Dagboek herborist: Kastanje, Mont Dol en nog meer

Door Herborist gepubliceerd op Sunday 01 September 00:01

dinsdag, augustus 27, 2013

Mont Dol, de kastanjeberg

DSC_1043+-+kopie.JPG

De Mont-Dol lig op drie kilometer van de stad Dol de Bretagne.  Het is een granieten rots van 65 meter hoog die, zoals dat gaat in Bretagne, tot veel legendes heeft geïnspireerd. De alom tegenwoordige Saint-Michel zou hier met de duivel hebben gevochten. De klauwen van de duivel, maar ook de afdruk van Saint-Michel, zichtbaar op de rots, getuigen nog van deze legendarische strijd. De Mont Dol is een oude, mythische plek die ook hier weer door de katholieke kerk werd ingepalmd, onder andere door het bouwen van een kapel en het plaatsen van een lelijk groot Mariabeeld boven op een toren. Van op die toren heb je wel een 'point de vue' over de baai, van Cancale tot aan Granville met de Mont-Saint-Michel in de verte.

DSC_1046+-+kopie.JPGMont Dol is ook bekend als paleontologische site, overblijfselen van tientallen dieren, waaronder mammoeten, neushoorns en zelfs beren werden er gevonden.  Maar wat mij hier het meeste opvalt zijn wel de oude, indrukwekkende, levende kastanjebomen. Vol met energierijke vruchten maar energie geven doen ze al door er gewoon naar te kijken.
 

Over Castanea sativa
Castanea sativa Mill., also known as sweet chestnut, belongs to  the Fagaceae family. Additionally known by the common  names of marron, European chestnut, Spanish chestnut, and  Portuguese chestnut, C. sativa fruits are a popular food item on nearly every continent. A mid-sized tree that originated in  the Mediterranean areas of Europe over ninety million years  ago, C. sativa has spread throughout the rest of the continent  and into parts of western Asia and northern Africa (Lim,  2012). Archeological evidence indicates that the sativa species  surfaced in Asia Minor where it was first domesticated. The  advent of the Roman Empire shortly thereafter greatly  expanded the speDSC_1050+-+kopie.JPGcies’ range into areas of western and  northern Europe where it became a prominent food source for  rural populations. Thus, European populations have relied on  sweet chestnut for their nutritional value for nearly 3,000  years, and its popularity has migrated across oceans and over  mountains to both Asia and America where high consumption  occurs. Although edible, chestnuts are infrequently eaten raw,  and most often the nuts are cooked, boiled or baked in order  to enhance the taste, modify the texture, and increase nutritional value (De Vasconcelos et al., 2010).


Despite this widespread use as a food source, sweet chestnut  also harbors several medicinal properties that greatly benefit  human health. As early as the first century, C. sativa was used  for its astringent and antitoxic capabilities evidenced in the  works of an early pharmacologist, Pedanius Dioscorides (De Vasconcelos et al., 2010). Since antiquity, all parts of the sweetchestnut plant—the bark, wood, leaves, fruits—have been
used in the Mediterranean and other areas of Europe to treat a  wide range of illnesses, including respiratory problems, skin  and soft tissue infections, inflammation, vascular problems,  diarrhea, wounds, and rheumatism among others (Budriesi et  al., 2010; Chiarini et al., 2013; Jarić et al., 2007; Quave, Plano,& Bennett, 2011; Zlatanov, Antova, Angelova-Romova, &  Teneva, 2013). Recent studies have not only confirmed and  justified many of these traditional applications of C. sativa, but  they have also found new medicinal uses and potential  applications of various parts of the plant. Due to high  concentrations of phenolic compounds in nearly every part of  the plant, C. sativa leaves, bark, fruit, spines and wood have
demonstrated significant antioxidant activity and thus can be  used to prevent photo-aging, cancer, diabetes,  neurodegenerative diseases and other oxidative stressassociated diseases (Grdovic et al., 2012). In addition to  widespread antioxidant activity, individual components of C.  sativa have demonstrated other significant disease-reducing  capabilities; various extracts have shown cardioprotective,  anti-quorum sensing, antispasmodic, anticancer, anthelmintic,  and antibacterial activities (Bahuaud et al., 2006; Basile et al.,  2000; Budriesi et al., 2010; Chiarini et al., 2013; Frederich et  al., 2009; Jedinak, Valachova, Maliar, & Sturdik, 2010; Quave et  al., 2011). Coupling its rich medicinal properties with its  excellent taste, C. sativa is a superb medicinal food and  promising candidate for pharmaceutical development (De Vasconcelos et al., 2010).

Over kastanjes poffen
Als kind kan ik mij vooral het poffen van kastanjes herinneren, ook al weer een klein ritueel. Het poffen was leuker dan het eten zelf. Maar toch, het poffen van kastanjes dus:
Maak met een scherp mes een kruis in de bovenkant van de  kastanjes (anders spatten ze uit elkaar).
In de oven: Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius en leg de kastanjes (15 - 20 minuten) in de oven tot ze openspringen.
In een pan (met deksel): Smelt 20 gram boter in een grote pan, doe de kastanjes er in en laat ze, met de deksel op de pan, op niet te hoog vuur in circa 20 minuten poffen, schud ze af en toe om.
Poffen kan ook in de hete as, het mooiste van allemaal of modern op de barbecue. Verpak de kastanjes dan eerst in aluminiumfolie.
Warme gepofte kastanjes zijn lekker met een klontje boter, zout en peper (kinderen vinden suiker meestal  lekkerder).
 

zondag, augustus 25, 2013

Vogelkers

Duindoorn, rozenbottels, wilde pruimen, kersen, zuurbes..... Besjes zijn er nu genoeg te vinden in de natuur. Maar of ze wel of niet eetbaar zijn, smakelijk of nog erger giftig, blijft een probleem. Want juist bessen lijken nogal op mekaar en zien er meestal verlokkelijk uit, en  hongerig als we zijn naar wild voedsel is de verleiding groot om het toch allemaal eens te proeven.
Neem nu de Amerikaanse vogelkers, bospest wordt hij ook genoemd, klinkt niet direct vriendelijk en verwijst naar zijn woekerend karakter. De bladeren en ook de pitjes in de bessen bevatten vrij veel giftige blauwzuurverbindingen, gelukkig gebruiken we het vruchtvlees en ook het koken vernietigt de gifstoffen. Ten andere ook kersen, amandelpitten ed bevatten dezelfde stoffen en die vruchten eten we zonder problemen.

vogelkers.jpg
De Amerikaanse vogelkers komt oorspronkelijk voor in de Oostelijke helft van Noord- en Midden-Amerika. Van Mexico tot Bolivia wordt de Capulin, een plaatselijke variant (Prunus serotina var. salicifolia) of ondersoort (Prunus serotina subsp. capuli), geteeld om zijn tot 3 cm grote vruchten (California Rare Fruit Growers, 2010).
Waarschijnlijk is deze Zuid-Amerikaanse vogelkers in Midden-Amerika door de Azteken veredeld vóór de komst van de Europeanen en daarna door de Spanjaarden geïntroduceerd in Zuid-Amerika (National Research Council 1989).

Vogelkerslikeur
Ingrediënten voor 1 liter: 350 gram vogelkers, 300 gram suiker, 300 ml alcohol 90 % , 350 ml water, 1 stuks kruidnagel, 1 pijpje kaneel, 1 schillen van een citroen, 1 scheutje kirsch (of kersensap).
NOTA: Men kan ook 650 ml alcohol van 40 - 45 % gebruiken en hierbij dan natuurlijk geen water.
Het inmengen van de suiker na maceratie duurt dan wel iets langer (nu en dan goed schudden).
Bereiding: Macereer de geplette vogelkersen zes weken in de alcohol met de kruidnagel, kaneel en de
citroenschil. Los de suiker op in het water door deze siroop ca 15 minuten zacht te koken en om te roeren, laat daarna afkoelen. Filtreer na een zestal weken de drank doorheen bv. een koffiefilter en doe er na het zeven of filtreren de kirsch (of kersensiroop) en 4 cc (klein glaasje) amandellikeur bij. Voeg 3 theelepels voedings-glycerine toe. Voeg hierna (na filtreren) de suikersiroop (of suiker) erbij. Na het klaren kunt u indien gewenst nogmaals filteren en bottelen. Laat nogmaals 1 week narijpen. zo nu en dan goed schudden.. Deze likeur is zeer donker van kleur.

Interessante en uitgebreide ecologische info vind je op
Cosijn, R., C. Hendrikse, H.van der Lans (1983): Het natuurtechnisch beheer van de Amerikaanse vogelkers: De Amerikaanse vogelkers in de Nederlandse bossen. Stichting Kritisch Bosbeheer. Utrecht. 
Nyssen, Bart & Jan den Ouden en Kris Verheyen. (2013): Amerikaanse vogelkers: van bospest tot bosboom. KNNV Uitgeverij. Zeist. 

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.