Ik wilde het zo graag.

Door Getupearly gepubliceerd op Saturday 11 January 22:49

Dit zei het meisje terwijl ze hem aankeek. Zijn ogen ontweken de hare. 

"Ik wilde het zo graag..." 

Hij schudde zijn hoofd, "begin nu niet weer."

"Ik weet het."  zuchtte het meisje.

Ze keken beide naar de menukaarten die voor hen op tafel lagen. 

"Het is wel duur hier." klaagde hij. 

Het meisje keek op, "maar de glaasjes zijn wel leuk hier he?"

Hij antwoordde niet. 

 

Het meisje sloeg haar ogen weer neer. Ze was uitgeput. Het was zwemmen tegen de stroom in.

"We kunnen het toch proberen?" fluisterde ze nog, de gerechten op de kaart kon ze niet zien, alles was wazig. 

 

"Hou nou op. Anders gaan we weg hier." 

Het meisje keek op naar de man die tegenover haar zat. Ze had al meer dan drie jaar met hem. Maar hij leek een vreemde. En dat realiseerde ze zich nu pas. Hij wilde nooit een bekende worden. Waarom pas zo laat? Waarom heeft ze zo lang haar kop in zand gestoken? Zou ze ooit volwassene worden? Zou ze sterk worden? Misschien was dit haar moment?

De ober kwam, "wat zal het zijn?" het was een jonge jongen, hij zag er vriendelijk uit, hij had blonde haren en een klein wipneusje. Ze had zin om bij hem uit te gaan huilen, "jij bent vast lief tegen je vriendinnetje, en kijk nu, hierzo zit een rotzak." Maar ze hield zich in. De jongen zou waarschijnlijk niet weten wat hij met de situatie aan zou moeten. Het zou ongemakkelijk worden. Maar ze had er wel zin in. 

"Voor mij de schnitzel met frietjes, en coco's bier" bestelde de man tegenover haar.

Hij had een vreemde smaak. 

Het meisje keek naar de kaart, "voor mij hetzelfde." zei ze.

De ober keek haar verbaasd aan, de man tegenover haar zuchtte en kuchtte vlug. 

 

De ober verdween snel uit zicht. 
"Het zal er ooit van moeten komen..." fluisterde het meisje. Ze wist niet waar ze de moed vandaan haalde. De brutaliteit!

"Ik ben er niet aan toe" Hij sloeg zijn handen voor zijn gezicht. Hij was uitgeput. Uitgeput om dat gezeur nog eens aan te horen. Het gezeur van het meisje.

Ze trok zenuwachtig aan een haarpluk. Ze knipperde vlug met haar ogen, die stomme tranen die opkwamen.

"Waarom zitten we hier dan nu?" vroeg ze hem.

"Om te genieten, godsamme, je weet best dat ik niet over Helene heen ben. Ik kan niet meer opnieuw beginnen. De gevoelens voor haar knellen. Ze heeft me zoveel pijn gedaan. Zij..." 

Hij hield zijn adem in. "Ik ben met jou samen omdat je lief bent, je bent mijn engel. Je weet de pijn te verzachten."

"Maar dan kunnen we toch ook een relatie bij beginnen?" 

"Zo wil ik het niet noemen." Zijn gezicht was vol afkeuring. 

Het meisje opende haar mond, ze sloot hem weer. Ze wilde weer wat zeggen. De ober kwam tussenbeide hij zette twee coco's bier neer en een mandje brood. Ze wachtte geduldig toen de ober de tafel weer verliet en fluisterde weer voorzichtig. 

"Maar na drie jaar?" 

"Waarom moeten we het een naam gaan geven wat wij hebben? Waarom wil je zo graag stempels op iets drukken?" Hij leek zijn geduld te verliezen. 

Hij schudde zijn hoofd. "Het valt me tegen van je, ik dacht dat je mijn gevoelens begreep." 

"Maar...." 

"Nee, luister goed naar me. Ik kan op dit moment niet meer denken aan een relatie. Relaties zijn er om stuk te gaan. Mijn hart is gebroken, vernietigd door Helene met wie ik een relatie was aangegaan. Ik wilde mijn dromen met haar gaan verwezenlijken, ik wilde met haar groeien, ik wilde met haar de wereld in gaan. Ik wilde alles met haar doen. En dat... Nooit weer. Een relatie, zo wil ik onze band niet noemen." 

"Maar wat hebben we dan?" Het meisje was wanhopig. Ze wilde het wel echt met hem. Ze wilde het proberen. Ze wilde zo graag iets opbouwen en niet verder modderen in de drie jaar die ze al hadden... Wat was dat nu? Als dat geen relatie mocht worden?

"Wat wil je dat ik je zeg? Géén relatie." 

Zo duidelijk, de twee woorden die een antwoord gaven op haar vraag: "wat hebben we dan?" - "géén relatie." Hard en zo helder. Bam. 

Het meisje staarde hem aan, hij nam een grote slok van het bier. Hij keek opzij, naar rechts, daar zat een mooie vrouw in haar eentje aan een tafel. 

"In dat geval. Het is een beetje laat." Ze knipperde weer met haar ogen. "Ik denk dat het dan moeilijk gaat worden. Ik wilde zo graag een relatie met je." 

Hij keek verbaasd naar haar. Hij kon zijn oren niet geloven. "Wat zei je?" 

"Ik denk dat het dan moeilijk gaat worden. Ik wilde wel een relatie met jou. Maar jij wil het niet." 

"Ik wil het niet zo noemen!" zei hij met ingehouden ergernis. 

"Ik wilde het wel zo noemen" zei het meisje, ze durfde hem niet meer aan te kijken. 

"En je zou eens moeten weten... Je bent echt niet zoveel beter dan ik." mompelde ze teleurgesteld.

"Hoe bedoel je? Ik wil gewoon geen relatie hebben." bitste hij terug. 

"En Helene is ook niet beter." het meisje schudde haar hoofd. 

"Helene is een universiteir professor in de scheikunde, hou asjeblieft op!" hij wilde haar weer de stilte opleggen. De eeuwige stilte en brave meegaandheid van het meisje moest terugkeren.

"Ik ben ook slim." zei het meisje.

"Ik heb nooit het tegendeel beweert."

"Daarom zal ik nu opstaan." 

"Wat doe je? Blijf zitten." 

"Ik denk dat ik slim ben als ik nu ga opstaan. Denk je ook niet?"

"Ga zitten, doe me dit niet aan. Ik vertrouwde je. Waarom deze timing?" Zijn ogen schoten wanhopig van links naar rechts. De vrouw aan de tafel rechts, ze keek verbaasd terug. 

Hij wenkte het meisje "als je zo graag een relatie wil, dan nemen we hem wel." 

"We hebben het er nog wel weer eens over. Voor nu, heb een heerlijke avond. Met twee schnitzels nog wel!" Ze gaf hem een overdreven knipoog. Ze voelde haar bloed stromen door haar lichaam.  Alles stroomde door haar lichaam. God, wat was ze opgewonden. Zou ze hier spijt van krijgen? Nu voelde het in elk geval verdomd goed. Ze pakte het glas bier, zou ze het in zijn gezicht gooien? De valse hoop van de drie jaar? Maar nee, het was niet zijn fout. Het was de hare. De drie jaar dommigheid van haar met een man die haar enkel zag als een lieve engel. En hij was nog wel de liefde in haar leven?

Ze knikte en nam vlug een slok van het bier. Meerdere mensen in het restaurant keken nu naar haar, vol spanning en verwachting. Er ging wat gebeuren? Maar nee, ze zou ze teleurstellen. Ze zou nu enkel maar weglopen. 

"Doei.. Dan maar." zei ze wat ongemakkelijk. Toen draaide ze zich om en liep weg van de tafel van de nare, koude man met het eeuwig gebroken hart. 

Ze botste bij het naar buiten gaan tegen de blonde ober op. Hij liet het dienblad bijna uit zijn handen vallen en had een rode kleur gekregen.

"Sorry, het spijt me vreselijk" ze voelde de tranen weer opwellen. Ze veegde de haren uit haar gezicht. 

"Het geeft niets, het zijn jullie schnitzels maar." Hij knipoogde naar haar. De verbazing op haar gezicht deed zijn glimlach snel verslappen. "Wilde u naar de toilet?" 

"Nee, dat wil ik niet. Ik ben mijn jas vergeten" mompelde het meisje. Ze beet op haar onderlip.

"Wat? Gaat u weg?" De jongen wist zich geen raad meer. 

"Mijn jas ligt nog bij hem." fluisterde het meisje wanhopig. 

"Gaat u weg?" herhaalde de ober maar zijn vraag, hij nam haar gezicht onderzoekend op. Haar mooie ogen waren neergeslagen, toen ze hem aankeken maakte ze hem duizelig. Ze had prachtige ogen. Zulke lieve twinkelende ogen. Het was hem al opgevallen toen hij haar bediende, die man leek hem niet zo aardig. Die zat nors en arrogant achterover en had hem geen blik waardig gekeurd, terwijl dit meisje iets bijzonders had. 

"Zal ik uw jas halen?" vroeg hij toen maar. 

Ze knikte snel "ja, als dat zou kunnen." 

 "Dat doe ik wel even. Ga niet weg." hij klonk smekend, hij wilde niet dat ze de kou in zou verdwijnen. Hij liep de restaurant ruimte in en zag de norse man onrustig op zijn stoel schuiven en hij had zelf al de twee jassen in zijn handen. "Meneer, zou ik u mogen vragen om de damesjas aan mij te overhandigen?"

"Het spijt me, maar we hebben ons bedacht en zullen hier niet gaan eten, er is een ongeval gebeurt" antwoordde de man. 

"Een ongeval?" Zou het waar zijn? Maar waarom haalde ze dan haar eigen jas niet op? Nee, hij voelde dat het niet goed zat. "Meneer, mag ik de damesjas van u?" 

"Wat bedoel je?" De man keek hem verbaasd aan. 

"De damesjas." 

"Waar is ze?" Zei de man.

De jongen keek naar de rode jas in de handen van de man. Dat was haar jas. Hij moest hem krijgen. "Mag ik de jas van U?"

De man gooide de rode jas in de handen, "hier, je krijgt hem, maar denk maar niet dat ik de rekening betaal." Met deze woorden gezegd haastte de man zich weg. De jongen bleef glimlachend staan met de jas, hij had de jas gekregen. Dit ging behoorlijk makkelijk. De jas rook lekker. 

Hij draaide zich om met de jas, en baande zich een weg naar de uitgang. Ze was er niet meer. Zijn teleurstelling groeide en de wanhoop die hij voelde was intens. Alles draaide. Waar was ze? Was ze meegegaan met die vent? Zonder jas?

"Psst!" Hij draaide zich om en zag haar met grote bange ogen vanachter het gordijn van het restaurant verschijnen. Hij glimlachte weer. "Ik wil hem liever niet meer zien." fluisterde ze.

De ober knikte vol begrip

"Hier is je jas"

Hij stak de rode jas naar haar uit. Ze wilde hem aanpakken, maar hij trok de jas terug. "Ik zou toch ook graag je naam ervoor terug willen hebben." 

Ze glimlachtte, "mijn naam is Lillith." 

Ze pakte haar rode jas en trok hem vlug aan, "bedankt voor alles.. ehh.." 

"Wouter" antwoordde hij vlug. 

Ze glimlachtte ongemakkelijk, "bedankt voor alles Wouter." 

"Sterkte Lillith" fluisterde hij. En hij hoopte dat hij ook lef had om haar telefoonnummer te vragen. Maar goed, ze moest nu deze relatie verwerken. Het was niet zo de juiste timing waarschijnlijk. 

Hij glimlachte nogmaals naar haar, en liet haar verdwijnen uit het restaurant om nooit meer terug te keren. Sommige momenten. Pijnlijk maar zo is het nou eenmaal. 

Het meisje dat in een sterke vrouw veranderde in één avond, waar hij in een klap verliefd op was geworden. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dank je! :)
Mooi en spannend...