De dodelijke promotie van captain Mackletan, de Libische jaren

Door San-Daniel gepubliceerd op Monday 16 December 22:02

De laatste Barbeque:

Het was zondag en we maakten ons klaar om naar de kerk te gaan. Dat was een voorrecht want dat kon niet iedereen. De enige kerk waar een dienst bijgewoond kon worden was de lutherse kerk op de Wheelus, luchtmacht basis. Tripoli kende de nodige moskeës, waar elke paar uur een oproep tot gebed van af geblerd werd. Allah is God, Er is geen andere God dan Allah en Mohammed is zijn profeet. Je ontkwam niet aan de oproep, tot in het kleinste hoekje van Tripoli drong de oproep door. Met je ramen gesloten wat de bede iets dempte, kwam die toch binnen sluipen.  Waar vroeger een imam van af de minaretten geroepen zou hebben was die nu vervangen door een luidspreker installatie en ik ga er van uit dat  een soort koster  nu, op de play knop drukte van een bandopname apparaat drukte. Allah  iee Allaaaaaaah! de woorden werden gerekt en lang aangehouden. Zo´n oproep duurde minuten lang. Dag en nacht en zeven dagen in de week. Waar kerken in westerse landen hun klokken luiden op de zondag, wat ook een oproep is om een dienst te volgen, was de oproep`in Libya elke paar uur raak. 

Als je naast het spoor woont, dan hoor je na een tijd het rinkelen van de bel bij een spoorwegovergang niet meer, en als je  in Tripoli woonde, filterde de Westerse geest het hinderlijke gejammer weg. Ik neem aan dat het alleen zou opvallen als de oproep een keer overgeslagen zou worden. Zo werkt de menselijke geest, er is een onbewuste registratie van gebeurtenissen.

Het was ondenkbaar dat in een land waar mensen elke paar uur naar Mekka gericht gaan liggen, er iemand een kerk zou beginnen, of zou willen beginnen. Je zou gedood worden als je dat in je hoofd haalde. Dat zelfde gold voor hen die een andere God wilde dienen dan Allah, door een zaaltje te huren en samen te bidden of te zingen. Er mag geen andere God gediend worden dan Allah op straffe  des doods. Je zou uit die ruimte  gesleurd worden en als een beest afgemaakt worden. Je keel zou opengesneden worden en net als bij rituele slachtingen zouden ze je dood bloeden. Het zelfde zou met je gebeuren als je de profeet Mohammed zou beledigen. Als je al zou ontsnappen dan zou er fatwä over je uitgesproken worden. Dat verplicht welke moslim dan ook om jou te doden.

Zoveel jaren later dan de tijd van ons verblijf in Libya, in 1989 om precies te zijn, werd er nog een fatwä uitgesproken over  de Britse schrijver Rushdie, door een invloedrijke Imam in Iran, de Ayatolla Khomeini. De fatwä is een oproep om een ongelovige te doden waar die zich ook bevindt en op welke manier dan ook. De reden was een deel van zijn boek dat handelde over verzoeking en de profeet Mohammed en één van zijn vrouwen. Dat was reden genoeg om een schrijver ter dood te veroordelen. Rushdie, geniet sinds die tijd bescherming en heeft geen leven meer, want op elk gewenst moment kan uit een hoek een Moslim komen opdoemen die met een mes zijn keel opritst. Dat was alleen omdat de Imam aanstoot nam over de manier waarop Mohammed en zijn gezin beschreven werden. Laat staan dat je Allah zou beledigen, of ere diensten aan een ander God dan Allah zou wijden. In die 53 jaar die sinds begin ´60 er jaren verstreken zijn is er klaarblijkelijk geen wijziging opgetreden in het extremistisch Islamitische denken, 

Een Amerikaanse ingenieur die een bid dienst hield met wat collega´s en hun gezinnen, voor wereld vrede, in mijn vader´s kantoor, werd ontslagen en teruggevlogen naar de States, toen een arabische chauffeur  daar lucht van kreeg. De maatschappij vaardigde meteen een richtlijn uit dat zij personeel die de Islam beledigde, in de toekomst niet zouden steunen en zij verboden andere bijeenkomsten in hun gebouwen dan zakelijke.  Het is niet voor niets, dat de Libiers over elke blanke of over elke niet moslim, vernietigend spraken. Wij waren de Christenhonden. De varkens. Je kunt niet erger betiteld worden dan als een varken of een hond in een land waar deze dieren onrein zijn.  Die dieren mag je dan ook afmaken.

 De tolerantie was ver te zoeken. Zoals in India elke 20 minuten een vrouw onteerd of verkracht wordt, omdat de mannen een andere mentaliteit hebben, een mentaliteit die dat toelaat en zelfs gewoon vindt, zo vond men in Tripoli het vanzelf sprekend om ons te haten. Het straalde van de huizen af en het reflecteerde van de gebouwen, je voelde het zweven door de straten als een onzichtbare hand die je tot moes wilde knijpen en overal aanwezig was.

Als wij al gehaat werden, dan was de verachting en de haat nog groter voor vrouwen die christenhond waren, onze vrouwen en onze zusters en dochters liepen gevaar, altijd!  Er was maar één plek waar ze mochten zijn, opgeborgen in hun huizen. De Libiërs behandelden hun vrouwen al als minderwaardige wezens, gesteund of zelfs aangezet door hun moskees in deze, als onze vrouwen dan buiten zouden gaan lopen en zonder chaperone of zonder bedekt te zijn, nou dan was het duidelijk, dan waren dat hoeren en aan hoeren mag je je vergrijpen. 

Mijn moeder keek altijd erg uit naar de zondag, ik neem aan dat zij gelovig was op een pure manier waar geen kerk voor nodig was, maar zij genoot van die paar uur op Wheelus airbase en dat gold ook voor de andere westerse dames die de kerkdienst en het samenzijn daarna, met koffie en donuts als een ontsnapping zagen uit de haat wereld die hen dagelijks omringde. Olie maatschappij Amerikanen mochten altijd met een pasje de basis op en wij hadden een pasje voor de eredienst op de zondag.

Op Wheelus airbase woonden de miltairen met hun gezinnen en zij merkten niet zoveel van de boze buitenwereld. Het was een stuk verplaatst Amerika, een dorp weggeplukt uit de States en achter een omheining met militaire posten neergezet. Naast de officieren mess was een zaaltje dat men de kapel had gedoopt.  Het was een plek waar een lutherse eredienst werd gehouden elke zondag.  Ach, elke gezindte was welkom, en Luther zou met leden ogen hebben aangezien dat de katholieken, die hij zo als protestant had bevochten, broederlijk gezamelijk, met de Lutheraan, de klapstoeltjes deelden. 

De voorganger was Captain Mackletan, een jachtvlieger, die de roep gevoeld had om bij gebrek aan dominee of pastor de zaken waar te nemen.  Hij was een joviale man, die van gezelligheid hield. Hij begroette iedereen met een handdruk bij het binnentreden van het zaaltje. De Lutherse dienst was onder Captain Mackletan een zeer korte. De kapitein was kort van stof, hij deed een lezing en hij hield niet van zingen. Dus geen oude Amerikaanse dames koortjes of psalmen, gewoon een gebed, een lezing en dan koffie en donuts. Soms zei hij, onder de koffie, heb ik nu wel of niet de zegen gegeven? Dat was ernstig bedoeld en vaak wisten wij het dan ook niet meer. Dan vroeg hij of iedereen even stil wilde blijven  staan en dan zegende hij nogmaals, het kan nooit kwaad zei hij. Een pragmatisch mens in een vreemde setting. Als jetfighter getraind om te vernietigen en te doden en op de zondag sprekend over liefde en vrede.

Er waren een paar militairen die de dienst bijwoonden, onder hen was een luitenant, die Steven heette en die langzaam maar zeker smoorverliefd op mijn zus werd. Mijn zus was ook een schoonheid, een echte klassieke schoonheid. Steven had een vriend, die Kermit heette, een naam die toen nog  niet met groene pluche beesten werd geässsocieerd en bij tijd en wijle, als mijn vader thuis was, kwamen zij langs met een jeep van de basis en aten bij ons. Het waren vrijgezelle jongens, die onschuldig jong waren en uitgezonden waren naar Tripoli. Zij waren er even uit, en het was duidelijk, zij misten het gezinsleven en een maaltijd met anderen, dan militaire collega´s. Steven kwam uit Nebraska en Kermit uit Minesota.

Het was gewoon fijn  om eens niet het zware Texaanse accent te horen. Mijn zus bloeide op als zij Steven zag en Kermit had mij verteld dat Steven erg verlegen was maar zich met mijn zus wilde verloven als zijn  tour of duty in Libya in een paar maanden af zou lopen. Hij had een ring gekocht en Kermit had hem geholpen die uit te zoeken en volgens Kermit droeg hij die altijd in zijn borstzak boven zijn hart. Ik geloofde dat, ik had weleens gezien dat als mijn zus naar de keuken liep, de twee vrienden elkaar aan keken en meer dan eens  klopte Steven dan heimelijk op zijn dichtgeknoopte borstzakje.

De dienst was korter dan normaal en Captain Mackletan deed een lezing over het laatste avondmaal. Het is geen Pasen zei, hij en we zijn er verre van in datum, maar ik vind het een passende en mooie lezing. Het gebed was niet het standaard gebed, maar een gebed zo uit zijn hart, emotioneel, één van de mooiste gebeden die ik ooit gehoord heb. Iedereen voelde dat er iets buitengewoons plaats aan het vinden was. Flarden herinner ik mij nog en zal ik nooit vergeten. Het was niet de zalvende liturgie, maar een wanhoopskreet vol weemoed.

 Heer, mijn lieve Heer, sprak hij, wij staan hier in aanbidding voor u, wij zijn  uw volk. Zegen mijn vijanden zodat zij met genade uw volk zullen bejegen. Zegen ons allen in de tijden die gaan komen, ik heb u lief mijn Heer, in Jezus naam dank u voor alles. iedereen zei amen en sloot daarmee een merkwaardig gebed af. 

Wij keken een beetje vreemd om ons heen, de sfeer was heel ernstig geworden. Mag ik nu uw aandacht nog even hebben zei de kapitein.  Ik heb een barbeque besteld, ik weet dat we eigenlijk elke tweede week een barbeque hebben, maar ik vind het altijd zó gezellig en ik heb er mijn redenen voor. Ik kan uw voorganger niet langer zijn en ik moet mijn plicht volgen. Ik zag het niet aankomen, ik snapte totaal niet meer wat er aan het gebeuren was. Het heeft de basis commandant behaagd om enkelen van ons een promotie te geven sprak onze oud voorganger. Van af morgen ben ik majoor Mackletan en  vlucht luitenant Steven is bevorderd tot eskaderon leider en vlucht kapitein. Mijn zus keek heel trots. Luitenant Mckeely is van af morgen kapitein Mckeely. Ik wil voorstellen dat luitenant Kermit de voorganger´s rol waarneemt, hij is niet bevorderd, daar wil ik  hem mee feliciteren.

Wij hebben gisteravond te horen gekregen dat wij bevorderd zijn en morgen vertrekken wij naar ons volgende doel. Mijn zus keek verbijsterd, Steven keek ongelukkig naar de grond, met een rood hoofd. Father, waar gaat u heen , vroeg mijn moeder? Nam heeft bij ons aan de deur geklopt, zei Majoor Mackleton, Vietnam. De barbeque verliep vreugdeloos en toen iedereen gesproken had en handen gedrukt, zei ik tegen Kermit, het is naar voor mijn zus maar het is toch goed dat Steven kapitein geworden is. Kermit keek mij aan en zei, jij bent een goede jongen maar je kent de wereld niet. Hoezo vroeg ik? Ze worden niet zomaar naar Nam gestuurd, ze worden naar een slechte plek in Nam gestuurd. Het is gebruik op de basis dat je dan bevorderd wordt, dan is het weduwe pensioen hoger. 

De schellen vielen van mijn ogen, de lezing over het laatste avondmaal , het merkwaardige gebed, dat ineens glashelder werd voor mij. De felicitatie naar Kermit omdat die niet bevorderd was. Steven zei ,ik moet gaan, ik moet inpakken en ik voel mij niet goed. Hij liep naar mijn zus en keek haar lang aan  en zei ik heb van jou het meest gehouden in mijn leven, ik zal je schrijven. Hij salueerde waarschijnlijk om achting te tonen. Mijn zus knikte alleen maar terug, sprakeloos. Ik stond naast haar en ik kon in Steven´s hart kijken en wat ik zag was de wanhoop en de liefde die echt puur en zuiver was. Hij klikte zijn schoenen tegen elkaar, draaide zich om en marcheerde met stramme passen weg, niet meer omkijkend. Nooit meer omkijkend.

 Als God het wil zijn wij hier over zes maanden weer bijeen zei de oudkapitein en hij zei, ik wil herhalen wat Jezus zei, laat de kinderen tot mij komen, toen ik weifelde zei hij, you too boy. Hij had voor ieder van ons een woord. Tegen een meisjes voor mij, zei hij je had altijd van die mooie krullen, die zal ik nooit vergeten en hij gaf haar een zoen. Het viel mij op dat hij in de verleden tijd sprak. Tegen een jongetje zei hij, ik ben zo  trots op jou, je was een vreugde in je huis.  Elk kind werd even belicht. Tegen mij zei hij, jij wordt een goeie man later, dat zie ik. Veel succes father, zei ik. Er schuilt geen roem in doden, zei hij, herinner mij en dat heb ik gedaan en ik schaam mij niet dat de tranen uit mijn ogen lopen, terwijl ik dit schrijf.

Voor hij weg liep verzekerde hij ons nogmaals,dat God willend, wij weer samen zouden komen over zes maanden. Het was God niet gewillig en hij opende die lelijke deur naar Nam, de deuropening waar zijn volk door heen gezogen werd en die achter hen, sloot en hen vermorzelde in niets ontziende haat. Die hen deed neerstorten in clusters van vuurballen.

De eerste brieven waren nog positief van aard en Steven schreef wat hij nooit had durven vragen. Hij telde de maanden en de dagen af en dan wilde hij met mijn ouders en mijn zus praten, ernstig praten, over hoe hij zijn leven met haar inhoud wilde geven. Na een paar maanden kwam de eerste  jobstijding, captain Mckeely was gesneuveld.  Steven schreef over het aantal missies dat gevlogen werd. Het aantal werd enorm opgeschroefd, van enkelen per week vloog hij nu elke dag missies. De vermoeidheid  bij de collega´s en hoe schoon genoeg hij er van kreeg. Aan de andere kant, zei onze optimistische vriend, ging de tijd sneller om en hij wilde weten of mijn zus wel met een boer wilde trouwen want, als zijn maanden om waren dan wilde hij nooit meer wat met de luchtmacht te maken hebben en dan wilde hij gaan boeren met zijn vader en broer in Nebraska.  

Het was God niet gewillig om majoor Mackletan nog een barbeque met ons te laten delen, hij stortte brandend neer. Steven schreef nu bittere brieven, er sneuvelden veel militairen. Ze vochten niet tegen Vietnam, ze vochten tegen Russische adviseurs en hun wapens, hij was moe maar hij hoefde nog maar 6 weken te vliegen en dan kwam hij terug, eerst zou hij langs zijn ouders in Nebraska gaan en dan naar Tripoli komen.

Het was in de namiddag en ik was alleen met mijn zus thuis toen er een jeep van de airbase stopte. Kermit kwam er uit lopen en hij had een brief in zijn hand, hij zag er bleek uit. We gingen aan de tafel zitten. Het is Steven niet, vroeg mijn zus? Kermit zei ik kom mijn vriend eer bewijzen. Dit is een brief aan mij gericht zei hij, van Steven..

Hij las hem voor met dicht geschroefde stem  Kermit, buddy als je deze brief leest dan komen wij elkaar in dit leven niet meer tegen. Ik ben moe, moegestreden, het enige dat mij nog op de been houdt is de afstreping van dagen op de kalender, als een belofte naar een beter leven. Nog maar 3 weken na de missie van  vannacht. Ik maak mij zorgen we moeten alweer meer missies vliegen, er is nauwelijks tijd voor onderhoud aan de kisten. Ik droomde vannacht over majoor Mackletan die met mij wilde praten. Ik leg deze brief op mijn bureau aan jou gericht, ingesloten de ring voor mijn geliefde, ik zal dit voor elke missie doen, als jij deze brief ontvangt, leg die ring dan in haar handen.

Kermit pakte een ring uit de enveloppe en met zijn drieën huilden wij onze ogen leeg. 

San Daniel 2013

lees ook: Tarzan en Jane, de Libische jaren

 

  

 

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi verhaal, triest einde.
Dat was een episode die me op het laatst kippevel bezorgde....