De nieuwe kleren van de keizer, maar dan anders

Door Solililizzy gepubliceerd op Monday 16 September 19:48

Er was eens een keizer die zo vreselijk veel om zijn uiterlijk gaf dat hij heel veel van zijn geld uitgaf aan nieuwe kleren. Elke paar uur had hij iets nieuws aan dat speciaal voor hem gemaakt was. Dit was natuurlijk ontzettend duur en soms moest het volk honger lijden omdat de keizer te veel geld had uitgegeven aan nieuwe kleren. Maar daar maakte de keizer zich niet druk om, ook om zijn dienaren en zijn soldaten gaf hij weinig. Naar het theater gaan of rondrijden in een feeststoet met mooie, nieuwe kleren, dat vond de keizer leuk. In andere rijken was het antwoord op de vraag “Waar is de keizer?” meestal “Die is aan het vergaderen over het land.”, maar niet in dit rijk. Hier zei men meestal: “De keizer? Oh, die zal wel weer in de keizerlijke kleedkamer zijn.”. De Keizer was ook erg kieskeurig, als hij een kledingstuk niet mooi en bijzonder genoeg vond dan wilde hij het niet. Op die manier had hij heel veel kleermakers in het rijk beledigd, en op een dag kwamen twee van het naar het paleis om wraak te nemen. Toen ze zeiden dat ze kleermakers waren, werden ze meteen door de keizer ontvangen.

Terwijl ze voor de keizer stonden begonnen ze te vertellen  over de prachtige, dure stoffen die zij op de mooiste en beste manier aan elkaar konden naaien tot prachtige kleren. Maar er was nog iets anders. De kleermakers vertelde over een speciale stof, met een heel wonderbaarlijke eigenschap. De stof was namelijk onzichtbaar voor iedereen die niet voor zijn werk geschikt was en voor iemand die héél erg dom was. Dat was wel heel handig, bedacht de keizer. Op die manier kon hij eens even controleren of zijn dienaren dom of ongeschikt voor hun werk waren. En natuurlijk zou hij mooi kunnen pronken met zijn bijzondere kleren. Hij zei tegen de kleermakers dat hij wilde dat ze van die speciale stof een prachtig kostuum voor hem naaiden. Hij gaf ze een hele hoop geld en beloofde dat als ze de kleren snel af zouden hebben ze nog veel meer zouden krijgen. De twee kleermakers kregen een speciale kamer in het paleis toegewezen en begonnen daar hun materialen klaar te leggen. Maar die bijzondere stof waar de keizer zo van onder de indruk was bestond helemaal niet. De kleermakers waren van plan om de keizer zoveel mogelijk geld afhandig te maken en daarna naar een ander rijk te vertrekken. Ondertussen deden ze alsof ze hard aan het werk waren en ze vroegen om het duurste gouddraad om de stof vast te naaien.

De volgende dag wilde de keizer wel eens weten hoe de werkzaamheden ervoor stonden. Eigenlijk wilde hij zelf gaan kijken, maar hij was een beetje bang. Stel je voor dat hij de stof niet zou kunnen zien! Nee, hij stuurde liever iemand anders. Hij besloot zijn oude, eerlijke minister te sturen, want hij wist zeker dat die geschikt was voor zijn baan en dom was hij al helemaal niet. Zo ging de oude minister naar de ruimte waar de kleermakers de kleren maakten. Toen hij binnenkwam zag hij dat ze druk in de weer waren met de naaimachines, maar hij zag helemaal geen stof! Een naar gevoel bekroop de minister. De kleermakers vroegen de minister dichterbij te komen en deden alsof ze hem de stof lieten zien. Een van hen zei: “Ziet U de prachtige kleuren, en de mooie patronen?”. En terwijl de minister verbijsterd naar het niets staarde kon de andere kleermaker zijn lach bijna niet inhouden. Hoe de minister ook knipperde en in zijn ogen wreef, hij zag niets. Ben ik dan dom? Of ongeschikt voor mijn baan? Oh hemel, ik kan toch niet zeggen dat ik de stof niet kan zien! “Inderdaad schitterend!”, zei de minister toen, “Ik zal tegen de keizer zeggen dat het mij bijzonder goed bevalt!”. De kleermakers zeiden dat hen dat veel plezier deed, en legden nog meer uit over de kleuren en het patroon van de stof. De minister lette goed op zodat hij hetzelfde tegen de keizer kon zeggen en ging verslag uitbrengen. Terwijl ze de minister uitlachten om zoveel domheid deden de kleermakers weer of ze de hele nacht hard werkten.

De volgende dag stuurde de keizer een van zijn belangrijkste raadgevers om de werkzaamheden te bekijken. De kleermakers voerden bij hem precies dezelfde act op als bij de minister. En ook de raadgever zag, uiteraard, helemaal niets toen hem “de stof” werd voorgehouden. Maar ook hij wilde niet dat men wist dat hij blijkbaar heel dom was, of ongeschikt voor zijn baan. En daarom vertelde hij, net als de minister, vol enthousiasme over die mooie kleren die de kleermakers voor de keizer aan het maken waren. De volgende dag besloot de keizer dat hij nu zelf wel eens een kijkje wilde nemen. Met al zijn belangrijke ministers en raadgevers liep hij de kamer in waar de kleermakers hem begroetten. Ze vertelden de keizer dat de kleren af waren, en dat ze heel erg mooi waren geworden. “Fantastisch!” zei de keizer, “Waar zijn ze?”. “Maar ze liggen hier vlak voor U op tafel hoogheid!” zeiden de kleermakers. De keizer staarde naar de plek die aangewezen werd, maar zag niets. De minister en raadsheer waren teleurgesteld. Ze hadden sinds ze de stof gezien hadden beiden heel hard gestudeerd opdat ze slimmer zouden worden, en heel hard gewerkt zodat ze zeker geschikt zouden zijn voor hun baan. Maar weer zagen ze niets, en om dat te verdoezelen riepen ze luid: “Zei ik het niet, het is werkelijk prachtig! Kijk toch eens naar de kleuren, en die patronen, wonderbaarlijk mooi!” En de andere ministers en raadgevers, die ook niet wilden laten merken dat ze niets zagen, riepen om het hardst dat het werkelijk prachtig was.

De keizer staarde nog steeds naar de lege tafel en dacht: Dit is verschrikkelijk. Ik ben heel erg dom, of ongeschikt als keizer. Of misschien wel allebei! Dit is het vreselijkste wat me ooit is overkomen! Ik mag niet laten merken dat ik de kleren niet kan zien. De ministers, raadgevers en het volk mogen dit niet weten! En dus zei de koning: ”Het is inderdaad prachtig. Het heeft mijn allerhoogste instemming, ik zal ze morgen aandoen bij de grote feestoptocht door het land.” De kleermakers begonnen uit te leggen over hun werkwijze, en de patronen, en het ontwerp. En alle aanwezigen knikte, en mompelde begrijpend. Die dag kregen de kleermakers van de keizer een speciale onderscheiding en een hele hoop geld. De volgende ochtend vroeg kwamen ze naar de kleedkamer van de keizer om hem te helpen met het aantrekken van de nieuwe kleren. Ze vertelden hem dat de stof heel licht was en dat de keizer waarschijnlijk nauwelijks zou voelen dat hij kleren aan had. Toen vroegen ze de keizer zich helemaal uit te kleden. Zelfs zijn ondergoed moest uit omdat je anders de randjes ervan door de stof heen zag, zo zeiden de kleermakers. En daar stond de keizer voor de spiegel, poedelnaakt. Hij had gehoopt dat er de vorige dag iets mis was geweest met zijn ogen, maar in de spiegel zag hij niets anders dan zijn eigen vleeskleurige lichaam. De kleermakers konden hun lol niet op, en ze bleven de keizer maar complimentjes geven over hoe goed de kleren hem stonden.

En zo stond de keizer bovenop de keizerlijke wagen te zwaaien naar het volk. Er waren heel veel mensen, want iedereen had het verhaal over de bijzondere stof gehoord. Ze waren heel benieuwd hoe het eruit zag en vroegen zich af wie de nieuwe kleren van de keizer niet zouden kunnen zien. Toen ze de keizer daar zo zagen, helemaal naakt, begonnen ze eerst te twijfelen aan zichzelf. Maar toen ze om zich heen keken en zagen dat iedereen een beetje vertwijfeld keek begon bij de meeste al iets te dagen. Langzaam steeg een geroezemoes op uit de menigte, en pas aan het einde van de optocht klonk een luide kreet vanuit de menigte: “HAHA, HIJ IS BLOOT! DE KEIZER IS HARTSTIKKE BLOOT!” het geschreeuw was afkomstig van een jongeman die bij zijn geboorte geestelijk niet helemaal gezond was gebleken. Nu durfde ook de rest van de menigte zich te laten gaan, en ze lachten de keizer met z'n allen hard uit. Woedend beviel de keizer aan de minister en de raadgever die hem voorgelogen hadden om hem hun broek en jas te geven. En toen de keizer naar de ruimte liep waar de kleermakers hem zo bedot hadden om hen te arresteren, bleek de ruimte helemaal leeg te zijn. Op het tafelblad lag alleen nog een kort briefje waarop stond:

 

Beste keizer,

 

Ooit heeft U onze kledingstukken afgewezen, en wij wilden U een lesje leren. Wij hopen dat U nu beseft dat U blij moet zijn met alles wat U heeft en dat U beter voor uw volk zal gaan zorgen. Wij hopen dat U uw ministers en raadgevers zal leren om vertrouwen te hebben in hun eigen verstand, en dat U de minderbedeelde groepen van uw bevolking meer zal waarderen.

 

Terwijl U dit leest zijn wij allang naar een ander rijk vertrekken, maar wij hopen dat U als een betere keizer over dit prachtige rijk zal heersen.

 

Veel geluk toegewenst,

 

Uw keizerlijke kleermakers

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Leuk verhaaltje. Met stijl geschreven!