De Belofte

Door Gogeltje gepubliceerd op Sunday 26 January 15:55

1 De tijdcapsule

 

‘Pssst!  Karah! Ben je wakker? Karah?’ Werd er gefluisterd. Karah mompelde iets in haar slaap, draaide zich om en trok de dekens over haar hoofd. ‘KARAH!’

Geschrokken schoot Karah overeind in haar bed. ‘Lynn!’ zei Karah. Ze wreef in haar ogen en probeerde zich te bedenken waarom Lynn midden in de nacht bij haar raam stond.

Ze sloeg de dekens van zich af en liep naar het raam. Beneden in de tuin zag ze Lynn staan. Opeens wist ze het weer, vandaag was haar verjaardag. Dertien jaar, geen kind meer dus, vond ze zelf. Eigenlijk vond ze wel dat ze bijna volwassen was. Want als je dertien was, speelde je natuurlijk niet meer met poppen. Wanneer je dertien was, was je groot. Stiekem had ze zelfs al een vriendje dat ze ook al een keer gekust had. Maar dat had ze natuurlijk niet aan haar ouders verteld. Karah vond dat je dertiende verjaardag dus een hele speciale verjaardag was.

En wat deze dag nog veel leuker maakte, was dat haar hartsvriendin Lynn ook jarig was. En ook Lynn was vandaag dertien geworden.

Lynn stond  onder Karah`s raam en riep nog een keer.’Karah, slaap je nog?’’Nee, ik ben wakker. Ik kom er aan.’ antwoordde Karah en zonder het licht aan te doen trok ze snel wat kleren aan en deed haar rugzak om.

Ze sloop zachtjes langs de slaapkamers van haar ouders. Ze hoorde haar vader snurken en haar moeder mompelen en zachtjes lachte ze om die geluidjes. De deur van de kamer van haar kleine zusje stond open en er brandde een nachtlampje. Karah gaf een handkusje aan haar zusje, ging de trap af en deed heel voorzichtig de deur achter zich dicht.

 

Karah en Lynn kenden elkaar al hun hele leven. Bijna veertien jaar geleden waren Karah`s ouders verhuisd naar het kleine dorpje Kelly dat verscholen lag tussen de Glantesnassig bossen vlak bij Louch Slat in het zuidwesten van Ierland. In diezelfde week kwamen ook Lynn`s ouders er wonen. Omdat ze alle twee nieuw waren in het dorp, gingen hun moeders af en toe samen koffie drinken in het dorpscafé.

Na een tijdje kwamen ze erachter dat ze tegelijk zwanger waren. Ze waren beiden nog erg jong, Lynn`s moeder was 19 en Karah`s moeder pas 18, dus hadden ze veel steun aan elkaar en konden ervaringen uitwisselen. Ze deden steeds meer samen, raakten goed bevriend en zagen elkaar dagelijks. Zelfs de babykamers werden met dezelfde kleuren ingericht.

Op de dag dat Karah geboren werd, twee weken te vroeg, waren Lynn`s ouders op familie bezoek in de grote stad. Zodra ze met Karah thuis kwamen uit het ziekenhuis, belde Karah`s moeder Lynn`s moeder op om het goede nieuws te vertellen. Toen bleek dat ook Lynn twee weken te vroeg geboren was. Op de zelfde datum, 1 maart 2000. Sterker nog, Karah en Lynn zijn alle twee om dertien minuten over een `s middags geboren. Hoeveel toeval kan er bestaan?

En zo kwam het dat de twee meisjes onafscheidelijk waren. Alles deden ze samen, leerden samen praten en lopen. Ze gingen samen naar de crèche en later naar de basisschool. Ze vonden dezelfde films leuk en dezelfde jongens stom. Ze leken zelfs op elkaar, zo veel dat mensen die de meisjes niet kenden dachten dat het tweelingzusjes waren. En wanneer mensen dat dachten, zeiden Karah en Lynn helemaal niets. Ze lieten de mensen gewoon denken dat ze zusjes waren, want eigenlijk hadden ze wel écht zusjes willen zijn.

 

De twee vriendinnen liepen stilletjes door de straat. Het was erg donker, maar het was dan ook pas vier uur `s morgens. Lynn  droeg een houten kistje in haar armen en Karah had een grote schep.  ‘Heb je alles?’ Vroeg Lynn. ‘Ja’ zei Karah ‘ik heb alles bij me, wanneer we er zijn stop ik het in het kistje.’

In stilte liepen ze verder, bang om de buren wakker te maken, dwars door het dorp, richting het bos. Aan de rand van het dorp gingen ze een zandweggetje op. Ze liepen langzaam en voorzichtig, want de zaklamp die ze mee hadden genomen, gaf niet erg veel licht. ‘Heb je nog extra batterijen meegenomen?’ vroeg Karah ‘Nee, sorry, die ben ik vergeten.’ Zei Lynn, en voorzichtig liepen ze van het weggetje af, gingen tussen een paar hulststruiken door en kwamen zo in het bos uit.

Het was maar goed dat ze hier al heel vaak waren geweest, want er stond een wassende maan en het was dus bijna  aardedonker in het bos. Ze konden maar net de bomen onderscheiden. Stapje voor stapje liepen ze over de zachte mossige grond met een tapijt van dennennaalden.

Voorzichtig zigzagden ze tussen de reusachtige dennenbomen, oppassend dat ze niet struikelden over afgewaaide takken en omgevallen bomen.

Na drie kwartier bergop door het dichte, donkere bos te hebben gelopen kwamen ze op een open plek aan. De open plek lag ongeveer in het midden van het bos en vreemd genoeg stond er precies in het midden een reusachtige eik. Dit was heel bijzonder, omdat het een naaldbos was en er verder dus alleen maar dennenbomen en sparren groeiden. Maar het was ook de reden dat Karah en Lynn deze plek hadden uitgekozen. Het was een speciale plek vonden ze. Het leek wel of de grote eik iets magisch uitstraalde. En wanneer je er voor ging staan leek het net alsof er een reus voor je stond. De wortels begonnen ongeveer een meter boven de grond en splitsten zich in twee strengen waardoor het net benen leken. Recht achter de eik stond een grote spar met twee omlaag hangende takken die de armen van de reus voorstelden en de enorme kruin van de boom met knoesten leek net een hoofd met een enorme bos haar.  

Ze legden hun spullen neer en keken even rond. Met het hele kleine beetje licht wat er was, zag de omgeving er spookachtig uit. Het leek wel of er een blauwe gloed in het bos hing. ‘Ik vind het hier eigenlijk best een beetje eng, zo in het donker.’ Zei Lynn met een bevende stem. En precies op dat moment bulderde er een enorme donderslag door de verder stille nacht en werden ze bijna omver gegooid door een ontzettend harde windvlaag. Lynn gaf een gil en van schrik liet ze de zaklamp vallen. Hij kwam op een steen terecht en het lampje spatte uit elkaar. Karah greep haar vast en samen bleven ze een tijdje staan tot hun ogen een beetje aan het donker gewend waren. Het was weer net zo stil als daarvoor.

’Wat vreemd’ zei Karah ‘één enkele donderslag. En dan die wind. Gaat het met je?’ Lynn was een beetje van de schrik bekomen en keek om zich heen. ‘Ja, gaat wel.’ ze liep een stukje verder de open plek op. ‘

Het is hier nu wel heel anders dan overdag, vind je niet?

‘Karah zag inderdaad ook dat de dingen anders waren dan anders. Ze liep een stukje verder. Ze had een vreemd gevoel dat er iets niet klopte, en ineens besefte ze wat dat was

‘Ja, maar weet je wat ik nog vreemder vind? Dát we kunnen zien dat het anders is. Het zou pikkedonker moeten zijn.’

Ze keken tussen de bomen door naar de lucht en wat ze toen zagen was nog onwerkelijker dan de donder en de wind. Een grote vlek met blauwig licht hing boven het bos en verlichtte de open plek. Het leek wel een wolk van licht, maar het veranderde steeds van vorm, net als een olievlek op het water.   ‘Wa… wat is dat?’ vroeg Lynn angstig. ‘Ik heb geen idee,’ zei Karah ‘Weet je nog dat we laatst op school les hadden over het poollicht?’ ‘Zou dat het zijn?’ vroeg Lynn, en intussen begon ze voorzichtig  naar het midden van de open plek te lopen. ‘Wat het ook is, het zorgt er in ieder gaval wel voor dat we iets kunnen zien, nu ik de zaklamp kapot heb laten vallen. Met een beetje licht is het wat minder eng.’

Karah kwam achter haar aan, maar bleef ineens staan. ‘Die bloemen! Die waren er gisteren nog niet!’ Lynn volgde de blik van Karah en toen zag ze het ook. Midden op de open plek, rondom de eik stonden allemaal bloemen. In een volmaakte cirkel, net alsof iemand ze daar had geplant.

Kleine plantjes met mooie goudkleurige bloemen. ‘Hé’ zei Lynn ‘dat zijn sleutelbloemen. Die heeft mijn oma ook

in de tuin staan. Ze vertelde dat mensen vroeger dachten dat ze magische krachten hebben of zo.’ Karah keek haar aan ‘Ik vind het ineens niet meer zo`n goed idee om hier nu te zijn. Hadden we nu maar het kistje gewoon overdag begraven. Ik vind het best wel eng. Eerst die donderslag en wind, dan dat vreemde licht en nu weer die bloemen. Ik wil eigenlijk naar huis.’ zei Karah.

Lynn keek haar vriendin aan en zag de angst in haar ogen. Even kon ze niets zeggen of doen, maar ineens veranderde Lynn`s blik van bang naar vastberaden.

‘Kom op Karah, we worden maar één keer dertien.  We graven snel het gat, begraven het kistje en gaan dan naar huis. We zijn hier nu toch.’

Door Lynn`s vastberadenheid kreeg Karah ook weer een beetje moed. Ze pakte de schep en begon te graven, tussen de wortels vlak voor de eik.

Lynn ging op een boomstronk zitten, pakte het kistje en maakte het open. Ze keek naar alles wat er in zat. Ze had een foto van haar familie. Op de foto stonden haar vader, moeder, broertje en zijzelf voor de grote spiegel die boven de open haard hing. Ook had ze een brief om in het kistje te stoppen. In die brief had ze van alles geschreven. Met wie ze dacht dat ze zou gaan trouwen en met wie absoluut niet. Ze had er in geschreven dat ze dierenarts wil worden, de geheimen die ze had voor haar ouders en hoe ze dacht dat de wereld er over vijftig jaar uit zou zien.

Behalve de foto en de brief, had ze ook een ketting die ze van haar oma had gekregen. Aan die ketting hing een hele zware amulet. Hij was aan de ene kant versierd met een vreemd soort tekens die ze niet kende en aan de andere kant met bloemen. Ze droeg de ketting nooit, omdat ze hem te zwaar vond. Maar omdat er iets persoonlijks in het kistje moest, had ze daarvoor gekozen. Voorzichtig stopte ze de ketting in een juwelendoosje en daarna in het kistje.

‘Waar zijn jouw spullen?’ vroeg ze aan Karah. Karah stopte met graven en kwam naar haar toe. ‘Als jij nu even verder graaft, stop ik mijn spullen er in, goed?’

En terwijl Lynn verder groef, pakte Karah haar spullen uit haar rugzak. Ook zij had een foto van zichzelf met haar familie. Ze hield de twee foto`s naast elkaar en moest lachen. ‘Het is net alsof twee keer hetzelfde meisje op de foto is geweest met twee verschillende families.’ zei ze tegen Lynn.

Ze leken inderdaad ontzettend veel op elkaar. Ze hadden allebei een mooie bos met blonde krullen, groene ogen en kuiltjes in hun wangen wanneer ze lachten.

‘Soms denk ik dat wanneer we sproeten zouden tellen, dat er ook evenveel zouden zijn.’antwoordde Lynn en ze moesten erg lachen om het idee dat ze zouden proberen elkaars sproeten te tellen. Verder stopte ze ook een brief in het kistje. Ze hadden samen overlegd wat voor dingen er in de brief moesten staan. Stiekem zou ze best willen lezen met wie Lynn wilde gaan trouwen, maar ze hadden beloofd niets tegen elkaar te zeggen, dus stopte ze haar eigen brief bij die van Lynn, zonder hem te lezen.

Als laatste stopte Karah een oud boek in het kistje. Haar oma had haar verteld dat het een oud familiestuk was. Om het boek zat een leren band die afgesloten kon worden met een slot. Op de kaft waren met goudkleurige inkt versieringen aangebracht. 

Ze vond er eigenlijk niet veel aan want ze kon de vreemde taal waarin het geschreven was niet lezen. Maar het was iets persoonlijks, dus dacht ze dat het wel goed zou zijn.

‘Volgens mij is het gat groot genoeg .’ Riep Lynn.

 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.