Samenvatting economie: H9 Omzet, kosten en winst (vwo)

Door Karin951 gepubliceerd op Wednesday 15 January 20:14

9.1 Afzet, prijs en omzet

De afzet is de verkochte hoeveelheid in een bepaalde periode. De omzet is de afzet vermenigvuldigd met de verkoopprijs.

BTW = belasting over de toegevoegde waarde. Een andere naam voor BTW is omzetbelasting. Bijna alle goederen en diensten worden belast met BTW.

Vrijgesteld van BTW zijn onder andere:

  • Diensten van banken
  • Verzekeringen
  • Tarieven van artsen

 

BTW heeft drie percentages:

0% (nultarief): bijvoorbeeld medische hulp en goederen die worden verkocht aan het buitenland

6% (verlaagde tarief): primaire goederen

21% (algemene tarief): luxe goederen

 

Nettoprijs = exclusief BTW

Brutoprijs = inclusief BTW

De BTW is altijd een percentage over de nettoprijs .

De verkoopprijs inclusief BTW is de consumentenprijs.

 

9.2 Kostensoorten

Kosten = waarde van de noodzakelijke opgeofferde productiemiddelen om goederen en diensten te produceren.

 

Binnen bedrijven zijn de volgende kostensoorten te onderscheiden:

  • Loonkosten: deze kosten bestaan uit brutoloon van de werknemer + werkgeverspremies voor de sociale verzekeringen. Het verschil tussen de loonkosten voor de werkgever en het nettoloon van een werknemer heet de wig.
  • Afschrijvingskosten: waardedaling van vaste kapitaalgoederen door slijtage of veroudering. Met vast bedoelen we productiemiddelen die lange periodes gebruikt worden zoals machines.
  • Rentekosten: aflossing behoort niet tot kosten, rentekosten wel. Dit is het bedrag wat je extra betaald voor het geld wat je mocht lenen.
  • Kosten van diensten van derden

 

Afschrijving per jaar = (aanschafprijs – restwaarde) : economische levensduur

Gemiddeld vermogen = (aanschafprijs + restwaarde) : 2

 

9.3 Variabele en constante kosten

Constante kosten = kosten die niet veranderen als de productieomvang verandert, bijvoorbeeld huur, verzekering,  vast personeel

Variabele kosten = kosten die afhankelijk zijn van de productieomvang, bijvoorbeeld inkoopkosten, verpakkingsmateriaal.

 

Totale kosten = totale variabele kosten + totale constante kosten

 

Constante kosten kunnen wel veranderen door middel van het ontslaan van iemand, een andere verzekering te nemen en de verhoging van de huur.

 

Proportioneel variabele kosten: de kosten veranderen in dezelfde verhouding als de productieomvang verandert (rechtevenredig.

Degressief variabele kosten: de kosten stijgen minder dan evenredig als de productie omvang toeneemt.

Progressief variabele kosten: de kosten stijgen meer dan evenredig als de productie omvang toeneemt.

 

De wet van toe- en afnemende meeropbrengsten: eerst ga je steeds efficiënter werken (TVK is degressief), wil je nog meer produceren, dan kost het veel extra inspanning (TVK is progressief).

 

 9.4 Break-evenanalyse

Break-evenafzet = de afzet waarbij er geen winst of verlies wordt gemaakt. TO = TK

Break-evenomzet = de omzet waarbij er geen winst of verlies wordt gemaakt.

Formule = BEA x verkoopprijs

 

GCK (Gemiddeld Constante Kosten) = Totale constante kosten : afzet

GVK (Gemiddeld Variabele Kosten) = Totale variabele kosten : afzet

GTK (Gemiddeld Totale Kosten) = Totale kosten : afzet

MK (Marginale Kosten) = de extra kosten om een extra product te maken

TO (Totale Opbrengst) = MO x afzet

 

Een ondernemer die streeft naar maximale winst breidt zijn productie uit tot het niveau waarvoor geldt MO = MK. Wanner hij minder zou produceren ziet hij af van productie waar hij marginaal mee kan verdienen. Wanneer hij meer zou produceren fabriceert hij producten die hen marginaal meer kosten dan opleveren.

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.