Het derde en (voorlopig) laatste bedrijf van het muizenepos!

Door Neerpenner gepubliceerd op Sunday 15 December 20:35

Het derde deel van een zinderende soap, geschreven door drie muizen. Die zelf de hoofdpersonages zijn. Hoe zal dit aflopen?

Voor degenen die niet begrijpen wat ik bedoel met muizenepos, volgt een woordje uitleg. Het begon allemaal toen Gildor besloot om eens de loftrompet te steken over twee schrijvers. Die twee getalenteerde schrijvers, ik citeer hem slechts, waren Rose_love en ik. Gildor deed dat op een zo schitterende wijze, dat we hem uitvoerig bedankten. De sfeer was zo prettig, dat een verhaal spontaan ontstond uit onze reacties. Dat verhaal heeft lang geduurd en we hebben onze lachspieren uitstekend kunnen trainen. Dat verhaal is na een intensieve reageerperiode stilgevallen. Maar Rose_love wekte het weer tot leven met haar artikel "De muizen zijn terug!" waarin de eerste stukjes gebundeld zijn. Gildor zette haar werk verder met "Muizen in grote problemen". En dat betekent dat ik het slot mocht publiceren, met daaraan een aangepast eind. Niet gemakkelijk, want ik vond dat het zowel een open einde moest zijn als daadwerkelijk een einde. Voor het geval iemand verder aan dat verhaal wil schrijven. Ook moest het een knettergek einde zijn, als hommage aan de talrijke ongeloofwaardige plottwisten die wij drieën hadden verzonnen.
Ik denk dat het me gelukt is. Veel leesplezier!

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Neerpenner kwam langzaam maar zeker bij bewustzijn. Hij voelde hoe het glas in zijn vacht sneed. Met een pijnlijke grom haalde hij het weg. Daarna moest hij alles op een rijtje zetten. Daarom was hij zo bang voor Roosje. De enorme trapkracht gecombineerd met de alom gevreesde stilettohakken had de barmuis duidelijk zwaar toegetakeld. Die, ooit zo trotse muis, werd verzorgd door Berna die met een zakdoek vol kaasblokjes over zijn voorhoofd wreef.
Toch was Neerpenner niet verbaasd dat Roosje het voor hem opnam. Dat was nou juist zo angstaanjagend aan haar. Het ene moment was ze een kille entiteit die slechts een gevoel kende; het genot dat ze haalde uit je pijn, en daarna was ze opeens weer een warmbloedige muizin. Was ze dus niet eigenlijk schizofreen? 
Maar wat zijn eigen bloed deed koken, was de verklaring van Gildor! Hij, verliefd op het emotionele wrak dat zijn zus was? Ha! Te bedenken dat hij ooit vol aanbidding aanstaarde naar hem...
Maar nu was het blijkbaar aan hem. De cafémuizen hadden het bizarre trouwkoppel omsingeld.
Hun staarten zwiepten op in de schaduwen, hun tanden waren als blikkerende dolken door het lamplicht.
Alleen hij kon hen redden, met zijn zilveren tong. De vraag was, wilde hij dat wel?
Ze keken overduidelijk op hen neer, en nu pas beseften dat ze hem nodig hadden. 
Maar Roosje had hem toch ook maar gered. Misschien moest hij het voor die lieve kant van haar doen, de kant die het verdiende om een zus te worden genoemd.
Hij sprong overeind op de toonbank en hield zijn handen om zijn mond.
'Heren! Heren!' schalde zijn stem door het café.
ffca4cecde5d75f83b82c7dda00984c2.jpg
De muizen keken verrast achterom. Siewerd, die op het punt stond om hoofdschuddend het pand te verlaten, verrekte zijn oude nek bijna.
'Jullie zien toch wel dat ze inderdaad verschrikkelijke smetten zijn op het muizenblazoen?'
Alom geknik.
'De een is gewelddadig en zelfs schizofreen, de ander is een notoire dronkaard die jenever in zijn aderen heeft en een pathologische leugenaar!'
Ze knikten weer, het was duidelijk wie Neerpenner bedoelde.
'Maar, toch vraag ik u om een gunst. Laat haar namelijk met rust. Want in haar zit er nog één puur stukje. En ik, als verliefde man, kan niet anders om te proberen haar hart te ontdooien. Dus, dood haar niet, heren. Maar laat haar ongeschonden vertrekken!'
De muizen juichten bij zo'n prachtige toespraak  en maakten een gat in de omsingeling. Iets waar Roosje handig van gebruik maakte.
'Maar wat dan met mijn man?' vroeg ze zenuwachtig.
Opeens leek er een vlammetje te dansen in Neerpenners ogen.
'Och, op hem ben ik niet verliefd. Dus, heren, gaat uw gang!'
En Gildor zag benauwd hoe de kring muizen om hem sloot.
Ondertussen zaten Doortje en Yrsa gezellig te kletsen, de een zich volpompend met appeltaart en de ander zich volstekend met frikadellen, over hoe het  met deze spannende opera ging overlopen.

Roosje zag de figuurlijke troon waar Neerpenner zichzelf op gezet had. Ze wist dat hij stiekem toch een paar slokken whisky genomen had en had direct in de gaten dat hij begon te denken in waanbeelden. Ze kreeg medelijden met hem, al had Gildor haar op dit moment harder nodig. Haar woede was verdwenen en haar enige inslag was nu nog om een vrede te bewerkstelligen. 'Neerpenner,' zei ze op autoritaire toon. 'Ik weet dat je probeert je eigen gedrag goed te praten en mij en mijn man een flinke trap na te geven. Je zet ons allebei dusdanig op de foto dat alle muizen hier zich tegen ons zouden keren. Toch wil ik even benadrukken dat je nog minderjarig bent en dat men dus niet zoveel belang aan je uitspraken zou mogen hechten.' Alle muizen keken naar Neerpenner die op dat ogenblik liever door de grond zou zakken. De ware woorden van zijn zusje raakten hem diep in zijn hart en hij kreeg een zwaar spijtgevoel. Had hij nu echt Gildor en zijn zusje zo zwart zitten maken? Wat was er in hem gevaren? Eigenlijk wist hij wel dat het de alcohol was, maar dat wilde hij niet toegeven. Opnieuw verscheen er een traantje in zijn ooghoek. De menigte begon zich naar hem toe te keren en boe te roepen, een feit dat journalist Victor smakkend van zulk ranzig nieuws in zijn sensatieblad opschreef. Maar Roosje liep naar haar broertje toe en sloeg haar arm om hem heen. 'Kom maar, ik vergeef het je.' zei ze met haar zachte muizenstemmetje. Hij sloeg zijn armpjes om haar hals en liet zich meevoeren.
764299fe8c291ad36afa2746023d0c5d_medium.
Gildor zag dit alles eens aan en voelde een zekere jaloezie in zich op komen. Want weet deed Neerpenner daar om de hals van zijn vrouw? Was hij helemaal gek geworden? Ze was van hem! Die triomfantelijke blik in de ogen van Neerpenner beviel hem niets. 'Kom,' zei hij daarom. 'We gaan hier weg.' Met zijn drieën verlieten ze gebroederlijk de stamkroeg, Roosje in het midden, Neerpenner en Gildor ieder aan een zijde. Maar eenmaal buiten werd het er niet veel beter op ...


Het frisse lucht van de dageraad begon Neerpenner weer bij zijn positieven te brengen. Hij schaamde zich. Hoe had hij zich zo kunnen laten benevelen door die paar slokjes! Hij keek even opzij naar Gildor. Die muis leek niet eens te beseffen waar hij was. Zijn mond bewoog heen en weer zonder iets te zeggen, zijn troebele blik was op iets oneindigs gericht.
Een rilling van afschuw deed Neerpenners vacht rimpelen. Nooit zou hij tot de met bier gevulde laagten zakken, zoals Gildor. Voortaan zou hij nuchter blijven!
'Roosje,' begon hij nederig, maar hij zweeg algauw toen hij haar gezicht las.
Zijn vacht rimpelde weer.
Roosje keek met smalle ogen die in het ochtendlicht rood opvlamden naar hem.
'Hoe haal je het in je hoofd, kleine, misselijke dwerg dat je bent!' Haar toon maakte duidelijk dat dit nog maar het begin was.
'Roosje!' jammerde Neerpenner, tot in zijn ziel geschokt.
'Zwijg! Ik heb schoon genoeg van jouw weerzinwekkende jammerklachten!' schreeuwde Roosje, opeens door het dolle heen.
Ze greep de kleine muis in zijn nekvel, en smakte hem onzacht tegen een bakstenen muurtje.
'Maar nu zal het afgelopen, hoor je!'
Neerpenner werd nog eens gesmeten tegen de muur.
Gildor werd op slag halfnuchter. Hoe slecht Neerpenner ook mocht zijn, dit had hij toch niet verdiend.
'Rustig, vrouwtje.' zei hij sussend. 
Maar dat werkte niet uit zoals hij had gehoopt.
Roosje draaide zich om en grauwde als een uitgehongerde roofdier naar hem.
Gildor stapte geschrokken een stap naar achteren.
Roosje keek weer naar Neerpenner.
'En nu...' En opeens zweeg ze.
Want in het weer bloedende vacht van haar broertje, zag ze een vergeten glasscherf.
Daar zag ze haar eigen gezicht, demonisch verwrongen.
Was dat het gezicht dat Neerpenner zo vaak zag? Had ze hem toch slecht behandeld?
Het begon Roosje te duizelen. Ze had haar eigen broer mishandeld, ze was getrouwd met een hopeloze dronkaard. Was er toch iets mis met haar? Was...zij toch degene die slecht was...?
Roosje kon het niet meer aan, ze liet Neerpenner los, en wankelde als getroffen achteruit.
Uit haar keel ontsnapte een wanhoopskreet die over de daken van het dorp galmde...


... want plotseling wist ze wat haar overkomen was. Neerpenner had een dusdanig slechte invloed op haar dat ze de controle over zichzelf even verloren was. Natuurlijk was er niets mis met haar, zolang ze zich het bloed niet onder de nageltjes vandaan liet trekken door haar broertje. En dus bedwong ze zichzelf. Gildor keek haar verdwaasd aan, opgeschrokken door haar schreeuw. Hij begreep duidelijk niet meer wat er aan de hand was. Tijd om orde op zaken te stellen. 'Gildor, Neerpenner, jullie zijn niet meer goed bij jullie positieven. Ik weet niet wat er in jullie gevaren is, maar ik merk wel dat het van kwaad tot erger gaat. Het lijkt mij goed als we daar samen een oplossing voor zoeken.' Neerpenner keek alsof hij het niet zou pikken. 'Maar... je bent gek geworden!' Gildor keek haar een beetje beschuldigend aan en meteen zette Roosje haar stralendste glimlach op.
1e5d953ece3925c12ba140d874349a77.jpg
Die kon Gildor natuurlijk niet weerstaan en dat was dus weer een probleem minder. Nu Neerpenner nog. Roosje ging bewust niet meer in op zijn opmerking. Ze liep naar Neerpenner die opnieuw angstig ineenkromp. Deze keer zou ze hem echter geen pijn doen. Voorzichtig trok ze met haar kleine klauwtjes de glasscherf uit zijn velletje. Hij piepte kleinzerig en zijn grote mond was als sneeuw voor de zon verdwenen. Roosje voelde dat ze weer voldoende positieve krachten had verzameld om deze twee mirakels aan te kunnen. 'We gaan nu naar ons huis en ik wil jullie voorlopig niet meer horen. Gildor, jij gaat linea recta naar bed en Neerpenner, jij kunt op de bank slapen.' Roosje pakte de beide muizenheren bij de hand en trok ze met zachte dwang mee. Eenmaal bij het huisje gekomen, zocht ze verwoed in haar handtasje naar de sleutel. Waar was die gebleven? Toen rees er een akelig vermoeden bij haar op. Wanhopig sloeg ze haar muizenoogjes ten hemel...

Natuurlijk had ze flink huisgehouden in die kroeg, natuurlijk had ze die karatetrap gegeven. Maar ze was vergeten dat ze hier en daar flink wat bloed had vergoten met de scherpe, metalen hoeken van haar handtas. Die dus openstond. Met de sleutel daarin.
Terugkeren naar die kroeg, zou belachelijk zijn. Zelfs in de flauwste verhalen kwam niemand nog voor de derde keer terug naar zo’n plek als ‘De eenpotige muis.’
Ze drukte haar geschaafde vuistje, ze had ook iemand een darmlegende slag gegeven in de maag, tegen haar mond en onderdrukte een tweede wanhoopskreet.
Slechts een kleine traan ontsnapte aan haar wil en plensde eenzaam op de harde stenen. Toen keek ze weer naar de twee muizenmannen en zei: ‘We kunnen niet naar huis, tenminste, zolang we de sleutel niet hebben.’
Gildor, wiens oude knoken schreeuwden om een zacht bed met daarin een echtgenote die hem gerookte kaas (uiteraard rijkelijk gedoopt in wijn)serveren als ontbijt in plaats van hem wakker te schreeuwen en aan zijn staart te trekken, kreunde zacht
Neerpenner fronste zijn wenkbrauwen en zei: ‘En waar heb je hem dan voor het laatst gezien? Dan moeten we hem toch gewoon ophalen?’
‘In ”De eenpotige muis”.  Maar als je wilt gaan we weer terug, broertjelief,’ zei Roosje met een zoete glimlach, waar vergiftigde honing van afdroop.
‘We verzinnen iets anders,’ zei Neerpenner meteen. Hij mocht dan een ettertje zijn, maar suïcidaal was hij allerminst.
‘Zover waren wij ook allemaal, Neerpenner,’ snoof Roosje. ‘De vraag is wat?’
Gildor slaakte een boer waarvan de dampen omhoogsloegen en vervolgens pleegde een balkon vol rozen spontaan collectief zelfmoord en verlepte in plaats van nog langer te leven met de weerzinwekkende mengsel van bier en kaas.
e4161898e1ff38dbc0b7741b306d25be.jpg
Hij sloeg de hand voor de mond, toen hij de blik in Roosjes ogen zag. ‘Hm, pardon! Maar ik heb een idee! Sterker nog, een oplossing!’
Roosje en Neerpenner wisselden een twijfelende blik, in een zeldzaam moment van eenheid.
Gildor zag dat en zei beledigd: ‘Wat nou! Mijn lever mag dan s’nachts in een eenzaam hoekje huilen, mijn gedemiceerde hersencellen mogen dan verdwaald geraken in mijn hoofd; maar ook ik kan iets nuttigs bedenken, hoor! Heb ik jullie al verteld van die keer toen ik een olijf zag en dacht dat-‘
‘Já, Gildor, kom nou op met die oplossing,’ zei Roosje, al ongeduldig tikkend met haar stilettohak.
‘Wel, die Neerpenner is toch uitvinder? Die saaie muis zit toch hele dagen in dat hokje te knutselen, in plaats van eens lekker de bloemetjes buiten te zetten?’
‘Dat klopt, Gildor. Nou en?’zei Neerpenner met de armen over elkaar geslagen.
‘Wel,  vind dan iets uit waardoor we in ons huis kunnen geraken!’
Opeens lichtten Neerpenners ogen op, een vreemd effect in het schemerduister.
‘Muizeka!’ schreeuwde hij, en als hij een bad had gezien, was hij ter plekke erin gedoken. ‘Ik heb zoiets al uitgevonden, kom mee!’
En hij rende weg op zijn scooter met een verbluffende snelheid, achtervolgd door de twee muizen. Roosje die al lopend stenen in tweeën brak met haar hakken, Gildor die hijgend en puffend om de tien minuten halt hield.
5f62addcdcc9cf9745d4157f35ed0990.jpg
{Een lange wandeling die literair niet interessant genoeg is om beschreven te worden, dus de held en de twee andere bijpersonages zijn al in Neerpenners huis, waarover de meningen trouwens verdeeld zijn. Hijzelf vind dat het een uiterst geavanceerde laboratorium is met een rijke variatie aan wetenschappelijke toepassingen is. De rest vindt het een hok.}

‘Zie je!’ zei Neerpenner terwijl hij een vreemdsoortig ding tussen zijn vingers hield, ‘Het is allemaal zo simpel!’
Roosje keek ongerust naar de stapels metalen schroot dat als klimop langs de muren slingerde, klaar om hen op elk moment te bedelven.
Gildor daarentegen had maar voor één ding aandacht, een bolronde fles met een plaatje van een muizenschedel erop. Het zag ernaar uit dat uitvinden misschien toch wel interessant kon zijn. Voorzichtig trok hij de kurk los.
‘Fijn dat het zo simpel is, wil je het ook voor ons uitleggen?’ vroeg Roosje, nog steeds zenuwachtig kijkend.
‘Het begint allemaal met het geperste sap van de kattenklauw. Uiterst giftig trouwens. Hé, Gildor, wat aardig dat je het al ontkurkt hebt!’ zei Neerpenner verrast en griste de fles uit Gildors handen.
‘Nu komt het op voorzichtigheid aan. Het is de brandstof van deze vinding, maar één druppeltje te veel en van Plazillamuizendorp hoort niemand meer.’
Met een toegeknepen oog goot hij vijf druppels in een minuscuul rechthoekig gat van het toestel.
‘Zo, en dan hoef ik nu alleen maar te schudden en we komen in jouw huis, Roosje.’
‘Maar hoe weet dat ding eigenlijk dat we daar moeten zijn?’ vroeg Roosje, met een wantrouwige trek om haar snuit.
‘Ach, De Gepositioneerde Plazilla Sensor weet het dankzij dit eenvoudige en interessante procedé.-‘
‘Já, Neerpenner, schud het maar gewoon,’ zuchtte Roosje. Waarom kende ze alleen mannen die zo graag opschepten over zichzelf?
Neerpenner lachte als een clichématige geschifte wetenschapper tijdens een onweernacht en schudde de Gepositioneerde Plazilla Sensor.

bdb63e99f1ec6b472a435b135fd5dfb7.jpg

 


‘Wel,’ zei Gildor, ‘Nu zou ik toch graag weten hoe dat dingetje werkt.’
Hij was de eerste die iets zei.
Neerpenner zijn adamsappel ging hevig tekeer en Roosje knipperde al een aantal minuten met haar ogen.
‘I-ik begrijp het niet, misschien dat de zonnefluxator verstoord werd, maar dan nog…’ Neerpenners stem stierf weg in de grootsheid van de onmetelijke ruimte waar ze waren.
Roosje knipperde weer met haar ogen.
‘Toch moet er iets misgegaan zijn, denk ik zo,’ zei Gildor, ongewoon nuchter.
Opnieuw geknipper.
‘Ja, uiteraard is er iets misgegaan, dat is nu wel duidelijk,’ zei Neerpenner geïrriteerd.
Roosjes wimpers vlogen weer op en van elkaar.
‘Het is toch wel enigszins boeiend, moet ik zeggen. Wist jij dat het zo’n reikwijdte had?’
De oogleden van Roosjes zakten en gingen weer naar boven.
‘Nee, als ik er zelfs maar een vermoeden van had, zou ik het nooit geprobeerd hebben!’
‘Waar zijn we?’ vroeg Roosje, nog steeds in het ijle knipperend.
Zowel Gildor als Neerpenner keken haar geringschattend aan.
‘Goh, ik heb geen idee,’ zei Neerpenner, ‘Het enige wat ik zie, is een vergeten Amerikaanse vlag.’
‘En veel wit zand en bergen,’ vulde Gildor aan.
‘En een paar weinige voetsporen.’
‘Hopen metaal, hier en daar.’
‘De sterren boven en onder ons.’
‘En vanzelfsprekend het feit dat de Aarde daar als een klein bolletje voor ons zweeft,’ besloot Gildor.
De drie muizen keken in stilte naar de moederplaneet die ze zonet hebben verlaten.
‘Hoe ver zijn we nu eigenlijk van de aarde, Gildor? Nu we op de maan zijn?’ vroeg Roosje na een tijdje.
‘Zo’n 350.000 kilometer,’ zei hij, de planetengek, zonder aarzelen.
‘Tjee…’ zei Neerpenner.
En iedereen keek naar de Gepositioneerde Plazilla Sensor in zijn handen die helemaal vervormd was door de druk.
‘Hier staan we dan, zonder alcohol!’ zei Gildor verbitterd.
‘Eigenlijk hadden we al dood moeten zijn, er is hier toch geen lucht?’
Neerpenner haalde zijn schouders op. ‘We zijn Plazillamuizen, en we zijn nog nooit eerder op de maan geweest. Dus wie weet zijn we een soort dat zonder lucht kan?’
Roosje wendde haar hoofd af van de kleine blauwe knikker die verstard leek tussen de sterren.
‘Wat doen we nu?’
Gildor haalde een pakje kaarten uit zijn broekzak en deelde die uit aan iedereen.
‘Klaverjassen?’ suggereerde hij.
‘Klinkt goed!’ zei Neerpenner en ging zitten op het ruwe zand.
Roosje keek de mannen ongelovig aan.
‘Menen jullie dat?’
‘Jazeker,’ klonk het als een koor.
‘Maar hoe kunnen jullie zo rustig zitten te kaarten?’
Neerpenner haalde nogmaals zijn schouders op.
‘Het is simpel.  Of de volgende schrijver vindt hier iets op, of dit is het einde, en dan overkomt er ons niets naars.’
Roosje keek hem lang aan. Toen slaakte ze een zucht en ging ze zitten, met de kaarten in haar handen.
‘Wie deelt?’ vroeg Gildor.

c4244ee944201f857c09e4cd471b5bb2.jpg

En dat is het (voorlopig) einde!
 

 

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (53) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Los te gaan, inderdaad, maar sjongejonge. wat een familie....het krijgt hier en daar zeer incestueuze neiginkskes, wat uiteraard ieder schrijver mag gebruiken, maar oef, sjongesjonkes toch... Een trilogerend triootje
Ik geloof dat we die bewuste avond aardig wat grensjes hebben opgezocht! Ik kan er nog steeds naar hartelust om lachen.
Een trilogerend triootje is het zeker. Maar een familie is het toch niet helemaal, Gildor is maar aangetrouwde familie, namelijk.
Bedankt voor je reactie!
*rolt over de vloer van het lachen*
Scherp, broertje!
En het mannetje van de "koude kant" lacht van harte mee!
Hahahahaha, nu ga ik je toch een compliment geven, want zelfs mijn vervelende, licht arrogante muizenbroertje heeft goede kanten ;) Wat een geweldig einde heb je hiervan gemaakt! Of ja... einde? Ik heb zomaar het gevoel dat er nog wel eens een Plazilliaan kan zijn die ons van deze verrekte planeet vandaan haalt. Want geloof me, 2 muizen tegen 1 muizin, dat kan nooit goed gaan!
Ik heb er weer van genoten, ondanks dat ik af en toe licht duivels afgeschilderd werd door een niet nader te noemen uitvindersmuis :)))
"2 muizen tegen 1 muizin, dat kan nooit goed gaan!"
Ga je nou beweren dat JIJ ons beiden niet aan kan? Mijn muizenoortjes klapperen alle kanten op.
Jij bent degene die het woordje "tegen" gebruikt. Wat is er mis met 'met'? Een beetje samenwerking i.p.v. die eeuwige strijd der geslachten?
Of (ja, dit is een open deur) bedoel je dat 'wij' minimaal een groep van drie of nog meer muisjes moeten zijn om jouw fysieke en mentale 'overmacht' het muizenhoofdje te kunnen bieden?
U laat mij hier in raadselen achter, mijn lieve! :-)
Trouwens, als ex-Brabander ben ik niet zo van het klaverjassen. Ik toep liever...
Zeg, wat is dit nu? Trouw tot de dood ons scheidt, toch? En nu ga je proberen deze muizin in een hoekje te drijven, ondanks dat je wel zegt een deur open te laten? Hmm... Open deuren trap ik niet in. Maar ik trap ze ook niet dicht ;)
Tja, aantrekken is afstoten, niet waar. Vrede op mars is een utopie. Kijk, het is dan wel zo dat ik niet zo snel op de kast zit, maar ik bezit wel het talent om twee muizenheren volledig gek te maken. Al zal het niet veel gekker kunnen dan ze al zijn :)
En als we dan toch kunnen kiezen qua kaarten, dan kies ik als echt-Brabander liever ezelen, hihi!
Volledig gek maken...OK, dat is een verklaring die ik wel logisch vind klinken. ;-)
Vrede op Mars een utopie...Tja, ik heb wel wat met die planeet, misschien heb je gelijk, maar als we gaan ophouden met proberen, nee, dat zou ik niet kunnen. Dan maar de eeuwige idealist!
Ik krijg trouwens wel een leuk en bizar idee voor een vervolg hierop. Even laten sudderen...
Ik acht het mogelijk dat je hier iets op kan verzinnen. Zelf begon ik al te denken aan een kometentaxi of iets dergelijks. :)
Ik zit hier zowaar met het zweet in mijn handen een muizenverhaal te lezen. Moet niet gekker worden.
Kan wellicht te maken hebben met je boeiende manier van schrijven, sublieme woordkeus en weergaloos humor gehalte, overgoten met een stevig fantasiesausje.
Onzin, maar literair zeer verantwoord.
Terzijde: we missen je!
Ik zit hier zowaar met het zweet in mijn handen een muizenverhaal te lezen. Moet niet gekker worden.
Kan wellicht te maken hebben met je boeiende manier van schrijven, sublieme woordkeus en weergaloos humor gehalte, overgoten met een stevig fantasiesausje.
Onzin, maar literair zeer verantwoord.
Terzijde: we missen je!
We weten toch allemaal dat de maanlanding nep was? Dus de drie geschifte muizen zijn ergens in een Amerikaanse studio beland en staan op het punt Nasa te ontmaskeren als een frauduleuze organisatie om nog maar te spreken van de Amerikaanse regering. Mousegate komt eraan!
**verslikt zich in zijn koffie**
Ga jij nou ook al meerijden op het complotbolderkarretje? Of zet je hier je fantastische fantasie aan het werk?
Wat denk je nou zelf? Pas als die Chinezen de maan zeven keer rond zijn geweest en mét Google Moon geen enkele voetstap of vlag hebben gevonden wil ik in het complot geloven.
Houd het maar op mijn nogal dikke duim. ;)
Een pak van mijn hart!
**veegt snel angstzweetdruppels weg**
En dat is dus de reden dat wij daar konden ademen! Je hebt het raadsel opgelost! Werkte mijn uitvinding dus niet zo slecht...
Waanzinnig leuk, van alledrie trouwens, mooi trio!
Erg leuk :-)