De Bijbel: God's Woord of goddelijk geïnspireerd?

Door Deze73 gepubliceerd op Saturday 04 January 03:01
 

Om de geloofsleer van het Christendom te bespreken, dienen we eerst te kijken naar het gezaghebbende boek voor de christenen, om te kunnen bepalen hoe serieus we bepaalde zaken moeten nemen. Als eerste dienen we ons af te vragen: is de Bijbel God's woord, of een verzameling van verhalen, brieven en meningen van mensen?

Als we naar het Nieuwe Testament kijken, vinden we vele bewijzen dat deze teksten niet de woorden van God zijn. Ik zal maar meteen met de teksten komen die laten zien, dat we het Nieuwe Testament niet kunnen zien als het woord van God.

Lucas 1:1-3: “…Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd diegenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn, ben ook ik tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen…”

Dit zijn de woorden van Lucas, of wie ze ook geschreven heeft, en niet van God! Lucas, de schrijver van één van de vier evangeliën, heeft zelf alles opgeschreven nadat hij de informatie had onderzocht. Hij was dus niet eens overal zelf bij!? Dat blijkt ook uit de afwijkende informatie die men kan vinden in de vier evangeliën.

Brieven van Paulus vormen maar liefst 38% van het Nieuwe Testament, dit blijkt uit o.a. Handelingen 1:1: “…Mijn eerste boek heb ik gemaakt, Teofilus, over al wat Jezus begonnen is te doen en te leren…”

1 Korintiërs 5:9+11: “…Ik schreef u reeds in mijn brief… Nu evenwel schrijf ik u…”

1 Korintiërs 7:12: “…Maar tot de overigen zeg ik, niet de Here…”

1 Korintiërs7:25: “…Voor de jongedochters heb ik geen bevel van de Here. Maar ik geef mijn mening…”

2 Korintiërs 8:10: “…En ik geef op dit punt mijn mening…”

2 Korintiërs 10:10: “…Want zijn brieven, zegt men, zijn wel gewichtig en krachtig…”

Galaten 5:2+16: “…Zie, ik, Paulus, zeg u… Dit bedoel ik…”

Galaten 6:11: “…Ziet, met hoe grote letters ik u eigenhandig schrijf…”

2 Johannes vers 12: “…Ik heb u veel te schrijven, doch ik wilde dit niet doen met papier en inkt, maar ik hoop tot u te komen en van mond tot mond te spreken…”

Johannes 21:25: “…naar ik meen…” (Menen is denken, dus je weet het niet zeker!)

Na de brieven van Paulus (38% van het Nieuwe Testament), volgen er nog meer brieven van Jakobus, Petrus, Johannes en Judas: deze brieven vormen samen 16% van het Nieuwe Testament. Dit betekent dat 54% van het Nieuwe Testament bestaat uit brieven met woorden van mensen.

In het Oude Testament komen we o.a. het volgende tegen: Prediker 1:1 : “…De woorden van Prediker, de zoon van David, koning te Jeruzalem…” Echter, in het Oude Testament zijn zelfs vele schrijvers onbekend!

Nu zal een christen ter verdediging zeggen dat deze brieven, verhalen en woorden van mensen, goddelijk geïnspireerd zijn, dus betrouwbaar en waarheid. Zij kunnen zelfs een tekst uit de Bijbel aanhalen die dit in hun ogen bewijst. In 2 Petrus 1:20-21 staat namelijk: “…Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken…” We zullen dadelijk aantonen dat dit niet juist is.

In de Islaam hebben we ook overleveringen die door mensen overgeleverd zijn, h'adieth (mv: ah'adieth) genaamd. Deze staan echter niet in de Qor-aan, maar zijn een aparte verzameling van informatie. Niet alle ah'adieth beschouwen we als betrouwbaar en worden dus niet allemaal geaccepteerd. Sommige ah'adieth zijn Sah'ieh', wat betrouwbaar of authentiek betekent. Weer andere ah'adieth zijn Da'ief, wat zwak betekent. Er is ook nog een andere categorie h'adieth, namelijk de Mawdoe', wat aanduidt dat de h'adieth verzonnen is. Er zijn nog verschillende gradaties tussen deze drie genoemde categorieën. Maar één ding hebben ze allemaal gemeen, het zijn géén woorden van Allah. Het zijn woorden van de profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) of van mensen die getuigen waren van bepaalde gebeurtenissen of zij hebben de profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) dingen horen zeggen of zien doen. En van iedereen die iets heeft overgeleverd is bekend of die persoon een betrouwbaar persoon was, of dat hij zich vaak vergiste of leugens vertelde etc. Door deze gegevens, wat een wetenschap op zich is, kunnen we bepalen of informatie betrouwbaar is of niet.

De moslims waren in staat om deze twee bronnen zeer nauwkeurig gescheiden te houden: de Qor-aan als het Woord van God, en de ah'adieth als goddelijk geïnspireerde uitleg van en aanvulling op de Qor-aan door de profeet Moh'ammed (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem).

De basis van het huidige Christendom (niet de geloofsleer die Jezus (vrede zij met hem) predikte, want dat was de Islaam: overgave aan God; “…Onderwerpt u aan God, maar biedt weerstand aan de duivel…” [Jacobus 4:7]) wordt gevormd door de vier Evangeliën in het Nieuwe Testament. Echter, zelfs christelijke geleerden geven toe dat niemand weet wie deze evangeliën heeft geschreven, niemand weet wanneer ze zijn geschreven; zelfs met de grootste inspanning konden christelijke geleerden deze twee eenvoudige vragen niet beantwoorden: Wie heeft de evangeliën geschreven? Wanneer werden ze geschreven? Het enige wat de geleerden kunnen doen is bij benadering een periode aangeven en zeggen: we kunnen tot zover het spoor ervan volgen. Daarvóór… Wie schreef ze? De gelovigen zeggen eenvoudig: Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Maar geleerden wijzen erop dat deze evangeliën zelf aangeven dat ze werden geschreven ‘naar' Mattheüs, ‘naar' Marcus, ‘naar' Lucas en ‘naar' Johannes. De bronnen zijn dus van onbekende afkomst en de vele frappante verschillen (het Synoptisch vraagstuk) tonen aan dat het ook onbetrouwbare bronnen zijn.

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.