Wat ik wou worden en toch niet werd

Door Juana gepubliceerd op Saturday 09 March 10:02

 

De eerste jaren

Ik wou een kinderarts worden. Althans dat is mijn eerste herinnering. Ik was misschien 4 jaar oud. Ik heb geen idee waarom. Niemand in mijn nabije omgeving was arts, laat staan kinderarts.

Mogelijk dacht ik dat een kinderarts een kind was die dokter was. In elk geval heb ik enkele jaren lang met een speelgoed-dokterstasje gespeeld...

 

Ik kwam wat ouder

Dit wil zeggen, tot ik vaststelde dat dieren mijn grote liefde waren. Al van kleins af aan stak ik de kat in mijn speelgoedbuggy of speelde ik er winkeltje mee. De hond die eigenlijk benden moest slapen, mocht stiekem in mijn bed. Ik kon uren kijken naar de kippen en kon een haan zo goed nabootsen dat hij antwoordde op mijn gekraai. Later begon ik ook te paard rijden en hoe leuk waren die dieren niet! De liefde voor dieren heeft lang aangehouden (en heb ik trouwens nog altijd, de kat slaapt nu stiekem in mijn bed), tot grootte vreugde van mijn dooppeter die dierenarts was. Nu en dan mocht ik dan mee gaan kijken hoe hij een keizersnede uitvoerde of ging gaan voelen of de koe zwanger was.

 

Gaandeweg realiseerde ik me echter enkele zaken. Ik was toen een jaar of 16 denk ik. A) Ik hou vooral van mijn dieren. Ik wist niet of ik het geduld zou opbrengen met andere mensen, en B) voor een vrouw is het gemakkelijk om je bezig te houden met die kleine dieren, zoals de konijnen en cavia’s en hondjes en katjes etc…. en dan kwam ik weer terug op A).

 

Of toch weer terug naar die eerste jaren?

Ik schakelde dan maar weer over op arts. Ja, ik bleef in de medische richting denken. Ik was wat ouder en begon na te denken over dat ik eigenlijk wel een gezinsleven wou hebben. Een specialisatie als oogarts of dermatoloog leek me perfect.

 

Tot ik een jaar later een leuke vakantiejob had. Ik werkte op een camping, in de toeristische sector. Dit wil zeggen. Ik stond voortdurend in contact met goedgezinde mensen, een beetje het tegenovergestelde van de patiënt die ziek is en problemen heeft. Ik bedacht me: wil ik dat wel? Zo’n leven lang enkel met zieke, triestige mensen in contact komen?

 

En ik had geen idee meer...

En ik draaide mijn kar 100%. Geneeskunde was gedaan. Noch dierengeneeskunde, noch mensengeneeskunde. Ik was toen zo’n 17 jaar oud. Net de leeftijd dat ik moest kiezen wat ik na mijn secundair onderwijs ging doen. Gelukkig dat ik net beseft had wat ik niet wou doen, maar wat zou ik dan wel doen?

 

Dan maar iets economisch dacht ik… Of misschien wel rechten? Mijn moeder zei tenslotte toen ik een jaar of 3 was dat ik advocate zou worden… Een grote mond had ik, ik was goed in het nazeggen en goed in het uitleggen... Psychologie klonk ook interessant. Vooral dan als het over de beïnvloeding van de mens gaat. Studie van de invloed van reclame en dergelijke… maar ja, je moet ook wel een job vinden daarna. Anders had ik misschien ook wel over archeologie ofzo gedacht. Geschiedenis vond ik altijd superboeiend…

 

Uiteindelijk gekozen

Uiteindelijk vatte ik mijn rechtenstudies aan. Mama heeft altijd gelijk ;-). En ik heb me het geen moment beklaagd. In een van mijn eerste lessen vertelde een prof me: ‘De advocaat moet een beetje van alles weten. Als hij een cliënt heeft die architect is, moet hij wat weten over architectuur. Heeft hij een cliënt die dokter is, dan moet hij wat weten over geneeskunde…’. Dat stond en staat me wel aan.

 

Maar de keuze stopt nooit

Natuurlijk, eens je begint met je studies, begint de vraag opnieuw. Wat zal ik later worden? Ga ik voor arbeidsrecht of voor strafrecht? Wil ik me verdiepen in het fiscaal recht of in het maritiem recht?

En ga ik voor advocaat of voor jurist? Heb ik ambities om rechter of procureur te worden, of misschien wel prof? Of doe ik gewoon iets anders en wordt ik journalist of ga ik in de politiek? Of zou er een markt bestaan voor dat product die ik wil verkopen?

 

 

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Tja, keuzes hiren erbij...