleving de juiste woorden kan vinden.”

“Ah zo…” Een pijnlijke stilte volgt en opeens voel ik een bepaalde onrust over mij heenkomen. Ik zit hier met een wildvreemde man in the middle of nowhere te babbelen over gruweldaden…

 

“U kunt hier de nacht wel blijven.”
“Hier is geen tankstation maar morgenochtend kunt u telefonisch wellicht iets regelen zodat u weer op weg kunt.”

Even twijfel ik maar ik heb geen keus. “Dank u wel, dat is heel vriendelijk van u. U zult geen last van mij hebben.”

“Het genoegen is aan mijn kant Agneta. Ik zal je mijn laptop geven dan kun je wellicht een opzet maken voor het eerste hoofdstuk? Ik wil je er graag bij helpen.” Hij is nog niet uitgesproken of hij loopt de ruimte uit om vervolgens terug te komen met een laptop. Ik ben redelijk verbaasd, of eigenlijk overvallen. Ik moet wel zeggen dat deze onbekende situatie mij meer in de sfeer brengt om me in te leven.

“Dank u wel!” Ik start de laptop op met zijn wachtwoord en ik open word.

 

Een klik achter mij trekt mijn aandacht.
“s Nachts sluit ik alle deuren altijd goed af, je weet maar nooit toch?” “Ja,  natuurlijk.”

Hij komt naast mij zitten. “Als je me toelaat?” Hij opent zijn afbeeldingen en klikt een mapje aan, genaamd ‘privé’. Ik zit meteen rechtop in mijn stoel.

“Schrik je daarvan Agneta?” Ik kijk naar de afbeeldingen en mijn hartslag versnelt zich.

“Die haken in dat lichaam, vreselijk! Dat overleeft niemand!”

“Kijk eens naar de gezichtsuitdrukking Agneta, wat zegt jou dat? Is die persoon dood?”

Zijn stem is zacht en uiterst vriendelijk. Hij kijkt me aan en even denk ik dat hij dwars door mij heen kijkt. Ik voel een enorme weerloze naaktheid over me heenkomen.

“Nee, die vrouw leeft nog. Ze heeft vreselijke pijnen en wellicht zou ze wensen dat ze dood was.”

“Heel goed gezien Agneta. Hoe denk je dat de persoon zich voelt die dit gedaan heeft?”

Even denk ik na en dan zie ik het in haar ogen.

61392eac1ad690adbdaab757eb38f700_1393706

“Hij is oppermachtig. Haar leven ligt in zijn handen. Hij is nieuwsgierig naar haar lijden. Haar gesmeek is een bevestiging op zijn handelen. Haar te laten sterven zou het einde zijn van zijn zoektocht, daardoor moet hij verwondingen aanbrengen die haar op die rand laten balanceren opdat ze net in leven blijft.” Ik verbaas mij over de woorden die ik zojuist heb gesproken, hoe is dit mogelijk!

 

“Wij begrijpen elkaar Agneta, heel goed!” Hij lacht er voldaan bij.

“Wil je nog een kop koffie?”

“Water graag, dank u.” Ik moet mijn hartslag weer onder controle zien te krijgen. Hij loopt naar de keuken en ik klik de volgende afbeelding aan. Verschrikkelijke beelden vullen mijn gezicht en ik moet er bijna van huilen. Toch, ik kijk ernaar, met mijn handen voor mijn gezicht.

4066ad92c4dbebb66e3cee66b352cf41_1393706

“Hier is je water Agneta.”

“Mooie afbeeldingen?  Krijg je al inspiratie meisje? Wat denk je ervan om je ervaringen van het laatste uur uit te typen? Datgene wat je nu voelt is nog vers en dan zal je woordkeus bestaan uit de perfect gekozen woorden, zonder dat je erbij na hoeft te denken.  Een goede lezer herkent de waarheid erin, dat weet je toch? Ik zal je even alleen laten.”

Langzaam loopt hij de ruimte uit.

 

Hij heeft gelijk!
Ik ben in de juiste sfeer om het eerste hoofdstuk te schrijven. Ik heb nog geen idee waar het verhaal naar toe zal leiden maar ik ben enorm hongerig naar het tweede hoofdstuk. Mijn vingers vliegen over het toetsenbord en ik weet dat het goed is. Ik verstuur het eerste hoofdstuk naar mijn eigen e-mail  en dat van mijn uitgever, om het zodoende dubbel op te slaan. Dit is meesterlijk goed!

Dan… opeens vraag ik mijzelf af wat het voor afbeeldingen waren. Iets dergelijks ben ik op het internet niet tegen gekomen toen ik research deed voor dit genre.
 

“Is het je gelukt meisje?” Ik schrik van de stem die opeens van achter mij komt.
“Ja, ik heb een heerlijk eerste hoofdstuk geschreven. Wilt u het lezen?”

“Ik verwacht niet anders Agneta, dit schrijf jij voor mij.

Zijn woorden dwalen nog even door mijn gedachten. Voor hem? Ik schrijf voor mijn nieuwe boek! Toch? Ik zie aan zijn gezicht dat het hem bevalt. De spanningsopbouw en de beschrijving van zijn persoon. Ook mijn eigen gevoelens heb ik er ongenuanceerd in beschreven. Mijn zekerheid, gevolgd door een groot gevoel van onzekerheid en vervolgens een soort van vreugde.

“Ik zou graag een uurtje willen slapen”, zeg ik.
“Ik wil heel graag verder schrijven maar dan moet ik nadenken over het tweede hoofdstuk.”

“Je moet dus weer gaan nadenken? Dan ben je weer terug naar af Agneta. Ga maar even slapen, ik maak je zo wakker en dan help ik je verder met het tweede hoofdstuk. Goed?”

 

Hij begeleidt mij naar mijn kamer en ik volg gedwee.
Als ik in mijn bed lig, voel ik een grote tevredenheid. Maar ik heb zoveel vragen… doch, zonder dromen val ik in slaap.

“Word je wakker Agneta? We moeten verder werken aan je tweede hoofdstuk.”

“Waar heeft u die afbeeldingen vandaan meneer Van Heysden?

“Noem me maar Gerald, meisje. Loop je even met me mee?”

We lopen in de richting van de kant die hij opliep toen hij eerder de ruimte verliet.

“Ga even zitten meisje.” En dat doe ik.

Hij opent een deur met een grote sleutel die hij om zijn middel heeft hangen. De deur gaat krakend open.

Mijn hart blijft stilstaan en ik voel dat ik rood aanloop omdat mijn ademhaling niet meer functioneert. Aan de binnenkant van die deur hangt de eerste afbeelding, maar dan in het echt.

De vrouw opent haar ogen een beetje en ze ziet me. Ze kreunt zachtjes. Er stroomt een beetje bloed uit haar oog- en mondhoek, dat druppelt op haar ontblote lichaam. Het blijft liggen op haar rechterborst. In haar lichaam zijn haken bevestigd, die op zijn beurt zijn verankerd in de enorm dikke deur. De haken zorgen ervoor dat haar voeten de vloer niet bereiken. Ze hang door wel tien haken aan haar eigen lichaam. Sommige haken hebben een scheur in haar vlees veroorzaakt en op haar ribbenkast zie ik een bot glimmen. Haar vingers zijn verkrampt, haar lichaam is nat van haar zweet, vermengd met bloed.

Ik zeg niets. Ik zou niet kunnen.

“Wat vind je ervan?”

Ik haal diep adem.

“Vreselijk!  Haal haar eraf!”

“Denk je dat ze zal overleven?”

“Nee.”

“Waarom zou ik dan?”

“Het is afschuwelijk! Ze lijdt!”

Hij draait zich om. Met een zwaai maait zijn mes door haar keel. Haar bloed spat in zijn gezicht. Hij kijkt naar haar; hij wil duidelijk niets missen. De vrouw laat al haar krachten los. Ze is dood.

“Ben je nou blij?”

 

Ik blijf verstomd zitten.
“Ga mee, we schrijven het tweede hoofdstuk!” Zijn stem klinkt heel anders en opeens heb ik het vreselijk koud. Geïndoctrineerd  en in trance loop ik achter hem aan en neem plaats achter de laptop.

“Schrijf je verhaal, ik kom je zo lezen!”

En ik schrijf.
Ik schrijf met angst, walging, verontwaardiging, medelijden, maar ook met verrassing en nieuwsgierigheid. Ik sla het op en stuur het door.
Hij leest het en is tevreden.

“Ik had nog meer afbeeldingen, zoals je weet.”

Ik voelde het al aankomen; het zijn zijn eigen foto’s.
Ik schrijf en ik stuur door… ik schrijf…

De uitgeverij is laaiend enthousiast.

Jawel,
Ik weet dat ik de pijnen zelf ook moet ondergaan.  Ik zal smeken en schreeuwen.
Ik weet dat hij mij niet laat gaan.
Ik weet dat hij mijn handen zal sparen.
Ik zal hem haten en ik zal van hem houden.
Ik weet dat hij mij in leven zal laten, en ik weet dat ik hier mijn tweede horrorboek ook zal schrijven.

 

Dan zal ik de hoofdrol spelen.

a95ac316c1af5601b530a3338642a80b_1393706

 

 

 

Reacties (26) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Gelezen en beoordeeld!
Gelezen!
Ik ben nu net begonnen aan mijn (eerste) horror. Tussendoor griezel ik met de andere inzendingen. Ik weet niet of ik hem vannacht al af krijg, maar de gelezen woorden houden de sfeer goed vast. Bedankt! ;)
Dank je wel Natuursmurf
Je begint op een manier waarvan ik denk dat een licht humoristisch horrorverhaal gaat worden. Het is de opbouw dat je verhaal sterk maakt. De clou is duidelijk, maar het onvermijdelijke zorgt voor de spanning. Ik ben het met Karazmin eens dat dit best langer had gemogen.
Best wel lekker! :-)
Er had nog een kwelling tussen mogen staan, dat voelde ik later ook.
Ach ja, gedane zaken nemen geen keer.
Leerzaam dit!
Voor een eerste horror? :)
Dank je wel voor je reactie Gildor.
Ik vind het goed. Heb er van genoten :-)
Dank je wel Christine!
In het begin dacht ik even: Is dit nu horror? Maar hoe verder het verhaal kwam hoe heftiger het werd.
Ja, ik wilde het goed opbouwen.
Dank je wel Trudy.
ik kan een heel eind met Harm meegaan. Al noem ik het toch wel iets meer dan best aardig. De horror zit voor mij in de opbouw an de spanning en angst. Je weet dat het heel mis zal gaan en je denkt al snel aan dat verhaal van Stephen King: Misery. Een schrijver dieg gedwongen wordt te schrijven. Ik kreeg geen kippenvel maar dat ligt aan mij. Gehard door Bridget Wood en andere zeer expliciete fantasyschrijvers. Maar het idee is erg goed, alleen heb je te weinig woorden om het uitgebreid uit te werken. Dit is een verhaal wat gewoon langer moet.
Dank je wel Karazmin voor je mooie reactie.
Ja, dat is het punt.. dit verhaal is nu 2300 woorden lang (ongeveer?) Ik had het driedubbele kunnen schrijven en dat had het verhaal goed gedaan maar ja, dit is slechts een schrijverssite; leest men het dan wel? Dillema.
Ik ken het boek niet.. en hier wordt de schrijver niet gedwongen om te schrijven, het is tevens haar eigen honger.
Dank je wel Karazmin voor je eerlijke reactie; waardeer ik.