Voelbare verwantschap - een reis naar orang-oetans op Sumatra

Door Gildor Inglorious gepubliceerd op Wednesday 14 August 12:30

Een reis naar het orang-oetan opvangcentrum op Sumatra. Een tocht door de jungle en dan oog in oog met een van onze naaste verwanten, in het wild. Een blik in hun ziel. Zolang het nog kan.


 
Voelbare verwantschap
 


In 1996 was ik voor het eerst in Indonesië, het land waar mijn moeder is geboren. Ik had er al jaren van gedroomd. Eigenlijk hoopte ik dat we met de hele familie zouden gaan. Maar het kwam er niet van. Tot dit jaar. Een vriendin had er zes maanden onderzoek gedaan, ik hielp haar met haar onderzoekverslag en zij vertelde dat ze heimwee had. Ze keek me dan aan met grote felblauwe ogen en ik probeerde me voor te stellen hoe ze daar had geleefd en wat ze achter had gelaten. Ze vertelde me veel en ik kende uiteraard haar verslag van haver tot gort. Maar tussen persoonlijke verhalen en een sociaal-geografisch onderzoeksrapport zat een grote, voor mij onbekende wereld. Haar vader vond het niet zo’n goed idee als ze in haar eentje terug zou gaan. Nou…daar wist ik wel een oplossing voor. En voor mij had het ook zijn voordelen. Niet alleen bijzonder leuk gezelschap, maar ook een goede gids en uitstekende tolk. Ik heb dan wel Indisch bloed door de aderen stromen, maar de taal sprak ik niet. Los van wat scheldwoorden en culinaire termen dan.

Ik kwam aan op het vliegveld van Ujung Pandang, het oude Makassar, de derde stad van Indonesië op het eiland Sulawesi of Celebes, voor de kolonialen onder ons. We namen een busje naar het dorpje Malino, waar mijn vriendin haar onderzoek had verricht. We zijn daar een week gebleven. In die week maakte ik kennis met de mensen en hun cultuur, hun taal en hun leefomgeving. Het was heel anders dan ik had gedacht. Overweldigend anders.
Wat wist ik nou van Indonesië? Verhalen uit de oorlog en de bersiap-tijd. De stille kracht van Couperus. Orpheus in de dessa. Mijn oudoom, die een spoorlijn in Birma ‘mocht’ aanleggen. Verhalen over die mooie tempo dulu, op familiefeesten gehoord van diverse oude tantes. In en in sentimenteel en vol heimwee en mysterie. Ja, ik zou het voelen, mijn roots, als ik er eenmaal was. Dat verzekerden ze me allemaal. En dan werd er krontjong-muziek gespeeld door een bandje van sentimentele Ambonezen. Maar ik wist zeker dat een rationele westerling als ik geen last zou krijgen van vals sentiment. En het voelen van mijn roots? Welke roots? Ik was toch voor 7/8 een Nederlander, een orang Belanda?

En daar zat ik dan, achter op een motor, terwijl de tranen over mijn wangen stroomden. Ik werd volledig overweldigd door de schoonheid van dit land, de uitbundige natuur, de geuren, de geluiden. Het voelde als thuiskomen, na een jarenlange reis. Als een soort Odysseus. Het was alsof alles me toeschreeuwde dat ik hier thuishoorde, terwijl ik wist dat dit niet kon. Ja, ik voelde inderdaad mijn roots, maar ik voelde me met name ontworteld. Mijn emotionele kant, die ik jarenlang had onderdrukt, barstte open als een vulkaan en nam bezit van me. Ik voelde een diepe verwantschap met het land maar wist niet meer wie ik zelf was. Een groot deel van mijn vakantie leefde ik in een vreemde roes.
De laatste twee weken brachten wij door op het eiland Sumatra. Via Padang, Bukittinggi en het Toba-meer zouden we naar Medan gaan, om van daaruit terug te vliegen naar Nederland. Maar voor Medan zouden wij een bezoek brengen aan Park Nasional Gunung Leuser, bij het dorpje Bukit Lawang. In dit nationaal park worden orang-oetans, gered uit gevangenschap, geleerd om zich in het wild te handhaven. En daar wachtte me een tweede openbaring.

Die ochtend voelde ik me uitstekend. Ik was in mijn eentje wat winkeltjes gaan bezoeken en merkte ineens dat ik nog nauwelijks Engels sprak, maar ‘gewoon’ Indonesisch, zij het met handen- en voetenwerk. Ik had me rot gelachen om de drie Engelse meisjes naast ons huisje. Ik zat op de veranda wat passievruchten te eten en ik hoorde dat zij vonden dat ik dit wel heel erotisch deed. Tja, het sappige vruchtvlees heb ik er inderdaad gewoon uitgelikt. Ik keek ze aan met een blik die ze in Indonesië ‘nakal’ (=stout) zouden noemen. Het schaamrood steeg ze tot ver boven de oren…

’s Middags liepen we door het oerwoud. Onze gids sprak Engels, maar wij tweeën kregen extra tekst en uitleg in het Indonesisch. Ik herinner me een orang-oetan vrouwtje met kind, hoog in een boom, die ons probeerde te verjagen met uitzinnige en bizarre keelklanken. En plotseling hoorde ik zware flapgeluiden. Alsof vliegers vleugels nadeden. Drie grote en uiterst zeldzame neushoornvogels vlogen boven ons hoofd. Volgens de gids was dit een uniek moment. En ineens moesten we vluchten. In dit deel van het oerwoud leefde namelijk een zekere Mina, een orang-oetan vrouwtje dat een bloedhekel aan mensen had. Een week eerder had ze een Engelse toerist in zijn borst gebeten. Ik wist hoe sterk zo’n aap kon zijn en hoe groot haar tanden, dus toen zij omlaag kwam, renden wij zo hard we konden. Wat niet al te snel is, in een dichtbegroeid bos met een ondergrond van gladde modder en rottende bladeren. Toch lukte het.
Even later kwam een ander vrouwtje omlaag. Ze ging op ooghoogte hangen en keek ons recht aan. Met haar hand raakte zij de onze aan, haar harde kalkachtige nagels gleden teder over onze huid. De blik in haar ogen was van een diepe rust en vrede, ze zoog mijn blik naar binnen. En ik voelde een diepe verwantschap met een ander wezen. Een wezen dat mijn taal niet sprak, een wezen dat mijn soort niet was. En natuurlijk heb ik in dierentuinen vaker orang-oetans gezien, maar dit was anders. Ik keek in haar ziel en voelde de miljoenen jaren evolutie tussen ons vervagen. Een blik van herkenning. Een soort thuiskomen.

Ik heb Biologie gestudeerd. Ik weet dat tussen mens en chimpansee ongeveer 99% van het DNA identiek is. Meer dan tussen een paard en een ezel. De orang-oetan staat iets verder van ons af, maar de verwantschap is overduidelijk. Ik wist het, maar nu voelde ik het ook. Nu doet het pijn als ik lees dat Bukit Lawang in 2004 overstroomd werd. Veroorzaakt door erosie, door het illegaal kappen van oerwoud, ook in het nationaal park. Nu doet het pijn als ik lees dat het leefgebied van deze prachtige verwanten op Sumatra en Kalimantan jaarlijks kleiner wordt. Wij mensen hebben grote hoofden en platte gezichten. Net als jonge mensapen. Mensapen zien ons waarschijnlijk als hele grote kinderen. Wordt het niet tijd dat we ons als volwassenen gaan gedragen?

 

Reacties (8) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ik kan het me zo voorstellen,dat gevoel van herkenning.Dat er geen verschil meer is tussen mens en dier maar dat er gewoon 2 zielen zijn.Prachtig!
Knap verhaal! super
Met plezier gelezen
Met plezier gelezen
Mooi verhaal. Ik zou ook graag nog eens naar Indonesië gaan. Mijn oma komt er vandaan.
Heerlijk artikel, ik heb veel meer met orang-oetans dan met chimps - klein jeugdtraumaatje met in de hoofdrollen Judy van Daktari en Chimp van Lotje en Chimp (Jaap Ter Haar)
Genoten van je artikel.. Thuiskomen....ik heb er geen roots..maar toch, zo herkenbaar.