Laat Geluk, hoofdstuk 6: In de tabak

Door Maria Margaretha gepubliceerd op Friday 11 October 15:55

Laat Geluk


6. In de tabak

Vol goede moed gaat opa aan de slag in de tabak. Maar wat is dat zwaar werken in
die hitte! ’s Avonds valt hij uitgeput neer op de voorgalerij van zijn houten optrekje.
Daar vang je ten minste af en toe nog een zuchtje wind op. Nu dringt pas echt tot hem door
wat mensen bedoelen, als ze zeggen: ‘Indië, dat is net een bord soep: groen en
heet!’

Op een keer gaat hij op een zaterdagavond naar ‘de Soos’, zoals dat daar heet.
Maar de echte ‘Tabakkers’ die hij daar ziet, drinken schandalig. Ze schelden op de
inlandse werklui en scheppen op over hoe je die moet aanpakken. Dat aanpakken is
te erg voor woorden. Met geen woord rept hij er over tegen Gree. Nee, dan ging hij
maar liever op bezoek bij zendeling Spiegel. Dat was een fijne kerel om mee te
praten!

Na zes dagen zwoegen, gaat hij naar de kerk. Dat wil zeggen, die ene keer in de vier
weken dat er kerk is. Daarna schrijft hij steevast eerst een brief aan Gree, maakt
foto’s, schrijft in zijn dagboek en tokkelt wat op zijn mandoline.

 

 

7202936360cb62dba706535fe015e431_medium.


Hij ziet zelf de was na en bemoeit zich met het eten. Voor Gree wil hij blijven wie hij
is: een flinke, goed verzorgde jongeman. Iedere week telt hij zijn geld. Zoveel om
van te leven, wat geld voor postzegels en wat voor zijn fotografie. Gelukkig blijven
er dan nog een paar centen over om van te sparen. Maar wat valt dat sparen tegen! Paul
had hem nog gewaarschuwd: ‘Rijk worden in Indië? Is dat niet alleen weggelegd voor
de grote bazen?’ Al gauw piekert hij ’s nachts over ander werk. Het liefst zou hij
schrijven, desnoods bij een krant. Of anders iets met boeken…

Gelukkig is daar eens in de zes weken de mailboot. ‘Mail’ uit Holland!
Een weelde als wittebrood. Altijd weer is daar het blad van Liefde en Vrede: ‘Ik lees
ons blad van kaft tot kaft’, schrijft hij aan zijn oude kameraden. ‘Ik lees zelfs de
advertenties. Ik wou dat ik weer eens met jelui kon discussiëren. En zingen bij het
orgel in ons eigen zaaltje!’

Af en toe krijgt hij een briefje van zijn ouders. Hij koestert hun brieven. Het was maar wat
duidelijk hoe zwaar het ze viel. Toch stonden ze achter hem. Brieven van zijn
boezemvriend Paul. Die kerel kon schrijven! Het was net of je met hem langs de
kade liep, met de geur van haring en pekel in je neus.

De brieven van Gree… Met trillende vingers maakt hij ze open. Ze beginnen met
‘Beste Jaap’. Maar zo begin je toch niet een brief aan de man van je dromen!
‘Hoe maak je het daar in de Oost? Hier gaat alles zo zijn gewone gangetje…’
Nee, dan de brieven van mijn opa. Die beginnen altijd met ‘Lieve, lieve Gree,’

Op een keer schrijft hij: ‘Lieve, lieve Gree. Ik las vanavond zo’n mooi gedicht. Het
deed me aan ons beidjes denken. Er stond: ‘Heeft eenmaal het woud de schat ons
gegeven, dan vluchten wij weg om tezamen te leven! Ik slechts met u en gij slechts
met mij…’ Die schat, daar spaar ik voor, hier, in dit oerwoud!’

Opa piekert. Zou Gree bang zijn dat haar moeder een brief, die nog niet af was, zou
vinden bij Cor? Durft zij daarom niet over hun liefde te schrijven? Of vindt zij hem nu
soms ook te min? De kantoorbediende heeft ondertussen toch maar mooi een eigen
paardje. Een paard waarop hij in zijn zeldzame vrije momenten een tocht maakt, de
bergen in. Boven vallen alle 'piekerans' van hem af.

‘Het is daar stil. De wind is koel. De wereld onberoerd door mensenhanden. Alsof ze
zo uit Gods’ hand is neergedaald. Daarboven begrijp ik het gejubel over de ‘Gordel van
Smaragd die zich slingert om den Evenaar’. Maar beneden verlang ik weer naar
Holland. Voor wie goed uit zijn doppen kijkt, is Holland net zo schoon! De grauwe
luchten, de gure wind.

Hier is het altijd heet en groen. Alleen de moessontijd is anders. Wekenlang de
zwaarste stortregens. Rivieren die buiten hun oevers treden. Wegen die in
modderpoelen veranderen. En dan uiteindelijk de zon, die eeuwige zon!’

Nee, een echte liefhebber van Indië is mijn opa niet. Hoewel, in een van zijn brieven
schrijft zijn vriend Paul: ‘Je wordt al een echte "Jan Oost". Wat heb ik gelachen om dat
kiekje! Jij in een pyjamabroek van batik, zo’n wit jasje met opstaande boord,
met blote voeten in je schoenen, tokkelend op je mandoline!’

Dan breekt in Europa de grote oorlog uit. De schepen varen langs een andere route. De mail
uit Holland doet er niet alleen veel langer over, maar er komt ook nog eens minder mail.

Het leven wordt taaier en taaier voor opa. Of komt er minder mail omdat mensen hem
beginnen te vergeten? Wel is daar steeds het blad van Liefde en Vrede en altijd een
brief van Paul, maar niet altijd, lang niet altijd een brief van Gree...


Hier kunt u klikken voor hoofdstuk 7: 'Een brief uit Leiden'.


Copyright: Zonder schriftelijke toestemming kunt u noch de foto's, noch het verhaal overnemen.

 

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Ja, het is vast ook spannend geweest voor het hoofdpersonage.
HG, Rozette
Wat spannend geschreven! Als lezer leef ik met de hoofdpersoon mee!