De Bewakers van het Kristal (Natuursmurf)

Door Natuursmurf gepubliceerd op Wednesday 19 February 18:40

Daar zit ik dan met het kristal in mijn schoot.
Mediteren; ik heb het nog nooit gedaan. Ik had er nooit het geduld voor. Een halve minuut stil zitten en het koude zweet breekt me al uit. Gedachten treinen non-stop door mijn hysterisch hoofd. Stilzitten? Mijn hemel, dat wordt een ramp.

De woorden van de therapeut herhalen zich in mijn hoofd. Wil je van de stress af? Dan moet je leren stil te zitten. Ga mediteren!

Ik schuif wat ongemakkelijk heen en weer op de bank. Opeens spelen er allerlei ongemakken op. Een stijve nek. Een trillend ooglid. Een onrustige maag die opeens begint te morren.

Als extra hulp kreeg ik een steen mee. Om me ergens op te concentreren. Een helderblauw kristal. Een maansteen. Die had mijn therapeut drie jaar geleden gekregen van haar ex-man. Een afscheidscadeau na de scheiding. Uit Egypte. Het was een bijzondere steen, werd haar gezegd. Een steen met een eeuwenoud geheim. Ze lachte bij die woorden. Onzin natuurlijk. Ze had hem op haar boekenkast gezet, midden tussen twee boeken. Een paar dagen later was het kristal ineens verdwenen. Tot gistermiddag.

Ik kijk afwezig uit het raam. Twee duiven zitten zij aan zij in de boom tegenover mijn appartement. Ze zitten onbeweeglijk stil, haast in trance. Kan ik dat ook?

Ik zat in een diepe leunstoel mijn verhaal te vertellen toen die steen zomaar over de gladde vloer tegen de punt van mijn schoen aanrolde.
Ik schrok ervan want de blauwe steen leek net op een oog.


Ik hou de geslepen steen omhoog en strijk er met mijn vingers langs. Hij voelt koud. IJskoud.
Een rilling rent mijn ruggegraat op en neer.


6af3346ee403bacd2dafd8ce2357c516.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Een paar meter rechts van mij word ik afgeleid door mijn computerscherm. Plazilla staat nog op. Ik zat vandaag te mijmeren over waar ik mijn 400ste artikel over zou gaan schrijven. Misschien wel over een blauwe steen, denk ik nu. Oh oh, mijn gedachten… waar zit in hemelsnaam de rem?

Zodra ik mijn ogen sluit, word ik me bewust van de steen in mijn handen. Het lijkt net of ik het heel in de verte hoor zingen. De energie van de steen vibreert door mijn handen en vervolgens door mijn hele lijf. Ik schrik er zo van dat ik mijn ogen weer open.

Ik laat mezelf tot rust komen en probeer het opnieuw. De steen laat ik van mijn linkerhand in mijn rechter rollen en weer terug. Daarna sluit ik mijn handen tot een holletje. De maansteen rust in het midden.

Zachtjes tel ik van tien terug naar één en sluit mijn ogen. Ik scan mijn lichaam van top tot teen. Wat voel ik en waar? Ik ga heel minutieus te werk. Eerst mijn hoofd dan door naar mijn nek, schouders en armen.
Mijn handen voelen warm aan. Mijn voeten lijken zich in de vloer gegraven te hebben.
Ik word overvallen door een diepe ontspanning. Verrast laat ik een diepe zucht ontsnappen. Aaaaaaaah. Wat een heerlijk gevoel.

Ik verleg mijn aandacht naar de blauwe steen in mijn handen. Een trilling gaat door me heen. Het zachte zingen, niet hoorbaar maar voelbaar neemt langzaam aan weer toe. Ik laat me door de klank meenemen. Een zinderende vibratie laat mij één worden met de steen. We lijken in elkaar te versmelten.

Opeens voel ik me in de steen gezogen. Mijn lijf is er nog (ergens heel ver weg), maar mijn geest in de vorm van mijn eigen zelf zit nu midden in de maansteen.
Ik wuif het rare gevoel snel weg en begin het binnenste van het kristal te verkennen. Het lijkt net een grot. Eerst nog klein, maar hoe meer ik me op mijn aanwezigheid concentreer hoe meer de ruimte begint uit te dijen.

63ecae16da80e3b7e4d8b0ca10e10337.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

Een mysterieuze blauwe gloed verlicht de grot. Het is er koud maar als ik aan de fonkelende steen in mijn handen denk, voel ik een warme energie opkomen. Enthousiast trek ik de gelukzalige warmte als een deken over me heen.
De ontdekkingsreiziger in mij volgend loop ik verder de grot in tot mijn pad ineens geblokkeerd wordt door een enorme muur. Zorgvuldig laat ik mijn ogen dwalen over het obstakel dat de grot in tweeën splijt. Het eerste dat opvalt, is een kleine deur met een gouden knop.
Onwillekeurig moet ik denken aan de animatiefilm “Alice in Wonderland.” Helaas heb ik geen koekjes op zak die me kunnen verkleinen.
Ik buig me voorover en zie een aantal vreemde tekens op de deur staan. Ze doen me een beetje denken aan hiërogliefen. Op de een of andere manier kan ik ze toch lezen.
Er staat: “Voorbij deze deur is geen weg meer terug.”
Ik zit in mijn hoofd. Wat kan er nou gebeuren? Eerst maar eens door deze deur zien te komen. Ik draai aan de knop en het deurtje zwaait open. Dat was makkelijk. Op handen en knieën wring ik mezelf door de opening.

Ik kom overeind en ik vind mezelf voor een stenen wenteltrap. Het is onmogelijk te zien hoe hoog de trap gaat. Goed, ik ben tot hier gekomen… nou ga ik verder ook.
Ik heb wel wat met cijfers en ik tel altijd mijn traptreden. Noem het een tic. Met mijn lange benen neem ik zoals gewoonlijk twee treden tegelijk, maar het lijkt er dit keer niet echt sneller van te gaan.
Bij vierhonderdzoveel raak ik de tel kwijt. Even flitst er een doldwaze gedachte door mijn hoofd. Opnieuw beginnen is wel het laatste waar ik zin in heb. Ik wil deze krankzinnige queeste tot een einde brengen en wel zo snel mogelijk.

271685182343e582df7bd33260d2ae09.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik tel er opnieuw een stuk of vierhonderd tot ik ineens een soort lichtkleurige mat op de treden voor me zie liggen. Ik bestuur het geval nauwkeurig en kom tot de conclusie dat het verdacht veel weg heeft van een baard. Ik geef er een goede ruk aan, maar er gebeurd niets. En dus ga ik door, alsmaar hoger en hoger…

Na wat voor mijn gevoel een eeuwigheid heeft geduurd, bereik ik eindelijk de top. Een lange gang strekt zich voor mij uit zover het oog reikt. Mijn moed zakt me spreekwoordelijk al weer in de schoenen. Dit schiet niet op zo. Met een fiets zou het sneller gaan. Mijn gedachten dwalen af naar mijn oude trouwe blauwe tweewieler en tot mijn verbazing verschijnt mijn rijwiel daadwerkelijk op het toneel. Ik spring op mijn stalen ros en volg de lange baard door de eindeloze gang. Na een tijdje begint het me te vervelen.
Op dat moment raakt het lange haar verstrikt in mijn spaken en vlieg ik voorover van mijn fiets. De landing is op zijn zachtst gezegd iets minder geslaagd.

Terwijl ik door een waas van sterren probeer te kijken, hoor ik ineens een stem.
‘Eindelijk… de aflossing!’
Aflossing? Als ik kreunend mijn hoofd op til, zie ik twee puntige schoenen voor mijn neus staan. Ik kijk verder omhoog en staar uiteindelijk in het grijzende gezicht van een zonderling figuur.
Ik krabbel overeind en bekijk de man van top tot teen. De eigenaar van de baard komt nauwelijks tot mijn middel. Hij is gekleed in een lang gewaad dat ooit misschien helderblauw geweest zou kunnen zijn maar nu slechts een vaalgrijze glans uitstraalt. Als zijn lange witte baard al niet zijn hoge leeftijd had verraad dan is het wel het kraterlandschap van rimpels die zijn gelaat rijk is. Twee puntoren steken tussen zijn warrige haren recht omhoog. Toch is zijn blik helder.

Op het moment dat ik mijn vraag wil stellen, is hij me al voor.
‘Elessar is mijn naam.’
‘Familie van Spock?’ flap ik eruit voor ik er erg in heb.
‘Pardon?’
‘Nee, laat maar zitten. Waar ben ik?’
‘Dat weet je best.’
‘In… de maansteen,’ breng ik zachtjes uit.
‘Heel juist.’
‘Maar wat doet u hier dan?’ is mijn vraag.
De oude man gaat iets rechter staan. ‘Ik ben de bewaker van het kristal.’
Ik laat die woorden even op me inwerken. ‘U bewaakt de maansteen,’ herhaal ik.
‘Dat was mijn taak,’ knikt de man.
‘En nu?’
‘Nu is het jouw beurt.’
Ik kijk de man onderzoekend aan voor ik hem erop wijs dat ik zo weg kan als ik wil.
‘Niet meer,’ is zijn antwoord. ‘Die kans hem je gehad voor je de deur nam. Je maakt nu deel uit van een eeuwenoude Orde.’
‘Orde?’
‘Van de bewakers van het kristal.’

Ik snap het nog niet helemaal. ‘Van wie is de steen en waarom moet hij bewaakt worden?’
‘De maansteen is al heel oud. Het kristal is van de maangod Thot. Het is de spil waar het hele universum om draait. Niet alleen de wereld die je kent, maar vele dimensies voorbij ruimte en tijd. Het kristal bevat het heel al.’
‘Het heel al?’
‘Dat te moeten uitleggen, gaat je begrip te boven.’
‘Maar maar… ik zit gewoon thuis op de bank met de maansteen in mijn handen,’ stamel ik.
‘Deze steen?’ Elessar toont mij een steen die verdacht veel lijkt op die van mij.
‘Dat kan niet,’ fluister ik.
‘Ik zit op dit moment ook met de steen in mijn eigen wereld net als alle andere bewakers die hier reeds vele millennia de wacht hebben gehouden. De steen kiest zijn bewaker zelf. Zo is het altijd geweest. Het is een grote eer.’
‘Nou, ik bedank voor de eer,’ zeg ik heel beslist. ‘Zometeen word ik wakker, gooi die vervloekte steen weg en ga gewoon verder met mijn eigen leven.’
Elessar schudt zijn hoofd. ‘Je kan hier niet eerder weg voordat jouw opvolger zich aandient.’
‘En hoelang duurt dat?’
‘Als je geluk hebt… niet meer dan 400 jaar.’
‘Dat kan niet, dat kan niet, dat kan niet, dat kan niet,’ blijf ik als een mantra herhalen. ‘Ik heb nog dingen te doen. Ik moet nog een artikel te schrijven.’
‘Dat kan nog steeds. Je hoeft slechts je fantasie te gebruiken.’
Ik staar hem verbaasd aan.
‘Je verbeelding,’ verduidelijkt hij. Zijn puntige nagel wijst naar mijn fiets. ‘Hoe denk je dat je daaraan kwam? Met een beetje visualisatie kun je het hier heel gezellig maken.’
Ik kijk nadrukkelijk om me heen.
‘Het was hier vroeger best aangenaam,’ grinnikt hij. ‘De tijd heeft me langzaam ingehaald. Ik heb niet veel wensen meer. De grot en de wenteltrap zijn alles wat er van overgebleven is.’
Hij staat op. ‘Nu moet ik gaan. Succes!’
Voor ik nog wat kan zeggen is hij verdwenen.

Verslagen laat ik me op een platte rots zakken. Ik sluit mijn ogen en probeer uit alle macht uit deze onmogelijke trance te ontwaken, maar wat ik ook doe, het werkt gewoon niet.
Tenslotte visualiseer ik mijn pc voor mijn ogen en warempel… als een duveltje uit een doosje!
Tot nu toe had u zich waarschijnlijk afgevraagd hoe ik dit verhaal had kunnen schrijven.
Nou weet u het. Ik zit nog steeds in de maansteen ook al heb ik het me iets behaaglijker kunnen maken. “The sky is the limit” Ik heb een paar mooie locaties opgezocht uit artikel 399 en mijn omgeving een geheel nieuw uiterlijk gegeven. Het voelt bijna aan als een vakantie. Toch is het allemaal niet echt. Het zit in mijn hoofd. Begrijpt u het nog?

Ik kan nog maar één ding doen. Ik richt me op u beste lezer. Het laatste woord waarmee ik dit verhaal eindig en tevens op verlossing hoop.

 

 

HELP!

Reacties (27) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi geschreven!
Gelezen en beoordeeld!
Natuursmurf kan voor mij doorgaan voor fantasysmurf! Prima gedaan, graag gelezen.
Dank je wel Babbelaarster.
Gelezen!
Gelezen.
Prachtig verhaal. Goed opgezet. Leest heerlijk weg
Bedankt Yrsa.
Fantastisch! Geboeid van begin tot eind.
De magie van de kristal ontsluierd. De vibraties van zijn bewaker die je langzaam naar binnen zuigen in een wereld van magie, gestuurd door de fantasie van de gedachte.
Op je 400ste voor 400 jaar gevangen in de kracht van een steen.
De ziel van de gedachte.
Je had je geen mooier verhaal kunnen bedenken bij deze mijlpaal.
Gelfeliciteerd! Met je 400ste en deze prachtige vertelling!
Dikke duim!
Bedankt Dipper voor je mooie reactie.