Planten en dieren, korte samenvatting voor TL 4 biologie

Door Janneke1969 gepubliceerd op Friday 08 November 14:52

 

116969364f4274a9dc37cbfc87ab5867.jpg

 

31b9fd710c55f35d3d59237b52bd20dd.jpg

Planten en dieren,  organismen.

 

Bij ordenen verdeel je een verzameling In groepen met hetzelfde kenmerk.

De eerste groepen die ontstaan bij het indelen van alle organismen zijn rijken.

Die verdeel je in  bacteriën,schimmels,planten en dieren.

Hiervoor worden kenmerken van cellen gebruikt; celkernen, celwanden en bladgroenkorrels

 

Bacteriën hebben geen celkern.

Dieren hebben geen celwanden.

 

In het cytoplasma van veel cellen komen bladgroenkorrels voor.

 Alleen planten hebben die. In bladgroenkorrels vind fotosynthese plaats.

 

Als organismen op elkaar lijken, hoeven ze niet tot de zelfde soort te behoren.

Een dwergteckel en een duitste dog lijken minder op elkaar als olifanten, maar behoren tot 1 soort, het zijn rassen van de soort hond.

 

Organismen behoren tot dezelfde soort als ze in staat zijn zich onderling voort te planten.

Hun nakomelingen moeten zich ook weer kunnen voortplanten. (vruchtbaar zijn dus)

 

ORGANISMEN BEHOREN TOT 1 SOORT ALS ZE SAMEN VRUCHTBARE NAKOMELINGEN KUNNEN VOORTBRENGEN

 

 

Bacteriën zijn eencellig.

 

Bepaalde soorten bacteriën worden bacillen genoemd.

Om bacteriën echt goed te kunnen bestuderen is een elektronenmicroscoop nodig.

Met zweepharen bewegen bacteriën zich voort.

Bacteriën planten zich door d.m.v deling, dan ontstaan er weer kleinere, die groeien tot ze even groot zijn als de oorspronkelijke.

 

Overal komen bacteriën voor, de meeste voeden zich met resten van dode organismen.

In de natuur ruimen bacteriën resten van organismen op.

Hierbij komen voedingsstoffen vrij, die planten dan weer gebruiken.

 

Als bacteriën in je lichaam komen en je ziek wordt, spreek je van een infectie.

Bijv. cholera, longontsteking, oorontsteking en tuberculose.

Dit kan bestreden worden met antibiotica.

 Dit doodt bacteriën in het lichaam.

 

 

Schimmels = eencellig of veelcellig.

Gisten = eencellige schimmel

Veelcellige schimmels = lange dunne draden (schimmeldraden)

 

Bij gisten vindt voortplanting plaats door deling.

Als ze delen ontstaat er een blaasje, die laat los van de gistcel en groeit uit tot een nieuwe gistcel.

 

Veelcellige schimmels planten zich voor door sporen, dat zijn cellen waaruit nieuwe schimmels ontstaan. Bij veel soorten ontstaan de sporen aan het uiteinde van de schimmeldraden die omhoog groeien

Bijv bij de penseelschimmel, hier wordt penicilline van gemaakt (antibiotica)

 

Bij sommige schimmels ontstaan de sporen in speciale organen, de paddenstoelen. Paddenstoelen hebben een functie bij het voortplanten van schimmels.

Bij mensen wordt onder andere zwemmerseczeem veroorzaakt door schimmels.

Schimmels kunnen ziekten bij planten/dieren/mensen veroorzaken.

 

Speciale soorten schimmels worden gebruikt bij de bereiding van voedingsmiddelen zoals brood,bier,wijn of schimmelkaas.

 

 

Plantenrijk – 3 afdelingen = wieren, sporenplanten, zaadplanten

 

Wieren onderscheiden zich van de andere omdat ze geen wortels/stengels/bladeren/bloemen hebben.

 

Je hebt 1/2cellige wieren

1 cellige wier = boomalg > in grote aantallen voor op muren en boomstammen

2 cellige wier = kranswier > in sloten,vijvers en plassen & blaaswier > in zee, op strand.

 

Sporenplanten hebben wortels,stengels,bladeren maar geen bloemen.

Voorplanting = door middel van sporen.

Sporenplanten – 3 afdelingen – mossen,paardenstaarten,varens

Mossen = kleine plantjes in groepen bij elkaar, kleine blaadjes, sporen uit sporendoosjes bovenop steeltjes van de plantjes

Paardenstaarten = soort buisjes die je er af kunt trekken. Sporen in sporenvormende orgaantjes aan uiteinde van stengels

Varens = grote bladeren meestal ingesneden. Sporen ontstaan in sporenhoopjes aan onderzijden van de bladeren.

 

Zaadplanten hebben wortels stengels bladeren en bloemen.

Voorplanting = zaden, die ontstaan in bloemen.

Zaadplanten 2 afdelingen – naaktzadige planten / bedektzadige planten

Naaktzadigen = zaden tussen schubben van kegels, bladeren zijn meestal naaldvormig

Bedektzadigen = zaden in vruchten. Planten zoals loofboom, struiken maar ook paardenbloem bijv.

 

 

Dierenrijk = 2 kenmerken = symmetrie & skelet

Symmetrie = zo delen in 2 helften dat ze elkaars spiegelbeeld zijn.

Veel organismen hebben symm. Lichaamsbouw.

In de biologie noemen we een mens symmetrisch.

Veel soorten zijn tweezijdig symmetrisch. Die zijn op 1 manier in 2 ongeveer gelijke helften te verdelen.

Andere soorten zijn veelzijdig symmetrisch.

 

Skelet = veel dieren hebben stevige delen in hun lichaam. Die geven ze stevigheid en bescherming.

Er zijn verschillende skeletten. Als het skelet aan de buitekant zit = uitwendig skelet

Aan de binnenkant = inwendig skelet.

Een kwal heeft geen skelet. De meeste zonder skelet leven in het water.

 

Het dierenrijk wordt in acht afdelingen verdeeld.

  • Eencellige dieren

Niet symmetrisch – geen skelet – 1 cel – in het water

  • Sponzen

Niet symmetrisch – skelet van stevige hoornvezels tussen cellen – op bodem van zee

  • Holtedieren

Veelzijdig symmetrisch – geen skelet – water – vangen prooi met tentakels.

  • Wormen

Tweezijdig symmetrisch – geen skelet – lichaam lang en dun

  • Weekdieren

Tweezijdig symmetrisch – meestal schelp of huisje als skelet

  • Geleedpotigen

Tweezijdig symmetrisch – skelet is pantser

  • Stekelhuidigen

Veelzijdig symmetrisch – inwendig skelet van kalk – huid bedekt met stekels/knobbels – boden op zee

  • Gewervelden

Tweezijdig symmetrisch – inwendig skelet

 

 

Bij eencellige dieren vertoont een cel alle levensverschijnselen (bewegen  / voeden )

Bijv, amoebe en pantoffeldiertje.

 

Een amoebe verandert steeds van vorm. Het cytoplasma kan een bepaalde rii uitstromen en vormt dan uitsteeksels. (schijnvoetjes) zo beweegt een amoebe zich voort.

Amoebe voedt zich met bacteriën – worden opgenomen in de cel – voedingsvacuole  (voeding verteerd) – verteerde stoffen in cytoplasma – onverteerde resten weg via celembraam

 

Een pantoffeldiertje heeft op het celmembraan trilhaartjes. Die maken een golvende beweging in het water. Hierdoor beweegt hij zich voort. De haartjes zorgen er ook voor dat er voedel terrecht komt in de celmond. (instulping in de cel)

Onverteerde resten worden verwijderd via de celanus. De rest gaat hetzelfde als bij amoebe.

 

 

Afdeling geleedpotigen in 4 ;  duizendpoten – kreeftachtigen – spinachtigen – insecten

Poten van geleedpotigen zijn geleed. (opgebouwd uit kleine stukjes)

Het lichaam is gesegmenteerd (lichaam opgebouwd uit stukjes)

 

Insecten hebben een kop, borsstuk en achterlijf. Kop = ogen / voelsprieten

Borststuk vleugels & poten.

 

 

 

Gewervelden hebben een inwendig skelet. Onderdeel  = wervenkolom.

Indeling van de gewervelden ; vissen,amfibiën,reptielen,vogels,zoogdieren.

Door elkaar te onderscheiden door ;

 

  • Huid ; gewervelden bedekt met schubben,slijm,veren,haren
  • Lichaamstemperatuur ; warmbloedige dieren = contstant  & koudbloedige dieren = gelijkt aan temperatuur van omgeving.
  • Ademhalingsorganen ; gewervelden adem halen met kieuwen of longen.
  • Manier van voortplanten ; veel gewervelden leggen eieren.
  • Het milieu

 

Kenmerken ;

Vissen = schubben met slijm, kieuwen, koudbloedig, eieren zonder schaal

Amfibiën = adem door huid, longen, koudbloedig, uitwendige kieuwen, eieren zonder schaal

Reptielen = droge schubben, longen, koudbloedig, eieren met leerachtige schaal

Vogels = veren, eieren met kalkschaal, warmbloedig, longen

Zoogdieren – haren, longen, warmbloedig, levendbarend

 

 

Indelen in rijken- afdelingen & groepen.

Dit kan je weergeven in een vertakkingsschema.

 

Determineren = op kenmerken letten van dieren die je niet kent, en ze in een rijk afdeling of groep te plaatsen.

Dit kan je doen met behulp van een determineertabel.

9cf6e0c8a75bc9847d09577ce0db2287.jpg

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Informatief artikel.
Ja nog steeds
Wordt die achterhaalde indeling in rijken nog altijd aangeleerd?