Paardrijles - deel 2

Door SanneSchrijft gepubliceerd op Wednesday 22 January 22:45

 

De voorbereiding

Voordat de les begint is het even bekijken op wie je kunt rijden. Soms krijg je een paard toegewezen, vaak is er de week ervoor al gekozen. Soms wordt er tussen de leerlingen zelf onderhandeld wie er op wie gaat.

 

Poetsen

Als er een paard gekozen is en dat paard staat nog op stal (dwz. hij rijdt niet al de les ervoor mee) dan moet het paard gepoetst worden. Niet dat de paarden heel erg vies zijn, maar toch. Losse haren onder een zadel kunnen erg gaan kriebelen en vieze vlekken op de benen van het paard kunnen in combinatie met zweet erg gaan irriteren. Dus altijd poetsen.

5723078.jpg

Vieze plekken en vuil maak je los met de roskam. Een redelijk harde borstel van rubber of plastic. Door er ronddraaiende bewegingen mee te maken op en net rond de vuile plek borstel je het vuil los van de haren. Daarna kun je het losse vuil met een gewone borstel wegvegen. Veeg altijd in de richting van de haren, nooit ertegenin. Voor de manen zijn er speciale kammen, maar je kunt ook een oude haarborstel gebruiken. De hoeven maak je schoon met een hoevenkrabber. Wel voorzichtig zijn, want in het midden van de onderkant van de hoef zit de straal, en die is gevoelig.

 

Opzadelen

Dan kan er opgezadeld worden. Voordat het zadel op de rug gaat, leggen we eerst een dekje op de rug met daaroverheen een zgn. bontje. Dat zorgt dat het zadel geen pijn kan doen op de rug. Het leren zadel ligt tenslotte direct op de ruggengraat van het paard, en iets zachts ertussen is dan wel fijn.

Dan kan het zadel erop. Dat ligt net achter de schoft, een verhoging van het bot aan het uiteinde van de hals (daar waar de manen stoppen) en het begin van de ruggenwervel. Je moet zorgen dat het bontje en het dekje op de plek van de schoft een “holletje” hebben voor extra bewegingsruimte voor de hals.

Het zadel wordt aan de onderkant van de buik vastgemaakt met een riem, dat heet de singel. Voor je op het paard gaat, maak je die riem nog wat strakker, zodat het zadel tijdens het rijden op zijn plek blijft zitten.

 

Hoofdstel

Daarna kan het hoofdstel in. Daarvoor moet eerst het halster afgedaan worden. Om het hoofdstel makkelijk in te doen is er een simpel trucje.

trenshoofdstel2l.jpg

Je staat aan de linkerkant van het paard. Eerst doe je de teugel over de hals van het paard. Daarna ga je met je rechterhand onder het hoofd van het paard en pak je vanaf de rechterkant het hoofd vast op het neusbot. Zo zorg je ervoor dat het paard zijn hoofd niet meer kan wegdraaien van je. Het doet geen zeer. Je pakt het hoofdstel halverwege (het bakstuk) vast in je rechterhand, terwijl je ook zijn hoofd nog vast hebt.

Dan heb je je linkerhand vrij om het bit in de mond van het paard te duwen. Niet tegen zijn tanden aan, dat doet zeer. Maar in het hoekje van zijn mond kun je met je duim en wijsvinger zijn mond een beetje openduwen. Daar zitten geen kiezen, dus je hoeft niet bang te zijn dat hij je zal bijten.

Op het moment dat het paard zijn mond een beetje opendoet, kun je met je linkerhand het bit naar binnen brengen. Tegelijkertijd kun je je rechterhand met het hoofdstel omhoog doen en het bovenste riemdeel (het kopstuk) over de oren heen schuiven. De basis van het hoofdstel zit dan al op zijn plek.

De manen aan de voorkant van het hoofd haal je nog even goed onder het riempje dat voor de oren zit weg (de frontriem), anders kan dat zeer gaan doen.

Wat rest is nog het vastmaken van de keelriem en de neusriem. Bij de keelriem moet je zorgen dat je nog ongeveer een vuist ruimte overhoudt tussen de riem en de keel, bij de neusriem is twee vingers ruimte voldoende.

Er zijn verschillende soorten neusriemen, maar de meest voorkomende is de lage neusriem. Die moet onderlangs het bit worden vastgemaakt. De hoge neusriem gaat onder het bakstuk door en wordt boven het bit langs vastgemaakt. Er zijn nog allerlei variaties in neusriemen en bitten maar dat voert nu te ver om die allemaal te bespreken.

 

De bak

Het paard is nu klaar om mee te nemen naar de bak. Een bak is een binnen- of buitenruimte die bedoeld is om in te rijden. Het is een rechthoekige ruimte, gevuld met bruinig rijzand en aan de kanten gemerkt met letters. Die letters worden gebruikt bij het dressuur rijden om aan te geven wanneer er welke vorm gereden moet worden.

 

Kleding

Zelf zorg je dat je altijd een cap op je hoofd hebt die de juiste maat heeft en goed vastzit. Een zweepje in de hand kan je helpen tijdens het rijden, maar is niet noodzakelijk. Rijlaarzen en een rijbroek zijn handig, maar niet persé nodig. Een rijbroek is gemaakt van stevige stretchstof die niet snel slijt en je voldoende bewegingsvrijheid geeft. De vaak dikke naden van een spijkerbroek kunnen gaan schuren aan je binnenbeen. Rijlaarzen zijn hoog en van soepel leer, en dragen ook bij aan het rijcomfort. Maar gewone rubberlaarzen voldoen natuurlijk ook. Schoenen met veters of klittenband worden afgeraden in verband met de veiligheid; je zou daardoor in de stijgbeugel kunnen blijven haken als je van het paard afvalt en daardoor meegesleurd kunnen worden.

 

Opstijgen

Als het paard eenmaal in de bak staat kun je er nog niet meteen op klimmen. Eerst moet de singel van het zadel zo strak mogelijk worden vastgemaakt. Aansingelen heet dat. Dat voorkomt dat het zadel kan scheefzakken als je er later op zit.

De stijgbeugels maak je op maat met een simpel meet-trucje. Je strekt je arm, je vingers bij de stijbeugelhaak waar de beugelriem vastzit aan het zadel. Je trekt de stijgbeugel tot in je oksel met gestrekte arm. Op die maat kun je de stijgbeugel vastmaken. Meestal is dat de goede beenmaat.

Je staat aan de linkerkant van het paard, met de rug naar het hoofd toe. Je steekt je linkervoet in de stijgbeugel. Met je linkerhand pak je aan de voorkant van het zadel en de teugels. Met je rechterhand pak je de achterkant van het zadel en je trekt jezelf op. Daarna kun je je rechterbeen over het zadel naar de andere kant zwaaien en kun je gaan zitten op het zadel.

Je controleert of de beugels op een goede lengte zitten, en of ze aan beide zijden even lang zijn. Daarna kun je nog een keer aansingelen. De druk van een ruiter op het paard zorgt er meestal voor dat de singel nog weer wat losser zit, en dus kan het zadel nog een gaatje strakker aangesingeld.

Aansingelen terwijl je op het paard zit doe je op de volgende manier. Je legt je linkerbeen vóór het zadel. Je houdt met je rechterhand de teugels vast. Met je linkerhand til je het zadelbald op en houdt die met je arm op de juiste plek. Met je linkerhand kun je vervolgens de singelriem pakken, aantrekken en weer vastmaken. Daarna ga je weer terug in je oorspronkelijke positie.

Je pakt de teugels op de juiste manier in je handen en dan ben je klaar om te gaan rijden...

 

 

lees verder op http://plazilla.com/paardrijles-deel-3

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.