De heks van Ameland, deel 5

Door Gewoonieko gepubliceerd op Saturday 27 October 16:07

 

Het longdrink glas gevuld met whisky dat nog op tafel staat, sla ik in één teug achterover als ik weer terug in het huisje ben. Ik knijp m'n ogen er bij dicht en voel het vocht branden in mijn slokdarm.
Nog één keer kijk ik naar buiten maar het enige wat er nog te zien is, is een duister niets en omdat ik even genoeg heb van het uitzicht trek ik de gordijnen dicht.
Als ik mijn doorweekte schoenen uittrek vertoont mijn rechterenkel een kleine zwelling. Het valt gelukkig mee. 
Met een paar koude doeken erop zal het morgen wel weer gaan is mijn gedachte, en zo installeer ik mij op de bank: voet omhoog, koude theedoek erom en laptop op schoot. 
Ik was hier tenslotte gekomen om te schrijven en wat ik vanavond heb meegemaakt wil ik direct vast leggen.
Terwijl ik zit te typen begin ik te twijfelen aan mijn eigen waarnemingsvermogen. Heb ik wel echt gezien wat ik zag, echt gehoord wat ik hoorde? 
Maar mijn pijnlijke voet, de druppende regenjas en vooral het angstgevoel zoals ik dat niet eerder heb ervaren en nu nog steeds voel, doen me beseffen dat het écht was wat daarbuiten in de duinen gebeurde.
Eigenlijk durf ik mijn ogen niet te sluiten, maar uitgeput val ik uiteindelijk op de hoekbank in slaap.
 
Wanneer ik 's ochtend wakker wordt voelen mijn nek en rug stijf en stram aan. De bank is echt geweldig, maar lijkt minder geschikt om op te slapen.
Met mijn enkel lijkt wel alles in orde te zijn. Het is iets gevoelig nog, maar de zwelling is ergens halverwege gestopt te groeien. Dat valt dus mee.
Eerst koffie en een sigaret en daarna douchen. 
Het warme water komt met een krachtige straal op mijn hoofd terecht, en stroomt in verkwikkende stralen langs mijn nek en gezicht naar beneden. 
In een poging de gebeurtenissen van de afgelopen nacht van me af te spoelen blijf ik langer dan normaal onder de douche staan.
En terwijl het warme douchewater langs mijn lijf loopt maak ik in mijn hoofd een schema voor die dag. Ik besluit om de ochtend te gebruiken om te gaan schrijven, en vanmiddag even naar het dorp te gaan. Er moeten nu eenmaal ook boodschappen gedaan worden en ik heb zin om vanavond zelf te koken.
 
Als ik rond een uur of twee de deur open doe om naar het dorp te gaan, ligt er een levenloze ekster voor de deur. Ik schrik van de lugubere aanblik. 
Toeval of niet, maar terwijl ik vanmorgen aan het werk was en op het internet de nodige achtergrondinformatie zocht, kwam ik terecht op een site over bijgeloof rond dieren. 
En laat nu net de ekster daar genoemd worden als onheilsprofeet. 
Huiverend stap ik over het lijkje heen, mezelf afvragend of mijn huiveren wordt veroorzaakt door de dood zo vlak voor mijn deur, of door de kennis die ik die ochtend heb vergaard?
Met een schop uit het schuurtje schep ik de dode vogel op, en gooi haar over de afrastering, de omliggende duinen in. 
Van as tot as denk ik bij mezelf.
 
In het dorp is het rustig. De herfstvakantie is net achter de rug en de toeristen die voor een korte vakantie naar het eiland kwamen, zijn alweer weg. 
Als toeristen vermomde pensioengerechtigden kom je nog wel tegen, en een enkele Duitser. Die schijnen hier altijd te zijn; Duitsers.
 
De plaatselijke supermarkt is klein, maar voldoet. Ik vind er alle benodigdheden voor de pasta die ik voor vanavond op het menu heb staan: Parmezaanse kaas, eieren, spek, room, en voor de begeleiding een rode Italiaanse wijn. 
Het meisje aan de kassa is allervriendelijkst en kwebbelt honderd uit. 
Ik schat haar een jaar of vijfentwintig. Ze heeft helder blauwe, vriendelijke ogen en lange blonde haren. Haar subtiele make-up accentueert haar natuurlijke schoonheid. Ze is van het type "mooiste van de klas".
Ze praat over de rust op het eiland, en over de zware stormen van de laatste dagen. 
"'t Is de tijd van het jaar he?" , glimlacht ze en het lijkt alsof ze zich verontschuldigd voor het slechte herfstweer.
"We kunnen het na sluitingstijd ook bij u thuis afleveren, als u dat prettig vindt?", biedt ze aan, en ik kijk verrast op.
Het is toch nog een flinke tas vol geworden, en ik maak dankbaar gebruik van haar aanbod.
"Kom je het zelf brengen?", vraag ik glimlachend.
"Wie weet", zegt ze, en ze geeft me een schalkse knipoog. 
"Wat is het adres?", vraagt ze, terwijl ze een pen en een notitieboek van onder de kassa pakt. 
Als ik het adres noem, stopt ze abrupt met noteren en kijkt me met grote ogen aan.
"Dat is op 't Oerd he?", vraagt ze, en ik knik instemmend.
"Bijna. Net niet.", zeg ik luchtig.
Langzaam schud ze haar hoofd, terwijl ze me aankijkt.
"Sorry, maar daar bezorgen we niet. Niet in de avonduren".
 
 
 
 
 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Hmm, weer genoten!
Dank je wel Rose. Daar doe ik het toch ook voor he? Dat jullie het leuk vinden.