De laatste trip

Door Natuursmurf gepubliceerd op Sunday 01 December 17:57

De wereld draait door mijn half geopende ogen. Ik ben gewichtloos, gevoelloos, vrij…

Met een bons val ik van de bank. Terwijl de mistflarden langzaam wegtrekken probeer ik op te staan.
Na drie pogingen krabbel ik tenslotte overeind. Ik heb haast, maar mijn benen slapen nog. De badkamer is te ver. Ik val voorover en leeg mijn maag op de vloer. Scherven. Scherven in mijn hoofd. Ik kan niet meer.

Tegenwoordig is mijn leven één lange roes. Ik denk in flarden.

“Het leven bestaat uit kansen” zei een leraar ooit op school. Ik heb ze nooit gehad. Nooit!
Vanaf mijn vijftiende leef ik op straat. Ouders overleden. Geen familie, behalve een verre oom in Amerika. Ik hem ooit eens geschreven, nooit wat van gehoord.

Vroeger had ik nog dromen. Nu heb ik alleen mezelf.

Met beverige handen pak ik een flesje halflauwe bier van de grond. Mijn vingers trillen zo hard dat ik de fles halverwege mijn mond laat vallen.
Even denk ik erover om het vocht van het koude beton te likken. Ik draai mijn hoofd weg.

Ik ben weg. Weggevlogen. Als een vogel. Een blauwe vogel. Met gele vleugels en een groene snavel.
Ik ben een blauwgeelgroene reisvogel. De droom duurt niet lang. Ik heb meer nodig.

De spiegel toont een mager beeld. Mijn ogen diep weggestopt in lege kassen. Ik staar doods voor me uit. Ik kijk dwars door mezelf heen. Zwarte gepijnigde ogen. Ik ben 53, maar ik zie er twintig jaar ouder uit. Hoelang nog ga ik hiermee door?

1013ac6e31acc01623e3e06ed9576840.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik kijk opzij. Het ligt er nog. Natuurlijk ligt het er nog.
De spuit ligt al jaren klaar met genoeg inhoud voor een laatste ultieme trip. Hoe vaak heb ik die spuit in mijn handen gehad en weer weggelegd? Waarom blijf ik het onvermijdelijke uitstellen? Waar heb ik nog voor te leven? Ik kan niets anders constateren dan dat ik niet durf.

Haastig trek ik de deur achter mij dicht. Ik tuur door het raam of ik niet gevolgd ben. Ik trek mijn jas open en de buit valt eruit. Op mijn knieën orden ik de magere oogst: twee tandenborstels, een fles shampoo, een haarverfmiddel en…  Glassex? God, waar zat ik met mijn gedachten?
Ik pak een flesje mondwater en giet de inhoud in één keer naar binnen. Daarna ga ik languit liggen op de grond.
Ik merk al vrij snel dat ik het niet ga binnenhouden. Dit keer haal ik de badkamer wel. Als ik mijn halve en ook mijn hele ziel en zaligheid heb uitgekotst, zak ik achterover op de tegels. Ik draai me op mijn buik en kruip terug naar de kamer. Ik pak de lege fles mondwater en kijk op het etiket. Zonder alcohol staat erop. Ik val in een stuiplach die overgaat in een zware hoestbui. Zwarte vlekken dansen voor mijn gezicht.
Ik zoek de bank op en sluit mijn ogen.

Ik word wakker in een wereld van scherven. Ze kruipen steeds dichter naar de oppervlakte. Wanneer heb ik voor het laatst iets gegeten? Een week geleden? Langer? Ik moet iets hebben. Mijn blik gaat mijn krappe flatje rond. Ik kraak het geval nu zes maanden. Op de bovenste verdieping. Acht hoog met zelfs een klein balkon. De deur hou ik op slot.

Onder de bank vind ik een beschimmelde boterham. Gedachteloos prop ik het naar binnen. Ik zie de fles Glassex staan. Het blauwe goedje lijkt me ineens heel aantrekkelijk. Zou ik?

Ik heb lucht nodig. Op straat kom ik een zwerver tegen. Hij spreekt me aan. Ik word gezocht. Ik draai me om en ren, nee waggel snel weg. In het portaal hoor ik ineens mijn naam. Ik denk erover om niet te reageren, maar ik draai me toch om. Een postbeambte met een brief in zijn hand. Ik staar hem kwijlend aan. Ik begrijp niet goed wat hij allemaal bazelt, maar ik neem het pakketje van hem aan en duik in de lift.

Ik word wakker met een natte broek. Ik ben zo zwak dat ik niet eens meer kan staan. Een zonnestraal schijnt door het raam en valt op een envelop. Ik kijk er een tijdje naar en gris het dan met een zwaai van de vloer. Het duurt minstens een kwartier voor ik het onding open krijg.

Ik hou de brief omhoog. Iets verder weg. Dan weer iets dichter. De letters lijken een of andere circusact op te voeren. Ik schud mijn hoofd om de waas te verdrijven, maar ik krijg daar meteen spijt van. Scherven.
Ze lijken uit te willen breken.

Met mijn ogen dicht tel ik langzaam van tien terug naar nul. Ik doe ze weer open en ditmaal zie ik beter. Zachtjes prevel ik de woorden een voor een…


New York, 28 september 1981

Beste neef,

Ik kreeg je brief vandaag. Ik ben blij van je te horen. En natuurlijk krijg je alle hulp die je wenst en nog veel meer als je daarvoor in bent. Ik beloof je een avontuur.
Je zal nu 21 zijn. Een mooie leeftijd om de wereld te ontdekken.
Ik meen me te herinneren dat je van reizen hield. En van fotograferen. Dat vertelde je vader mij tenminste. Dat je de hele dag droomde van verre reizen maken.

Vandaag komt die droom uit jongen. Ik bied je de baan van je leven aan.
Ik ben al enkele jaren uitgever van een bekend blad. Het heet National Geographic Magazine.
Het is een tijdschrift dat vol staat met de mooiste foto’s die over de hele wereld zijn gemaakt.

Ik geef jou de kans om op mijn kosten als een fotograaf de hele wereld rond te reizen.

Bij deze brief vindt je een eersteklas ticket en alvast een voorschot van 5000 gulden.
Ik kijk uit naar je komst.

Hartelijke groet,

Oom Dagobert



Ik laat de brief uit mijn handen vallen. Ik knipper een traan weg en reik naar het paradijs.
Deze keer ben ik me bewust. Er is geen aarzeling. In één vloeiende beweging zet ik de spuit in mijn arm.
Met een glimlach injecteer ik de inhoud in mijn ader. Ogenblikkelijk veranderd mijn wereld in een paarse gloed. Ik voel me vrij. Zo vrij. Het raam staat open. Ik ben een vogel. Een blauwgeelgroene reisvogel.

 

64e0daf23ef61018f3b20111a31d5fa3_medium.

Reacties (36) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi verhaal, prachtig eigenlijk, top!
Mooi verhaal, prachtig eigenlijk, top!
Pfff, heftig verhaal!
Pfff, heftig verhaal!
Gelezen.
Gelezen.
Dit verhaal zie ik als een kanshebber!
Goed gedaan zeg.