Het Kind van Maria

Door Jan Cornelis gepubliceerd op Sunday 22 December 18:18

     Het woord teknon betekent vooral een kind 'als een product van ouders'. Echtparen hebben wel of niet kinderen voortgebracht. (Zie bijvoorbeeld Matteüs 10:21; 21:28; Handelingen 7:5.) In die betekenis blijft ook een volwassene het 'kind' van zijn ouders. Dit woord, dat dus allereerst verwantschap aanduidt, wordt ook gebruikt om de gelovigen in hun 'geestelijke verwantschap met God' aan te duiden als kinderen van God. (Zie Johannes 1:12; Romeinen 8:16; 1 Johannes 3:1, 2, 10.) Het woord teknon wordt in de Schriften niet gebruikt voor de Heer Jezus in zijn betrekking tot God. Nergens wordt Hij 'Kind van God' genoemd. Alleen Maria, zijn moeder die Hem gebaard had, kon Hem met recht als 'Kind' aanspreken: "En zijn moeder zei tot Hem: Kind, waarom heb je ons dit aangedaan? Zie, je vader en ik hebben Je met smart gezocht". (Lucas 2:48.) In haar gewone taalgebruik als moeder in het gezin heeft ze, heel begrijpelijk, ook Jozef in deze verwantschap betrokken. Jozef was echter niet degene die Hem verwekt had; dat was de Heilige Geest geweest. (Matteüs 1:20; Lucas 1:35.) Strikt genomen had dus alleen Maria het recht Jezus haar Kind te noemen. Hoewel Jezus door de Heilige Geest is verwekt en Hij God zijn eigen Vader noemde (Johannes 5:18) wordt Hij zoals gezegd toch nooit het Kind van God genoemd. Het woord teknon suggereerd kennelijk te zeer een oorsprong of een begin, terwijl de Heer Jezus reeds van eeuwigheid af als de Zoon bij de Vader was, voordat de wereld er was en dus ook voordat Hij Mens werd. (Zie Johannes 17:5; 1:1, 14.)

     Het woordt hujos betekent 'zoon'. wij zouden zeggen: een mannelijk kind. Al bij de aankondiging aan Maria wordt de Heer Jezus 'Gods Zoon' genoemd (Lucas 1:35) en zo wordt Hij op zeer veel plaatsen aangeduid. Johannes duidt Hem kortweg aan als 'de Zoon van de Vader. (2 Johannes 3.) Zoonschap in de schrift impliceert méér dan verwantschap. Twee belangrijke dingen die niet met het kindschap, maar wél met het zoonschap - ook met het zoonschap van de Heer Jezus Christus - zijn verbonden zijn: Erfgenaamschap (zie Marcus 12:6-7; Galaten 4:7) en zelfstandigheid / mondigheid / gelijkheid in rang. (Zie Johannes 5:18; 10:33; Galaten 4:6-7; Hebreeën 5:8.) Als de Zoon staat de Heer Jezus van eeuwigheid af in deze bijzondere betrekking tot de Vader. (Johannes 1:1, 18; 17:5, 24; 1 Johannes 1:2-3.)

     In Jucas 2:12, 16 ligt de Heer als kindje, als baby dus, in de kribbe. Het is goed erbij stil te staan dat God op deze manier zijn Zoon zond, geboren uit een vrouw. (Galaten 4:4.) Hier past slechts bewondering - en dat niet alleen met de kerstdagen - voor het ondoorgrondelijke mysterie van de geboorte van Gods Zoon. Uiterlijk was Jezus  een gewoon kind, zoals er zovelen geboren zijn en nog geboren zullen worden. Toch was deze bady anders. Hij was de unieke, geliefde Zoon van de unieke, liefhebbende Vader. Hij was God en Mens in één persoon. Het zal voor de Vader een buitengewoon moment zijn geweest zijn Zoon te zien liggen in een voerbak, hulpeloos, verzorgd door mensen die uiteindelijk zelf de dienst van deze Zoon zo nodig hadden. Laten wij ons aansluiten bij de herders die terugkeerden terwijl zij God verheerlijkten en prezen om alles wat zij gezien en gehoord hadden, zoals tot hen gesproken was. (Lucas 2:20.) (Oude Sporen) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.